Bij onze jaarlijkse excursie van de heemkundekring heb ik altijd een fotocamera bij me. Vroeger was dat vaak een kleinbeeldcamera, de laatste jaren is dat mijn Powershot G10 van Canon. Die kan gemakkelijk mee in de jaszak en valt zo weinig op, dat mensen me komen vragen of ik geen fototoestel bij me heb. Want veel mensen herkennen eerst mijn camera en dan pas mijn gezicht.
We gingen dit jaar niet zo ver van huis. Geen busreis naar een bezienswaardig stadje in België dit keer, maar met auto's naar een naburig dorp. Leuke begeleide wandeling door Gebbel, bezoek aan het voormalige woonhuis van schrijver Toon Kortooms en een bezoek aan een molen stonden op het programma. We hebben veel opgestoken van de geschiedenis uit een streek niet ver van huis.
Zo leerde ik op de molen dat de uitdrukking 'in het honderd lopen' uit de molenaarswereld komt. Een prettig draaitempo vindt de molenaar, als er elke minuut zestig wieken voorbij komen. Dat mag iets sneller, maar bij honderd wieken per minuut raakt het hele mechanisme in de molen in de war. De boel 'loopt in het honderd'.
Deze foto maakte ik, toen de molenaar ons buiten tekst en uitleg gaf over de stand van de wieken. Onder in de wiek zie je nog een figuur die een houding aanneemt waarvan je tien jaar geleden nog zou denken dat ze een shaggie draait. Nu denken we meteen dat ze een digitale compactcamera voor het hoofd houdt. Ik heb de foto van deze vrouw geschoten dwars door de wiek van de molen. Ha, weer een nieuwe uitdrukking: in de wiek geschoten.
Fotograferen is mijn passie. Ik ben er dagelijks mee bezig. Laat ik het even scherp stellen: ik fotografeer niet alleen in opdracht, maar maak ook vrij werk. Gewoon voor mijn plezier. Ik bekijk foto's van anderen, lees over fotografie, praat erover, schrijf erover, doe inspiratie op en deel mijn passie met de leden van de Foto Expressie Groep Gemert. En ook met U, bezoeker van dit blog. Welkom!
zondag 3 oktober 2010
zaterdag 25 september 2010
Dansen
Er was een fotograaf op het feest en ik prees me gelukkig dat ik dat niet was. Het plafond en de wanden van de zaal waren donker. Er brandde sfeerverlichting, maar die oversteeg niet de lichtopbrengt van kaarslicht. De fotograaf moest voluit frontaal flitsen en dat levert vrijwel nooit mooie foto's op. Ik zat het vanachter onze tafel aan te zien en weldra was ik volledig geboeid door de beweging en de expressie op de dansvloer. Het begon te kriebelen, want ik had een tas met camera's en randapparatuur in de auto staan.
Ik schatte de lichtopbrengst in de zaal, rekende snel uit dat rond 1000 iso bij een diafragma van f/1.6 en een sluitertijd van 1/40 seconde voldoende moest zijn. Ik zat aan de grens van het haalbare, maar wel aan de goede kant van die grens. En een beetje bijflitsen moest de rest doen. Ik haalde mijn spullen uit de auto en waagde het er op. Mijn 50 mm-objectief was met f/1.4 voldoende lichtsterk, maar dan was ik wel beperkt in mijn mogelijkheden om in te kaderen. Vooruit, ook een uitdaging.
Ik manoevreerde tussen de dansende mensen, observeerde hun geswing, gedraai en mimiek. Dicht erop. Soms weigerde de autofocus door de lage contrasten of omdat ik te dichtbij was. Maar toen ik het resultaat bekeek was ik tevreden. Deze rare foto viel me nog het meeste op. Want het dansende stel als hoofdmotief staat scherp aan de randen en het in een foto zo belangrijke centrum is leeg en onscherp.
Ook bijzonder: ik stond op de dansvloer, wat zelden voorkomt. Ik heb hier al vaker geschreven dat ik geen gevoel voor ritme heb en bovendien ben ik zo stijf als een hark. Het enige aan mij dat echt soepel beweegt is de wijsvinger waarmee ik de ontspanknop van een camera indruk.
