zondag 23 maart 2014

Lente

Als je een foto bekijkt, dan moet je het hebben van één zintuig: je ogen. Je hoort niet wat er op een foto gebeurt, je ruikt het niet, je voelt het niet. En als je al denkt dat je al die prikkels wel waarneemt, dan komt dat omdat je daarvoor op de foto verwijzingen ziet. Als mensen een doek voor de mond houden of hun neus dichtknijpen, dan zal het wel stinken. Als je rook ziet op een foto, dan vul je misschien de bijbehorende stank ook wel in. Pijn voel je niet op een foto, maar iemand die met een grimas op het gezicht naar een bloedende wond grijpt, die zal wel pijn lijden. 
Soms kunnen de op een foto getoonde uitingen van emotie je zelfs op het verkeerde been zetten. Iemand die twee gebalde vuisten in de lucht steekt kan juichen van blijdschap maar evengoed woedend reageren op iets wat hem is overkomen. Zonder context weet je dat vaak niet. Als je op een foto mensen ziet die dassen en mutsen en warme jassen dragen, dan zal het wel koud zijn. Als mensen op een terras zitten dan is het meestal lekker weer. Maar wat nou, als je mensen op een terrasje aan de wijn ziet zitten en ontspannen aan een sigaret ziet trekken, tegen een decor van passerende mensen in winterkleding? 
Vandaag maakte ik zo'n foto in het Waalse Durbuy. Is het hier warm of koud? Deze week begon de lente dus met het weer kan het alle kanten op. Toen ik deze foto maakte was het een graad of zes, zeven. Het zonnetje had voor zonaanbidders al zoveel kracht, dat ze met een jas aan aangenaam op een terras konden verpozen. Wie buiten wandelde verkoos een jas, das en zelfs muts om de windvlagen op tochtige straathoeken te trotseren. Het is dat alles, wat deze foto laat zien. 
Toen we Durbuy uitreden daalde de temperatuur in een fikse hagelbui naar twee graden. Als ik toen mijn camera nog een keer op dit terras had kunnen richten, had ik waarschijnlijk een andere tekst bij die foto geplaatst.

Warm of koud?

zaterdag 8 maart 2014

Hondjes van de bakker

In dit prachtige voorjaarsweer wandelden we langs de plas op De Stippelberg. Ik kom hier vooral 's morgens of 's avonds graag, als de zon laag staat en er prachtig strijklicht over het landschap valt. Maar het is ook wel eens lekker om in een middagzonnetje te wandelen. 
Ik had er weinig vertrouwen in dat ik bijzondere foto's zou maken, want iedereen met een beetje smartphone kan bij dit licht al fotograferen. En dan is het al snel meer van hetzelfde. Ik hoopte dat ik met een goede camera iets meer zou kunnen maken. Dus had ik mijn Canon EOS 6D bij me en daar had ik een 100-400 mm-objectief opgeschroefd. Voor mij een wat ongebruikelijke combinatie, want meestal kies ik bij deze telelens de EOS 7D die door zijn cropfactor iets meer telebereik geeft. Maar de 6D op zijn beurt geeft minder ruis in de hoge ISO-waarden en om met een telelens uit de hand te fotograferen kies ik voor een korte sluitertijd waarbij die ruisarme hoge ISO een voordeel is. 
Nu nog een leuk onderwerp. Dat diende zich aan toen ik groepjes jongeren ontdekte, die hun honden uitlieten aan en in de plas. Jongelui op het droge, honden in het water. Ik zag overal hondjes van de bakker die vies hadden gedaan omdat ze gingen zwemmen zonder zwembroekje aan. En ik fotografeerde van je hela hela hela holala. Ik maakte actiefoto's van honden in het water, apporterende honden, honden die om hun baasjes draafden, honden die zich droog schudden. 
Ik maakte een foto van een zwarte, natte hond in een regen van waterdruppels. Ik zag er wel een negatiefje van zo'n witte zwartgevlekte dalmatiër in: in dit geval een zwarte hond met witte vlekken. Al die witte spikkels, dat is in elk geval geen ruis. Maar dat had ik al uitlegd.

