Had ik het in mijn vorige blogje nog zo gezegd: ‘met macro- of dichtbijfotografie houd ik me zelden bezig en insecten zijn er alleen maar om dood te slaan als ze op een terrasje aan mijn frisdrank willen lurken’.
Gisteravond was een zeldzaam mooie zomeravond en wij zaten op het terras achter ons huis lekker te eten. De meeste wespen hielden zich koest, maar een paar waren er toch wel. Mijn vrouw, die het niet op die zoemende steekbeestjes heeft, was er al een keer voor naar binnen gevlucht.
Mij lieten ze met rust tot het toetje op tafel stond. Een lekker zoet mengsel van vanille, caramel en chocolade. Ik kon geen lepel naar mijn mond brengen of een wesp probeerde mee te genieten van de lekkernij.
Ik heb hem nog gewaarschuwd: “Moet ik het even scherp stellen? Wil je ook op mijn weblog?” Nou zijn wespen geen tengere pantserjuffers die minutenlang stil kunnen blijven hangen in de lucht. Dus heb ik hem met een tijdschrift een flink schouderklopje gegeven. De wesp bleef voor dood liggen, maar terwijl ik hem in zijn volle omvang op de display van mijn G10 bekeek, begon er eerst een vleugeltje te bewegen, toen een pootje, toen draaide hij zich om. En toen? Kreeg hij nog een flinke mep, want bij macrofotografie is het erg belangrijk dat het onderwerp goed stil ligt. De wesp was ex-wesp en snoept nou waarschijnlijk van emmers vol toetjes in de wespenhemel. En ik begin macrofotografie zowaar nog leuk te vinden. Ik heb twee stoppen overbelicht om het wespenlijkje goed belicht te krijgen op het bijna witte tafelblad. Alleen de scherptediepte van de chocoladeveeg valt een beetje tegen.
Fotograferen is mijn passie. Ik ben er dagelijks mee bezig. Laat ik het even scherp stellen: ik fotografeer niet alleen in opdracht, maar maak ook vrij werk. Gewoon voor mijn plezier. Ik bekijk foto's van anderen, lees over fotografie, praat erover, schrijf erover, doe inspiratie op en deel mijn passie met de leden van de Foto Expressie Groep Gemert. En ook met U, bezoeker van dit blog. Welkom!
zondag 16 augustus 2009
dinsdag 11 augustus 2009
Tengere pantserjuffer
Ik was vandaag weer in Zoo Parc Overloon. De allereerste foto op dit blog was van twee cheetahs die ik in Overloon fotografeerde. Bijna een jaar later heb ik daar nog een vervolg aan gegeven. Vandaag fotografeerde ik ze weer, net als de aapjes, verschillende vogels, de kamelen, stokstaartjes. Het kwam allemaal weer voor mijn lens en ik had geluk dat ze volop in leven waren. Geen luiwammesbeesten, zoals je vaak in dierentuinen aantreft. Nee, actie. Het leverde tal van mooie plaatjes op, zoals van tak naar tak springende apen en vogels die zich met veel gespat en gespetter in water wasten.
De foto die ik hier toon, heeft met dierentuindieren niet zo veel van doen. En ook niet met mijn fotografievoorkeuren. Met macro- of dichtbijfotografie houd ik me zelden bezig en insecten zijn er alleen maar om dood te slaan als ze op een terrasje aan mijn frisdrank willen lurken. Toch fotografeerde ik vanmiddag in de vlindertuin van Zoo Parc Overloon een insect. Gewoon, omdat ik er dicht bij kon komen en omdat deze libel alle geduld van de wereld met mij had. Ze bleef onverstoorbaar stationair draaiend aan de tak sabbelen.