Ik schatte de lichtopbrengst in de zaal, rekende snel uit dat rond 1000 iso bij een diafragma van f/1.6 en een sluitertijd van 1/40 seconde voldoende moest zijn. Ik zat aan de grens van het haalbare, maar wel aan de goede kant van die grens. En een beetje bijflitsen moest de rest doen. Ik haalde mijn spullen uit de auto en waagde het er op. Mijn 50 mm-objectief was met f/1.4 voldoende lichtsterk, maar dan was ik wel beperkt in mijn mogelijkheden om in te kaderen. Vooruit, ook een uitdaging.
Ik manoevreerde tussen de dansende mensen, observeerde hun geswing, gedraai en mimiek. Dicht erop. Soms weigerde de autofocus door de lage contrasten of omdat ik te dichtbij was. Maar toen ik het resultaat bekeek was ik tevreden. Deze rare foto viel me nog het meeste op. Want het dansende stel als hoofdmotief staat scherp aan de randen en het in een foto zo belangrijke centrum is leeg en onscherp.
Ook bijzonder: ik stond op de dansvloer, wat zelden voorkomt. Ik heb hier al vaker geschreven dat ik geen gevoel voor ritme heb en bovendien ben ik zo stijf als een hark. Het enige aan mij dat echt soepel beweegt is de wijsvinger waarmee ik de ontspanknop van een camera indruk.
dinsdag 21 september 2010
Plantage
In Helmond planten ze vanalles. De een zit achter geraniums, de ander heeft hennep op zolder. Of in de schuur. Of in andermans schuur. Die hennepteelt is trouwens niet voorbehouden aan Helmond. Er zijn boeren in plattelandsdorpen die er velden mee volpoten in de veronderstelling dat niemand daar achter komt.
Maar ik blijf even in Helmond, want daar trof ik vandaag een bijzondere plantage aan. Temidden van de nieuwbouw in de oude binnenstad zag ik een kluitje lantaarnpalen in volle wasdom. Ik weet niet of het meer opbrengt dan hennep, maar met energiezuinige lampen moet je toch een heel eind komen. Die kraan op de achtergrond is duidelijk geen waterkraan. Want watergeven is eerder slecht dan goed voor deze planten. Ruiken doe je deze groeilampen alleen bij kortsluiting. Ideale teelt, lijkt me.
Ik ken mensen die hier elke dag achteloos aan voorbijgaan. Mwah, werk aan de weg, zeggen die. Die lantaarnpalen moesten even plaats maken voor stratenmakers. Straks zullen ze wel teruggezet worden. Niks bijzonders dus.
Het mooie van een foto is, dat je je onderwerp kunt isoleren van zijn omgeving. Op de foto zie je geen stratenmakers. Wel veel gras en onkruid. Dan mag je je fantasie de vrije loop laten. Waarom staan die palen daar zo op een kluitje? Wie heeft ze daar neergeplant? Kluitje, geplant... En zo veronderstel ik een nieuwe bron van inkomsten voor d'n Helmonder: een plant die niet alleen de geest verlicht. Nog een tip voor het energiebedrijf: ook hier hebben ze vroeg of laat elektriciteit nodig.
Maar ik blijf even in Helmond, want daar trof ik vandaag een bijzondere plantage aan. Temidden van de nieuwbouw in de oude binnenstad zag ik een kluitje lantaarnpalen in volle wasdom. Ik weet niet of het meer opbrengt dan hennep, maar met energiezuinige lampen moet je toch een heel eind komen. Die kraan op de achtergrond is duidelijk geen waterkraan. Want watergeven is eerder slecht dan goed voor deze planten. Ruiken doe je deze groeilampen alleen bij kortsluiting. Ideale teelt, lijkt me.
Ik ken mensen die hier elke dag achteloos aan voorbijgaan. Mwah, werk aan de weg, zeggen die. Die lantaarnpalen moesten even plaats maken voor stratenmakers. Straks zullen ze wel teruggezet worden. Niks bijzonders dus.