Dit is geen ruis.

woensdag 5 maart 2014

Stralend

Het is 5 maart en we konden buiten zitten op het terras van het restaurant in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Eigenlijk was dit vroege voorjaarsweer meer geschikt voor een boswandeling, maar we hadden al lang geleden bepaald dat de dag na carnaval een museumdag zou worden. 
Ik was nog niet in het Noordbrabants Museum geweest sinds het in mei vorig jaar na een flinke verbouwing weer open was. Bovendien wilde ik graag de tentoonstelling van het werk van fotokunstenaar Ruud van Empel zien. Vandaag was het min of meer nu of nooit, gezien mijn weldoorvoede agenda van de komende maanden. 
Omdat de restaurantjes in Den Bosch op de dag na carnaval na een grote schrobbeurt nog niet waren opgedroogd, besloten we in het museumrestaurant te eten. Dat bleek een goede keuze. We hebben er goed gegeten en lekker buiten in de zon gezeten. 
Er waren slechts enkele momenten die de buitenzitters aanleiding gaven tot wat geklaag en gemopper. Dat was wanneer de zon achter de wolken verdween en het midden in de winter toch wat frisjes werd zonder zonnetje. Op die momenten juichte mijn fotografenhart. Want dat je midden in de winter buiten kunt zitten is al een geschenk, maar dat ik uitzicht had op de contouren van bladloze bomen voor een helverlichte wolkenpartij waarachter de zon zijn stralen als een beamer naar de blauwe hemel kaatste, was een fantastische traktatie. 
Ik had mijn spiegelreflexcamera's thuisgelaten, omdat ik die in een museum meestal als ballast beschouw, maar ik had in mijn zak wel mijn PowerShot G10. En die richtte ik op dit prachtige weersverschijnsel. Ik maakte een foto van een stralend kunstwerk dat slechts een paar minuten te zien was in de tuin van het Noordbrabants Museum. Daarna keerde op 5 maart de zomer terug.

Kunstwerk dat slechts een paar minuten bestond.

maandag 3 maart 2014

Toeter

De carnavalsoptocht is elk jaar een fotogenieke stoet. Het zijn niet alleen toeschouwers met hun smartphones die er spontaan foto's van maken, maar ook veel amateurfotografen die zich met spiegelreflexcamera's langs de route opstellen. 
Er waren er bij die op een zonnige dag als gisteren een speedlightflitser op hun camera hadden gestoken. Die zullen net als ik nogal eens ooit de vraag hebben moeten beantwoorden: 'Waarom flits jij? Het is toch licht genoeg.' 
Ik had zelfs de ISO-waarde op mijn camera opgekrikt naar 800. Bij de huidige stand van de techniek maak ik dan nog altijd prima bruikbare, ruisvrije foto's en ik kan daardoor werken met een korte sluitertijd en een klein diafragma voor de scherptediepte. Dat is wel handig bij die beweeglijke mensen om je heen. 
Als ik zoek naar leuke fotomomenten kijk ik niet alleen in de optocht, maar vooral ook eromheen. Daar zie ik namelijk vaak de meest spontane acties. Gisteren ook weer. Ik heb uit de hele serie deze foto gekozen van een kind dat met zijn volle aandacht bij een toeter is. 
Het is nou precies een foto waar de flitser goed van pas kwam. Het hele plein is overgoten met zonlicht, maar ik fotografeer de schaduwkant van het kind en de toeter. Een beetje flitslicht heldert dan de donkere kant op. 
Het kind op deze foto weet nu wat het is om een toeter te zien. Maar hij is nog wat jong om al te weten wat het is om toeter te zijn.

