zondag 13 februari 2011

Aankijken

We maakten een stadswandeling door Den Bosch en ik zag weer een heleboel mooie fotomotieven. Ik fotografeerde weerspiegeling in het water, maar die foto durf hier niet te tonen na mijn blog van 20 januari waarin ik dit soort fotomotieven als al te gemakkelijk wegwuifde. Ik fotografeerde ook architectuur, omdat we het daar woensdag op onze fotoclub over gaan hebben. Ik maakte foto's in de Sint Jan, waar op dit moment het middenschip in de steigers staat. Een werkliftje aan een hydraulische arm kon wat mij betreft zo doorgaan voor preekstoel, maar ik vond die gedachte leuker dan de foto die ik er van maakte.
Voor de Grote Kerk van de Protestante Gemeente aan de Kerkstraat zag ik een meisje dat met stoepkrijt op de trappen tekende. Ik maakte een foto, maar die kon beter, vond ik. Voor ik de tweede maakte had ze me in de gaten en keek ze me aan. Ik keek terug. Het had iets van: elkaar net zo lang aankijken tot een van de twee in de lach schiet. Maar het had ook iets van wildedierengedrag: wie beweegt het eerst en slaat op de vlucht?
Het leek me meer een brutaal dan een bang kind, dus ik had niet de indruk dat ze rap onder moeders rokken zou vluchten en een traumatische ervaring of een slapeloze nacht zou overhouden aan onze confrontatie. Even later tekende ze rustig verder en maakte ik nog een foto. Maar deze foto, met oogcontact, vind ik toch de mooiste. Als ze met een katachtige sprong overeind gekomen zou zijn, was ik misschien wel gevlucht.

Brutaal of bang?

zondag 6 februari 2011

Handicaps

Op het golfterrein tussen Milheeze, Bakel en Gemert maakte ik foto's toen de baan nog lang niet klaar was, toen de baan bijna af was en toen er sneeuw lag. Telkens was het een ander landschap. Vanmiddag waren we er weer en ik zag golfers.
Ieder z'n hobby, dacht ik toen ik mensen van hoog in de vijftig en ouder een balletje zag wegmeppen. Het houdt je lenig want je moet bukken en zwieren, het houdt je hart-longconditie op peil want je moet flinke afstanden lopen en je kunt een competitie aangaan met medespelers, al dan niet met handicap.
Mijn liefhebberij is het niet. Al zie ik wel overeenkomsten met mijn hobby. Fotograferen houdt me lenig, want ik moet bukken, knielen en klimmen om mooie standpunten te bereiken, het houdt mijn hart-longconditie op peil want ik moet flinke afstanden sjouwen met mijn fotoapparatuur en ik moet ook een prestatie neerzetten, al dan niet met handicap.
Deze middag had ik af te rekenen met twee handicaps: er was weinig licht en het waaide hard. Omdat het me leuk leek om op deze uitgestrekte vlakte de diepte uit het beeld te halen en voor- en achtergrond in elkaar te drukken, koos ik voor een royale telelens. Daarvoor is een korte sluitertijd nodig, vooral bij de rukwinden die me af en toe uit balans brachten. De voor die korte sluitertijd benodigde hoeveelheid licht ontbrak. Dus moest ik uitwijken naar een hoge ISO-waarde. Gelukkig kan mijn 7D probleemloos 1000 ISO aan.
Deze foto bracht me nog het meeste van al wat ik zocht. Het beeld is over grote afstand mooi plat in elkaar gedrukt. Wat de foto naar mijn gevoel spannend maakt is het feit dat ik niet weet wat die man ziet, terwijl ik als fotograaf dezelfde richting in kijk. Ik zal het verklappen: daar ligt een golfbaan.

Wat ziet hij dat ik niet zie?

