zaterdag 9 april 2011

Respect

"Kijk, badmutsen." Mijn collega kijkt naar buiten, naar de overkant van de weg. Ik volg zijn blik en zie twee Arabische mannen met een kind. De mannen praten met elkaar, het kind drentelt om hen heen. Alledrie dragen ze een muts.
Mijn collega ken ik als iemand die zich verbaal vrij radicaal en ongenuanceerd kan uiten. Hij provoceert graag. Het zet aan tot scherp denken. "Badmutsen", dat klinkt tamelijk respectloos voor de mannen met hoofddeksels die we in dit land van klompen, poffers en Jan met de Pet van huis uit niet gewend zijn.
Gelukkig zit het echte respect meer in gedrag dan in woord. Mijn collega bedoelt het niet kwaad. Die 'badmutsen', dat is meer een grapje dan een belediging. Mijn collega heeft veel respect voor andere culturen. Hij is nota bene getrouwd met een Aziatische vrouw. Hij is tolerant en komt op voor minderheden.
Zo onder ons accepteren we van elkaar grapjes die grof, schunnig en bepaald niet altijd even subtiel zijn. Het is meer zoals cabaretiers onze samenleving op de hak nemen.
Inderdaad, die hoofddeksels van deze Arabische mannen hebben wel enige gelijkenis met badmutsen. Waarom die mannen deze hoofddeksels dragen en of ze in hun geloof of cultuur een betekenis hebben, dat weet ik niet.
In zo'n situatie ben ik wel blij dat ik altijd een camera bij de hand heb. Mijn Canon Powershot G10 levert meer dan voldoende pixels voor een flinke uitsnede, zodat ik een heleboel niet ter zake doende omgeving weg kan snijden. Wat overblijft is een foto van een vriendschappelijke ontmoeting op straat. Als straatfotograaf maak ik graag een foto van dit soort spontane taferelen en dan maakt het me niet uit wie ik voor de lens krijg, want ik wil niet discrimineren.

Goed gemutst.

zondag 3 april 2011

Ardennerstrand

In het weekend was ik in Ardennen-aan-de-zee. Wat bazel ik nou? Is mijn geografisch kennis van slag? Ik denk van niet. Ik liep over een Ardennerstrand. Het was er 22 graden en ik zag een kindje pootjebaden op 380 meter boven de zeespiegel.
Ik geef het toe. Alle zeeën die ik tot nu toe kende waren groter dan deze. Maar een kind heeft geen oceaan nodig om zich te amuseren. Of het nu door de golven aan de kustlijn loopt, of door een modderplas op een landweggetje bij Wéris, dat is alleen voor de ouders belangrijk. Want hier dreigt geen verdrinkingsgevaar. Hier verlies je je dochter niet uit het oog. Hier kun je vanaf het droge de hand reiken als het nodig is. Na de waterpret snel de modder van de voetjes vegen en hup, terug naar huis. Geen files, hooguit van een paar quads of tractoren.
Ik zag het allemaal gebeuren tijdens een lentewandeling door de Ardense heuvelen. Natuurlijk had ik een camera bij me. Ik fotografeerde het landschap en leuke details in dat landschap. Zoals een menhir, misschien ooit achtergelaten door Obelix op weg van Barvaux naar Érézee (aha, zo heet dus die zee). Die menhir, die staat er echt. Dat-ie door Obelix is achtergelaten daarvan was ik minder zeker, dan dat ik hier in Ardennen-aan-de-zee was.
Want ik heb zelf gezien hoe een gezinnetje zich vermaakte aan de waterkant. Ik maakte een paar foto's. Meisje aan de hand van papa, broertje kijkt toe hoe meisje met papa aan de hand door water waadt, meisje alleen in het water. Die laatste vind ik het mooiste. Die enorme ruimte waar ze zich helemaal in zichzelf gekeerd alleen in de zee waant. Waar vind je nog een strand voor jezelf? Wel, in Ardennen-aan-de-Zee. Met een zee van ruimte.

