woensdag 22 december 2010

Geen kerstbal

Al jarenlang ga ik aan de vooravond van Kerstmis met mijn fotocamera op zoek naar een leuk onderwerp voor een zelfgemaakte kerstkaart. Elk jaar als ik denk dat mijn arsenaal is uitgeput, vind ik weer iets. Tijdens een korte vakantie begin deze maand vertrouwde ik er op, dat ik op een kerstmarkt in Duitsland of België wel iets zou vinden. Maar zover kwam ik niet.
We wandelden door een besneeuwd Durbuy en opeens viel me een plek op, waar ik regelmatig langs kom. Ik heb daar al vaak staan kijken naar glimmende bollen voor een huisje. Wel een meter in doorsnee. Geen idee wat het voorstelt. De bollen lijken me te zijn gemaakt van een of ander metaal. Hebben ze een functie? Is het kunst? Ik weet het niet.
Nu lag er sneeuw op en opeens zag ik wat ik wilde zien: een joekel van een kerstbal. Met het laagje sneeuw erop en de besneeuwde dennen ervoor (of zijn het sparren?) drong zich opeens de kerstkaart aan me op. De foto is niet digitaal bewerkt, zoals veel mensen denken die mijn kerstkaart al ontvangen hebben.
Dit heeft dus niks met Kerstmis te maken. Als je hier in de zomer komt kan die glimmende bol er nog staan. En die naaldboompjes ook. Maar als U ziet wat ik wil dat U ziet, dan wens ik U heel klassiek een vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.


Zomer en winter.

maandag 20 december 2010

Besnùwde toppe

In ons dorp zijn wij fier op ons volkslied. We zingen het bij plechtige officiële gelegenheden, spontaan op feesten, met carnaval ook. Jong en oud kunnen het meezingen. Het is ons met de paplepel ingegeven.
Van wor ik bén? Kéénde gaj óns laand?
't hé gín besnùwde tòppe
't is plat lejk as m'n oope haand
gín spoor hé hiejr te stoppe.

Vandaag vroeg ik me af of het niet langzamerhand tijd wordt om het te herschrijven.
Ik was een dagje vrij en zat voor de verandering eens niet in de Ardennen, waar ik vorige week nog besneeuwde heuvels fotografeerde. Ik was thuis en besloot in de buurt het besneeuwde platteland te gaan fotograferen. Maar ik keek met Ardense ogen en zag vooral heuveltjes. Ons landschap is veranderd. Met mensenhanden.
Ik keek eens naar mijn geopende hand. Zo plat is die niet. Ik zing niet meer mee als ze ons volkslied aanheffen.
Nou vooruit dan, maar wel met mijn eigen tekst:
Van wor ik bén? Gaj kéént óns laand! (Daar zorgt de VVV wel voor)
't hé skôn besnùwde tòppe
(Mijn foto bewijst het)
't zèn gin bèèrg mar bulten zaand
(Er ligt hier sinds kort een golfbaan)
d'n trem gí hiejr nog stoppe.
(Een oude tram in een nieuw jasje gaat naar deze plek rijden)

Plat of besneeuwde top?