Het mooie van een foto is, dat je je onderwerp kunt isoleren van zijn omgeving. Op de foto zie je geen stratenmakers. Wel veel gras en onkruid. Dan mag je je fantasie de vrije loop laten. Waarom staan die palen daar zo op een kluitje? Wie heeft ze daar neergeplant? Kluitje, geplant... En zo veronderstel ik een nieuwe bron van inkomsten voor d'n Helmonder: een plant die niet alleen de geest verlicht. Nog een tip voor het energiebedrijf: ook hier hebben ze vroeg of laat elektriciteit nodig.
zondag 19 september 2010
Kunstenaar
In het Eindhovense Dagblad las ik deze week een bespreking van het werk van Phoebe Maas door kunstredacteur Rob Schoonen (Onder de kop: Gedichten maken met de camera). Maas is kunstenares en gebruikt de camera als gereedschap. Veiliger dan met hamer en beitel gemeen hard op je duim slaan, denk ik dan maar.
Haar werk lijkt toevallig tot stand gekomen, schrijft Schoonen. Het oogt niet af: scherptediepte kon beter, nonchalant ingekaderd. Maar haar foto's zijn als gedichten, ze vertelt in haar foto's met veel gevoel over haar persoonlijke impressies. Ze doet dat niet met ingehuurde modellen, maar met mensen uit de omgeving die haar dierbaar zijn.
Schoonen stelt vragen bij wat hij ziet, als hij de foto's nauwkeurig bekijkt. Maakt die man dat knoopje van zijn overhemd vast, of maakt hij het juist los? Heeft zij die schoenen al uitgetrokken, of moet ze die nog aantrekken?
Ik was tot nu toe een gepassioneerd amateurfotograaf. Maar sinds vandaag ben ik een kunstenaar. Ik heb mijn vrouw – pas op: niet zomaar een model – wat slordig ingekaderd en de scherptediepte is ook niet optimaal. Dat koekje, gaat ze daar een hap van nemen, of heeft ze dat juist gedaan? Die onscherpe trap op de achtergrond, loopt die naar boven of juist naar beneden?
Hoera, ik ben een kunstenaar die zijn camera gebruikt als gereedschap. Bedankt voor je inspirerende artikel Rob. Bedankt voor je verhalende foto's Phoebe. De foto hieronder is toevallig tot stand gekomen toen we in een restaurantje zaten te eten. Het verhaaltje heb ik er later bij gemaakt. Is dit nou kunst of kitsch?
Haar werk lijkt toevallig tot stand gekomen, schrijft Schoonen. Het oogt niet af: scherptediepte kon beter, nonchalant ingekaderd. Maar haar foto's zijn als gedichten, ze vertelt in haar foto's met veel gevoel over haar persoonlijke impressies. Ze doet dat niet met ingehuurde modellen, maar met mensen uit de omgeving die haar dierbaar zijn.
Schoonen stelt vragen bij wat hij ziet, als hij de foto's nauwkeurig bekijkt. Maakt die man dat knoopje van zijn overhemd vast, of maakt hij het juist los? Heeft zij die schoenen al uitgetrokken, of moet ze die nog aantrekken?
Ik was tot nu toe een gepassioneerd amateurfotograaf. Maar sinds vandaag ben ik een kunstenaar. Ik heb mijn vrouw – pas op: niet zomaar een model – wat slordig ingekaderd en de scherptediepte is ook niet optimaal. Dat koekje, gaat ze daar een hap van nemen, of heeft ze dat juist gedaan? Die onscherpe trap op de achtergrond, loopt die naar boven of juist naar beneden?
Hoera, ik ben een kunstenaar die zijn camera gebruikt als gereedschap. Bedankt voor je inspirerende artikel Rob. Bedankt voor je verhalende foto's Phoebe. De foto hieronder is toevallig tot stand gekomen toen we in een restaurantje zaten te eten. Het verhaaltje heb ik er later bij gemaakt. Is dit nou kunst of kitsch?
vrijdag 10 september 2010
Weversoproer
In 1825 maakte de Fransman Joseph Nicéphore Niécpe de eerste bewaard gebleven foto. Toen in 1849 in Gemert de weversopstand uitbrak, was de fotografie dus bijna een kwart eeuw jong. Foto's werden nog gemaakt met platencamera's, lange sluitertijden en ingewikkelde ontwikkelprocessen. Van het weversoproer heb ik nooit foto's gezien. Ik denk ook niet dat die er zijn. Fotografie was voor de welgestelden en die hadden geen belangstelling voor foto's, die zouden herinneren aan een opstand van het gepeupel.