Een zee van ruimte.

zondag 27 maart 2011

Bondswedstrijd

Fotograferen is geen sport en dus vind ik fotowedstrijden altijd van een betrekkelijk belang. Toch stimuleer ik elk jaar de deelname van onze fotoclub aan de Bondsfotowedstrijd van de Nederlandse Fotobond.
In onze fotoclub bespreken we samen foto's om ervan te leren. Elk oordeel is subjectief, want bij fotografie draait het vooral om gevoel. Wat spreekt je aan? En hoe komt het dan dat de ene foto je wel raakt en de andere niet? We doen dat in ons eigen clubkringetje, maar we hebben niet de wijsheid in pacht. Daarom is het goed om eens te kijken wat andere clubs maken. De Bondsfotowedstrijd is daarvoor een goed platform.
Onze club scoort er elk jaar bovengemiddeld goed. Vandaag werd de uitslag van de Bondsfotowedstrijd 2011 bekend gemaakt en we bleken in een veld van 182 deelnemende clubs op een 27ste plaats te zijn geëindigd. Dat is onze beste prestatie ooit, want in vorige jaren waren we 90ste (in 2010), 44ste (2009) en 33ste (2008).
We lopen dus bij het beoordelen van onze foto's niet uit de pas met de landelijke trend.
Bij de tien door onze club ingezonden foto's zat er eentje van mij. Op een schaal van nul tot dertig scoorde deze foto 21 punten. De landelijke winnaars behaalden 25 punten. Bij onze club werden nog twee foto's met 21 punten gewaardeerd, de laagste score was 18 punten en dat is nog altijd maar een fractie onder het landelijk gemiddelde van 18,5 punt.
De foto die ik instuurde voor deze wedstrijd maakte ik in oktober vorig jaar op een begraafplaats van gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog in het Belgische Ieper. Je ziet een kruis. Op de achtergrond zie je graven. Die vrouw, is dat dan een treurende weduwe? Ik weet wel beter. Deze dame is te jong om te rouwen bij een overleden echtgenoot uit WO I. Het is mijn vrouw en ze verrekt van de kou in een kil najaarsbriesje.

Geen oorlogsweduwe.

zaterdag 26 maart 2011

Bizar

Het overkomt me niet vaak dat ik niet goed raad weet met een foto. Zeker niet als ik die zelf gemaakt heb. Maar nu heb ik er eentje. Ik had even geen flauw idee wat er op deze foto gebeurt, terwijl ik het met eigen ogen gezien moet hebben. Bij nader inzien zag ik pas het gezichtsbedrog dat veroorzaakt wordt door de geringe doortekening in de broekspijpen. Het standbeen gaat schuil achter het licht gebogen been. Dit is dus een toevalstreffer, maar wel een fraaie, vind ik zelf.
We waren vandaag met onze fotoclub op excursie in de Helmondse nieuwbouwwijk Brandevoort. Een poosje geleden besteedden we op een clubavond aandacht aan architectuur en nog voor het licht van de beamer uit was kwam van diverse kanten de vraag of we daar eens niet een uitstapje aan konden wagen. We hadden nog een excursie tegoed volgens onze jaarplanning en dus zocht onze excursiecommissie een bestemming.
Het werd Brandevoort, ooit door de Britse prins Charles geprezen om zijn knappe staaltje van architectuur. Alles ademt er de sfeer van een vestingstadje, terwijl de wijk nog maar net tien jaar oud is. Niks historie. Alles nep. Maar wel mooi nep. Voor fotografen is het om van te smullen.
Zoals zo vaak ben ik dan weer dwars en eigenwijs. Die architectuur die iedereen voor zijn lens haalt, vind ik maar heel even interessant. Ik ken al die foto’s van Brandevoort intussen wel en ik had geen inspiratie om er origineel mee aan de slag te gaan. Ik keek eens rond en zag in het station een rare spat op de traptegels van de brug die de voetgangers over het spoor leidde.
Ik richtte mijn lens op die rare vlek en maakte er een paar foto’s van.
Als mensenfotograaf ben ik pas tevreden als er ook iets van mensen op de foto staat. Dus wachtte ik telkens tot er iemand in beeld stapte en drukte dan af. Deze foto viel me op in de serie die ik maakte. Ik zag maar één been. En dat ene been stapt precies zo op de donkere spat, dat het lijkt alsof het op een landmijn trapt. Boem. Weg been. Bizar.

