zondag 27 juli 2008

Bootjes

Als ik in deze vakantieweken 's morgens naar mijn werk rijd, is het rustig op de weg. Ik neem zelfs de route langs de Zuid-Willemsvaart. Die is weliswaar altijd korter, maar geeft op normale werkdagen veel meer oponthoud dan een kleine omweg. Al is het alleen maar door de bruggen die om de haverklap open staan. (Ik ga bij de geopende of gesloten brug altijd uit van het doosdeksel-model en niet van de slagbomen die voor mij gesloten zijn.)
Met een hele werkdag voor de boeg, zag ik deze week al dat vakantievolk op het water dobberen. Ik reken ze niet tot mijn vrienden, want daarvoor hebben ze in het verleden te vaak mijn weg gestremd terwijl zij lekker lui door de geopende bruggen voeren. Tegenwoordig kan ik mijn werk bereiken zonder voor geopende bruggen te moeten wachten, dus als het vakantievolk me nu voor de voeten vaart, dan leg ik de schuld bij mezelf.
Omdat ik royaal op tijd was, ben ik even gestopt om een rij afgemeerde pleziervaartbootjes te fotograferen. Ze liggen vlak voor de brug in Aarle-Rixtel, die niet meer open kan. Daarom is dat stukje Zuid-Willemsvaart een doodlopend kanaaltje geworden dat in de vakantiemaanden dienst doet als jachthaventje. Tussen de bomen in het groene landschap heb je niet het idee dat de stad Helmond hier maar op een steenworp afstand ligt.
Om het rijtjeseffect van de bootjes te versterken heb ik er in Photoshop een panoramafoto van gemaakt. Iets dergelijks deed ik op dit blog al eerder met een wielerfoto. Uit mijn EOS 5D camera komen de foto's met een beeldverhouding van 2:3. Deze is versneden tot een verhouding van 1:4. Wel een beetje symbolisch ook: ik als werkmens in mijn eentje tegen vier vakantiebootjes.

Eén staat tot vier.

zondag 13 juli 2008

Ritme

We zaten aan de lunch op een terrasje in het Belgische stadje Bouillon aan de grens met Frankrijk. Het plaatsje is bekend vanwege zijn roemruchte kruisvaarder Godfried, wiens kasteel buiten ons blikveld op een rots aan het riviertje de Semois lag. Godfried verkocht zijn burcht eind elfde eeuw, driehonderd jaar nadat die gebouwd was, om er zijn eerste kruistocht mee te bekostigen.
In dit bezienswaardige stadje had ik uiteraard mijn fototoestel bij me. Wat heet: ik had mijn hele rugzak gevuld met fotospullen. Ik had mijn telelens bij me gestoken, omdat er op de burcht een roofvogelshow werd gegeven. Ik had een groothoeklens bij me voor de nauwe doorgangen in het kasteel. En natuurlijk zat mijn standaardzoom op de camera gemonteerd, want die komt overal van pas. Verder nog wat extra batterijen, want het stel dat in mijn camera zat was bijna leeg. Ik had ook een schoonmaakdoekje voor de lenzen bij me en wat lenskapjes en ander klein spul. Je sjouwt wat mee voor een middagje fotograferen.
Eigenlijk was de lunch niet het moment om foto's te maken, maar achteroverleunend in mijn terrasstoeltje viel mijn oog op een hotel aan de overkant van de Semois. Ik werd geboeid door het ritme van de ramen in de gevel. Het effect van dat ritme werd versterkt door het feit dat het werd gebroken door een vrouw die in één van de ramen de ruiten stond te lappen. Ik veegde de kruimels van mijn vingers, pakte de camera en maakte een foto. Later heb ik op de computer de lijntjes rechtgezet en een zodanige uitsnede gemaakt dat het ritme het beeld beheerste. Ik heb die middag in Godfrieds voetsporen nog veel foto's gemaakt, maar deze foto brak het ritme van kasteel, kasteel en nog eens kasteel.

Deze brak het ritme.

zaterdag 12 juli 2008

Herhaling

L’histoire se répète, zeggen de Fransen. Maar de geschiedenis herhaalt zich in alle talen en ook in de beeldtaal van de fotografie. Dat bedacht ik toen ik deze foto maakte. De geschiedenis herhaalt zich nooit precies hetzelfde, maar dat gebeurtenissen in gelijkaardige vorm regelmatig terugkeren, kan iedere historicus bevestigen. Fotografen laten zich inspireren door eerder gemaakte foto's en bedenken er een variant op. Of de gebeurtenis voor hun lens deed zich al eerder voor. Of de overeenkomst met eerder gemaakte foto's is louter toeval.
Zelf heb ik het ook al vaker aan de hand gehad. Op dit weblog plaatste ik eerder dit jaar een foto van een landschapje dat ik onder een koe door had gefotografeerd. Onlangs zag ik in het boek Dutch Eyes over de Nederlandse fotogeschiedenis een foto van Aart Klein uit 1966. Als je een uitsnede maakt van het linker deel van die foto, komt die aardig overeen met mijn koeienfoto. Toch heb ik me niet door de foto van Klein laten inspireren, domweg omdat ik die niet kende.
In een ver verleden toen er nog geen digitale foto's en geen internet bestonden, maakte ik een reeks dia's van een dansgezelschap. De mooiste uit die serie vond ik die met de gekleurde schaduwen van een danseres op een achtergronddoek, waarbij links in beeld nog net haar hand zichtbaar is. In een nog niet zo ver verleden maakte ik op mijn eerste digitale kleinbeeldcamera, de Canon 10D, een serie foto's van spelende kinderen bij de watervallen van Coo in de Belgische Ardennen.
Tijdens mijn vakantie was ik twee weken geleden weer in Coo en weer maakte ik een serietje foto's van spelende kinderen. Ik vond het tafereeltje wel leuk van een moeder die haar hand reikte naar haar dochtertje in het water. Op het moment dat ik afdrukte, herinnerde ik me de foto van de danseres waarbij de hand min of meer gespiegeld aan de andere kant in beeld komt. L’histoire se répète.

