zondag 25 mei 2014

Lelijk eendje

Rare jongens, die Fransen. Volgens die lui is een eend net zo sterk als twee paarden. Ze noemen een Citroën die voor het eerst op de markt kwam deux chevaux, vertaald: twee paarden. Eigenlijk moet het zijn deux chevaux vapeur, twee paardenkracht oftewel 2 pk. Maar met hun Franse slag werd het dus zegge deux chevaux, schrijve 2CV. 
Hier in Nederland was het in 1948 voor het eerst op de markt gebrachte autootje niet bepaald een verkoophit. Het waggelende geval met zijn onaantrekkelijke vorm kreeg bij ons de naam lelijk eendje. 
Van auto's ontwerpen en bouwen heb ik geen verstand. Toch creëerde ik vanmiddag mijn eigen lelijk eendje. We wandelden langs het kasteel in ons dorp dat er momenteel onbewoond en door god en alle bezoekers verlaten bij staat. Het enige leven dat nog in de kasteeltuin en kasteelgracht zit komt van eekhoorntjes, vogels en andere kleine wilde dieren. 
De eenden bijvoorbeeld hebben er vrij spel. Ik zag er vanmiddag eentje die uitbundig aan het baden was. Het eendje dook onder water om even later klapwiekend op het wateroppervlak te gaan staan. Ik had mijn Canon 6D om hangen, omdat ik bij het Boerenbondsmuseum het schapenscheren wilde gaan fotograferen. Maar ik had hem schietklaar, dus in het voorbijgaan pikte ik het eendje mee. 
Hoewel de zon scheen was het donker onder de bomen en moest ik een tamelijk lange sluitertijd kiezen. Door de bewegingsonscherpte kwam het fladderende dier behoorlijk vervormd op de foto. Toch vind ik de foto van dit lelijke eendje zelfs nog mooier dan die van het schapenscheren die ik later deze middag maakte. Die foto's waren wel scherp maar toch wollig.

Een lelijke eend maar niet wollig.

zondag 18 mei 2014

De rode punt

Van achter een glas rode wijn zat ik op het terras van het restaurant te kijken naar een stel golfers. Ze gaven het zoeken naar een balletje in het riet op. Balletjes genoeg denk ik, want even later zag ik dat het nog niet meevalt om zo'n klein golfballetje op een strakke grasmat in een kuiltje te tikken. Ik geloof dat ze dat in deze golfwereld 'putten' noemen. Ik vermaakte me wel met dat geklungel, maar besefte tegelijkertijd dat ik er zelf ook niks van zou bakken. 
Mijn vrouw en ik zijn geen golfers. We waren alleen maar hier om van de mooie omgeving te genieten. Ik maak in dit landschap bij elk bezoekje meestal wel een paar leuke foto's. Want niet golf maar fotografie is mijn hobby. Ik maakte vandaag geen toppertjes. Het kan niet alle dagen prijs zijn. Maar toen ik de foto's op mijn MacBook had geladen, zag ik er eentje tussen zitten waarin me iets opviel.
Ik had een foto van een golfster gemaakt, omdat ze in het mooie decor van een glooiend landschap stond. Allerlei tinten groen zaten er in. En toen vielen me twee rode streepjes op, precies op de belangrijke kruislijnen op eenderde en tweederde links achter de vrouw. 
De verleiding was groot om ze weg te retoucheren, maar ze maakten wel deel uit van het landschap en ze markeerden waarschijnlijk een plek die in het golfspel van belang was. Bovendien herinnerde ik me, dat iemand ooit gezegd had dat een rode punt of een rood elementje in een foto — hoe klein ook — het beeld aantrekkelijker maakt. 
Ik ging op internet op zoek naar Der Rote Punkt, The Red Point, Le Point Rouge, De Rode Punt. Ik kreeg veel treffers over rode puntjes in foto's die ontstaan door pixelfouten en rode ogen. Maar slechts een paar artikelen op het wereldwijde web gingen over de rode punt die ik bedoelde. En telkens stond er niet meer dan dat de leermeester van de fotograaf had gezegd, dat een rode punt in een foto het beeld interessant kon maken. 
Een artikel over kleurgebruik in de reclame bracht me nog het verst. Rood werkt sterk op emotie van mensen, las ik. Ik citeer: "Het is de kleur van de liefde, van opwinding, kracht, seks en passie. Maar ook van agressie. In de reclame zegt het iets over lef hebben en wordt het gebruikt in accenten. Omdat rood ook de kleur is van het hebben van schulden, doe je er goed aan om over het gebruik van deze kleur goed na te denken. Emotioneel gezien is het de meest intense kleur: rood doet de hartslag en ademhaling versnellen." 
Vooruit dan maar. Ik heb die rode streepjes in de foto laten zitten. Van golf heb ik geen verstand en van foto's maken weet ik ook niet alles. Ik schenk mezelf nog maar eens een glas rode wijn in en maak daar verder geen punt van.