donderdag 9 december 2010

Schimmenspel

Al vaker heb ik op dit blog geconstateerd dat iedereen fotograaf is, zodra er sneeuw valt. Of liever: als er sneeuw ligt. Want voor veel zondagsfotografen moet eerst wel de zon schijnen, valt me op als ik in de natuur wandel. Ik grijp juist mijn kans als de lucht grijs is en de contrasten laag zijn. Dat ik me moet wapenen tegen sneeuwvlokken die dan op mijn cameralens willen kleven, neem ik voor lief. Pittoreske landschapsfoto's die iedereen maakt, hoe fraai en sfeervol ook, probeer ik te vermijden.
Deze week zat ik in de witte Ardennen waar het van tijd tot tijd sneeuwde. En flink ook. Dan trek ik er op uit. Mijn Canon 7D is spat- en stofdicht, volgens de cameraspecificaties. Mijn objectieven ook. Toch stop ik de camera met voorgeschroefd objectief in een speciaal voor dit doel geprepareerde plastic zak als extra bescherming tegen binnenlekkend water dat de elektronica kan aantasten. Een batterij die kortsluiting maakt kan gloeiend heet worden. Liever niet.
Onderweg hoopt de sneeuw zich op rond de plastic zak. Zie ik iets fotogenieks, dan klop ik de sneeuw van de zak, maak de achterkant open zodat ik alle cameraknoppen kan bedienen en ik houd het glas van het objectief vrij. Scherpstellen, knip, alweer een foto zoals de zondagsfotografen ze niet maken, domweg omdat ze nu niet buiten zijn.
In een bosrand vielen me de scherpe contouren van bomen op en de matte kleuren van dorre bladeren. De hevige sneeuwval vervaagde het beeld en maakte van het bos een schimmenspel. Op de foto die ik hier toon, zie ik in de bomen links zelfs enige gelijkenis met menselijke figuren. En dan te bedenken dat ik broodnuchter was. Pas thuis heb ik om warm te worden een alcoholhoudend sapje genuttigd. Mijn kleren hing ik voor de haard te drogen. En mijn camera? Dankzij de plastic zak was die niet nat geworden. Die hoefde dus niet te drogen en bleef bij gevolg nuchter.

Mensen of bomen?

dinsdag 23 november 2010

Schieten

De temperatuur was gedaald tot nul graden. Het was al de hele dag mistig en donker in de bossen rond Saint Hubert. Ik had mijn zinnen gezet op wildfotografie. Het weer was ideaal, leek me.
Langs een bosweg zag ik omgewoelde bermen. De onderkanten van de kluiten waren nog nat. Verse sporen. Hier waren vandaag, in elk geval nog niet zo lang geleden, wilde zwijnen geweest. Die zaten er veel in dit bosgebied.
Ik klom in de uitkijktoren die een mooi uitzicht bood over een open plek in dit uitgestrekte bos. Her en der lagen vennetjes. Omdat ik hier vaker kom, wist ik dat dit open gebied eindigt tegen een bosrand in de verte. Maar die kon ik door de nevel niet zien. Wild ook niet. Er blies een ijskoude wind door de ramen van de toren, waarvan ik de plexieglazen ruiten had opengeklapt. Ik maakte een paar foto's van dit spooklandschap, tot mijn vingers tintelden van de kou.
Ik verliet de toren en ging beneden nog een eind wandelen. Ik had mijn Canon 5D omhangen met een groothoekobjectief voor het wijdse landschap en mijn 7D met een 100-400 milimeter telelens voor eventueel wild.
Uiteindelijk moest ik me tevreden stellen met een paar landschapsfoto's waarin behalve de nevel een hoofdrol was weggelegd voor dode bomen, stammen, knoesten en een decor van in de mist gehulde bossen op de achtergrond. Ik maakte ook nog een paar foto's van een eenzame wandelaar die mijn pad kruiste. Maar geen wilde zwijnen of edelherten. Zelfs geen vosjes of konijnen.
Ik had er alle begrip voor dat de dieren zich verstopten. In dit bos liepen hier vlakbij ook jagers met geweren. En ik kon elk moment over grote afstand raakschieten met mijn Kanon 7D.


Geweer of Kanon?

