donderdag 16 januari 2014

Geen Paris Montparnasse

Bij zorginstelling Savant heet dit gebouw in Helmond officieel woonzorgcentrum De Ameide. In de volksmond is het gewoon De Ameideflat. Gekscherend noemen Helmonders het ook wel eens de 'aauw maideflat'. In de jaren zeventig is dit zorgcomplex gebouwd als luxe bejaardenhuis. Tegenwoordig is het een grijs, grauw appartementengebouw voor 'aauw maiden' en 'aauw mennekes'. 
Als ik Andreas Gursky was, dan had ik er misschien al lang geleden ooit de lens van mijn camera op gericht. Wees gerust. Het gebouw kan in één keer op de foto en hoeft niet net als Gursky's Paris Montparnasse in twee delen gefotografeerd te worden, om die vervolgens digitaal aan elkaar te plakken. En als je Gursky heet, kun je net als op de foto van Montparnasse alle mensen, meubels en bezigheden in de afzonderlijke appartementen laten zien. 
Maar ik heet geen Gursky en ik ben nooit in de verleiding gekomen om deze meester te imiteren. Dus ik heb de grijze, grauwe Ameideflat nooit op de foto gezet omdat ik het gebouw op zichzelf interessant vind. Ik heb ook geen camera waarmee ik de details van activiteiten achter de ramen van het flatgebouw kan laten zien. Wat ik wel heb is mijn Canon Powershot G10. Die heeft weliswaar niet de kwaliteiten van mijn spiegelreflexen EOS 6D en 7D, maar hij levert nog altijd een beter beeld dan de camerafuncties van mijn iPhone. En ik kan de compacte G10 overal in mijn jaszak mee naartoe nemen. 
Toen ik De Ameideflat vanavond goudgeel zag stralen in het licht van de ondergaande zon, was ik dan ook zeer verguld met mijn powershotje. Vanaf nu mag dit gebouw van mij in plaats van 'aauw maideflat' ook (g)ouwe mensenflat heten.

'Aauw maidenflat' wordt '(g)ouwe mensenflat'

zondag 5 januari 2014

Hoop

Even overwogen we om vanmiddag de stad op te zoeken, waar ik me weer lekker zou kunnen uitleven in straatfotografie. Maar met dit zeldzaam mooie weer in januari stond een wandeling door bos en heide ons beter aan. 
Ik nam me voor om een middagje te besteden aan natuur- en landschapsfotografie. Het gebeurt lang niet altijd, maar vanmiddag nam ik zelfs een statief mee met mijn camera en een paar objectieven. 
Omdat we eerst uitgebreid hadden geluncht in het restaurant bij het begin van onze wandelroute, was het al wat later voor we aan onze wandeling begonnen. De zon verdween achter de wolken en het landschap lag er opeens wat sombertjes bij. Ik fotografeerde een paar bomen en boomstammen die door structuur en vorm in zwart-wit wel krachtig zouden werken, nam ik aan. Voor dit soort fotografie waren licht en landschap vanmiddag ideaal. 
Toch won de kleur het ook vandaag weer van zwart-wit. Het was nog geen vier uur toen ik de rood-gele gloed van de ondergaande zon boven een bosrand zag. Als je om je heen keek was het nog gewoon licht, maar met een klein diafragma voor de scherptediepte en 100 iso met sluitertijden van 1/125 en 1/60 seconde kreeg ik heel aardig een avondstemming in mijn foto's. De wolkenlucht tekende donker af, bomen werden silhouetten en het zonlicht boven de bosrand gloeide in volle glorie. 
Toen ik deze foto maakte realiseerde ik me dat licht aan de horizon voor veel mensen het symbool is voor hoop op betere tijden. Ik vroeg me af waarom. Want wie wel eens buiten komt, weet dat het licht aan de horizon ook het voorportaal van duisternis kan zijn. Maar vooruit: ik start het nieuwe jaar met licht aan de donkere horizon. Dat het een ondergaande zon is zie je niet op deze foto en bovendien worden de nachten alweer korter. 

