zondag 13 maart 2011

Grote Fik

De grote branden waar ik beroepshalve met mijn neus voorop stond waren meestal kleine rampen en vaak onbedoeld ontstaan. Ik zal niet zeggen dat ze altijd onbedoeld ontstonden, want soms kon je opzet vermoeden zonder dat daarvoor later in de ravage bewijzen te vinden waren.
Dit weekend stond ik weer eens vooraan bij een grote brand. In dit geval was er opzet in het spel. De toeristenbureaus in de regio hadden de brand al ruim vantevoren aangekondigd en ik heb met eigen ogen gezien dat jongelui met fakkels en gasbranders de fik hebben aangestoken. Een vuurzee verwoestte een stapel hout zo groot als een woonhuis.
Het was te doen in het Waalse dorpje Somme-Leuze. Dit feest heet in deze streek Grand Feu. Met deze Grote Fik vieren ze hier dat de winter voorbij is. Kerstbomen en ander overbodig stookhout worden verbrand en de lente kan beginnen. Het water in de buurt wordt niet gebruikt om te blussen maar om glazen te spoelen. En het schuim zit hier op het bier in niet in schuimblussers. De feesttent staat op veilige afstand, de dreun van de feestmuziek hield ons in ons weekendhuis een paar kilometer verderop tot diep in de nacht uit de slaap en het vuur ging vanzelf uit.
Hoewel ik hier vorige jaren ook al foto's maakte, nam ik toch maar weer mijn camera mee. Waar veel mensen samenkomen vind ik altijd wel een mooi sfeerbeeld. In dit geval betrapte ik iemand in het publiek die met een mobieltje een foto maakte. Als het primair om de herinnering gaat, is zo'n fotootje al snel goed genoeg. Maar wil je een mooie foto dan  heb je onder deze omstandigheden toch wel beter materiaal nodig dan de kleine sensor en het plastic lensje, waarmee de meeste mobieltjes zijn uitgerust. Om deze fik vast te leggen had ik een Canon 7D in mijn fikken.

Foto of herinnering?

woensdag 9 maart 2011

Held

Het wordt zo langzamerhand traditie dat we de dag na carnaval doorbrengen in Burgers Zoo in Arnhem. Ik kan er lekker ontspannen bijkomen van een slopend carnavalsfeest. Als het slecht weer is kun je je in de overdekte Bush, Ocean en Desert amuseren. Bij goed weer valt er ook buiten vanalles te beleven. Ik neem steevast mijn camera's mee, maar ik voeg me niet bij het legertje apenfotografen dat je op zo'n dag tegenkomt. Ik let vooral op de mensen die aapjeskijken.
Op mijn foto's spelen mensen de hoofdrol en probeer ik de dieren op de foto een bijrol te geven. Mensen zijn meestal zo in beslag genomen door het dierenvermaak, dat ze niet in de gaten hebben dat ik ze fotografeer. Als ze het wel in de gaten hebben, dan laten ze me rustig mijn gang gaan, is mijn ervaring. De mensen staan vaak heel spontaan op mijn foto's: wijzend naar dieren in hun hokken, lachend om de malle gedragingen van de beesten, zoiets. Kinderen doen het dan meestal nog het beste, omdat ze hun pure emotie uiten.
Vanmiddag kreeg ik een prachtig tafereeltje voor mijn lens. Een broertje en een zusje waren geschminkt als tijgers. Ik trof ze voor het verblijf van de bengaalse tijgers. Zusje had het er niet op en broertje sloot haar als een ware held in zijn armen. De tijger op de achtergrond had er geen oog voor.
Zelf had ik een wat dubbel gevoel bij het dikke glas dat ons van de tijger scheidde. Aan de ene kant verpeste de reflectie in het glas een scherpe doortekening van de tijgervacht, aan de andere kant zou ik hier waarschijnlijk niet durven staan als er geen glas tussen mij en dat beest zou zitten. Want die held had zijn handen al vol aan zijn zusje.

Wie is hier de tijger?