Gemert was in de negentiende eeuw een dorp van thuiswevers. Ze waren straatarm en moesten hard werken voor een paar centen. Niet vreemd dat ze in opstand kwamen tegen de onrechtvaardige rijke textielfabrikanten die hen uitbuitten. Er kwamen militairen en marechaussee aan te pas om de rust in het dorp terug te brengen.
In het kader van het nationele monumentenweekend werd vanavond onder aanvoering van enkele heemkundigen uit het dorp het oproep nagespeeld. Het leek me een uitgelezen kans om alsnog foto's te gaan maken van een historische plaatselijke gebeurtenis waar geen authentiek beeldmateriaal van is. Met een digitale camera en de modernste fototechnieken heb ik geprobeerd de grimmige sfeer te pakken van 1849.
Ik maakte een aantal mooie kleurenfoto's, goed scherp, fraai beeld. Maar dat was te gelikt. Een door een lange sluitertijd bewogen opname, met alleen scherpte van het flitslicht, teruggezet naar rauw zwart-wit en daar een sepiatint overheen. Dat benadert volgens mij beter de dynamiek van het oproer van toen. Wevers heffen knuppels en pollepels naar het gezag op het bordes van het gemeentehuis, dat de gevangengenomen leider van de opstand aan de menigte toont. Boeoeh!... Eh, o ja. Dit is niet echt.
Gemert was in de negentiende eeuw een dorp van thuiswevers. Ze waren straatarm en moesten hard werken voor een paar centen. Niet vreemd dat ze in opstand kwamen tegen de onrechtvaardige rijke textielfabrikanten die hen uitbuitten. Er kwamen militairen en marechaussee aan te pas om de rust in het dorp terug te brengen.
In het kader van het nationele monumentenweekend werd vanavond onder aanvoering van enkele heemkundigen uit het dorp het oproep nagespeeld. Het leek me een uitgelezen kans om alsnog foto's te gaan maken van een historische plaatselijke gebeurtenis waar geen authentiek beeldmateriaal van is. Met een digitale camera en de modernste fototechnieken heb ik geprobeerd de grimmige sfeer te pakken van 1849.
Ik maakte een aantal mooie kleurenfoto's, goed scherp, fraai beeld. Maar dat was te gelikt. Een door een lange sluitertijd bewogen opname, met alleen scherpte van het flitslicht, teruggezet naar rauw zwart-wit en daar een sepiatint overheen. Dat benadert volgens mij beter de dynamiek van het oproer van toen. Wevers heffen knuppels en pollepels naar het gezag op het bordes van het gemeentehuis, dat de gevangengenomen leider van de opstand aan de menigte toont. Boeoeh!... Eh, o ja. Dit is niet echt.
vrijdag 3 september 2010
Pet
De innovatieve straatmuzikant zet een luidspreker op een karretje, koppelt er een cd-speler met versterker aan, en draait plaatjes. Hij doet alsof hij met een trekharmonica zijn deuntje bijdraagt, maar als hij per ongeluk echt een toets aanraakt, dan klinkt het gruwelijk vals.
Vroeger ging de straatmuzikant na zijn optreden met de pet rond; zo'n degelijk geweven werkmanspet. De moderne straatmuzikant draagt een baseballpet en houdt die tijdens het collecteren op zijn hoofd. Hij houdt zijn toehoorders een bekertje voor.
Ik zat het vanmiddag tijdens de lunch op een terrasje in Durbuy te bekijken. Ik pakte verveeld mijn camera, keek door de zoeker en zag twee petjes. Ontspanknop ingedrukt. Geen wereldplaat. Maar toen ik de foto bij het archiveren nog eens bekeek, viel me op hoeveel informatie er in deze foto van de twee petmansen zit. De staande man is een muzikant, dat verraadt zijn harmonica. De manier waarop hij het bekertje ophoudt vertelt me dat hij collecteert, ook al is het geen traditionele pet waarmee hij rondgaat. Van de andere petmans zie je net voldoende om te begrijpen dat die naar zijn portemonnee tast voor wat muntjes.
Wat de foto niet vertelt, is dat ik de man afscheepte met paar dubbeltjes en hem met een vriendelijke glimlach verzocht om het komende half uur niet in mijn nabijheid te spelen. Dat leek me lang genoeg. Meer geld had ik niet in de parkeermeter geworpen.
