zondag 28 december 2014

Niet kiezen

Ben ik een landschapsfotograaf met belangstelling voor straatfotografie? Of ben ik een straatfotograaf met belangstelling voor landschapsfotografie? In het afgelopen jaar hopte ik nogal eens op en neer tussen de twee genres. Gelukkig hoefde ik vanmiddag niet te kiezen. Ik verenigde beide thema’s in één foto. 
Na het daverend succes van de eerste editie vorig jaar, had de plaatselijke afdeling van de ZLTO dit jaar een tweede aflevering van de Kapellekeswandeling op touw gezet. Vanaf het Boerenbondsmuseum konden de deelnemers door een sneeuwlandschap via De Kampen naar het kasteel wandelen en vandaaruit dwars door het dorp naar het kapelletje aan de Deel. Daar konden de wandelaars kiezen: via de molen aan De Elding terug naar het Boerenbondsmuseum of door de velden naar het Esdonks kapelleke en dan terug. De kortste route was zes kilometer lang, over Esdonk was het negen kilometer. 
Vorig jaar liepen we de lange route. Dit jaar kozen we voor de kortere. Ik wilde nog even bij molen De Bijenkorf binnenlopen om te zien of de A3+ print van de foto die ik gisteren van de molen had gemaakt, de drukte had overleefd. Dat was zo. Molenaar Jeroen was er zuinig op. Bovendien had ik op de korte route al een aantal mooie foto’s gemaakt. Zoals die van de schim op de muur van het kapelleke aan de Deel, die ik op mijn Facebook plaatste
Onderweg maakte ik ook deze foto. Ik had al een serie van kaarsjes in weckflessen die langs de route stonden, gecombineerd met een ondergaande zon aan de einder. Ik had avondrood in een sneeuwlandschap, maar dat is nogal standaard voor mensen die tegen de avond met een camera onderweg zijn. 
Ik heb uiteraard ook veel mensen gefotografeerd. Mensen op straat vind ik fascinerend als ze spontaan rare dingen doen. Bijvoorbeeld een kind dat zijn handen warmt aan een vuurtje terwijl het zijn handschoenen nog aan heeft. Gezien met de ogen van een straatfotograaf, gefotografeerd met de techniek van een landschapsfotograaf. Ik ga denk ik ook in 2015 maar niet kiezen tussen die twee genres.

Is dit nou een straatlandschapsfoto?.

zondag 21 december 2014

Oude doos

De kortste dag van het jaar heb ik benut om eens in een oude doos te duiken. Ik stuitte op dia’s die ik maakte in IJsland. We waren daar in 1981, in 1999 en in 2002 nog eens. Het was nog in het analoge fototijdperk. 
Tijdens die reizen maakte ik dia’s. Als landschapsfotograaf was ik vooral geïnteresseerd in de prachtige kleuren en grillige vormen van het IJslandse landschap. De foto’s die ik er maakte waren zo mooi, dat ik daarna geen uitdaging meer vond in het fotograferen van landschappen. Zo af en toe maak ik nog wel landschapsfoto’s, maar ik vond een nieuwe passie in wat wel wordt genoemd straatfotografie. 
Ik besloot vanmiddag een paar van die teruggevonden IJslandse landschapsdia’s te digitaliseren. Ik heb geen diascanner, maar koos voor een andere reproductietechniek. Ik zette een macro-objectief op mijn Canon 7D die door zijn cropsensor extra uitvergroot. Ik zette een speedlightflitser op statief en trok een diffusorkapje over zijn kop. Op dat kapje plakte ik een ingeraamde dia. De flitskracht van de speedlight zette ik op 1/128 en het diafragma van de camera op f/ 22. Dat leverde de perfecte belichting op voor reproductie van een dia die een centimeter of twintig voor de lens van mijn camera hing. 
Ik toon hier niet het mooiste landschapje, maar wel een bijzonder. We reden op dinsdag 23 juli 2002 een paar honderd kilometer door dit lavalandschap met als enige houvast voor richting een uitgesleten spoor. Eén keer zagen we op deze weg andere mensen. Een groep ruiters die net als wij urenlang niemand anders had gezien kwam ons tegemoet. Uitwijken was niet nodig. Ruimte zat. 
In dit door god en alle mensen verlaten landschap trainden Neil Armstrong en Buzz Aldrin in de jaren zestig voor hun maanlanding. Het schijnt hier erg veel op de maan te lijken. Armstrong fotografeerde later op de maan met een Hasselblad. Ik weet niet of hij er hier in dit IJslandse veld mee oefende, maar ik had in elk geval geen Hasselblad. Ik moest het toen doen met een analoge Canon 5D waarin een Kodak diafilm lag. 
Zonder tussenkomst van de NASA heb ik die dia’s nu ook digitaal beschikbaar gemaakt.