Verstand van dieren heb ik niet. Apen zijn apen en ondersoorten kan ik geen naam geven. Ook deze libel was maar een simpele libel, tot ik een poging waagde om het beestje via internet te determineren. Ik zag al surfend op het net veel mooiere foto’s van libellen langskomen dan die ik vanmiddag maakte. Maar er was iets wat me frapeerde: deze libel herkende ik als de tengere pantserjuffer. En voor alles met een pantser hebben ze in Overloon nog een ander museum neergezet: het Nationaal Oorlogs- en Verzetmuseum. Was die tengere pantserjuffer dan een dwaalgast in het Zoo Parc? Vergeten te vragen.
De foto die ik hier toon, heeft met dierentuindieren niet zo veel van doen. En ook niet met mijn fotografievoorkeuren. Met macro- of dichtbijfotografie houd ik me zelden bezig en insecten zijn er alleen maar om dood te slaan als ze op een terrasje aan mijn frisdrank willen lurken. Toch fotografeerde ik vanmiddag in de vlindertuin van Zoo Parc Overloon een insect. Gewoon, omdat ik er dicht bij kon komen en omdat deze libel alle geduld van de wereld met mij had. Ze bleef onverstoorbaar stationair draaiend aan de tak sabbelen.
Verstand van dieren heb ik niet. Apen zijn apen en ondersoorten kan ik geen naam geven. Ook deze libel was maar een simpele libel, tot ik een poging waagde om het beestje via internet te determineren. Ik zag al surfend op het net veel mooiere foto’s van libellen langskomen dan die ik vanmiddag maakte. Maar er was iets wat me frapeerde: deze libel herkende ik als de tengere pantserjuffer. En voor alles met een pantser hebben ze in Overloon nog een ander museum neergezet: het Nationaal Oorlogs- en Verzetmuseum. Was die tengere pantserjuffer dan een dwaalgast in het Zoo Parc? Vergeten te vragen.
zaterdag 8 augustus 2009
Intiem
Vierduizend mensen waren er gisteravond op de been in de kasteeltuin in Helmond. Daar werd het vijfde van zeven kasteeltuinconcerten gegeven in dit zomerseizoen. In die menigte ging ik op zoek naar individuen die zich vermaakten. Dat viel niet mee, want met een camera en een flitser trok ik nogal de aandacht. Dus onderbraken mensen de dingen waar ze mee bezig waren en wilden geposeerd op de foto. Of ze liepen weg.
Vooral later op de avond, toen de stemming en het bier er goed inzaten, werden mensen steeds brutaler. Voor sommige meiden was mijn camera het excuus om die leuke jongen om de hals te gaan hangen voor een lekker intieme foto. Ze hoefden soms niet eens het resultaat te zien, want het lijfelijk contact was gelegd. Bedankt fotograaf.
De flitser heb ik trouwens niet vaak gebruikt. Met een lichtsterk 50 mm-objectief van f/1.4 en de ISO-waarde op 800 kwam ik met de schijnwerpers en de sfeerverlichting in de tuin nog aardig ver. Het leverde de beste plaatjes op. Soms lukte het me ook om mensen ongestoord gade te slaan en te fotograferen.
Ik heb een poosje een groepje dansers van de Salsa Sensation uit Eindhoven gevolgd. Ze gaven op de salsamuziek van Marco Toro y su Ensamble een dansdemonstratie waar het dansplezier vanaf spatte. Dat vind ik zo leuk aan deze foto: er is oogcontact in een show vol beweging en het uitnodigende gebaar betrekt de beschouwer van deze foto meteen in de actie. Leuker dan de initimiteit van een zatte meid.
Vooral later op de avond, toen de stemming en het bier er goed inzaten, werden mensen steeds brutaler. Voor sommige meiden was mijn camera het excuus om die leuke jongen om de hals te gaan hangen voor een lekker intieme foto. Ze hoefden soms niet eens het resultaat te zien, want het lijfelijk contact was gelegd. Bedankt fotograaf.