Carnaval: toeter zien, niet toeter zijn

zondag 23 februari 2014

Graven

Rector Johannes van de Laarschot liet meer dan een eeuw geleden een processiepark aanleggen achter de OLV-kerk in Handel. Niemand zal toen bedacht hebben, dat het in 2014 nog eens een speeltuin zou zijn voor fotografen. 
Vanmorgen hield onze fotoclub een excursie naar het processiepark. Het park bood voor elk wat wils. De natuurfotograaf kon scherp stellen op de grote bonte specht die hoog in de bomen zat te kloppen. De macro-fotograaf kon zich uitleven op mosjes en planten en voor de liefhebbers van strijklicht werkte de zon vanmorgen ook nog eens uitbundig mee. 
Mijn belangstelling voor mensenfotografie stelde ik vanmorgen bij naar dode-mensenfotografie. Ik fotografeerde graven, maar niet van adel. In het processiepark ligt een oud, vooroorlogs kerkhof met door de tand des tijds aangevreten zerken en kruisen. Het kerkhof ziet er nog keurig verzorgd uit, maar het verval geeft juist een extra dimensie aan deze omgeving. 
Ik maakte hier al eens ooit een dia van drie kruisen achter elkaar op een rij. Dat beeld wilde ik nu digitaal maken. Het middelste kruis wilde ik ophelderen met flitslicht en bovendien gestoken scherp op de foto. Het kruis ervoor en erachter moest onscherp en donkerder. 
Voor ik naar het processiepark afreisde had ik mijn fotoapparatuur daarvoor gereedgemaakt. Op het kerkhof moest ik vervolgens nog wat experimenteren om het resultaat te krijgen dat ik wenste. Ik maakte uiteindelijk de foto die ik voor ogen had.
Vervolgens maakte ik nog wat andere foto's volgens hetzelfde principe. Dit keer ging het om kruisen van verschillende structuur (ruw beton en glad) en helderheid (wit gekalkt of juist niet). Hier lukte het niet om een eenheid te krijgen in het beeld, maar het resultaat was daardoor juist onvoorspelbaar en verrassend. 
Hoewel de foto's zich er eigenlijk niet voor leenden, heb ik er nog een soort van HDR-techniek op los gelaten. Als rector Johannes van de Laarschot gezien heeft waar ik mee bezig was, heeft hij zich omgedraaid in zijn graf. Maar daar heb ik geen foto's van.

Graven, maar niet van adel

zondag 16 februari 2014

Fine art

De afgelopen weken was ik niet erg actief op de social media. Niet op twitter, niet op facebook en niet op deze fotoblog. Ik was vooral heel erg bezig met een ander soort medium: fine art fotopapier. Ik heb veel tijd gestoken in het bestuderen van de printtechniek. Want er valt veel te weten om tot de beste resultaten te komen, heb ik gemerkt. 
Al vrij snel in het digitale tijdperk van de fotografie was het mogelijk om met inktjetprinters foto's op papier af te drukken. Ik kocht in 2005 een Epson Stylus Photo R2400. Deze machine heeft me nooit teleurgesteld en leverde prachtige fotoafdrukken af. Onlangs heb ik die vervangen door de Epson Stylus Pro 3880 die een formaatje groter aankan en bovendien zuiniger is in zijn inktverbruik. 
Nog altijd spreek ik fotografen die in het analoge tijdperk zijn opgegroeid en die het digitaal printen veroordelen als knoeiwerk voor amateurs die nooit iets gesnapt hebben van het echte dokawerk. Ik speel het balletje graag terug. Zij hebben zich in de doka ooit een kunstje eigen gemaakt en kunnen het niet opbrengen om de digitale printtechniek te leren beheersen. 
Onlangs vertelde een fotograaf me dat hij digitale fotoprints niet kon waarderen, omdat de kleuren vaak onecht over kwamen en niet lang houdbaar waren. Dat kan zeker zo zijn als je kleurprofielen onjuist gebruikt, het verschil niet kent tussen dye- en pigmentinkt en het fotopapier niet goed gebruikt. Maar tests wijzen uit dat inktjetfotoafdrukken op goed fotopapier tientallen jaren tot zelfs meer dan een eeuw houdbaar blijven. En ziet U nog wel eens die onvolprezen analoge kleurenafdrukken van veertig jaar geleden? Wat er van over is, zijn fletse plaatjes met een rode kleurzweem. Dus...
Voor de rest is het een kwestie van smaak en beleving. Maar dat is niks nieuws in de fotografie. Ook in de analoge tijd had je al verschillende technieken, zoals collodium en polaroid, met hun grote beperkingen maar ook met hun charmes. 
Mijn eerste fine art prints, op Fuji Photo Rag in A3+ en A2 formaat,  hangen al aan de muur. Pareltjes. Of ze meer dan honderd jaar houdbaar blijven, zoals testers beloven? Als ik dat nog eens kan controleren, heeft de medische wetenschap flinke vorderingen gemaakt. 
De maker van het schilderij op deze foto, heeft misschien ook ooit gedacht dat hij voor de eeuwigheid schilderde. Ik zag dit 'aangetaste' werk gisteren in de basiliek van Saint-Hubert in België.