zondag 23 januari 2011

In één oogopslag

Het gebeurt niet vaak dat mijn aandacht eerst door geluid en pas daarna door beeld wordt getrokken. Het gebeurde vanmiddag in een druilerig Durbuy.
In dit Waalse toeristenstadje is het vakantietijd voor de uitbaters. Dit anders op zondagen zo drukke 'kleinste stadje ter wereld' lag er uitgestorven bij. Zelfs de kunstijsbaan die hier rond de jaarwisseling volbezet was, was nog niet afgebroken. Ik maakte er een paar foto's van het slangennetwerk dat normaal onder het ijs verstopt ligt. Mooie patronen.
Opeens hoorde ik ergens in dit spookstadje een man zingen, begeleid door gitaarmuziek. Even dacht ik dat het Raymond van het Groenewoud was, maar de anonieme zanger bleek hem gewoon perfect te imiteren. Voor de ingang naar het kasteel zag ik hem gehurkt zitten. Er stonden meer mensen. Het was een groepje zonder enige orde. Dat maakte de fotograaf in me wakker. Ik maakte drie foto's waarvan ik hier de eerste toon.
Wat ik op deze foto zie is een groep mensen die alleen maar een groep is, omdat ze dicht bij elkaar staan. Ze doen ogenschijnlijk niets samen. De gitarist speelt ingetogen op zijn gitaar alsof hij alleen is. De negroïde jongen kijkt toe alsof de gitarist zijn enige gezelschap is. De jongen met de witte paraplu danst in zijn eentje op de gitaarmuziek. De vrouw in het zwart kijkt uitdrukkingsloos naar de dansende jongen. De man met de gele badjas is helemaal een vreemde eend in deze bijt. En het jongetje met het mutsje heeft een houding van: wat doe ik hier? Geen van allen zien ze het bord waarop staat dat ze de ingang niet mogen versperren. Mijn fotografenoog ziet het allemaal in een oogopslag.
Op de twee andere foto's die ik maakte zat weer eenheid in de groep. Ze keken allemaal naar de fotograaf en ze lachten naar het vogeltje.

Groep zonder eenheid.

donderdag 20 januari 2011

Boor

Bij deze bouwplaats in Helmond heb ik al een paar keer staan kijken. Ik heb er ook al foto's van gezien. Meestal waren de fotografen bezig met reflecties in het water. Het is de klassieker onder de foto's. Weerspiegeling in het wateroppervlak doet het altijd goed. De rimpeling van het water werkt vervreemdend. Keer de foto om en je hebt een abstract plaatje. Mooi zo.
Ik keek eens rond of er nog iets anders te fotograferen was. Een overzicht van de bouwplaats leek me te simpel. Verderop zag ik mannen aan het werk bij een boortoren. Er werden palen de grond in gedraaid en het water kolkte rond de boor. Ik zag de mooie foto al voor me, maar het vereiste standpunt om die plaat te maken was midden op een kruispunt. Mijn conclusie was al snel: niet te maken, te gevaarlijk.
Opeens zag ik die grote grondboor tegen een hek aanleunen. Ik zag de harmonie met de ronde vormen van de waterlijn en het gebouw aan de overkant. Ik zag een doorkijkje door twee etages van het boorblad. Ik zag een mooi ingesloten landschap met een stalen bodem en een afdakje. Ik pakte mijn PowerShot en legde het vast.
Nu wacht ik af tot de boor een gat in de bodem prikt. Zou het water dan van dit terrein weglekken, als water uit een kapotte badkuip? Ik ben geen geoloog met kennis van aardlagen en bodemgesteldheid. Maar het zou fotografen op dit terrein wel dwingen om naar andere interessante onderwerpen te zoeken dan de voor de hand liggende weerspiegelingen in het wateroppervlak.

Zou het water weglekken?

zondag 16 januari 2011

Minder is meer

Ze waren met honderen en maakten met hun gekrijs een hels kabaal. Het was als in de horrorfilm 'The Birds' van Alfred Hitchcock uit 1963, maar dan life anno 2011. Ik pakte mijn Canon Powershot G10 uit mijn jaszak om het geweld van deze vogelmassa vast te leggen.
Toen ik op de display de foto bekeek zag ik geen geweld. Met die zwarte stipjes leek het eerder dat ik de sensor van mijn camera weer eens moest reinigen, al slaat dat nergens op bij een powershot. De honderden vogels maakten geen indruk. Toen besefte ik dat Hitchcock zijn horrorbeleving veel meer bereikte met geluidseffecten dan met beelden. Wie het geluid van de film wegdenkt ziet enkel vogeltjes op en neer vliegen of in stellages en op daken zitten. Wie niet kijkt en alleen luistert krijgt al de rillingen van het door merg en been snijdende gekrijs.
Daar stond ik met mijn powershotje. Hoe breng ik het geweld van honderden kraaien boven ons hoofd over in een foto? Dat doe je het beste door dicht op het onderwerp te kruipen, bedacht ik. Blij met 14,7 megapixels maakte ik onder het motto 'minder is meer' een uitsnede. Welgeteld 21 kraaien moeten het geweld van honderden uitbeelden. Maar in vergelijking met Hitchcock is dit he-le-maal niks. Soms ben ik als fotograaf teleurgesteld in het resultaat. Geef me een buks in plaats van een camera!