Ik maak geen punt van die rode streepjes.

zondag 4 mei 2014

Dodenherdenking

In de hal van het gemeentehuis van Eindhoven zag ik ooit een gedenksteen aan de wand. 'Gevallen' las ik en daaronder vier namen. Het leek me wat overdreven om een gedenksteen te wijden aan mensen die in de hal van de trap zijn gevallen of zijn uitgegleden op de gladde tegelvloer. Maar daarvoor is die plaat ook niet. Uit een toelichting bij de namen blijkt dat het oorlogsslachtoffers zijn.
Ik moest er vandaag aan denken. In Nederland is het op 4 mei dodenherdenking. De plaatsen waar mensen bijeenkomen voor twee minuten stilte zijn meestal herdenkingsmonumenten die er staan voor álle oorlogsslachtoffers. 
In België kennen ze gedenkstenen waarop ze één enkele soldaat herdenken op de plek waar die gesneuveld is. In het dorpje Somme-Leuze in de Ardennen weet ik er een paar te staan. Bijvoorbeeld op een straathoek, niet eens een doorgaande weg, waarvan je je afvraagt wat het strategisch belang is geweest om daar je leven voor te geven. 
Omdat het vandaag de dag is om even stil te staan bij de oorlogsslachtoffers onderbrak ik mijn wandeling. Hier ligt Joseph Solheid, gevallen op 8 september 1944. Is dat zijn schaduw die er nog ligt? Zoals een krijttekening van een slachtoffer op plaats delict in een crimi? 
Nee natuurlijk niet. Ik heb de pose zorgvuldig uitgekiend, zodat niet te zien is dat de schaduw van de fotograaf is.
Deze schaduw is dus van mij toen ik even stilstond bij een oorlogsslachtoffer.  En in mijn hoofd speelde: 'I hope you died well and I hope you died clean' (uit het lied The Green Fields of France, waarin een wandelaar even uitrust bij het graf van een gesneuvelde soldaat).

...'I hope you died well and I hope you died clean'...

zondag 27 april 2014

Publiek

Noem het historische optocht. Noem het boerenoptocht. De benamingen worden in Gemert door elkaar gebruikt en ze vertellen allebei iets over de inhoud van de stoet. 
Duizenden toeschouwers zagen vrouwen op een platte wagen de was doen. Zoals dat vroeger gebeurde in een plattelandsgezin. Vandaar historische optocht. Duizenden toeschouwers zagen ook veel levende have en oude klederdracht van de boerderij passeren. Vandaar boerenoptocht. 
Veel mensen hebben een camera bij zich om fotogenieke details uit de stoet vast te leggen. Er waren vandaag ook veel leden van onze Foto Expressie Groep Gemert. We hadden dit weekend onze jaarlijkse fototentoonstelling en de expositieruimte lag aan de optochtroute. Dus we waren er toch. 
Ik maakte ook enkele foto's van de optocht en besefte toen dat ik meer van hetzelfde maakte. In zijn algemeenheid, want er worden vanaf de zijlijn ontzettend veel foto's van de optocht gemaakt. Maar ook voor mezelf, want ik heb vorig jaar deze optocht ook al eens gefotografeerd. 
Ik richtte als straatfotofraaf mijn lens daarom op het publiek. Vanwege onze expositie had ik toch al meer oog voor toeschouwers. Buiten maakte ik foto's waarop ik toeschouwers zodanig inkaderde dat ze kijken naar iets wat je niet op de foto ziet. Het zal de optocht wel zijn, want onze fototentoonstelling is achter hun ruggen. 
Er was dus in elk geval veel belangstelling vóór onze clubexpositie. Buiten.