Dit werk zal vast niet zijn getest op houdbaarheid.

donderdag 16 januari 2014

Geen Paris Montparnasse

Bij zorginstelling Savant heet dit gebouw in Helmond officieel woonzorgcentrum De Ameide. In de volksmond is het gewoon De Ameideflat. Gekscherend noemen Helmonders het ook wel eens de 'aauw maideflat'. In de jaren zeventig is dit zorgcomplex gebouwd als luxe bejaardenhuis. Tegenwoordig is het een grijs, grauw appartementengebouw voor 'aauw maiden' en 'aauw mennekes'. 
Als ik Andreas Gursky was, dan had ik er misschien al lang geleden ooit de lens van mijn camera op gericht. Wees gerust. Het gebouw kan in één keer op de foto en hoeft niet net als Gursky's Paris Montparnasse in twee delen gefotografeerd te worden, om die vervolgens digitaal aan elkaar te plakken. En als je Gursky heet, kun je net als op de foto van Montparnasse alle mensen, meubels en bezigheden in de afzonderlijke appartementen laten zien. 
Maar ik heet geen Gursky en ik ben nooit in de verleiding gekomen om deze meester te imiteren. Dus ik heb de grijze, grauwe Ameideflat nooit op de foto gezet omdat ik het gebouw op zichzelf interessant vind. Ik heb ook geen camera waarmee ik de details van activiteiten achter de ramen van het flatgebouw kan laten zien. Wat ik wel heb is mijn Canon Powershot G10. Die heeft weliswaar niet de kwaliteiten van mijn spiegelreflexen EOS 6D en 7D, maar hij levert nog altijd een beter beeld dan de camerafuncties van mijn iPhone. En ik kan de compacte G10 overal in mijn jaszak mee naartoe nemen. 
Toen ik De Ameideflat vanavond goudgeel zag stralen in het licht van de ondergaande zon, was ik dan ook zeer verguld met mijn powershotje. Vanaf nu mag dit gebouw van mij in plaats van 'aauw maideflat' ook (g)ouwe mensenflat heten.

'Aauw maidenflat' wordt '(g)ouwe mensenflat'

zondag 5 januari 2014

Hoop

Even overwogen we om vanmiddag de stad op te zoeken, waar ik me weer lekker zou kunnen uitleven in straatfotografie. Maar met dit zeldzaam mooie weer in januari stond een wandeling door bos en heide ons beter aan. 
Ik nam me voor om een middagje te besteden aan natuur- en landschapsfotografie. Het gebeurt lang niet altijd, maar vanmiddag nam ik zelfs een statief mee met mijn camera en een paar objectieven. 
Omdat we eerst uitgebreid hadden geluncht in het restaurant bij het begin van onze wandelroute, was het al wat later voor we aan onze wandeling begonnen. De zon verdween achter de wolken en het landschap lag er opeens wat sombertjes bij. Ik fotografeerde een paar bomen en boomstammen die door structuur en vorm in zwart-wit wel krachtig zouden werken, nam ik aan. Voor dit soort fotografie waren licht en landschap vanmiddag ideaal. 
Toch won de kleur het ook vandaag weer van zwart-wit. Het was nog geen vier uur toen ik de rood-gele gloed van de ondergaande zon boven een bosrand zag. Als je om je heen keek was het nog gewoon licht, maar met een klein diafragma voor de scherptediepte en 100 iso met sluitertijden van 1/125 en 1/60 seconde kreeg ik heel aardig een avondstemming in mijn foto's. De wolkenlucht tekende donker af, bomen werden silhouetten en het zonlicht boven de bosrand gloeide in volle glorie. 
Toen ik deze foto maakte realiseerde ik me dat licht aan de horizon voor veel mensen het symbool is voor hoop op betere tijden. Ik vroeg me af waarom. Want wie wel eens buiten komt, weet dat het licht aan de horizon ook het voorportaal van duisternis kan zijn. Maar vooruit: ik start het nieuwe jaar met licht aan de donkere horizon. Dat het een ondergaande zon is zie je niet op deze foto en bovendien worden de nachten alweer korter. 