Vroeger ging de straatmuzikant na zijn optreden met de pet rond; zo'n degelijk geweven werkmanspet. De moderne straatmuzikant draagt een baseballpet en houdt die tijdens het collecteren op zijn hoofd. Hij houdt zijn toehoorders een bekertje voor.
Ik zat het vanmiddag tijdens de lunch op een terrasje in Durbuy te bekijken. Ik pakte verveeld mijn camera, keek door de zoeker en zag twee petjes. Ontspanknop ingedrukt. Geen wereldplaat. Maar toen ik de foto bij het archiveren nog eens bekeek, viel me op hoeveel informatie er in deze foto van de twee petmansen zit. De staande man is een muzikant, dat verraadt zijn harmonica. De manier waarop hij het bekertje ophoudt vertelt me dat hij collecteert, ook al is het geen traditionele pet waarmee hij rondgaat. Van de andere petmans zie je net voldoende om te begrijpen dat die naar zijn portemonnee tast voor wat muntjes.
Wat de foto niet vertelt, is dat ik de man afscheepte met paar dubbeltjes en hem met een vriendelijke glimlach verzocht om het komende half uur niet in mijn nabijheid te spelen. Dat leek me lang genoeg. Meer geld had ik niet in de parkeermeter geworpen.
zondag 22 augustus 2010
Erfbewakers
Hun erf is zeventig meter lang,
en nauw acht meter breed,
maar als ik hier gebeten word,
dan heb ik daarvan weet.
Sorry, Jan Campert. Jouw gedicht 'Het lied der Achttien Dooden' is ongeëvenaard en alleen al uit respect voor zijn historische context zou ik het niet moeten persifleren. Maar de regel schoot me te binnen toen ik in het Belgische Andenne deze 'erfbewakers' op een binnenvaartschip aantrof. Want hoe klein kan een erf zijn? dacht ik toen ik die waakhonden zag.
Ik had van een afstand de schipper en zijn vrouw weg zien rijden. De honden waren dus alleen thuis. Ze duldden geen ongenood bezoek, maakten ze luidkeels en met ontblote tanden duidelijk.
Lading viel er niet te jatten, want de boot was leeg. Eén compartiment was tot op de roestige bodem leeggeschraapt, in het andere stond een bodempje water.
De vormen en structuren van roestige plekken en de wapperende vlag op het achterdek in het tegenlicht van de zon waren dankbare objecten om te fotograferen. Die trokken eerder mijn aandacht dan de honden. Maar ik heb graag dat er iets gebeurt voor mijn lens en dus werden de honden de hoofdrolspelers in mijn foto's.
Ze zaten stevig aangelijnd aan kettingen en goede erfbewakers blijven op hun erf. Hoopte ik. Wat kon me dus gebeuren.
Het beruchte onvoorzichtige stapje achteruit tijdens het fotograferen was hier op de Maaskade een groter gevaar dan een paar blaffende honden. En die reddingsboeien houden die honden liever voor zichzelf, denk ik, zelfs als ik in het water kukel.
en nauw acht meter breed,
maar als ik hier gebeten word,
dan heb ik daarvan weet.
Sorry, Jan Campert. Jouw gedicht 'Het lied der Achttien Dooden' is ongeëvenaard en alleen al uit respect voor zijn historische context zou ik het niet moeten persifleren. Maar de regel schoot me te binnen toen ik in het Belgische Andenne deze 'erfbewakers' op een binnenvaartschip aantrof. Want hoe klein kan een erf zijn? dacht ik toen ik die waakhonden zag.
Ik had van een afstand de schipper en zijn vrouw weg zien rijden. De honden waren dus alleen thuis. Ze duldden geen ongenood bezoek, maakten ze luidkeels en met ontblote tanden duidelijk.
Lading viel er niet te jatten, want de boot was leeg. Eén compartiment was tot op de roestige bodem leeggeschraapt, in het andere stond een bodempje water.
De vormen en structuren van roestige plekken en de wapperende vlag op het achterdek in het tegenlicht van de zon waren dankbare objecten om te fotograferen. Die trokken eerder mijn aandacht dan de honden. Maar ik heb graag dat er iets gebeurt voor mijn lens en dus werden de honden de hoofdrolspelers in mijn foto's.