De flitser heb ik trouwens niet vaak gebruikt. Met een lichtsterk 50 mm-objectief van f/1.4 en de ISO-waarde op 800 kwam ik met de schijnwerpers en de sfeerverlichting in de tuin nog aardig ver. Het leverde de beste plaatjes op. Soms lukte het me ook om mensen ongestoord gade te slaan en te fotograferen.
Ik heb een poosje een groepje dansers van de Salsa Sensation uit Eindhoven gevolgd. Ze gaven op de salsamuziek van Marco Toro y su Ensamble een dansdemonstratie waar het dansplezier vanaf spatte. Dat vind ik zo leuk aan deze foto: er is oogcontact in een show vol beweging en het uitnodigende gebaar betrekt de beschouwer van deze foto meteen in de actie. Leuker dan de initimiteit van een zatte meid.
zondag 26 juli 2009
Woodstock
Muziek is niet zo mijn ding. Dat vertelde ik al eerder op dit blog (zie 18 mei 2008). Waar vrienden in mijn tienerjaren dweepten met The Who, Santana en Jimi Hendrix of hoe ze ook allemaal mogen heten, ben ik nooit fan van een muziekgroep, zanger of muziekstijl geworden.
Ik had geen idolen. Of toch. Op mijn tienerkamer hing een grote poster van mijn wieleridool Luis Ocana, the underdog die in 1973 de Tour de France won in een door Eddy Merckx beheerst tijdperk.
Hoewel ik niets met muziek heb, is Woodstock mij niet ontgaan. In augustus is het precies veertig jaar geleden dat dit festival werd gehouden. Alle openluchtfestivals die daar later op volgden waren in mijn ogen een slap aftreksel van dit muziekfeest op een afgelegen Amerikaans veldje, waar geschiedenis werd geschreven in de jongerencultuur. Kralingse bos, Pinkpop, Rock Werchter. Leuk voor de jeugd van daarna, maar de mythe van die Grote Eerste was er af.
Dit weekend moest ik er aan denken, toen we vanaf het terras bij ons weekendhuisje zicht hadden op het terrein van ‘Somme-Leuze Mega Plein Air’. Op het plaatselijke tennisveld stonden grote tenten, een enorme stellage met lampen en luidsprekers en er was een weiland ingericht als parkeerterrein.
Met een 400 mm lens en een sluitertijd van 20 seconden bij diafragma f/5.6 op 100 ISO fotografeerde ik het lichtspel in het dal onder ons vakantiehuisje. Tot elf minuten na drie uur in de nacht klonk het gebonk en de takkeherrie van een openluchtmuziekfestival in een Belgisch dorpje van vierhonderd inwoners. Of er vijf, vijftig, vijfhonderd of vijfduizend bezoekers waren kon ik niet zien. Maar het volume was royaal voldoende om vijfhonderdduizend bezoekers te bedienen. Ik droomde vannacht van Woodstock.
Ik had geen idolen. Of toch. Op mijn tienerkamer hing een grote poster van mijn wieleridool Luis Ocana, the underdog die in 1973 de Tour de France won in een door Eddy Merckx beheerst tijdperk.
Hoewel ik niets met muziek heb, is Woodstock mij niet ontgaan. In augustus is het precies veertig jaar geleden dat dit festival werd gehouden. Alle openluchtfestivals die daar later op volgden waren in mijn ogen een slap aftreksel van dit muziekfeest op een afgelegen Amerikaans veldje, waar geschiedenis werd geschreven in de jongerencultuur. Kralingse bos, Pinkpop, Rock Werchter. Leuk voor de jeugd van daarna, maar de mythe van die Grote Eerste was er af.
Dit weekend moest ik er aan denken, toen we vanaf het terras bij ons weekendhuisje zicht hadden op het terrein van ‘Somme-Leuze Mega Plein Air’. Op het plaatselijke tennisveld stonden grote tenten, een enorme stellage met lampen en luidsprekers en er was een weiland ingericht als parkeerterrein.