De nachten worden alweer korter.

zondag 29 december 2013

Griebelgrauw

Een kapellekeswandeltocht in het griebelgrauw barst van de fotografische uitdagingen. Om dat te begrijpen moet ik eerst iets uitleggen. 
Griebelgrauw is in ons dorp dialect voor schemering. En de kapellekeswandeltocht is een activiteit die vandaag voor het eerst gehouden werd. Het is een wandeling van acht kilometer langs vier kapelletjes en een kerststal. Volgens de organisatie liepen er drieduizend mensen mee. 
Het was een prachtig schouwspel van volwassenen en kinderen met zaklampen, rode en witte ledlichtjes en reflecterende oranje en gele hesjes. De wandelaars konden om vier uur vanmiddag vertrekken en het griebelgrauw werd voor mij als fotograaf veel eerder pikdonker dan me lief was. Maar mijn Canon EOS 6D kan met gemak hoge ISO-waarden aan en met passende inzet van mijn speedlightflitser – keurig in balans met het restje omgevingslicht, kaarsen en vuurkorven – kwam ik met enkele tientallen fraaie foto's thuis. 
Er was bijvoorbeeld een foto bij van spelende kinderen bij een vuurkorf, waar ik van de nood een deugd maakte. Ik moest kiezen voor een lange sluitertijd en bij gebrek aan een statief zette ik de camera op de grond. Het lage standpunt leverde een verrassend krachtige foto op. 
Bij de foto die ik hier toon heb ik ook van de nood een deugd gemaakt. Ik wilde in het kapelletje een foto maken, maar er waren zoveel mensen binnen dat de lens van mijn camera besloeg. Ik maakte nog wel een mysterieuze foto van wazige figuren, maar die kon me niet bekoren. Buiten was de condens weer snel verdwenen en keek ik eens door het lage raam waarachter sinds mensenheugenis een corpus van Christus ligt. Mensen kunnen daar roestige spijkers offeren om te genezen van huidziekten. 
Ik prijs de Heer voor dit Goddelijke gebruik, want dankzij die ruit op kniehoogte kon ik toch een foto met vreemd perspectief maken van de binnenkant van de kapel. De vlekken in beeld zitten overigens niet op de sensor van mijn camera, maar op de ruit.
De allergrootste uitdaging van deze wandeltocht vond ik nog wel om onderweg op de pikdonkere modderpaden niet uit te glijden en met buikschuiver boven op mijn dure fotospullen in een plas water terecht te komen. Ook dat is gelukt. Als ik nog eens in een kapel kom zal ik een kaarsje aansteken.

Een avond vol uitdagingen.

zondag 15 december 2013

Nazareth

Te pas en te onpas wordt een cultureel centrum wel aangeduid als cultuurtempel. In ons dorp ligt de kapel van klooster Nazareth wel erg dicht bij die lettelijke betekenis van cultuurtempel. Ooit was het immers de gebedsruimte in het nonnenklooster. Nadat de kloosterzusters vertrokken waren werd de kapel, die een rijksmonument is, het domein van muzikanten en beeldende kunstenaars die er optraden en exposeerden. 
Maar het klooster is voor de gemeente, die eigenaar is, onbetaalbaar geworden. Er zijn niet voldoende inkomsten om de ruimte te blijven gebruiken. De gemeente gaat er nu uit oogpunt van kostenbesparing het licht uitdoen en de verwarming dichtdraaien. Gisteren was er een soort van slotmanifestatie, die tevens nog één keer moest aantonen hoe uitermate geschikt de kapel is voor zijn rol als cultuurtempeltje. Er traden muzikanten en zangers op, er werd voorgelezen uit eigen werk en er werd kunst geëxposeerd. 
Zelf had ik er nooit geëxposeerd. Toch voel ik me betrokken bij het cultuurhart dat in die kapel klopte. Ik ging er even kijken en nam mijn camera mee. Ik wilde nog een paar foto's maken van die mooie kapel en zijn gebruikers. Terwijl ik daar foto's maakte, kwam bij mij het idee op om op de valreep nog even te exposeren. Ik overlegde de mogelijkheden met de organisatie en ging naar huis om in foto's een klein beeldverhaal van de laatste culturele bijeenkomst af te drukken. 
Binnen anderhalf uur nadat ik de laatste foto maakte in de kapel, hingen er de rest van de avond vijftien foto's. In elk beeld toonde ik kinderen die zich vermaakten tijdens dit culturele evenement. Zij hebben de spreekwoordelijke toekomst, maar straks geen kapel meer. Amen.