Digitaal zonder tussenkomst van de NASA.



zondag 14 december 2014

Social medium

Wat ben jij aan het doen?, vroeg een mevrouw die in gezelschap van een andere dame op me toe kwam lopen. Het was niet op de vermanende toon van ‘dit wil ik niet’, zoals me wel eens overkomt als ik ergens op de openbare weg fotografeer. Ze was gewoon nieuwsgierig en de vraag leek me vooral retorisch. Als iemand met een oog door de zoeker van een camera kijkt, is die kennelijk aan het fotograferen. En dat was wat ik deed. 
Maar ze leek me eerder te willen vragen, waarom ik hier aan het fotograferen was. En ook daarop hoefde ik geen antwoord te geven. De dame in haar gezelschap vertelde: “Deze meneer is van een fotoclub en maakt hier foto’s van de gangetjes en paadjes. Gisteren waren ze hier ook al aan het fotograferen.” 
Dat ik ook van die fotoclub was kon ze alleen maar raden, maar ik kon haar uitleg slechts bevestigen. Onze fotoclub had zaterdagmorgen in het kader van ons seizoenthema een excursie gehouden naar de paadjes, steegjes en gangetjes aan deze rand van ons dorp. We willen er aan het einde van het seizoen een clubexpositie van samenstellen. Ik was gisteren verhinderd om aan die excursie deel te nemen, maar was nu op eigen gelegenheid op pad. 
Op mijn pad ontmoette ik een vrouw die haar paardje uitliet. Het dier was niet veel groter dan een Sint Bernardhond en liep aangelijnd, zoals je met een grote hond doet. Ik vroeg of ik haar met haar paardje mocht fotograferen en dat vond ze prima. We raakten aan de praat en ze vertelde dat het paardje van een ras was dat door de Indianen werd gefokt en door de Spanjaarden naar Europa is gebracht. 
Ze vertelde verder dat ze zelf ook fotografeert en daarvoor een digitale Polaroid had gekocht. Ze nodigde me uit in haar atelier dat aan het einde van een paadje annex steegje of gangetje ligt en liet me daar al haar gereedschappen zien die ze als zzp’er gebruikt voor haar spirituele sessies, annex voetmassages annex cursussen paardenverzorging. “Ze zeggen wel eens dat ik me moet specialiseren, maar ik kan niet kiezen”, vertelt ze. 
Toen ik even later wat verderop aan het fotograferen was, kwam een vrouw naar buiten die me vroeg of ik de buurt aan het filmen was. Ik vertelde van onze fotoclub en het thema van gangetjes en steegjes en paadjes. Al kletsend kwamen we er achter dat we ver weg nog ergens familie waren. 
Dankzij mijn fotohobby heb ik vandaag weer enkele leuke mensen ontmoet. Facebook is een handig social medium, maar een fotocamera dus ook.