Met een 400 mm lens en een sluitertijd van 20 seconden bij diafragma f/5.6 op 100 ISO fotografeerde ik het lichtspel in het dal onder ons vakantiehuisje. Tot elf minuten na drie uur in de nacht klonk het gebonk en de takkeherrie van een openluchtmuziekfestival in een Belgisch dorpje van vierhonderd inwoners. Of er vijf, vijftig, vijfhonderd of vijfduizend bezoekers waren kon ik niet zien. Maar het volume was royaal voldoende om vijfhonderdduizend bezoekers te bedienen. Ik droomde vannacht van Woodstock.
donderdag 16 juli 2009
Herinnering
Het leven gaat snel. Op de kermis kan het zelfs nooit snel genoeg gaan. Het draait er op volle toeren, het wentelt, het buitelt, het botst. Als het duizelt hoeft het niet per se van de alcohol te zijn.
In Helmond was het kermis, maar die is alweer voorbij. Wie het na een dag alweer bijna vergeten was, kan het nog merken aan een paar achtergebleven vrachtwagens van dat snelle feest. Wat ook nog herinnert aan de kermis is het achtergebleven straatvuil dat vandaag dankzij de wind door de straat draaide, wentelde, buitelde en botste.
De man met zijn rollator zal aan deze kermis wel niet veel herinneringen hebben. Hij zal zich niet in de drukte en in de smalle doorgangen tussen de attracties gewaagd hebben. Voor hem gaat het allemaal niet meer zo snel. En als hij al kermisherinneringen heeft, dan is het misschien aan de eerste zoen in een grijs verleden. Want hij lijkt me van de generatie die zijn lief nog op de kermis opdeed.
Net als trouwens de bewoners van het hoge gebouw op de achtergrond. Dat is De Ameideflat, een zorgcentrum dat door de Helmonders ook wel Aauw Meideflat wordt genoemd. Daar zit gezien de gemiddeld hoge leeftijd van de bewoners veel herinnering, ook al zal er bij enkelen op die memorie flink wat sleet zitten. Het leven gaat snel, niet alleen op de kermis.
In Helmond was het kermis, maar die is alweer voorbij. Wie het na een dag alweer bijna vergeten was, kan het nog merken aan een paar achtergebleven vrachtwagens van dat snelle feest. Wat ook nog herinnert aan de kermis is het achtergebleven straatvuil dat vandaag dankzij de wind door de straat draaide, wentelde, buitelde en botste.
De man met zijn rollator zal aan deze kermis wel niet veel herinneringen hebben. Hij zal zich niet in de drukte en in de smalle doorgangen tussen de attracties gewaagd hebben. Voor hem gaat het allemaal niet meer zo snel. En als hij al kermisherinneringen heeft, dan is het misschien aan de eerste zoen in een grijs verleden. Want hij lijkt me van de generatie die zijn lief nog op de kermis opdeed.
Net als trouwens de bewoners van het hoge gebouw op de achtergrond. Dat is De Ameideflat, een zorgcentrum dat door de Helmonders ook wel Aauw Meideflat wordt genoemd. Daar zit gezien de gemiddeld hoge leeftijd van de bewoners veel herinnering, ook al zal er bij enkelen op die memorie flink wat sleet zitten. Het leven gaat snel, niet alleen op de kermis.
zondag 5 juli 2009
Kerk in beweging
Onze parochiekerk is een halve eeuw geleden gebouwd. Dus vierde onze parochie vandaag ’50 jaar St. Gerarduskerk, 50 jaar kerk in beweging’. Het feestcomité ging maanden geleden op zoek naar mensen die met archiefmateriaal van de parochie een fototentoonstelling samen wilden stellen en ik bood mijn diensten aan.