Geen camera, een buks!

zondag 9 januari 2011

Flitsen

Onze fotoclub had vandaag een workshop 'flitsen'. De meeste leden hebben niet meer dan een opsteekflitsertje en enkelen moeten zich zelfs behelpen met de inbouwflitser van de camera. Eerder deze week heb ik op onze fotoclub een korte inleiding gehouden over flitsfotografie. Het had niet veel zin om een theoretische verhandeling te houden over studioflitsinstallaties, want tijdens de workshop moesten ze vandaag met hun eigen gereedschap aan de slag.
Ik heb ze uitgedaagd om met geïmproviseerde spulletjes het licht van hun opsteekflitser te sturen. Een wit vel papier, een tempexplaat of aluminiumfolie als reflectiescherm; een papieren zakdoekje als diffusor, dat soort spul. We zijn geen professionals die de kwaliteit van hun werk moeten verantwoorden bij een opdrachtgever. Bij ons was het vooral de fun van het doen en de uitdaging om binnen alle beperkingen creatief bezig te zijn.
Zelf had ik als fotomodel de tamboerijn uit een beeldengroep van een schuttersgilde uit de kast gepakt. Het gipsen beeldje is een centimeter of vijfentwintig hoog. Lastig ventje, want het is bronskleurig glanzend afgelakt. Dus monochroom en glimlichtjes. De goudglanszijde van mijn reflectiescherm diende als achtergrond. Dat vecht lekker met de bronzen tint van het beeldje.
Een speedlite schoot als hoofdlicht los van de camera in een paraplu. Geeft een lekker hard contrast om structuur te geven aan het monochrome poppetje. Op een tweede losse flitser had ik met een stevig elastiek een tot een trechter gerolde krant bevestigd, die het licht gebundeld op de gouden achtergrond afvuurde. Dat hoge licht maakt het beeldje dan weer los van de achtergrond.
Het getoonde resultaat kwam tot stond na vaak proberen. Als het zo simpel zou zijn dat je bij dit soort improvisatie alle controle behoudt, dan zouden er geen dure studioflitster meer verkocht worden. Gelukkig voor de vakhandel hebben profs geen tijd om vaak te proberen.

Controle of proberen.

zaterdag 1 januari 2011

Bewondering

Gelukkig nieuwjaar aan U allen. Een van mijn goede voornemens is om dit jaar weer veel mooie foto's te maken. Na het uitwisselen van de nieuwjaarswensen met onze vrienden heb ik kort na middernacht de eerste foto's van het nieuwe jaar gemaakt. En om één uur vanmiddag stond ik aan de Berkendonkplas met twee camera's om mijn nek om er de nieuwjaarsduik vast te leggen. Als er niet een collega had deelgenomen tegen wie ik op een onbezonnen moment zei dat ik foto's zou komen maken, had ik waarschijnlijk mijn nachtrust nog met een paar uurtjes verlengd. Maar nu stond ik aan de plas met een dikke jas aan te koukleumen tussen al die bloteriken.
Het gaat me bij dit soort fotografie niet om de creativiteit. Je kunt het gebeuren voor je lens nauwelijks sturen of beïnvloeden. De uitdaging zit hem vooral in het vinden van een goede plek en het zodanig instellen van je camera dat de foto's in elk geval technisch in orde zijn. En snel handelen in de luttele seconden dat de actie zich afspeelt.
Toen de meute het water in rende heb ik met acht beeldjes per seconde vastgelegd wat er in het water gebeurde. Pas thuis ben ik op mijn MacBook op zoek gegaan naar mijn dappere collega en heb ik van enkele opnamen mooie uitsnedes gemaakt. Van belang vind ik bij deze foto's dat je kunt zien dat het een nieuwjaarsduik is in koud water en geen strandfoto in de zomervakantie.
De foto die ik hier toon koos ik omwille van de tegenstellingen: een fotograaf in een waadpak met een warme muts op, die knettergekke stoere kerel die zich vol overgave in het ijskoude water stort en de man die rustig pootje badend naar de oever terugwaadt.
Ik zag het vol bewondering aan. Na afloop heb ik niet meer op mijn collega gewacht om te vragen hoe het voelde. Mijn vingers tintelden.

Winter, geen zomer!