Zij kwamen vandaag op mijn pad.

zondag 7 december 2014

Barolo

Ze wilde een pop met Sinterklaas. Denk ik. Met een flesje en een speen. Dan kun je tenminste spelen met je pop. Zo zal het wel geweest zijn. Maar nou is Sinterklaas weer naar huis en is Kerstmis in aantocht. En dus moet je met mama en papa naar de kerstmarkt. Pop moet mee. Met flesje en speen. Maar toch niet zo leuk als thuis. Saai, stom, vervelend. Of hier in Durbuy, ennuyeux. 
Ik kon het wel eens zijn met dit meisje. Saai, stom, vervelend. Ik loerde op leuke motieven voor op onze kerstkaart, die ik al jarenlang zelf maak. Maar ik vond ze niet. Op de overdekte schaatsbaan lummelden wat kinderen rond. Echt geschaatst werd er niet. In vorige jaren maakte ik hier al mooiere foto’s. 
Tussen de kerstmarktkraampjes was het ook al niet druk. En dat was nog voor het begon te regenen. Het was koud genoeg voor sneeuw en dan had ik nog kans op een mooi kerstsfeertje. Maar toen de nattigheid begon te vallen was het alleen maar koude regen onder een grauwe lucht met weinig licht. Om twee uur in de middag moest ik opschalen naar ISO 800 om met een diafragma van f/ 5.6 nog uit de hand te kunnen fotograferen. Nee, dit was helemaal niks. Gelukkig leverde dit meisje me nog een aardige foto op. 
En toen ik haar zo naar dat flesje zag kijken herinnerde ik me dat er thuis ook nog een fles stond. Ook van Sinterklaas gekregen. Het werd een mooie Italiaanse wijn, Barolo 2010, in plaats van een kerstkaartfoto.

't Is geen Barolo 2010, hè?

zondag 30 november 2014

Roos

Soms is onze fotoclub net een IVN-afdeling. Dan krijgen alle planten namen en willen de natuurfotografen onder ons weten waar en hoe die foto van een bloem of plant gemaakt is. Dan pas ik. Als het op een steeltje staat en blaadjes heeft, dan noem ik het een bloem. Maar ik kan geen margriet van een boterbloem onderscheiden, laat staan dat ik al die latijnse namen ken. Ik zie soms niet eens het verschil tussen een echte bloem en een neppert. 
Ik ben ook geen natuurfotograaf. Mijn interesse gaat in hoofdzaak uit naar straatfotografie en de laatste tijd ben ik weer iets actiever met een oude passie, de landschapsfotografie. Die mag je bij mij ook niet verwarren met natuurfotografie. Als er natuur op mijn foto’s staat dan is dat omdat die het landschap bepaalt. Maar er kunnen even goed alleen maar gebouwen op staan, omdat een stadslandschap ook een landschap is. 
Hoewel ik als buitenfotograaf zowel op straat als in het landschap de kou en de regen trotseer, had ik vandaag geen zin in een lange wandeling. We lunchten in een restaurant in het dorp en deden inkopen op koopzondag en zijn toen naar huis gegaan. Het licht vond ik niet bijzonder genoeg voor landschapsfotografie en eigenlijk ook niet voor straatfotografie.
Thuis richtte ik een kleine, geïmproviseerde studio in en ging ik aan de slag met flitslicht. Af en toe vind ik dat nodig om de techniek niet te verleren. In huis vond ik een vaasje met een bloem erin. Een roos heet die geloof ik. 
Ik maakte er een paar foto’s van en experimenteerde een beetje met camera-instellingen. Zo kan ik op mijn Canon EOS 6D meervoudig belichten. Dat houdt in, dat je voor één foto meer opnames maakt, waarin je dan variaties kunt aanbrengen. Voor deze foto koos ik voor vier opnames, waarvan drie keer dezelfde. Voor de vierde opname verschoof ik het vaasje een klein beetje. Ik had de belichting voor elke opname apart aangepast. 
Als je de foto goed bekijkt kun je er de effecten van de meervoudige belichting goed uithalen. Vooral aan de rechterkant van het vaasje zie je een transparant randje. 
De fotoapparatuur van tegenwoordig is trouwens zo goed, dat ik in de nabewerking van deze opname een geweven structuur, losse draadjes en rafelrandjes zag. Mijn roos was nep. Ook vandaag was ik dus niet bezig met natuurfotografie.