Nog één keer applaus. Amen.



zondag 8 december 2013

Vierkante meter

Onze reis per Hurtigruten in oktober leverde me een mooi fotoboek en een fotokalender voor 2014 op van Noorse winterlandschappen. Inmiddels lees ik Stallo van de Zweedse schrijver Stefan Spjut met in de hoofdrol natuurfotograaf Gunnar Myrén en het 1970 vierkante kilometer grote nationaal park Sarek in noord-Zweden. Daar maakte ik ook al eens ooit foto's. 
Na een eerdere reis over IJsland dacht ik alles wel voor de lens gehad te hebben, wat me kon bekoren in de landschapsfotografie. Vooral Nederland leek me niet veel meer te bieden te hebben. Ik werd meer en meer gepakt door de sociale en straatfotografie. Mensen in beeld, dat gaat me nooit vervelen denk ik. Maar af en toe schiet ik nog even een zijstraat in, als het aankomt op fotogafiegenres. 
Zoals vandaag, dicht bij huis, op De Stippelberg. Als je IJsland, de Noorse fjorden en het Zweedse Sarek hebt gezien, ga je anders naar landschappen kijken en zie je dicht bij huis ook weer leuke landschappen. Zo vergaat het mij althans. Ze boeien me niet door hun uitgestrekte wijdsheid, maar door details die op de vierkante meter voor je voeten liggen. Ik ging naar Noorwegen voor herfstfoto's en kwam terug met winterplaten. De herfst zag ik vandaag in Nederland, waar de meteorologische winter al begonnen is. 
Het waren niet de klassieke paddestoelen en geel-bruin-rode loverbomen, maar wel de vergankelijkheid van de natuur: een paar verwaaide herfstbladeren, een verloren pen uit een vogelwiek. De golven op het niet-stromend water verraden een kille windkracht 4. 
Tijd voor een bokbier en de volgende bladzijden van Stallo onder een leeslamp in een behaaglijk warm hoekje.

Blad en pen, maar niet om te scrhijven.

dinsdag 3 december 2013

Beneveld brein

Het kunstwerk braincar is ontegenzeglijk Mooij. Het is ontsproten aan het brein van de Rotterdamse kunstenaar Olaf Mooij. Of ik het ook mooi kan vinden? Dat vroeg ik me telkens af als ik er langs kwam. Ik vind het weinig verfijnd; gewoon een stel buitenproportionele, stompzinnige hersenen op een afgedankte Amerikaanse Ford Mercury. 
Dat het een verlicht brein is sprak me dan weer wel aan. 's Avonds ligt de braincar in verschillende kleuren te stralen in de Zuid-Willemsvaart in Helmond tussen de Havenwegbrug en de Julianabrug. Ik begrijp de link met brainport en automotiv waar het hedendaagse Helmond zich aan optrekt. Toch kreeg ik aldoor geen oog op die braincar. Ik kwam niet in de verleiding om er mijn camera op te richten. 
Vanmiddag wandelde ik over de Havenwegbrug en zag ik de braincar liggen, aan twee kanten afgemeerd, dobberend op het water. Opeens had ik een klik. Ik zag de wagen nu niet van opzij, zoals anders, maar van voren waar hij minder plomp oogt. Bovendien maakte de mist de wereld klein, waardoor het brein werd geïsoleerd van zijn omgeving. Ik haalde mijn good old Canon Powershot G10 uit mijn jaszak en maakte deze foto. 
Zoals wel vaker het geval is met een brein, is ook dit in benevelde toestand het leukst.

Mooij hè?