Na een paar maanden van selecteren, digitaliseren, vormgeven, printen en inrichten stond er gisteren een expositie in de jarige kerk, waar ik een goed gevoel bij had. Pronkstukje vind ik zelf de tien foto’s die de bekende fotograaf Martien Coppens een halve eeuw geleden van de kerk maakte. Ik had er in een tweeluik foto’s tegenaan geplaatst die ik zelf in de afgelopen maanden maakte vanuit dezelfde standpunten als Coppens destijds. Ze geven een mooi beeld van de veranderingen; van een kerk in beweging.
Het is een tentoonstelling geworden die veel bekijks trok en die goed beantwoordde aan de bedoeling die ik ermee had: mensen gingen herinneringen ophalen en verwonderden zich over alle veranderingen. Met de foto die ik hier toon, wil ik een mooi tijdsbeeld geven van de hedendaagse kerk. Rollators en grijze kopjes vullen de ruimte voor de expositiepanelen. De ouderen kruipen bijna in de foto’s om de tijd van toen opnieuw te beleven. Of zijn het de oogjes die niet meer zo goed willen? De kerk die vandaag Abraham zag, blijft in dit beeld zelf nogal op de achtergrond; of op de voorgrond beter gezegd: je ziet alleen een randje van de kerkbanken.
Na een paar maanden van selecteren, digitaliseren, vormgeven, printen en inrichten stond er gisteren een expositie in de jarige kerk, waar ik een goed gevoel bij had. Pronkstukje vind ik zelf de tien foto’s die de bekende fotograaf Martien Coppens een halve eeuw geleden van de kerk maakte. Ik had er in een tweeluik foto’s tegenaan geplaatst die ik zelf in de afgelopen maanden maakte vanuit dezelfde standpunten als Coppens destijds. Ze geven een mooi beeld van de veranderingen; van een kerk in beweging.
Het is een tentoonstelling geworden die veel bekijks trok en die goed beantwoordde aan de bedoeling die ik ermee had: mensen gingen herinneringen ophalen en verwonderden zich over alle veranderingen. Met de foto die ik hier toon, wil ik een mooi tijdsbeeld geven van de hedendaagse kerk. Rollators en grijze kopjes vullen de ruimte voor de expositiepanelen. De ouderen kruipen bijna in de foto’s om de tijd van toen opnieuw te beleven. Of zijn het de oogjes die niet meer zo goed willen? De kerk die vandaag Abraham zag, blijft in dit beeld zelf nogal op de achtergrond; of op de voorgrond beter gezegd: je ziet alleen een randje van de kerkbanken.
vrijdag 26 juni 2009
Winnie
Ze hebben een kat die Winnie heet. Toen die een jonkie kreeg noemden ze dat poesje Winnie Two. Kijk, dat soort humor, daar hou ik wel van.
Vanavond waren we bij hen op bezoek. We zaten op deze zwoele zomeravond op de veranda met aan onze voeten de tuin, waarin Winnie zo graag op muizen jaagt. Het begon al te schemeren en Winnie was net nog hier maar nu ergens anders. Niemand die er acht op sloeg.
Opeens zat de lucht vol vogels die met hun helse gepiep duidelijk maakten dat er iets niet pluis was. Boven onze hoofden op het afdak van de veranda klonk een bons en gestommel. Het gepiep zwelde aan. Man des huizes strekte zijn nek en zijn tenen en zag in de begroeiing dat er op het afdakje een vogelnestje op de pannen lag. Zoon des huizes spoedde zich naar boven en zag vanuit zijn slaapkamerraam dat Winnie op het pannendak heerlijk lag te smullen. Het liet zich raden wat zijn prooi was. Het was zo gepiept. Even later vertoonde ze zich aan de dakrand met rode lippen die beslist niet met een stift waren aangezet.
Zielig voor het vogeltje? Welnee, in Huize Winnie Two zijn ze de nuchterheid zelve. Het is de natuur, zeggen ze. Winnie deed wat haar instinct haar ingaf en de vogeltjes kunnen zich na hun heftige gepiep opmaken voor een stille tocht, die bij deze gevederde diertjes wel een stille vlucht zal heten.