Op het verkeerde been gezet.

zondag 13 maart 2011

Grote Fik

De grote branden waar ik beroepshalve met mijn neus voorop stond waren meestal kleine rampen en vaak onbedoeld ontstaan. Ik zal niet zeggen dat ze altijd onbedoeld ontstonden, want soms kon je opzet vermoeden zonder dat daarvoor later in de ravage bewijzen te vinden waren.
Dit weekend stond ik weer eens vooraan bij een grote brand. In dit geval was er opzet in het spel. De toeristenbureaus in de regio hadden de brand al ruim vantevoren aangekondigd en ik heb met eigen ogen gezien dat jongelui met fakkels en gasbranders de fik hebben aangestoken. Een vuurzee verwoestte een stapel hout zo groot als een woonhuis.
Het was te doen in het Waalse dorpje Somme-Leuze. Dit feest heet in deze streek Grand Feu. Met deze Grote Fik vieren ze hier dat de winter voorbij is. Kerstbomen en ander overbodig stookhout worden verbrand en de lente kan beginnen. Het water in de buurt wordt niet gebruikt om te blussen maar om glazen te spoelen. En het schuim zit hier op het bier in niet in schuimblussers. De feesttent staat op veilige afstand, de dreun van de feestmuziek hield ons in ons weekendhuis een paar kilometer verderop tot diep in de nacht uit de slaap en het vuur ging vanzelf uit.
Hoewel ik hier vorige jaren ook al foto's maakte, nam ik toch maar weer mijn camera mee. Waar veel mensen samenkomen vind ik altijd wel een mooi sfeerbeeld. In dit geval betrapte ik iemand in het publiek die met een mobieltje een foto maakte. Als het primair om de herinnering gaat, is zo'n fotootje al snel goed genoeg. Maar wil je een mooie foto dan  heb je onder deze omstandigheden toch wel beter materiaal nodig dan de kleine sensor en het plastic lensje, waarmee de meeste mobieltjes zijn uitgerust. Om deze fik vast te leggen had ik een Canon 7D in mijn fikken.

Foto of herinnering?

woensdag 9 maart 2011

Held

Het wordt zo langzamerhand traditie dat we de dag na carnaval doorbrengen in Burgers Zoo in Arnhem. Ik kan er lekker ontspannen bijkomen van een slopend carnavalsfeest. Als het slecht weer is kun je je in de overdekte Bush, Ocean en Desert amuseren. Bij goed weer valt er ook buiten vanalles te beleven. Ik neem steevast mijn camera's mee, maar ik voeg me niet bij het legertje apenfotografen dat je op zo'n dag tegenkomt. Ik let vooral op de mensen die aapjeskijken.
Op mijn foto's spelen mensen de hoofdrol en probeer ik de dieren op de foto een bijrol te geven. Mensen zijn meestal zo in beslag genomen door het dierenvermaak, dat ze niet in de gaten hebben dat ik ze fotografeer. Als ze het wel in de gaten hebben, dan laten ze me rustig mijn gang gaan, is mijn ervaring. De mensen staan vaak heel spontaan op mijn foto's: wijzend naar dieren in hun hokken, lachend om de malle gedragingen van de beesten, zoiets. Kinderen doen het dan meestal nog het beste, omdat ze hun pure emotie uiten.
Vanmiddag kreeg ik een prachtig tafereeltje voor mijn lens. Een broertje en een zusje waren geschminkt als tijgers. Ik trof ze voor het verblijf van de bengaalse tijgers. Zusje had het er niet op en broertje sloot haar als een ware held in zijn armen. De tijger op de achtergrond had er geen oog voor.
Zelf had ik een wat dubbel gevoel bij het dikke glas dat ons van de tijger scheidde. Aan de ene kant verpeste de reflectie in het glas een scherpe doortekening van de tijgervacht, aan de andere kant zou ik hier waarschijnlijk niet durven staan als er geen glas tussen mij en dat beest zou zitten. Want die held had zijn handen al vol aan zijn zusje.