zondag 14 november 2010

Rust

We waren al lang niet meer in het kasteel van Radhadesh in Petit-Somme geweest. Dit weekend hadden we vrienden op visite en het regende. Veel slecht-weer-uitstapjes kun je in de streek van ons weekendhuisje niet maken. Maar bij de Radhadesh ben je een poosje zoet met een rondleiding en je kunt er lekker vegetarisch eten.
Zondagmorgen was het droog, dus wandelden we in drie kwartier naar het kasteel in Petit-Somme. De Hare Krishna-monnik (of heet dat bij de Hare Krishna een broeder?) die ons een rondleiding gaf, kwam uit Maastricht. Hij gaf voor het vertrek een korte inleiding die hij besloot met '...en je mag hier gerust foto's maken'.
Ik had mijn Canon EOS 7D om mijn nek hangen. Die had ik dus niet tevergeefs meegesjouwd. In veel kastelen, musea en privédomeinen mag je niet fotograferen. Maar ik besefte al snel dat met het toestaan van fotografie een doel gediend is. De Hare Krishna-gemeenschap verkondigt zijn geloof over de hele wereld. Hoe meer foto's er vanuit dit kasteel verspreid worden, hoe meer hun missie hiermee ondersteund wordt.
Bij mij werkt zoiets dan weer averechts. In plaats van goed te luisteren tijdens de rondleiding, lette ik op mooie fotomomenten. Van de Hare Krishna heb ik niet veel opgestoken. Ze hebben mij niet bekeerd. Waarom de broeder op de foto dat scherm uitvouwde, weet ik dus ook niet. Maar het kwam me wel goed uit: ik vond het beeld onderin de foto nogal druk. Zo is het beter. Bedankt broeder-monnik.
Krishna strafte trouwens onmiddellijk voor mijn oneerbiedige fotogedrag: op de terugwandeling naar huis regende het dat het goot.


Krishna of scherm?

zaterdag 6 november 2010

Karl Blossfeldt

Nee, nee, nee, dit is geen egeltje op deze foto. Wel grappig als u dat denkt, want dat is precies mijn bedoeling.
We waren vandaag met de fotoclub op stap in natuureducatiecentrum De Specht. De plaats van handeling had eigenlijk overal in de natuur kunnen zijn, maar De Specht biedt zoveel variëteit dat we hier allemaal aan ons trekken kwamen. We hadden onszelf een opdracht gegeven en geen gemakkelijke ook. We fotografeerden 'natuur, maar dan anders'.
Onze grote inspirator was de Duitse fotograaf Karl Blossfeldt. Deze Duitse amateurfotograaf (1865-1932) maakte naam en faam met zijn foto's van zeer gedetailleerde vormen die hij in de natuur vond. Hij maakte zesduizend zwart-witfoto's die stuk voor stuk imponeren door hun geordende en soms vervreemdende structuren en vormen.
Wij bestudeerden zijn werk en gingen vandaag op pad om foto's te maken naar zijn voorbeeld. Ik ging mee, hoewel natuurfotografie, dichtbij-opnamen en macro-fotografie niet mijn voorkeur hebben. Ik hou meer van mensen en actie. Maar verandering van spijs doet eten, zo wil een Nederlands gezegde. Misschien zou ik dit nog leuk gaan vinden. Dus wisselde ik naar hartelust een macro- en een sterke telelens. Met allebei kon ik dicht op het onderwerp kruipen.
Karl Blossfeldt steeg al snel in mijn achting, want ik slaagde er deze ochtend niet in om iets te maken wat ook maar een beetje lijkt op zijn werk. Ik vond het niet erg ook. Want waarom zou ik foto's maken van iets waar er al zesduizend van zijn.
Gelukkig liet het thema van onze excursie 'natuur, maar dan anders' voldoende ruimte om toch wat leuke dingen uit te proberen. Ik zag een grappig stekelig bolletje in het tegenlicht en richtte er vanaf twee meter mijn 400 mm-objectief op. Ik heb geen verstand van planten, maar medeclubleden wisten dat dit een kaardebol was. Ik schroefde mijn macro-lens voor en dook er wat dichter op.
In de nabewerking op mijn computer maakte ik een uitsnede, keerde die om en nu vertoont mijn kaardebol egeltjesgedrag.