Vanavond waren we bij hen op bezoek. We zaten op deze zwoele zomeravond op de veranda met aan onze voeten de tuin, waarin Winnie zo graag op muizen jaagt. Het begon al te schemeren en Winnie was net nog hier maar nu ergens anders. Niemand die er acht op sloeg.
Opeens zat de lucht vol vogels die met hun helse gepiep duidelijk maakten dat er iets niet pluis was. Boven onze hoofden op het afdak van de veranda klonk een bons en gestommel. Het gepiep zwelde aan. Man des huizes strekte zijn nek en zijn tenen en zag in de begroeiing dat er op het afdakje een vogelnestje op de pannen lag. Zoon des huizes spoedde zich naar boven en zag vanuit zijn slaapkamerraam dat Winnie op het pannendak heerlijk lag te smullen. Het liet zich raden wat zijn prooi was. Het was zo gepiept. Even later vertoonde ze zich aan de dakrand met rode lippen die beslist niet met een stift waren aangezet.
Zielig voor het vogeltje? Welnee, in Huize Winnie Two zijn ze de nuchterheid zelve. Het is de natuur, zeggen ze. Winnie deed wat haar instinct haar ingaf en de vogeltjes kunnen zich na hun heftige gepiep opmaken voor een stille tocht, die bij deze gevederde diertjes wel een stille vlucht zal heten.
woensdag 17 juni 2009
Geen sportfotografie
Foto’s gaan maken van de klassieker Luik-Bastenaken-Luik en er niet bij zijn als in mijn eigen woonplaats een profronde van start gaat, dat kan natuurlijk niet. En dus was het ook niet zo. Ik combineerde vanavond weer mijn liefhebberijen wielrennen en fotograferen bij de proloog van de Ster Elektrotoer in ons dorp.
Het ligt erg voor de hand om dan sportfoto’s te gaan maken, maar dat wilde ik niet. Ik zocht mijn onderwerpen meer in het genre van de straatfotografie, omdat in dat soort foto’s vaak mooie verhalen schuil gaan.
Ik ben niet zo ver gegaan als de Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren, die in Vlaamse wielerrondes de mooiste foto’s maakt als hij met zijn rug naar de renners staat. In zijn boek met de titel Fladrien staan prachtige zwart-wit foto’s, waarin uitstekend de sfeer en de entourage van het Belgische wielrennen zijn gevangen. Er staan nauwelijks renners in dat boek.
Uit de serie foto’s die ik vanavond schoot, pik ik er eentje die niet alleen de dynamiek van het wielrennen toont, maar vooral ook een verhaal vertelt. Tom Stamsnijder is de Raborenner die langs zoeft. Het monotone geluid van het dichte tijdritachterwiel kan ik in de foto niet weergeven. Wat je wel kunt zien, is dat hij door een van de oudere straten van Gemert rijdt. Dat kun je zien aan het kèske links op de foto. Kèskes zijn wegkapelletjes zoals je die alleen aan de oude uitvalswegen van Gemert vindt. Wat me aan deze foto ook bevalt zijn de mannen in rennerstenue voor de rijwielzaak. De heren hebben prima materiaal, maar ze kunnen slechts dromen van de capaciteiten van Stamsnijder. Dat weten ze zelf ook. Geen sportfoto dus, maar een verhalende foto van de straat.
Het ligt erg voor de hand om dan sportfoto’s te gaan maken, maar dat wilde ik niet. Ik zocht mijn onderwerpen meer in het genre van de straatfotografie, omdat in dat soort foto’s vaak mooie verhalen schuil gaan.
Ik ben niet zo ver gegaan als de Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren, die in Vlaamse wielerrondes de mooiste foto’s maakt als hij met zijn rug naar de renners staat. In zijn boek met de titel Fladrien staan prachtige zwart-wit foto’s, waarin uitstekend de sfeer en de entourage van het Belgische wielrennen zijn gevangen. Er staan nauwelijks renners in dat boek.