Veel belangstelling vóór onze expositie.

zondag 20 april 2014

Mysterie

In mijn tuin in Somme-Leuze ontmoette ik zojuist de Paashaas. Het was een uiterst beschaafd heerschap dat mij vriendelijk groette. En ik groette hem. We raakten aan de praat. 
"Paashaas", zeg ik, "hoe komt het dat U met Pasen eieren brengt?" 
"Ach monsieur", antwoordt hij, "ik leg die eieren zelf en niemand gelooft dat. Daarom geef ik ze één keer per jaar weg. Met Pasen." 
"Ach Paashaas", zeg ik. "Hazen leggen toch geen eieren." 
"Ziet U wel. U gelooft mij ook niet." 
"Hoe kan dat dan? Een haas die eieren legt" 
"Dat is een mysterie. Net zoals die dode man die drie dagen later uit zijn graf opstond." 
"Jezus", zeg ik. 
"Zeg dat wel, sjezus", zegt de Paashaas. 
"Mag ik eens iets vragen?", gaat de Paashaas verder. "Hoe komt het dat ik zo scherp en kleurig op Uw foto sta, terwijl de hoeken van de foto donker zijn en de rest van het landschap wat licht en flets is." 
"Dat is mijn mysterie", zeg ik. "Net als jouw eieren en de verrijzenis van Jezus. Maar ik wil mijn mysterie wel ophelderen: ik selecteer de hoofdpersoon in de foto in mijn fotobewerkingsprogramma Aperture en voer het contrast en de kleurverzadiging op. Van de rest van de foto breng ik het contrast en de kleurverzadiging juist naar beneden. En dan voeg ik nogal stevig vignetering toe." 
"Oh", zegt de Paashaas. "Dat ga ik ook eens proberen." 
"Hoe komt U aan die eieren?", probeer ik nog eens. 
"Die heb ik gejat monsieur", antwoordt de Paashaas en hij huppelt fluitend weg. 
"Zeg, Jezus. En hoe deed jij dat eigenlijk?"

Dit is mijn mysterie.

zondag 6 april 2014

Lucky Luke

Ik denk dat de Dominicanenkerk in Maastricht open blijft. De meer dan zevenhonderd jaar oude kerk staat op een strategische plek midden in de stad. Daarvoor vind je altijd wel een bestemming, zo leert de geschiedenis. Hopelijk lukt de doorstart als boekhandel, want ik ken geen mooiere en ik ben in goed gezelschap. De Britse krant The Guardian riep de Maastrichtse boekhandel in de Dominicanenkerk in 2008 uit tot de mooiste ter wereld. 
Nou zijn het moeilijke tijden voor boekhandels, want de klandizie loopt terug. Boekhandelketen Polare – waarvan de Maastrichts boekhandel in de Dominicanenkerk deel uitmaakte – ging in februari failliet. Daarna knokte de boekhandel voor zijn voortbestaan. Er is een doorstart onder de naam Boekhandel Dominicanen en wat mij betreft mag de winkel een voorbeeld nemen aan het gebouw waarin hij is gevestigd. 
Nog ver voor er sprake was van ontkerkelijking werd de Dominicanenkerk in Maastricht al eens aan de eredienst onttrokken. Sinds begin negentiende eeuw zaten er een stadsmagazijn en een drukkerij in het gotische kerkgebouw. Het Maastrichts Stedelijk Orkest zat er in en er was een bloemententoonstelling. Tijdens het Rijke Roomsche leven in de eerste helft van de twintigste eeuw was het weer even een katholieke kerk. Daarna werd er carnaval in gevierd, sinds 1970 zaten er het stadsarchief en een bibliotheekdepot in, exposities, een feestzaal, een postkantoor en een fietsenstalling. 
Het rijksmonument paste zich aan aan de behoefte van de tijd. Dat zou de boekhandel ook moeten doen. Misschien is er een markt voor boeken over Billy the Kid of Lucky Luke, die sneller schoot dan zijn schaduw. Ik maakte in de Dominicanenkerk in Maastricht een foto van een man die kennelijk iets te lezen zocht. Zijn houding verraadt zijn interesse voor revolverhelden uit het Wilde Westen.