Kaardebol of egel?

zondag 31 oktober 2010

Wegspoelen

Het was mooi weer voor een herfstwandeling. De klok is vannacht in de winterstand gezet, dus de duisternis valt in één klap een uur eerder in. Het mooie licht vlak voor de zonsondergang was er dus vroeg. Ik maakte foto's van de kerktoren in de gloed van het laatste daglicht van vandaag. Ik fotografeerde laantjes en paden, bezaaid met rode en bruine dorre bladeren; net als zoveel mensen die vandaag met een camera op stap waren.
Hoewel ik zocht naar plaatjes die afwijken van wat voor de hand ligt, maakte ik toch vooral meer van hetzelfde. Evenals elk jaar, evenals al die anderen. Jammer, niks onderscheidends. Of het zou deze foto moeten zijn van bladeren die drijven op het water in een gracht. Op het eerste gezicht een vervreemdend plaatje. Het heeft iets surrealistisch. De herfstkleuren zijn overdadig aanwezig. Elke referentie met de omgeving ontbreekt.
Of vertelt deze foto toch een verhaal? Er ligt een frisdrankblikje in het water. Het verstoort het idyllische herfstsfeertje. Het hoort er niet. Dom weggegooid? Uit balorigheid. Te laks om het netjes in een afvalbak te gooien? Foei. Maar ik kan me vergissen. Wellicht spoelen de eendjes op deze gracht de hun toegeworpen broodkorstjes weg met een Euroshoppertje fris. In dat geval: jammer dat ik te laat ben om daar een foto van te maken. Want Photoshoppen om een eend te laten Euroshoppen, daar begin ik niet aan.


Geen Photoshoppen om te Euroshoppen.

dinsdag 12 oktober 2010

List

Het licht was prachtig vandaag. De hele dag prikte een zacht zonnetje door een lichte nevel. We reden meer dan negentig kilometer langs de frontlijnen van de Eerste Wereldoorlog rondom Ieper. We bezochten veel begraafplaatsen waar ik veel foto's maakte. Mooie zachte contouren met heiige achtergronden waar mooi licht in zat. Een kleine sfeervolle intieme wereld. Maar ik liet hier gisteren al een foto zien van een begraafplaats, dus nu maar eens iets anders.
Vanavond om acht uur gingen we bij de Menenpoort in Ieper naar de Last Post luisteren. Bij ons hoor je die alleen op 4 mei, maar hier wordt die elke dag gespeeld. Ik verwachtte daarom weinig publiek en ik stelde me voor dat ik een trompetblazer in zijn eentje zou kunnen fotograferen in die stadspoort waarin de namen van 54.896 soldaten in de wandplaten zijn gebeiteld.
Het was er echter veel drukker dan ik verwacht had. Om tien voor acht was de eerste linie waar ik foto's wilde maken allang bezet. Gelukkig heb ik hier inmiddels veel geleerd over oorlogsstrategieën en soms moet een fotograaf het meer hebben van een list dan van zijn techniek. Ik bedacht een omtrekkende beweging, want naar voren dringen en door de afzettingslinten breken zou me niet lukken, had ik al bedacht.
Gisteren waren we ook hier, dus ik wist dat je bovenlangs ook in de poort kon komen. Niemand hield me op die weg tegen en voor ik het zelf wist stond in ongemerkt tussen genodigden die hier een krans kwamen leggen. Ik maakte me onzichtbaar, ging uit de flank onder een lint door en stond even later in een stukje niemandsland tussen een politieafzetting en de trompetblazers onder de poort. Ik had een prachtig uitzicht, liep de lege ruimte in alsof ik bij het ceremonieel hoorde en maakte een paar foto's. Met list kun je een oorlog winnen. En foto's maken.