Wie is hier de tijger?

zondag 6 maart 2011

Uitbundig

Carnaval is een mooi feest. Je kunt er naar kijken, je kunt er van genieten, je kunt er helemaal in opgaan. Het is een feest van kleur en creaties, van muziek, bier en plezier. Ik vier het graag, vier dagen per jaar. Foto's maak ik op deze dagen niet. Ik mis dan de scherpte.
Na een mooie eerste carnavalsavond stond ik vanmorgen verbazend fris en monter naast mijn bed. Dat was in het verleden wel eens anders. Ik had zelfs zin om mijn fotocamera mee te nemen, toen we naar de optocht in ons dorp gingen kijken.
In het fotograferen van carnavalsstoeten heb ik nooit zo'n geweldige uitdaging gezien. Iedereen maakt foto's en waarin kun je je dan nog onderscheiden in die geweldige variatie aan foto's? Vandaag vond ik het antwoord. Wat me opvalt als ik naar carnavalsfoto's kijk is veel kleur, mooi verklede mensen en prachtige praalwagens.
Wat me ook opvalt is dat je zelden het uitbundige van het carnavalsfeest op een foto terugziet. Mensen poseren om met hun kleding te pronken, ze gedragen zich enigszins verkrampt leuk voor de fotograaf en als ze al zingen en in de handen klappen dan is het uitgelatene weggespoeld door drank of vermoeidheid. Let op de doffe blik in de ogen op veel carnavalsfoto's.
Ik gaf mezelf de opdracht om in de optocht op zoek te gaan naar het uitbundige karakter van dit feest. Daarbij ging ik de worsteling aan met de harde slagschaduwen die de zon over de optocht wierp. Ondanks de harde contrasten heb ik gemaakt wat ik wilde maken: een foto van uitbundig carnaval. Hoogste tijd om er nu zelf weer in onder te duiken. Ik ga het geslepen glas van mijn objectieven weer vervangen door het bierglas.

Het carnaval dat ik zocht.

dinsdag 22 februari 2011

Geënsceneerd

Elke grote kunstenaar heeft wel eens een zelfportret gemaakt. Elke grote schrijver laat zich wel eens in zijn ziel kijken. Ik ben geen groot kunstenaar en geen groot schrijver. Toch heb ik me vanavond aan een zelfportret gewaagd. Al is het geen écht zelfportret. U leert me door deze foto niet kennen.
Jazeker, die persoon op de foto ben ik. Maar ik ben niet somber, niet zwaar op de hand. Dit is gespeeld, geënsceneerd. Het beeld moet iemand voorstellen met een depressief gemoed. Die krant, icoon van een somber wereldbeeld. Dat glas wijn, de alcoholist verdrinkt zijn sombere stemming. Die foto's op de kast daar achter. Overleden dierbaren.
De boodschap in de foto wordt ook door het licht gestuurd. Eén kant van mij is belicht; in het licht staat het glas wijn. Symbool voor vreugde en plezier dat door alcohol moet worden opgeroepen. Mijn overleden familie staat aan mijn donkere kant. Symbool voor verdriet en neerslachtigheid. Wat kan de wereld nog aan vrolijks bieden?
Welnu, dat zal ik u zeggen: een mooie foto die een verhaal uitdrukt. Maar wel een verzonnen verhaal. Mijn karakter is opgewekt. Optimistisch van aard. Van nature ben ik vrolijk. Ik heb me weer lekker vermaakt met mijn fotohobby.
Het was een leuk experiment om deze foto te maken. Eerst moest ik scherpstellen op het punt waar ik ging zitten. Daarna de autofocus uitschakelen. Het was even uitproberen hoe de flitser moest staan om het mooiste licht te krijgen. De zelfontspanner moest me voldoende tijd geven om te gaan zitten. Alles onder controle? Dan is deze foto het resultaat.
Ik kan heel goed vrolijk zijn zonder alcohol. Maar wat doe je met een rekwisiet als een glas wijn? Vooruit dan. Het glas staat in de vaatwasser. De wijn was lekker.