Ze zaten stevig aangelijnd aan kettingen en goede erfbewakers blijven op hun erf. Hoopte ik. Wat kon me dus gebeuren.
Het beruchte onvoorzichtige stapje achteruit tijdens het fotograferen was hier op de Maaskade een groter gevaar dan een paar blaffende honden. En die reddingsboeien houden die honden liever voor zichzelf, denk ik, zelfs als ik in het water kukel.
dinsdag 10 augustus 2010
Aan de lijn
Vrouwtjespaskamers zijn taboe voor mannetjes. Behalve wanneer jij een reu bent en je vrouwtje in een druk winkelcentrum in Luik even een rokje past. Terwijl vrouwtje in de spiegel kijkt en denkt: deed ik maar aan de lijn, kijkt de hond naar vrouwtje en denkt: zat ik maar niet aan de lijn.
Ik prijs me op zulke momenten gelukkig dat ik dan mijn handzame Canon PowerShot G10 bij de hand heb. Want in gezelschap van vrouwtjes die op kledingjacht zijn, valt er voor mannetjes net als ik dan niet veel te beleven. Mijn 5D en 7D heb ik niet meegezeuld naar een winkelcentrum waar het telkens winkel-in winkel-uit is. Toch ben ik doorlopend op zoek naar fotogenieke scènes. Terwijl de dames binnen in kledingrekken snuffelen, zit ik voor de winkel op een bankje een moeder met een klein kind te observeren. Het schatje gehoorzaamt maar matig en de vermanende moeder met haar uk leveren een paar leuke foto's op. Maar het is niet opwindend, alles bij elkaar.
Als vrouwlief advies en geld nodig heeft, ontkom ik er niet aan om toch de zaak binnen te gaan. Dan zie ik die vrouw met hond. Vrouw verdwijnt met rok in een pashokje en trekt hond aan de lijn deels mee naar binnen. Ik zie het, ga door de knieën en richt mijn G10. Knip. Ik vraag me niet eens af of dit gepast of ongepast is.
Ik prijs me op zulke momenten gelukkig dat ik dan mijn handzame Canon PowerShot G10 bij de hand heb. Want in gezelschap van vrouwtjes die op kledingjacht zijn, valt er voor mannetjes net als ik dan niet veel te beleven. Mijn 5D en 7D heb ik niet meegezeuld naar een winkelcentrum waar het telkens winkel-in winkel-uit is. Toch ben ik doorlopend op zoek naar fotogenieke scènes. Terwijl de dames binnen in kledingrekken snuffelen, zit ik voor de winkel op een bankje een moeder met een klein kind te observeren. Het schatje gehoorzaamt maar matig en de vermanende moeder met haar uk leveren een paar leuke foto's op. Maar het is niet opwindend, alles bij elkaar.
Als vrouwlief advies en geld nodig heeft, ontkom ik er niet aan om toch de zaak binnen te gaan. Dan zie ik die vrouw met hond. Vrouw verdwijnt met rok in een pashokje en trekt hond aan de lijn deels mee naar binnen. Ik zie het, ga door de knieën en richt mijn G10. Knip. Ik vraag me niet eens af of dit gepast of ongepast is.
woensdag 14 juli 2010
Architectuur
Als regel zet ik op dit blog alleen actuele foto's; eentje van vandaag of hooguit van gisteren. Niet meer dan één per keer, want overdaad schaadt, zo wil het gezegde. Vandaag maak ik een uitzondering: omdat ik al een poosje geen foto's meer geplaatst had en omdat ik in de vakantie niets kon uploaden maar wel materiaal had. Zoals deze.
We waren een dagje in Aken. Mooie stad voor architectuurfotografie. Ik zag veel mensen met camera's lopen en gevels van imposante gebouwen fotograferen. Ook binnen, in de gebouwen, valt er genoeg in pixels te vangen. In de gratis toegankelijke dom moet je zelfs twee euro betalen om er te mogen fotograferen. Dat heb ik dus niet gedaan. Want alleen maar glas-in-loodramen of heiligenbeelden of mooi houtsnijwerk op een foto kunnen me niet bekoren.
Neem de voorgevel van het raadhuis van Aken. Mooi. Maar er worden honderden foto's per dag van gemaakt. Liefst zonder mensen die in de weg lopen. En dus worden het allemaal dezelfde foto's. Want die gevel staat er geduldig te wachten op de volgende camera.