woensdag 22 december 2010

Geen kerstbal

Al jarenlang ga ik aan de vooravond van Kerstmis met mijn fotocamera op zoek naar een leuk onderwerp voor een zelfgemaakte kerstkaart. Elk jaar als ik denk dat mijn arsenaal is uitgeput, vind ik weer iets. Tijdens een korte vakantie begin deze maand vertrouwde ik er op, dat ik op een kerstmarkt in Duitsland of België wel iets zou vinden. Maar zover kwam ik niet.
We wandelden door een besneeuwd Durbuy en opeens viel me een plek op, waar ik regelmatig langs kom. Ik heb daar al vaak staan kijken naar glimmende bollen voor een huisje. Wel een meter in doorsnee. Geen idee wat het voorstelt. De bollen lijken me te zijn gemaakt van een of ander metaal. Hebben ze een functie? Is het kunst? Ik weet het niet.
Nu lag er sneeuw op en opeens zag ik wat ik wilde zien: een joekel van een kerstbal. Met het laagje sneeuw erop en de besneeuwde dennen ervoor (of zijn het sparren?) drong zich opeens de kerstkaart aan me op. De foto is niet digitaal bewerkt, zoals veel mensen denken die mijn kerstkaart al ontvangen hebben.
Dit heeft dus niks met Kerstmis te maken. Als je hier in de zomer komt kan die glimmende bol er nog staan. En die naaldboompjes ook. Maar als U ziet wat ik wil dat U ziet, dan wens ik U heel klassiek een vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.


Zomer en winter.

maandag 20 december 2010

Besnùwde toppe

In ons dorp zijn wij fier op ons volkslied. We zingen het bij plechtige officiële gelegenheden, spontaan op feesten, met carnaval ook. Jong en oud kunnen het meezingen. Het is ons met de paplepel ingegeven.
Van wor ik bén? Kéénde gaj óns laand?
't hé gín besnùwde tòppe
't is plat lejk as m'n oope haand
gín spoor hé hiejr te stoppe.

Vandaag vroeg ik me af of het niet langzamerhand tijd wordt om het te herschrijven.
Ik was een dagje vrij en zat voor de verandering eens niet in de Ardennen, waar ik vorige week nog besneeuwde heuvels fotografeerde. Ik was thuis en besloot in de buurt het besneeuwde platteland te gaan fotograferen. Maar ik keek met Ardense ogen en zag vooral heuveltjes. Ons landschap is veranderd. Met mensenhanden.
Ik keek eens naar mijn geopende hand. Zo plat is die niet. Ik zing niet meer mee als ze ons volkslied aanheffen.
Nou vooruit dan, maar wel met mijn eigen tekst:
Van wor ik bén? Gaj kéént óns laand! (Daar zorgt de VVV wel voor)
't hé skôn besnùwde tòppe
(Mijn foto bewijst het)
't zèn gin bèèrg mar bulten zaand
(Er ligt hier sinds kort een golfbaan)
d'n trem gí hiejr nog stoppe.
(Een oude tram in een nieuw jasje gaat naar deze plek rijden)

Plat of besneeuwde top?

donderdag 9 december 2010

Schimmenspel

Al vaker heb ik op dit blog geconstateerd dat iedereen fotograaf is, zodra er sneeuw valt. Of liever: als er sneeuw ligt. Want voor veel zondagsfotografen moet eerst wel de zon schijnen, valt me op als ik in de natuur wandel. Ik grijp juist mijn kans als de lucht grijs is en de contrasten laag zijn. Dat ik me moet wapenen tegen sneeuwvlokken die dan op mijn cameralens willen kleven, neem ik voor lief. Pittoreske landschapsfoto's die iedereen maakt, hoe fraai en sfeervol ook, probeer ik te vermijden.
Deze week zat ik in de witte Ardennen waar het van tijd tot tijd sneeuwde. En flink ook. Dan trek ik er op uit. Mijn Canon 7D is spat- en stofdicht, volgens de cameraspecificaties. Mijn objectieven ook. Toch stop ik de camera met voorgeschroefd objectief in een speciaal voor dit doel geprepareerde plastic zak als extra bescherming tegen binnenlekkend water dat de elektronica kan aantasten. Een batterij die kortsluiting maakt kan gloeiend heet worden. Liever niet.
Onderweg hoopt de sneeuw zich op rond de plastic zak. Zie ik iets fotogenieks, dan klop ik de sneeuw van de zak, maak de achterkant open zodat ik alle cameraknoppen kan bedienen en ik houd het glas van het objectief vrij. Scherpstellen, knip, alweer een foto zoals de zondagsfotografen ze niet maken, domweg omdat ze nu niet buiten zijn.
In een bosrand vielen me de scherpe contouren van bomen op en de matte kleuren van dorre bladeren. De hevige sneeuwval vervaagde het beeld en maakte van het bos een schimmenspel. Op de foto die ik hier toon, zie ik in de bomen links zelfs enige gelijkenis met menselijke figuren. En dan te bedenken dat ik broodnuchter was. Pas thuis heb ik om warm te worden een alcoholhoudend sapje genuttigd. Mijn kleren hing ik voor de haard te drogen. En mijn camera? Dankzij de plastic zak was die niet nat geworden. Die hoefde dus niet te drogen en bleef bij gevolg nuchter.

Mensen of bomen?