Alweer geen natuurfoto.

zondag 23 november 2014

Oldtimers

In Durbuy was vanmiddag een colonne oldtimers neergestreken. Terwijl de bestuurders en hun passagiers aan de lunch zaten, trokken de keurig op een rij geparkeerde wagens veel bekijks. 
De voorbijgangers waren vooral mensen die kennelijk wisten waar ze naar keken. Ze bogen zich voorover in de wagens waarvan de daken waren teruggevouwen. En bij de overkapte wagens gluurden ze door de ruiten naar binnen met de handen aan weerszijden van hun ogen om spiegeling uit de ruit te weren. Wat ze verder gemeen hadden, was dat ze van die wagens allemaal foto’s maakten. 
Ik heb geen verstand van auto’s. Ik ben er even naartoe gelopen om te zien hoe de meest populaire wagens heetten. De rode Triumph TR6 werd meestal voorbijgelopen, maar bij de twee wagens die ernaast stonden, bleef vrijwel iedereen staan. Het waren twee Austin Healy’s. Kennelijk zijn dat leuke hebbedingetjes voor de oldtimerliefhebbers. 
Hoewel ik mijn Canon 6D bij me had, voelde ik me niet geroepen om die glimmende oude bakken te fotograferen. Pas toen ik die hond opmerkte die met veel aandacht naar de wagens opkeek, was mijn interesse gewekt. Schatte hij deze Austin Healy’s werkelijk op waarde? Ik heb er een foto van gemaakt, voor het geval die hond echt bijzonder is. Gezien zijn specifieke belangstelling voor de mooiste wagens in de rij had hij meer verstand van auto’s dan ik. 
Misschien is ie wel familie van Hond a en dan zal ie ook wel weten of Civic een reu of een teef is.

Is dit familie van Hond a?

zondag 16 november 2014

Pietenkleur

Je zou er het schaamrood van op de kaken krijgen. In het Middenoosten probeert IS de macht te grijpen, in Oekraïne doen de Russen ten koste van honderden doden aan landjepik en in Afrika gaan mensen dood aan het Ebolavirus. En wij in Nederland, wij maken ons druk over de kleur van Zwarte Piet die per definitie zwart moet zijn. Vanwege de traditie, jazeker. 
Als Piet van oorsprong andere kleurtjes gehad zou hebben, dan had ie wel Bonte Piet geheten. Rode Hond zouden we ook niet goed vinden, want een kleurling is geen hond. Blauwe Piet zou op verzet stuiten van onze Indonesische medemens, want een discriminerend deel van onze autochtone bevolking duidt die bevolkingsgroep uit onze voormalige kolonie Nederlands Indië uitermate kwetsend aan met ‘die blauwen’. Als ze geel zouden zijn kwam heel China in opstand. En Roze Pieten… Ach, laat ook maar. 
Zwarte Piet heeft in mijn beleving niks met discriminatie te maken. Toen ik nog een kind was, was de enige neger in mijn leven Sjimmie, het vriendje van Sjors. Zwarte Pieten hadden niks te maken met donker getinte minderheden. Ik wist niet dat die bestonden. Zwarte Pieten waren zwart, omdat ze in elk huis door de schoorsteen moesten kruipen. Vandaag keek ik naar de intocht van Sinterklaas in ons dorp. Buiten regende het en binnen zat ik bij restaurant Puuur achter een lunch met uitzicht op mensen buiten die zich schuil hielden onder paraplu’s. Rode, groene, blauwe, gele. Het was een kleurig plein, waar Sinterklaas werd welkom geheten. 
Ik had mijn Canon PowerShot G10 bij me gestoken, voor het geval ik iets zou zien dat leuk genoeg was voor een foto. Door het sombere weer moest ik kiezen voor een lage sluitertijd met veel kans op bewegingsonscherpte of een hoge ISO-waarde met de zekerheid van veel ruis. Door het raam maakte ik foto’s van leuke momenten buiten. 
Sinterklaas en zijn Pieten werden aan mijn oog onttrokken door de menigte toeschouwers. Maar op het terras van Puuur serveerde een medewerker van deze horecazaak warme chocomel. Door de ruit maakte ik een foto van een paar kinderen die verlekkerd toekeken hoe voor hen een beker warme chocomel werd bereid. Ze waren verkleed als Piet, zoals zoveel kinderen die ik vandaag zag. En hun kleur? Die van chocomel natuurlijk!