zondag 6 maart 2011

Uitbundig

Carnaval is een mooi feest. Je kunt er naar kijken, je kunt er van genieten, je kunt er helemaal in opgaan. Het is een feest van kleur en creaties, van muziek, bier en plezier. Ik vier het graag, vier dagen per jaar. Foto's maak ik op deze dagen niet. Ik mis dan de scherpte.
Na een mooie eerste carnavalsavond stond ik vanmorgen verbazend fris en monter naast mijn bed. Dat was in het verleden wel eens anders. Ik had zelfs zin om mijn fotocamera mee te nemen, toen we naar de optocht in ons dorp gingen kijken.
In het fotograferen van carnavalsstoeten heb ik nooit zo'n geweldige uitdaging gezien. Iedereen maakt foto's en waarin kun je je dan nog onderscheiden in die geweldige variatie aan foto's? Vandaag vond ik het antwoord. Wat me opvalt als ik naar carnavalsfoto's kijk is veel kleur, mooi verklede mensen en prachtige praalwagens.
Wat me ook opvalt is dat je zelden het uitbundige van het carnavalsfeest op een foto terugziet. Mensen poseren om met hun kleding te pronken, ze gedragen zich enigszins verkrampt leuk voor de fotograaf en als ze al zingen en in de handen klappen dan is het uitgelatene weggespoeld door drank of vermoeidheid. Let op de doffe blik in de ogen op veel carnavalsfoto's.
Ik gaf mezelf de opdracht om in de optocht op zoek te gaan naar het uitbundige karakter van dit feest. Daarbij ging ik de worsteling aan met de harde slagschaduwen die de zon over de optocht wierp. Ondanks de harde contrasten heb ik gemaakt wat ik wilde maken: een foto van uitbundig carnaval. Hoogste tijd om er nu zelf weer in onder te duiken. Ik ga het geslepen glas van mijn objectieven weer vervangen door het bierglas.

Het carnaval dat ik zocht.

dinsdag 22 februari 2011

Geënsceneerd

Elke grote kunstenaar heeft wel eens een zelfportret gemaakt. Elke grote schrijver laat zich wel eens in zijn ziel kijken. Ik ben geen groot kunstenaar en geen groot schrijver. Toch heb ik me vanavond aan een zelfportret gewaagd. Al is het geen écht zelfportret. U leert me door deze foto niet kennen.
Jazeker, die persoon op de foto ben ik. Maar ik ben niet somber, niet zwaar op de hand. Dit is gespeeld, geënsceneerd. Het beeld moet iemand voorstellen met een depressief gemoed. Die krant, icoon van een somber wereldbeeld. Dat glas wijn, de alcoholist verdrinkt zijn sombere stemming. Die foto's op de kast daar achter. Overleden dierbaren.
De boodschap in de foto wordt ook door het licht gestuurd. Eén kant van mij is belicht; in het licht staat het glas wijn. Symbool voor vreugde en plezier dat door alcohol moet worden opgeroepen. Mijn overleden familie staat aan mijn donkere kant. Symbool voor verdriet en neerslachtigheid. Wat kan de wereld nog aan vrolijks bieden?
Welnu, dat zal ik u zeggen: een mooie foto die een verhaal uitdrukt. Maar wel een verzonnen verhaal. Mijn karakter is opgewekt. Optimistisch van aard. Van nature ben ik vrolijk. Ik heb me weer lekker vermaakt met mijn fotohobby.
Het was een leuk experiment om deze foto te maken. Eerst moest ik scherpstellen op het punt waar ik ging zitten. Daarna de autofocus uitschakelen. Het was even uitproberen hoe de flitser moest staan om het mooiste licht te krijgen. De zelfontspanner moest me voldoende tijd geven om te gaan zitten. Alles onder controle? Dan is deze foto het resultaat.
Ik kan heel goed vrolijk zijn zonder alcohol. Maar wat doe je met een rekwisiet als een glas wijn? Vooruit dan. Het glas staat in de vaatwasser. De wijn was lekker.

Vrolijk of depressief?

zondag 13 februari 2011

Aankijken

We maakten een stadswandeling door Den Bosch en ik zag weer een heleboel mooie fotomotieven. Ik fotografeerde weerspiegeling in het water, maar die foto durf hier niet te tonen na mijn blog van 20 januari waarin ik dit soort fotomotieven als al te gemakkelijk wegwuifde. Ik fotografeerde ook architectuur, omdat we het daar woensdag op onze fotoclub over gaan hebben. Ik maakte foto's in de Sint Jan, waar op dit moment het middenschip in de steigers staat. Een werkliftje aan een hydraulische arm kon wat mij betreft zo doorgaan voor preekstoel, maar ik vond die gedachte leuker dan de foto die ik er van maakte.
Voor de Grote Kerk van de Protestante Gemeente aan de Kerkstraat zag ik een meisje dat met stoepkrijt op de trappen tekende. Ik maakte een foto, maar die kon beter, vond ik. Voor ik de tweede maakte had ze me in de gaten en keek ze me aan. Ik keek terug. Het had iets van: elkaar net zo lang aankijken tot een van de twee in de lach schiet. Maar het had ook iets van wildedierengedrag: wie beweegt het eerst en slaat op de vlucht?
Het leek me meer een brutaal dan een bang kind, dus ik had niet de indruk dat ze rap onder moeders rokken zou vluchten en een traumatische ervaring of een slapeloze nacht zou overhouden aan onze confrontatie. Even later tekende ze rustig verder en maakte ik nog een foto. Maar deze foto, met oogcontact, vind ik toch de mooiste. Als ze met een katachtige sprong overeind gekomen zou zijn, was ik misschien wel gevlucht.