Oorlog voeren of foto's maken?

maandag 11 oktober 2010

Eerste Wereldoorlog

Ik liep door Ieper en dacht aan Brandevoort. De gebouwen in Ieper moeten ouder lijken dan ze zijn, net als in de Helmondse wijk Brandevoort. Maar er is een belangrijk verschil: de gebouwen in Ieper waren echt oud, toen ze in de Eerste Wereldoorlog aan puin werden geschoten. Daarna zijn ze grotendeels in de oorspronkelijke stijl herbouwd. In Brandevoort zijn de panden slechts nagebouwd in de stijl van echte, andere vestingstadjes.
Het contrast tussen Brandevoort en het Belgische Ieper is dus oneindig groot. Waar Brandevoort buiten een opvallende bouwstijl niet meer dan tien jaar weinig aansprekende geschiedenis te bieden heeft, is in Ieper wereldhistorie geschreven. Ieper was tussen 1914 en 1918 met vier loopgraafveldslagen het centrum van de Eerste Wereldoorlog. Daar voor was het eeuwenlang een belangrijke Vlaamse stad waarin de lakenhal het grootste niet-kerkelijke en niet-adelijke gebouw ter wereld was.
Vandaag zochten we naar sporen van de Eerste Wereldoorlog. In het zeer beeldende museum 'In Flanders Fields' hoefden we die sporen niet te zoeken. Ze werden ons op zeer indringende wijze gepresenteerd in woord en beeld. Bij ons hotel, even buiten Ieper, liggen nog resten van loopgraven en een krater die veroorzaakt is door de grootste explosie uit de Eerste Wereldoorlog.
Indrukwekkend vind ik altijd de oorlogsbegraafplaatsen. Naast foto's van nieuwe oude gebouwen in Ieper en aangrijpende beelden in het museum, maakte ik ook foto's tussen oorlogsgraven. Alles viel op zijn plaats, toen een bejaard Brits stel tussen de graven liep, terwijl ik juist had ingekaderd op een graf met een Australische vlag. Er wordt hier veel Engels gesproken in Ieper, want de Engelsen zijn hun Great War nog altijd niet vergeten.
Duits hoorde ik ook. Een ouder stel liep te zoeken naar iets wat ze hier verloren: de Eerste Wereldoorlog.


Graven en loopgraven.

zondag 3 oktober 2010

Donjon

Jaren geleden ontdekten mijn vrouw ik in een museum op IJsland tekeningen van het kasteel in ons dorp, die we nooit eerder gezien hadden. Een IJslandse tekenaar had ze in 1883 gemaakt toen hij als priesterstudent op het kasteel woonde. Het waren bijzondere tekeningen, want ze toonden het kasteel na de brand van 1883 en daar waren tot dan toe geen afbeeldingen van bekend.
Ik heb er ter plaatse dia's van gemaakt waarvan ik thuis reproducties heb laten maken. De tekeningen staan - met toestemming van het IJslandse museum - inmiddels in een boek over het kasteel. Ook zijn ze bij rondleidingen te zien in de kelder van de donjon. Ik had ze voor de verbouwing van mijn huis aan de muur hangen in de woonkamer. Daar wil ik ze terughangen, maar wel tussen een fotocollage van de kasteeltoren, zoals die er tegenwoordig bij staat.
Vanmiddag toog ik met mijn camera naar het kasteel, maar tot mijn teleurstelling kan ik niet meer gaan staan op de plek waar de tekenaar stond. Daar groeit nu een boom en de overhangende takken ontnemen het zicht aan de donjon. Ik heb me voorgenomen om in de winter nog eens terug te gaan, als de bladeren van de bomen zijn.
Voor ik vertrok maakte ik nog een rondwandeling door de kasteeltuin. Rond een grote boom ontdekte ik een verzameling kolossale paddenstoelen. Vraag me niet hoe ze heten, want daar heb ik geen verstand van. Voor je het weet zit ik maar wat te zwammen. Ik maakte er een serie foto's van: zo dicht erop dat het een spel werd van abstracte lijnen en kleurtonen, maar ook met een iets ruimere uitsnede waarop je in het water nog een stukje van het kasteel ziet weerspiegeld.
Ik vind de combinatie wel mooi. Ik kwam voor het kasteel en ging met paddenstoelen. Voor het kasteel dat er al eeuwen staat, kan ik nog wel eens terugkomen. Het zal er nog wel een poosje staan. Die paddenstoelen verdwijnen weer. En dan heb ik de foto's nog.


Zwammen over het kasteel.