Chocomel Pieten.

zondag 2 november 2014

Unheimisch

Het is 25 jaar geleden dat de Berlijnse muur viel. Een jaar later, in oktober 1990, hield de DDR officieel op te bestaan. De staat is 41 jaar oud geworden. De foto die ik hier vandaag toon, maakte ik tien dagen geleden in de Hanzestad Stralsund, gelegen in de ehemalige DDR. We waren daar omdat we het grootste eiland van Duitsland bezochten: Rügen. En de brug naar Rügen begint bij Stralsund. 
Rügen heeft krijtrotskusten, rietkusten, zandstranden, rotsstranden. Het heeft met Jasmund een groot beschermd natuurgebied. Je kunt er wandelen en fietsen door een prachtig natuurlandschap. Ik maakte er mooie landschapsfoto’s, waarbij ik zo nu en dan een NR-filter inzette om met een lange sluitertijd de golfslag in de zee te laten uitvloeien. Die foto’s zijn te zien op de fotowebsite Flickr (klik hier om de foto's te zien). Of bij mij thuis in de hal, waar ik de precies een jaar geleden gemaakte foto’s van de Trollenfjord in Noorwegen heb vervangen door schilderachtige Rügenlandschapjes. 
Ik maakte op Rügen ook foto’s van de vierenhalve kilometer lange ruïne van Prora, een gebouw dat Hitler liet neerzetten om er twintigduizend Rijksgenoten vakantie te kunnen laten vieren. Alles bij elkaar kwam ik met duizend foto’s thuis. Al is dat hoge aantal mede ontstaan door een reeks foto’s van een beweeglijke kraanvogelkolonie naast ons hotel in Rügen, waarvan ik uiteindelijk een paar mooie foto’s overhield. 
De foto die echter het meest tot mijn verbeelding spreekt is die ik hier plaats. Niets op deze foto is namelijk wat het lijkt. Ik maakte deze unheimische opname in het stadje Stralsund. Dat is geen vervallen DDR-stadje, zoals je misschien zou denken bij het zien van deze foto. Als ik me hier om zou draaien en dan een foto zou maken, dan zou je een moderne haven zien met plezierjachten en verderop grote zeeschepen. Je zou een modern museumgebouw zien van Ozeaneum. En als je over de brug bij de haven de stad inloopt, zie je een historische binnenstad met eigentijdse winkels en horeca. 
Op deze foto zie je de achterkanten van pakhuizen en een geparkeerde goederenwagon. En dat verwijsbord naar toiletten hangt niet aan de trein, maar aan een ijzeren afrastering. Want niet alle ijzeren gordijnen zijn verdwenen.