Brutaal of bang?

zondag 6 februari 2011

Handicaps

Op het golfterrein tussen Milheeze, Bakel en Gemert maakte ik foto's toen de baan nog lang niet klaar was, toen de baan bijna af was en toen er sneeuw lag. Telkens was het een ander landschap. Vanmiddag waren we er weer en ik zag golfers.
Ieder z'n hobby, dacht ik toen ik mensen van hoog in de vijftig en ouder een balletje zag wegmeppen. Het houdt je lenig want je moet bukken en zwieren, het houdt je hart-longconditie op peil want je moet flinke afstanden lopen en je kunt een competitie aangaan met medespelers, al dan niet met handicap.
Mijn liefhebberij is het niet. Al zie ik wel overeenkomsten met mijn hobby. Fotograferen houdt me lenig, want ik moet bukken, knielen en klimmen om mooie standpunten te bereiken, het houdt mijn hart-longconditie op peil want ik moet flinke afstanden sjouwen met mijn fotoapparatuur en ik moet ook een prestatie neerzetten, al dan niet met handicap.
Deze middag had ik af te rekenen met twee handicaps: er was weinig licht en het waaide hard. Omdat het me leuk leek om op deze uitgestrekte vlakte de diepte uit het beeld te halen en voor- en achtergrond in elkaar te drukken, koos ik voor een royale telelens. Daarvoor is een korte sluitertijd nodig, vooral bij de rukwinden die me af en toe uit balans brachten. De voor die korte sluitertijd benodigde hoeveelheid licht ontbrak. Dus moest ik uitwijken naar een hoge ISO-waarde. Gelukkig kan mijn 7D probleemloos 1000 ISO aan.
Deze foto bracht me nog het meeste van al wat ik zocht. Het beeld is over grote afstand mooi plat in elkaar gedrukt. Wat de foto naar mijn gevoel spannend maakt is het feit dat ik niet weet wat die man ziet, terwijl ik als fotograaf dezelfde richting in kijk. Ik zal het verklappen: daar ligt een golfbaan.

Wat ziet hij dat ik niet zie?

zondag 23 januari 2011

In één oogopslag

Het gebeurt niet vaak dat mijn aandacht eerst door geluid en pas daarna door beeld wordt getrokken. Het gebeurde vanmiddag in een druilerig Durbuy.
In dit Waalse toeristenstadje is het vakantietijd voor de uitbaters. Dit anders op zondagen zo drukke 'kleinste stadje ter wereld' lag er uitgestorven bij. Zelfs de kunstijsbaan die hier rond de jaarwisseling volbezet was, was nog niet afgebroken. Ik maakte er een paar foto's van het slangennetwerk dat normaal onder het ijs verstopt ligt. Mooie patronen.
Opeens hoorde ik ergens in dit spookstadje een man zingen, begeleid door gitaarmuziek. Even dacht ik dat het Raymond van het Groenewoud was, maar de anonieme zanger bleek hem gewoon perfect te imiteren. Voor de ingang naar het kasteel zag ik hem gehurkt zitten. Er stonden meer mensen. Het was een groepje zonder enige orde. Dat maakte de fotograaf in me wakker. Ik maakte drie foto's waarvan ik hier de eerste toon.
Wat ik op deze foto zie is een groep mensen die alleen maar een groep is, omdat ze dicht bij elkaar staan. Ze doen ogenschijnlijk niets samen. De gitarist speelt ingetogen op zijn gitaar alsof hij alleen is. De negroïde jongen kijkt toe alsof de gitarist zijn enige gezelschap is. De jongen met de witte paraplu danst in zijn eentje op de gitaarmuziek. De vrouw in het zwart kijkt uitdrukkingsloos naar de dansende jongen. De man met de gele badjas is helemaal een vreemde eend in deze bijt. En het jongetje met het mutsje heeft een houding van: wat doe ik hier? Geen van allen zien ze het bord waarop staat dat ze de ingang niet mogen versperren. Mijn fotografenoog ziet het allemaal in een oogopslag.
Op de twee andere foto's die ik maakte zat weer eenheid in de groep. Ze keken allemaal naar de fotograaf en ze lachten naar het vogeltje.