zondag 1 december 2013

IJsdansen

De kersttijd begint voor mij pas als Sinterklaas het land uit is. Met al zijn rode, groene en blauwe pieten. Pas dan ontstaat er in mijn sfeerbeleving ruimte voor gele kerstverlichting, groene kerstbomen, rode kerstmannen, blauwe kerstballen en de laatste jaren ook witte ijsbanen. Van die kleintjes op stads- en dorpspleinen
Vanmiddag maakte ik in het Waalse Durbuy foto's van schaatsende kinderen. De sfeer was onwezenlijk. In de houten kraampjes achter me werd glühwein geschonken. Er werden wollen mutsen verkocht. Er werd warm vlees en warme chocolade aan de man gebracht. En ik maakte foto's van schaatsende kinderen, zonder dat mijn vingers gingen tintelen en zonder dat ik een warme sjaal en muts droeg. Het was nog vijf of zes graden boven nul. 
Ik was allerminst in kerststemming. Een wintergevoel was er de afgelopen weken al wel ingeslopen tijdens ons bezoek aan een besneeuwd Noorwegen. Dus als ik me al op glad ijs begaf, dan zou het vooral letterlijk zijn. Maar ook dat deed ik niet. 
Ik bleef liever veilig achter de ballustrade waar ik niet omver gekegeld kon worden door snel schaatsende sportievelingen of stuntelende beginnelingen die zich aan alles vastgrepen wat ze op de been kon houden. Ik maakte een foto van een meisje dat al multitaskend met een gsm over het ijs schaatste. Ik maakte foto's van een klein meisje dat zorgvuldig door haar ouders bewaakt werd en na elke val direct weer op de been werd gezet. Ik maakte foto's van een jong stel dat heel verliefd klassiek over het ijs gleed. 
Ik maakte een serie foto's van een jongetje dat zich letterlijk met vallen en opstaan het schaatsen probeerde eigen te maken. De leukste foto uit die serie toon ik hier. Hij krabbelt na zijn zoveelste val overeind om direct daarna weer op de ijsvloer te kwakken. Maar op het moment dat ik hem hier vastlegde leek hij een volleerd ijsdanser.
De winter is nog jong. Misschien kan hij deze dans over een paar maanden zeer gecontroleerd uitvoeren en wint hij op de Olympische Spelen nog eens goud voor ijsdansen. En dan had ik die kampioen al gespot aan het begin van zijn carrière.


Talent voor ijsdansen?

zondag 24 november 2013

Zwarte Piet

Wie willen die aanstichters van de discussie over onderdrukking van de Sinterklaasknechten nou eigenlijk de zwarte piet toespelen? Ik ben ze dankbaar voor het debat dat ze op gang gebracht hebben, want het sterkt me eens te meer in mijn opvatting dat het een van de weinige oer-Nederlandse feesten is die we hebben en moeten houden.
We leven in een multiculturele samenleving en dan moet je tot op zekere hoogte rekening houden met elkaars geloof, zeden, gevoelens en cultuur. Maar die houding moet dan wel van beide kanten komen. Ik wil me als autochtone Nederlander best verdiepen in mensen van andere culturele samenlevingen, voor wie mijn land ook hun land is geworden. We delen hier dezelfde vrijheid. Maar het mag niet zo zijn dat een kleine groep een breed gedragen feest de grond in boort. 
Als de aanstichters van die pietendiscussie zich beroepen op rascisme, discriminatie en onderdrukking, dan ben ik niet erg gevoelig voor die argumenten. Ik heb nergens in de geschiedschrijving teruggevonden dat de zwarte pieten slaven van Sint Nicolaas waren. En anno 21ste eeuw zijn zwarte pieten allang geen primitieve boemannen meer, die het voor vorige generaties misschien ooit geweest zijn. Ze helpen als kindervrienden de kindervriend Sint Nicolaas en daar kan niemand van welke culturele samenleving dan ook iets op tegen hebben. 
Vanmiddag wandelde ik door Maastricht, de stad van de Limburgers; een volk dat in Nederland ondanks een blanke huid maar met een zachte g een culturele minderheid vormt.
Het was koopzondag in Maastricht en natuurlijk liep daar sinterklaas rond met zijn zwarte pieten. 
Bij de Bijenkorf maakte ik deze foto. Is die kleurig geklede persoon een Zwarte Piet? Je zou denken van wel, want zo kleden zwarte pieten zich doorgaans. Maar we weten het niet, want je ziet nergens een huidskleur. Piet zwaait vriendelijk naar dat kindje met die donkere huidskleur? Zou het niet jammer zijn als dat meisje een oer-Nederlandse feest zou moeten missen?