Geen ijzeren gordijn maar wel een onzichtbaar ijzeren hek voor die wagons.

zondag 12 oktober 2014

Geen boomstam

Deze maand is het zes jaar geleden dat ik een Canon PowerShot G10 aanschafte. Voor erbij. De camera past in een jaszak en gaat dus ook mee als mijn spiegelreflexen onhandig groot zijn. Zo heb ik altijd een camera bij de hand en voor straatfotografie is dat wel handig, want momenten laten zich niet plannen. 
Tegenwoordig kunnen de camerafuncties van de smartphones een goed alternatief bieden, maar elke fotograaf weet dat er niks gaat boven een echte camera. Op mijn G10 heb ik controle over sluitertijd, diafragma en ISO-waarde, net zoals op een spiegelreflex kleinbeeldcamera. Het grote voordeel van die instelmogelijkheden is dat je daarmee het licht kunt sturen. Dat kun je met een smartphonecamera niet of nauwelijks. Met mijn G10 maak ik nog elke week foto's. Hoewel Canon inmiddels een G16 in de markt heeft gezet, voldoet mijn oude beestje nog prima voor de doelen waarvoor ik hem in wil zetten. 
De G16 heeft 12,1 megapixels. Mijn G10 heeft er zelfs 14,7. Handig als ik wil croppen. Het nadeel – en daarom heeft Canon ook wat pixels weggegooid – is dat mijn G10 bij hogere ISO-waarden vrijwel onbruikbaar is door de ruis. De sensor van een PowerShot is domweg te klein voor zoveel pixels. 
Op de Canon G16 kun je ISO 12800 instellen, drie stoppen meer dan de ISO 1600 op mijn G10. En met die ISO 1600 krijg ik meer ruis dan beeld. Ik ga zelden hoger dan ISO 200. Desondanks heb ik met deze camera al veel mooie foto's gemaakt, die ik anders niet gemaakt had omdat ik domweg geen camera bij me zou hebben. 
Vandaag maakten we een mooie herfstwandeling door de bossen naar een naburig dorp. Ik had mijn spiegelreflexen thuisgelaten, omdat ik in dit gebied sinds mijn jeugd alle landschapsvarianten al gefotografeerd heb. De PowerShot ging wel mee in een jaszak, voor het geval ik nog verrassend leuke dingen zou zien. 
En warempel. In het bos zag ik een plas water die na de regen van gisteren nog niet door de bodem was opgeslokt. Je kon er met twee voeten naast elkaar in staan en er lag een polsdikke tak ik. Ik hield mijn G10 een vinger dik boven het wateroppervlak en drukte af. 
Ik stond versteld van het resultaat. Het leek alsof er een boomstam in een meertje lag. Mijn ouwetje mag nog een poosje mee. Wat een power shot.

Kabouterboomstam in een meer.

zondag 5 oktober 2014

Hullie

Als ik door Maastricht wandel heb ik meestal een camera bij me. Een vliegende kraai vangt altijd wat, zeggen ze dan. Gisteren was het druk in de stad. Mooi weer, veel volk op straat. De terrasjes zaten vol, er was een demonstratie van dierenvrienden die medelijden hadden met dieren waarop dierproeven worden gedaan. 
De fietsenstallingen puilden uit en als je daar je fiets wilde terugvinden, dan was het even zoeken. Ik had het allemaal op de foto en liep met een voldaan gevoel terug naar de parkeergarage waar onze auto stond. 
We liepen langs de Maas en daar zag ik mensen foto's maken van stadsgezichten met het water op de voorgrond en van rondvaartboten en speedboten die het Maaswater uiteenspleten. Ik fotografeerde nog wat fotograferende mensen en zag toen een meisje voor me een zijwaartse buiging maken. De betekenis ontging me, maar vóór haar zag ik een ander meisje een foto maken met haar smartphone. Ik kaderde in een drukte af. Gek plaatje. 
Pas toen beide meiden giechelend omkeken en hun duim naar me opstaken, besefte ik dat de smartphone niet aan de voorkant maar aan de achterkant een foto had gemaakt. Ik was in een selfie van twee meiden terecht gekomen. Een hullie, zal ik maar maar zeggen, vrij naar een woord uit ons dialect dat 'zij' betekent.

Geen selfie maar een hullie.