Schiet sneller dan zijn schaduw.

zondag 23 maart 2014

Lente

Als je een foto bekijkt, dan moet je het hebben van één zintuig: je ogen. Je hoort niet wat er op een foto gebeurt, je ruikt het niet, je voelt het niet. En als je al denkt dat je al die prikkels wel waarneemt, dan komt dat omdat je daarvoor op de foto verwijzingen ziet. Als mensen een doek voor de mond houden of hun neus dichtknijpen, dan zal het wel stinken. Als je rook ziet op een foto, dan vul je misschien de bijbehorende stank ook wel in. Pijn voel je niet op een foto, maar iemand die met een grimas op het gezicht naar een bloedende wond grijpt, die zal wel pijn lijden. 
Soms kunnen de op een foto getoonde uitingen van emotie je zelfs op het verkeerde been zetten. Iemand die twee gebalde vuisten in de lucht steekt kan juichen van blijdschap maar evengoed woedend reageren op iets wat hem is overkomen. Zonder context weet je dat vaak niet. Als je op een foto mensen ziet die dassen en mutsen en warme jassen dragen, dan zal het wel koud zijn. Als mensen op een terras zitten dan is het meestal lekker weer. Maar wat nou, als je mensen op een terrasje aan de wijn ziet zitten en ontspannen aan een sigaret ziet trekken, tegen een decor van passerende mensen in winterkleding? 
Vandaag maakte ik zo'n foto in het Waalse Durbuy. Is het hier warm of koud? Deze week begon de lente dus met het weer kan het alle kanten op. Toen ik deze foto maakte was het een graad of zes, zeven. Het zonnetje had voor zonaanbidders al zoveel kracht, dat ze met een jas aan aangenaam op een terras konden verpozen. Wie buiten wandelde verkoos een jas, das en zelfs muts om de windvlagen op tochtige straathoeken te trotseren. Het is dat alles, wat deze foto laat zien. 
Toen we Durbuy uitreden daalde de temperatuur in een fikse hagelbui naar twee graden. Als ik toen mijn camera nog een keer op dit terras had kunnen richten, had ik waarschijnlijk een andere tekst bij die foto geplaatst.

Warm of koud?

zaterdag 8 maart 2014

Hondjes van de bakker

In dit prachtige voorjaarsweer wandelden we langs de plas op De Stippelberg. Ik kom hier vooral 's morgens of 's avonds graag, als de zon laag staat en er prachtig strijklicht over het landschap valt. Maar het is ook wel eens lekker om in een middagzonnetje te wandelen. 
Ik had er weinig vertrouwen in dat ik bijzondere foto's zou maken, want iedereen met een beetje smartphone kan bij dit licht al fotograferen. En dan is het al snel meer van hetzelfde. Ik hoopte dat ik met een goede camera iets meer zou kunnen maken. Dus had ik mijn Canon EOS 6D bij me en daar had ik een 100-400 mm-objectief opgeschroefd. Voor mij een wat ongebruikelijke combinatie, want meestal kies ik bij deze telelens de EOS 7D die door zijn cropfactor iets meer telebereik geeft. Maar de 6D op zijn beurt geeft minder ruis in de hoge ISO-waarden en om met een telelens uit de hand te fotograferen kies ik voor een korte sluitertijd waarbij die ruisarme hoge ISO een voordeel is. 
Nu nog een leuk onderwerp. Dat diende zich aan toen ik groepjes jongeren ontdekte, die hun honden uitlieten aan en in de plas. Jongelui op het droge, honden in het water. Ik zag overal hondjes van de bakker die vies hadden gedaan omdat ze gingen zwemmen zonder zwembroekje aan. En ik fotografeerde van je hela hela hela holala. Ik maakte actiefoto's van honden in het water, apporterende honden, honden die om hun baasjes draafden, honden die zich droog schudden. 
Ik maakte een foto van een zwarte, natte hond in een regen van waterdruppels. Ik zag er wel een negatiefje van zo'n witte zwartgevlekte dalmatiër in: in dit geval een zwarte hond met witte vlekken. Al die witte spikkels, dat is in elk geval geen ruis. Maar dat had ik al uitlegd.