Ik ben dan meer tevreden als er precies in het midden tussen de zuiltjes van het bordes een gezicht te zien is. Je hebt dan niet alleen vorm, maar ook inhoud.
We waren een dagje in Aken. Mooie stad voor architectuurfotografie. Ik zag veel mensen met camera's lopen en gevels van imposante gebouwen fotograferen. Ook binnen, in de gebouwen, valt er genoeg in pixels te vangen. In de gratis toegankelijke dom moet je zelfs twee euro betalen om er te mogen fotograferen. Dat heb ik dus niet gedaan. Want alleen maar glas-in-loodramen of heiligenbeelden of mooi houtsnijwerk op een foto kunnen me niet bekoren.
Neem de voorgevel van het raadhuis van Aken. Mooi. Maar er worden honderden foto's per dag van gemaakt. Liefst zonder mensen die in de weg lopen. En dus worden het allemaal dezelfde foto's. Want die gevel staat er geduldig te wachten op de volgende camera.
Ik ben dan meer tevreden als er precies in het midden tussen de zuiltjes van het bordes een gezicht te zien is. Je hebt dan niet alleen vorm, maar ook inhoud.
Le Tour
Ooit was ik blij als ik voor dit blog één goede foto per maand zou kunnen leveren. Inmiddels zijn de lezers van mijn verhaaltjes-met-foto's kennelijk verwend, want een trouwe lezer vindt dat de volgende foto erg lang op zich laat wachten. Sorry. Een verbouwing van mijn huis maakt dat ik niet erg efficiënt het internet op kan en bovendien was ik even een royale week op vakantie.
Maar dat levert wel foto's op. Dus trouwe bezoeker, hier is er weer eentje. Vorige week bezocht ik de Tour de France tijdens een etappe door de Ardennen. Ergens halverwege Brussel en Spa fotografeerde ik renners. Maar waar ik zelf meer plezier aan beleef is het observeren van mensen die op de renners wachten.
Een stel meiden vermaakte zich opperbest en liet dansend en wuivend de reclamekaravaan aan zich voorbijtrekken. Die spontaniteit, dat vind ik leuk. Leuker dan een peleton laffe renners dat in Spa besluit om er de brui aan te geven en zonder inspanning op één lijn over de streep te sukkelen. Ze vonden het parcours te gevaarlijk, omdat het door regen glad was geworden. Onzin. Wielrennen is meer dan hard een berg oprijden of een groepje vluchters vlak voor de finish tot de orde roepen om in een sprint uit te maken wie er die dag de bloemen mag gaan ophalen. Met een beetje lef en stuurmanskunst kun je in een Ardennenrit meer winst pakken dan in de Alpen. Maar neen, de heren staakten. Voor mij mogen die meiden elke dan een regendansje doen. Dan zullen de heren leren dat ze ook in de regen aan hun sport verplicht zijn om tot het uiterste te gaan.
Maar dat levert wel foto's op. Dus trouwe bezoeker, hier is er weer eentje. Vorige week bezocht ik de Tour de France tijdens een etappe door de Ardennen. Ergens halverwege Brussel en Spa fotografeerde ik renners. Maar waar ik zelf meer plezier aan beleef is het observeren van mensen die op de renners wachten.
Een stel meiden vermaakte zich opperbest en liet dansend en wuivend de reclamekaravaan aan zich voorbijtrekken. Die spontaniteit, dat vind ik leuk. Leuker dan een peleton laffe renners dat in Spa besluit om er de brui aan te geven en zonder inspanning op één lijn over de streep te sukkelen. Ze vonden het parcours te gevaarlijk, omdat het door regen glad was geworden. Onzin. Wielrennen is meer dan hard een berg oprijden of een groepje vluchters vlak voor de finish tot de orde roepen om in een sprint uit te maken wie er die dag de bloemen mag gaan ophalen. Met een beetje lef en stuurmanskunst kun je in een Ardennenrit meer winst pakken dan in de Alpen. Maar neen, de heren staakten. Voor mij mogen die meiden elke dan een regendansje doen. Dan zullen de heren leren dat ze ook in de regen aan hun sport verplicht zijn om tot het uiterste te gaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)








.jpg)