Vrolijk of depressief?

zondag 13 februari 2011

Aankijken

We maakten een stadswandeling door Den Bosch en ik zag weer een heleboel mooie fotomotieven. Ik fotografeerde weerspiegeling in het water, maar die foto durf hier niet te tonen na mijn blog van 20 januari waarin ik dit soort fotomotieven als al te gemakkelijk wegwuifde. Ik fotografeerde ook architectuur, omdat we het daar woensdag op onze fotoclub over gaan hebben. Ik maakte foto's in de Sint Jan, waar op dit moment het middenschip in de steigers staat. Een werkliftje aan een hydraulische arm kon wat mij betreft zo doorgaan voor preekstoel, maar ik vond die gedachte leuker dan de foto die ik er van maakte.
Voor de Grote Kerk van de Protestante Gemeente aan de Kerkstraat zag ik een meisje dat met stoepkrijt op de trappen tekende. Ik maakte een foto, maar die kon beter, vond ik. Voor ik de tweede maakte had ze me in de gaten en keek ze me aan. Ik keek terug. Het had iets van: elkaar net zo lang aankijken tot een van de twee in de lach schiet. Maar het had ook iets van wildedierengedrag: wie beweegt het eerst en slaat op de vlucht?
Het leek me meer een brutaal dan een bang kind, dus ik had niet de indruk dat ze rap onder moeders rokken zou vluchten en een traumatische ervaring of een slapeloze nacht zou overhouden aan onze confrontatie. Even later tekende ze rustig verder en maakte ik nog een foto. Maar deze foto, met oogcontact, vind ik toch de mooiste. Als ze met een katachtige sprong overeind gekomen zou zijn, was ik misschien wel gevlucht.

Brutaal of bang?

zondag 6 februari 2011

Handicaps

Op het golfterrein tussen Milheeze, Bakel en Gemert maakte ik foto's toen de baan nog lang niet klaar was, toen de baan bijna af was en toen er sneeuw lag. Telkens was het een ander landschap. Vanmiddag waren we er weer en ik zag golfers.
Ieder z'n hobby, dacht ik toen ik mensen van hoog in de vijftig en ouder een balletje zag wegmeppen. Het houdt je lenig want je moet bukken en zwieren, het houdt je hart-longconditie op peil want je moet flinke afstanden lopen en je kunt een competitie aangaan met medespelers, al dan niet met handicap.
Mijn liefhebberij is het niet. Al zie ik wel overeenkomsten met mijn hobby. Fotograferen houdt me lenig, want ik moet bukken, knielen en klimmen om mooie standpunten te bereiken, het houdt mijn hart-longconditie op peil want ik moet flinke afstanden sjouwen met mijn fotoapparatuur en ik moet ook een prestatie neerzetten, al dan niet met handicap.
Deze middag had ik af te rekenen met twee handicaps: er was weinig licht en het waaide hard. Omdat het me leuk leek om op deze uitgestrekte vlakte de diepte uit het beeld te halen en voor- en achtergrond in elkaar te drukken, koos ik voor een royale telelens. Daarvoor is een korte sluitertijd nodig, vooral bij de rukwinden die me af en toe uit balans brachten. De voor die korte sluitertijd benodigde hoeveelheid licht ontbrak. Dus moest ik uitwijken naar een hoge ISO-waarde. Gelukkig kan mijn 7D probleemloos 1000 ISO aan.
Deze foto bracht me nog het meeste van al wat ik zocht. Het beeld is over grote afstand mooi plat in elkaar gedrukt. Wat de foto naar mijn gevoel spannend maakt is het feit dat ik niet weet wat die man ziet, terwijl ik als fotograaf dezelfde richting in kijk. Ik zal het verklappen: daar ligt een golfbaan.

Wat ziet hij dat ik niet zie?