De nachten worden alweer korter.

zondag 29 december 2013

Griebelgrauw

Een kapellekeswandeltocht in het griebelgrauw barst van de fotografische uitdagingen. Om dat te begrijpen moet ik eerst iets uitleggen. 
Griebelgrauw is in ons dorp dialect voor schemering. En de kapellekeswandeltocht is een activiteit die vandaag voor het eerst gehouden werd. Het is een wandeling van acht kilometer langs vier kapelletjes en een kerststal. Volgens de organisatie liepen er drieduizend mensen mee. 
Het was een prachtig schouwspel van volwassenen en kinderen met zaklampen, rode en witte ledlichtjes en reflecterende oranje en gele hesjes. De wandelaars konden om vier uur vanmiddag vertrekken en het griebelgrauw werd voor mij als fotograaf veel eerder pikdonker dan me lief was. Maar mijn Canon EOS 6D kan met gemak hoge ISO-waarden aan en met passende inzet van mijn speedlightflitser – keurig in balans met het restje omgevingslicht, kaarsen en vuurkorven – kwam ik met enkele tientallen fraaie foto's thuis. 
Er was bijvoorbeeld een foto bij van spelende kinderen bij een vuurkorf, waar ik van de nood een deugd maakte. Ik moest kiezen voor een lange sluitertijd en bij gebrek aan een statief zette ik de camera op de grond. Het lage standpunt leverde een verrassend krachtige foto op. 
Bij de foto die ik hier toon heb ik ook van de nood een deugd gemaakt. Ik wilde in het kapelletje een foto maken, maar er waren zoveel mensen binnen dat de lens van mijn camera besloeg. Ik maakte nog wel een mysterieuze foto van wazige figuren, maar die kon me niet bekoren. Buiten was de condens weer snel verdwenen en keek ik eens door het lage raam waarachter sinds mensenheugenis een corpus van Christus ligt. Mensen kunnen daar roestige spijkers offeren om te genezen van huidziekten. 
Ik prijs de Heer voor dit Goddelijke gebruik, want dankzij die ruit op kniehoogte kon ik toch een foto met vreemd perspectief maken van de binnenkant van de kapel. De vlekken in beeld zitten overigens niet op de sensor van mijn camera, maar op de ruit.
De allergrootste uitdaging van deze wandeltocht vond ik nog wel om onderweg op de pikdonkere modderpaden niet uit te glijden en met buikschuiver boven op mijn dure fotospullen in een plas water terecht te komen. Ook dat is gelukt. Als ik nog eens in een kapel kom zal ik een kaarsje aansteken.

Een avond vol uitdagingen.

zondag 15 december 2013

Nazareth

Te pas en te onpas wordt een cultureel centrum wel aangeduid als cultuurtempel. In ons dorp ligt de kapel van klooster Nazareth wel erg dicht bij die lettelijke betekenis van cultuurtempel. Ooit was het immers de gebedsruimte in het nonnenklooster. Nadat de kloosterzusters vertrokken waren werd de kapel, die een rijksmonument is, het domein van muzikanten en beeldende kunstenaars die er optraden en exposeerden. 
Maar het klooster is voor de gemeente, die eigenaar is, onbetaalbaar geworden. Er zijn niet voldoende inkomsten om de ruimte te blijven gebruiken. De gemeente gaat er nu uit oogpunt van kostenbesparing het licht uitdoen en de verwarming dichtdraaien. Gisteren was er een soort van slotmanifestatie, die tevens nog één keer moest aantonen hoe uitermate geschikt de kapel is voor zijn rol als cultuurtempeltje. Er traden muzikanten en zangers op, er werd voorgelezen uit eigen werk en er werd kunst geëxposeerd. 
Zelf had ik er nooit geëxposeerd. Toch voel ik me betrokken bij het cultuurhart dat in die kapel klopte. Ik ging er even kijken en nam mijn camera mee. Ik wilde nog een paar foto's maken van die mooie kapel en zijn gebruikers. Terwijl ik daar foto's maakte, kwam bij mij het idee op om op de valreep nog even te exposeren. Ik overlegde de mogelijkheden met de organisatie en ging naar huis om in foto's een klein beeldverhaal van de laatste culturele bijeenkomst af te drukken. 
Binnen anderhalf uur nadat ik de laatste foto maakte in de kapel, hingen er de rest van de avond vijftien foto's. In elk beeld toonde ik kinderen die zich vermaakten tijdens dit culturele evenement. Zij hebben de spreekwoordelijke toekomst, maar straks geen kapel meer. Amen.

Nog één keer applaus. Amen.