Uit de serie foto’s die ik vanavond schoot, pik ik er eentje die niet alleen de dynamiek van het wielrennen toont, maar vooral ook een verhaal vertelt. Tom Stamsnijder is de Raborenner die langs zoeft. Het monotone geluid van het dichte tijdritachterwiel kan ik in de foto niet weergeven. Wat je wel kunt zien, is dat hij door een van de oudere straten van Gemert rijdt. Dat kun je zien aan het kèske links op de foto. Kèskes zijn wegkapelletjes zoals je die alleen aan de oude uitvalswegen van Gemert vindt. Wat me aan deze foto ook bevalt zijn de mannen in rennerstenue voor de rijwielzaak. De heren hebben prima materiaal, maar ze kunnen slechts dromen van de capaciteiten van Stamsnijder. Dat weten ze zelf ook. Geen sportfoto dus, maar een verhalende foto van de straat.
zondag 14 juni 2009
Alleen op de wereld
Het is toch een eigenaardig stadje, dat Durbuy in de Belgische Ardennen. De lokale toeristenindustrie benadrukt graag dat dit ‘het kleinste stadje ter wereld is’. In de stadskern wonen slechts vierhonderd mensen, maar er lopen dagelijks duizenden toeristen door de paar smalle straatjes met veel winkeltjes en restaurantjes.
Ondanks die drukte kun je hier heel erg alleen zijn, dacht ik toen ik deze mevrouw met een sigaretje in de deuropening van haar kledingwinkeltje zag staan. Overal was het druk in de winkeltjes en zij had geen klandizie. Hoe alleen kun je je dan voelen in het ‘kleinste stadje ter wereld’.
Ik kreeg zowaar medelijden met haar. Het was het gevoel dat me als kind bekroop bij het lezen van het boek ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot. Die kleine Remi, als vondeling bij pleegmoeder Barberin terecht gekomen, op achtigjarige leeftijd door stiefvader verkocht aan straatmuzikant Vitalis en daarna al die zwerftochten met evenzovele zielige avonturen. ‘Sans famille’, schoot me in dit Franstalige stadje de oorspronkelijke titel van ‘Alleen op de wereld’ te binnen.
Opeens bedacht ik weer dat we hier met de fotoclub op stap waren en dat we hadden afgesproken dat we in dit pittoreske stadje vooral mensen zouden fotograferen. Ik drukte snel af voor ze me in de gaten kreeg en net te laat naar binnen glipte. Niks medelijden met een mevrouw die alleen op de wereld is maar niet heus. Alleen op de foto, dat wel.
Ondanks die drukte kun je hier heel erg alleen zijn, dacht ik toen ik deze mevrouw met een sigaretje in de deuropening van haar kledingwinkeltje zag staan. Overal was het druk in de winkeltjes en zij had geen klandizie. Hoe alleen kun je je dan voelen in het ‘kleinste stadje ter wereld’.
Ik kreeg zowaar medelijden met haar. Het was het gevoel dat me als kind bekroop bij het lezen van het boek ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot. Die kleine Remi, als vondeling bij pleegmoeder Barberin terecht gekomen, op achtigjarige leeftijd door stiefvader verkocht aan straatmuzikant Vitalis en daarna al die zwerftochten met evenzovele zielige avonturen. ‘Sans famille’, schoot me in dit Franstalige stadje de oorspronkelijke titel van ‘Alleen op de wereld’ te binnen.