Dit is geen ruis.

woensdag 5 maart 2014

Stralend

Het is 5 maart en we konden buiten zitten op het terras van het restaurant in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Eigenlijk was dit vroege voorjaarsweer meer geschikt voor een boswandeling, maar we hadden al lang geleden bepaald dat de dag na carnaval een museumdag zou worden. 
Ik was nog niet in het Noordbrabants Museum geweest sinds het in mei vorig jaar na een flinke verbouwing weer open was. Bovendien wilde ik graag de tentoonstelling van het werk van fotokunstenaar Ruud van Empel zien. Vandaag was het min of meer nu of nooit, gezien mijn weldoorvoede agenda van de komende maanden. 
Omdat de restaurantjes in Den Bosch op de dag na carnaval na een grote schrobbeurt nog niet waren opgedroogd, besloten we in het museumrestaurant te eten. Dat bleek een goede keuze. We hebben er goed gegeten en lekker buiten in de zon gezeten. 
Er waren slechts enkele momenten die de buitenzitters aanleiding gaven tot wat geklaag en gemopper. Dat was wanneer de zon achter de wolken verdween en het midden in de winter toch wat frisjes werd zonder zonnetje. Op die momenten juichte mijn fotografenhart. Want dat je midden in de winter buiten kunt zitten is al een geschenk, maar dat ik uitzicht had op de contouren van bladloze bomen voor een helverlichte wolkenpartij waarachter de zon zijn stralen als een beamer naar de blauwe hemel kaatste, was een fantastische traktatie. 
Ik had mijn spiegelreflexcamera's thuisgelaten, omdat ik die in een museum meestal als ballast beschouw, maar ik had in mijn zak wel mijn PowerShot G10. En die richtte ik op dit prachtige weersverschijnsel. Ik maakte een foto van een stralend kunstwerk dat slechts een paar minuten te zien was in de tuin van het Noordbrabants Museum. Daarna keerde op 5 maart de zomer terug.

Kunstwerk dat slechts een paar minuten bestond.

maandag 3 maart 2014

Toeter

De carnavalsoptocht is elk jaar een fotogenieke stoet. Het zijn niet alleen toeschouwers met hun smartphones die er spontaan foto's van maken, maar ook veel amateurfotografen die zich met spiegelreflexcamera's langs de route opstellen. 
Er waren er bij die op een zonnige dag als gisteren een speedlightflitser op hun camera hadden gestoken. Die zullen net als ik nogal eens ooit de vraag hebben moeten beantwoorden: 'Waarom flits jij? Het is toch licht genoeg.' 
Ik had zelfs de ISO-waarde op mijn camera opgekrikt naar 800. Bij de huidige stand van de techniek maak ik dan nog altijd prima bruikbare, ruisvrije foto's en ik kan daardoor werken met een korte sluitertijd en een klein diafragma voor de scherptediepte. Dat is wel handig bij die beweeglijke mensen om je heen. 
Als ik zoek naar leuke fotomomenten kijk ik niet alleen in de optocht, maar vooral ook eromheen. Daar zie ik namelijk vaak de meest spontane acties. Gisteren ook weer. Ik heb uit de hele serie deze foto gekozen van een kind dat met zijn volle aandacht bij een toeter is. 
Het is nou precies een foto waar de flitser goed van pas kwam. Het hele plein is overgoten met zonlicht, maar ik fotografeer de schaduwkant van het kind en de toeter. Een beetje flitslicht heldert dan de donkere kant op. 
Het kind op deze foto weet nu wat het is om een toeter te zien. Maar hij is nog wat jong om al te weten wat het is om toeter te zijn.

Carnaval: toeter zien, niet toeter zijn