Ze staan er gekleurd op.

zaterdag 9 november 2013

Kasteel

Mijn eerste foto maakte ik van de kasteeltoren in Gemert. Ik was nog geen twaalf en had het boxcameraatje van mijn moeder stiekem in mijn jas gestopt, toen we gingen wandelen. De foto was zo goed gelukt, dat ik op mijn twaalfde verjaardag van moeder mijn eerste camera kreeg. 
Ik dacht er vanmiddag aan toen we door de kasteeltuin wandelden. Die was vandaag opengesteld voor publiek en dat was bijzonder, want die is tegenwoordig gesloten. Hoe lang is het ook al weer geleden dat de paters van de Heilige Geest hier vertrokken en de kasteelpoorten achter zich op slot deden? Mijn vrouw en ik vroegen het ons af toen we met veel dorpsgenoten door de zo vertrouwde tuin wandelen. Twee jaar? Of al drie jaar geleden? Ik heb het opgezocht. Het was in mei 2010. 
Sindsdien zijn plannenmakers druk in de weer om een nieuwe bestemming te geven aan het kasteel. In afwachting daarvan, kunnen de paters het nog altijd niet definitief verkopen. En zodoende blijft de vroeger zo gastvrij opengestelde tuin dicht. Het kasteel is intussen nog wel gerestaureerd en dat konden we vandaag aan de buitenkant bekijken. Hopelijk raakt het niet alsnog snel in verval. Want vocht en leegte zijn ernstige bedreigingen voor het eeuwenoude complex. 
In het Gemerts volkslied zingen we 'Wor 't kestaël már deeger stí, in 't aawe graft te droome, òf 'r van 't laand van óvverzaë, wír Daojtse Ridders kòmme'. Die ridders zullen niet meer komen. Maar wat komt er wel?
Ik had mezelf vandaag uitgedaagd om een foto te maken waarin ik het gevoel uitdrukte dat in Gemert heerst: we zijn ons kasteel aan het verliezen. 
Opeens zag ik die verwelkte roos. Ik stelde scherp op de roos en liet het kasteel op de achtergrond vervagen. Hoe kwestbaar kan een eeuwenoud kasteel zijn? Door mijn hoofd speelde het versje 'Rozen verwelken, schepen vergaan' en ik mijmerde: 'Zal dit kasteel nog eeuwen bestaan?'

Rozen verwelken. Zal dit kasteel nog eeuwen bestaan? 

maandag 28 oktober 2013

Zonder kleur

Van mij zie je weinig zwart-wit foto's. Ik fotografeer bij voorkeur op straat en kleur is daarbij vaak zeker zo belangrijk in het beeldverhaal, als vorm, structuur en compositie. 
De landschapsfoto's die ik hier de afgelopen dagen plaatste waren ook in kleur. Want het noorderlicht spreekt pas echt, als de groene kleur tegen de donkere hemel afsteekt. En een regenboog is ook op een foto pas een regenboog als er alle spreekwoordelijke kleuren van de regenboog op te zien zijn. 
Er zijn weliswaar briljante zwart-wit foto's van regenbogen, maar die moet je dan toch vooral zoeken bij zwart-wit kunstenaars als Ansel Adems. Hij maakte in 1947 een fantastische foto van de Nevada Fall Rainbow. Adems was de bedenker van de toonschaal waarop de grijswaarden van een foto in trapjes verdeeld worden. Zo heeft een fotograaf de volledige controle over grijstonen. Daardoor kon Adems zelfs een regenboog zonder kleur boeiend vastleggen. 
Hoewel ik in het digitale tijdperk met perfect beheersbare kleurnuances de voorkeur geef aan kleurenfoto's, waag ik me af en toe nog wel eens aan een zwart-witje. De opname moet zich er dan wel voor lenen. Structuur, vorm en compositie moeten een aansprekend beeld neerzetten, waarbij kleur eerder storend dan ondersteunend werkt. 
Op de laatste zeemijlen van onze Hurtigerute maakte ik gisteren zo'n foto in de Sognefjord in Noorwegen. Er viel prachtig zonlicht op de rotsen en op het water. De hoofdkleur in het landschap was grijsachtig blauw. In voegde vignetering in de hoeken toe om het beeld in te sluiten en door het weglaten van de kleur en het aanscherpen van de contrasten won het beeld aan kracht. 
Nu hoeft cabaretier Henk Elsink me vanuit zijn graf ook niet toe te roepen dat de kleur misschien toch eerder blauwachtig grijs zou zijn.

Niet grijsachtig blauw, niet blauwachtig grijs, maar zwart-wit .