Groep zonder eenheid.

donderdag 20 januari 2011

Boor

Bij deze bouwplaats in Helmond heb ik al een paar keer staan kijken. Ik heb er ook al foto's van gezien. Meestal waren de fotografen bezig met reflecties in het water. Het is de klassieker onder de foto's. Weerspiegeling in het wateroppervlak doet het altijd goed. De rimpeling van het water werkt vervreemdend. Keer de foto om en je hebt een abstract plaatje. Mooi zo.
Ik keek eens rond of er nog iets anders te fotograferen was. Een overzicht van de bouwplaats leek me te simpel. Verderop zag ik mannen aan het werk bij een boortoren. Er werden palen de grond in gedraaid en het water kolkte rond de boor. Ik zag de mooie foto al voor me, maar het vereiste standpunt om die plaat te maken was midden op een kruispunt. Mijn conclusie was al snel: niet te maken, te gevaarlijk.
Opeens zag ik die grote grondboor tegen een hek aanleunen. Ik zag de harmonie met de ronde vormen van de waterlijn en het gebouw aan de overkant. Ik zag een doorkijkje door twee etages van het boorblad. Ik zag een mooi ingesloten landschap met een stalen bodem en een afdakje. Ik pakte mijn PowerShot en legde het vast.
Nu wacht ik af tot de boor een gat in de bodem prikt. Zou het water dan van dit terrein weglekken, als water uit een kapotte badkuip? Ik ben geen geoloog met kennis van aardlagen en bodemgesteldheid. Maar het zou fotografen op dit terrein wel dwingen om naar andere interessante onderwerpen te zoeken dan de voor de hand liggende weerspiegelingen in het wateroppervlak.

Zou het water weglekken?

zondag 16 januari 2011

Minder is meer

Ze waren met honderen en maakten met hun gekrijs een hels kabaal. Het was als in de horrorfilm 'The Birds' van Alfred Hitchcock uit 1963, maar dan life anno 2011. Ik pakte mijn Canon Powershot G10 uit mijn jaszak om het geweld van deze vogelmassa vast te leggen.
Toen ik op de display de foto bekeek zag ik geen geweld. Met die zwarte stipjes leek het eerder dat ik de sensor van mijn camera weer eens moest reinigen, al slaat dat nergens op bij een powershot. De honderden vogels maakten geen indruk. Toen besefte ik dat Hitchcock zijn horrorbeleving veel meer bereikte met geluidseffecten dan met beelden. Wie het geluid van de film wegdenkt ziet enkel vogeltjes op en neer vliegen of in stellages en op daken zitten. Wie niet kijkt en alleen luistert krijgt al de rillingen van het door merg en been snijdende gekrijs.
Daar stond ik met mijn powershotje. Hoe breng ik het geweld van honderden kraaien boven ons hoofd over in een foto? Dat doe je het beste door dicht op het onderwerp te kruipen, bedacht ik. Blij met 14,7 megapixels maakte ik onder het motto 'minder is meer' een uitsnede. Welgeteld 21 kraaien moeten het geweld van honderden uitbeelden. Maar in vergelijking met Hitchcock is dit he-le-maal niks. Soms ben ik als fotograaf teleurgesteld in het resultaat. Geef me een buks in plaats van een camera!

Geen camera, een buks!

zondag 9 januari 2011

Flitsen

Onze fotoclub had vandaag een workshop 'flitsen'. De meeste leden hebben niet meer dan een opsteekflitsertje en enkelen moeten zich zelfs behelpen met de inbouwflitser van de camera. Eerder deze week heb ik op onze fotoclub een korte inleiding gehouden over flitsfotografie. Het had niet veel zin om een theoretische verhandeling te houden over studioflitsinstallaties, want tijdens de workshop moesten ze vandaag met hun eigen gereedschap aan de slag.
Ik heb ze uitgedaagd om met geïmproviseerde spulletjes het licht van hun opsteekflitser te sturen. Een wit vel papier, een tempexplaat of aluminiumfolie als reflectiescherm; een papieren zakdoekje als diffusor, dat soort spul. We zijn geen professionals die de kwaliteit van hun werk moeten verantwoorden bij een opdrachtgever. Bij ons was het vooral de fun van het doen en de uitdaging om binnen alle beperkingen creatief bezig te zijn.
Zelf had ik als fotomodel de tamboerijn uit een beeldengroep van een schuttersgilde uit de kast gepakt. Het gipsen beeldje is een centimeter of vijfentwintig hoog. Lastig ventje, want het is bronskleurig glanzend afgelakt. Dus monochroom en glimlichtjes. De goudglanszijde van mijn reflectiescherm diende als achtergrond. Dat vecht lekker met de bronzen tint van het beeldje.
Een speedlite schoot als hoofdlicht los van de camera in een paraplu. Geeft een lekker hard contrast om structuur te geven aan het monochrome poppetje. Op een tweede losse flitser had ik met een stevig elastiek een tot een trechter gerolde krant bevestigd, die het licht gebundeld op de gouden achtergrond afvuurde. Dat hoge licht maakt het beeldje dan weer los van de achtergrond.
Het getoonde resultaat kwam tot stond na vaak proberen. Als het zo simpel zou zijn dat je bij dit soort improvisatie alle controle behoudt, dan zouden er geen dure studioflitster meer verkocht worden. Gelukkig voor de vakhandel hebben profs geen tijd om vaak te proberen.

Controle of proberen.