Opeens bedacht ik weer dat we hier met de fotoclub op stap waren en dat we hadden afgesproken dat we in dit pittoreske stadje vooral mensen zouden fotograferen. Ik drukte snel af voor ze me in de gaten kreeg en net te laat naar binnen glipte. Niks medelijden met een mevrouw die alleen op de wereld is maar niet heus. Alleen op de foto, dat wel.
maandag 1 juni 2009
Vergane glorie
De afgelopen dagen heeft onze Foto Expressie Groep Gemert weer meegedaan aan de Open Atelier Route in Gemert. We hadden een mooie expositie van 24 foto’s rond het thema ‘Bijzonder Alledaags’. We trokken een kleine 250 bezoekers die veel waardering hadden voor het getoonde werk. We mogen best tevreden zijn met dit resultaat. Ik zou nu de twee foto’s kunnen tonen, waarmee ik aan de tentoonstelling heb meegedaan. Maar één daarvan publiceerde ik hier al eerder. Dat is de foto die onder de titel ‘Bril’ op 19 oktober 2008 op dit blog staat.
Ik kies voor vandaag een andere foto in het kader van de Open Atelier Route. Die maakte ik vanmiddag, toen ik een rondje fietste langs de opengestelde ateliers. Van de zeventien adressen waarlangs de bezoekers tijdens de route geleid werden, was Ateliers Nazareth een niet te missen locatie. Daar exposeerden gerenomeerde kunstenaars als Hennie Barten, Anni van Bokhoven, Annette Bouw, Johan Claassen, en… kom, ik ga ze niet alle twaalf noemen.
Op het pleintje achter Nazareth maakte ik deze foto van vergane glorie. Pardon, ik bedoel niet de dames. Of breng ik U nu onbedoeld toch nog op die gedachte? Sorry dames, ik zou niet durven om met jullie te spotten. Deze vrouwen zitten gezellig naar Cubaanse muziek te luisteren van een orkestje dat niet op de foto staat, zoals nog vele luisteraars die ook niet op deze foto staan.
De vergane glorie waar ik op doel is de omgeving. Dit was vroeger de speelplaats, schoolplein zo U wilt, van de roomskatholieke meisjesschool Nazareth. De nonnen van het gelijknamige klooster gaven les aan deze lagere school. Op de achtergrond is nog een stukje kloostertuin te zien, waarin momenteel tijdelijk de noodgebouwen staan van Zorgcentrum Ruijschenbergh. Daarvan is nog verder op de achtergrond de nieuwbouw al zichtbaar. Deze doorgaans verscholen plek achter Ateliers Nazareth zag er ooit beter uit. Wat ik noem: vergane glorie.
Ik kies voor vandaag een andere foto in het kader van de Open Atelier Route. Die maakte ik vanmiddag, toen ik een rondje fietste langs de opengestelde ateliers. Van de zeventien adressen waarlangs de bezoekers tijdens de route geleid werden, was Ateliers Nazareth een niet te missen locatie. Daar exposeerden gerenomeerde kunstenaars als Hennie Barten, Anni van Bokhoven, Annette Bouw, Johan Claassen, en… kom, ik ga ze niet alle twaalf noemen.
Op het pleintje achter Nazareth maakte ik deze foto van vergane glorie. Pardon, ik bedoel niet de dames. Of breng ik U nu onbedoeld toch nog op die gedachte? Sorry dames, ik zou niet durven om met jullie te spotten. Deze vrouwen zitten gezellig naar Cubaanse muziek te luisteren van een orkestje dat niet op de foto staat, zoals nog vele luisteraars die ook niet op deze foto staan.
De vergane glorie waar ik op doel is de omgeving. Dit was vroeger de speelplaats, schoolplein zo U wilt, van de roomskatholieke meisjesschool Nazareth. De nonnen van het gelijknamige klooster gaven les aan deze lagere school. Op de achtergrond is nog een stukje kloostertuin te zien, waarin momenteel tijdelijk de noodgebouwen staan van Zorgcentrum Ruijschenbergh. Daarvan is nog verder op de achtergrond de nieuwbouw al zichtbaar. Deze doorgaans verscholen plek achter Ateliers Nazareth zag er ooit beter uit. Wat ik noem: vergane glorie.
![]() |
| Dit zag er al eens ooit beter uit. |
Abonneren op:
Posts (Atom)