zaterdag 21 juni 2008

Ster Elektrotoer

Fotograferen is mijn hobby nummer één. Wielrennen is op enige afstand een goede tweede. Vanmiddag finishte de Ster Elektrotoer in ons dorp. Nu moest ik kiezen, want uit ervaring weet ik dat het volgen van een wielerwedstrijd niet samengaat met het fotograferen van de renners.
Ik zal het uitleggen. Als ik een wielerwedstrijd volg, probeer ik de onderlinge krachtsverhoudingen van de renners, hun specialismen en tactiek te doorgronden. Ik let erop wie zijn knechten vooruit stuurt, wie er handig is om in een bochtige finale weg te rijden en weg te blijven, of ik let op de sprinter die in de smalle straten van ons dorp een eindsprint goed kan organiseren. Dat soort dingen.
Als ik fotografeer let ik op het mooiste plaatje. Dan ontgaat me verder alles. De wereld is niet groter dan wat ik zie door de zoeker van de camera. Ik herken de renners pas thuis op het beeldscherm, als ik de foto's ga bewerken. En dan nog moet ik soms raden wie het zijn, als zonnebrillen en valhelmen hun identiteit verbergen.
Vandaag koos ik voor de foto. Mijn vrouw ging naar de finish, waar het halve dorp samenstroomde. Ikzelf stond alleen op een landbouwweggetje amper vier kilometer voor de eindstreep. Ik ken die hoek van het dorp goed, omdat het mijn geboortegrond is. Terwijl ik op de renners stond te wachten, kwamen de herinneringen boven aan de spelletjes die we hier vroeger in dit afgelegen gebiedje speelden. De weg waar ik nou stond te wachten was in mijn jeugd nog een karrenspoor. Hier hield de wereld op. En zie, ik slaagde erin om de renners zo te fotograferen alsof ze het einde van de wereld naderden. Ze rijden recht op een door gras overwoekerd karrenspoor aan. Mooier dan een witte finishlijn.

Mooier dan een witte finishlijn.

Hartsvriendinnen

Vriend Hans in België vierde gisteren zijn verjaardag. Hij had ons uitgenodigd voor een feestje rond een kampvuur, waartoe hij aan de rand van Herentals alle gelegenheid heeft. We zijn al vrienden vanaf onze jeugd, maar sinds hij in België woont zien we elkaar niet meer zo vaak. Hij heeft daarginds een vrienden- en kennissenkring om zich heen gebouwd, die niet meer de onze is. Het zijn stuk voor stuk leuke mensen, maar we zien ze te weinig om te kunnen zeggen dat we ze echt kennen.
Zo was daar Thom, die vorig jaar voor een gelegenheid mijn telefoonnummer in zijn gsm had opgeslagen en onlangs belde met de vraag wie ik was. Hij wist niet meer van wie het nummer was en waarvoor het diende. Het duurde een minuutje eer we door hadden, dat onze gemeenschappelijke vriend Hans de brug was tussen ons beiden. Zo was er op het feest ook een man die vroeg of ik Hans kende via de bier- en wijnclub waar hij lid van is. Neen, verzekerde ik. Bier en wijn zijn goede vrienden van me, maar Hans zit daar niet tussen. Hans heeft een nieuwe vriendin. Een aardige vrouw, waar ook wij het van begin af aan goed mee konden vinden. Verder waren er op het feest voor ons veel nieuwe, onbekende gezichten.
Ik zag twee meiden spontaan op de trampoline springen, die bij Hans in de tuin staat. Ik vond het wel aardig, hoe die twee bij het laatste daglicht tegen de hemel kaatsten. Dus pakte ik mijn camera en stak er de flitser op. Een lange sluitertijd zou schimmige figuren maken van de twee en het flitslicht moest de dames nog enigermate scherp aftekenen. Het waren twee hartsvriendinnen, vertelden ze. Zie hoe ze elkaars hand vasthouden. Wie ze zijn en hoe ze heten weet ik verder niet. Twee aardige, maar voor mij schimmige figuren in de tuin van vriend Hans.

Ik weet niet eens hoe ze heten.

dinsdag 17 juni 2008

Avondwandeling

Het was nog aangenaam weer en we besloten een avondwandeling te maken. De zon schoot een mooi strijklicht over het dal van de Ourthe, dus ging mijn camera mee. Of beter: mijn camera ging zéker mee, want eigenlijk neem ik op elke wandeling mijn camera mee. Je weet immers maar nooit. Het is me al eens gebeurd tijdens die enkele keer dat de camera in de auto lag en de auto ver weg stond, dat zich onverwacht mooie fotomomenten aandienden.
We liepen dus gisteravond even een ommetje door onze tweede woonstede Somme-Leuze in de Belgische Ardennen. We gingen de steile weg vanaf ons huisje naar beneden, met rechts de weilanden die de diepte in golfden en links het dorp met daarachter de fraai door zon beschenen heuvels. Ik had me voorgenomen om niet zomaar raak te klikken, maar de mooie plekjes zorgvuldig uit te kiezen.
Het doorkijkje op de foto viel zelfs wandelend in het voorbijgaan nauwelijks op. Ik zag het pas toen ik nog even omkeek en ik moest er zelfs voor door de knieën. Het kerkje van Somme-Leuze lag prachtig in de zon en de haag vormde een natuurlijk kader. De lage zon wierp krachtige, lange schaduwen en zo was het onvermijdelijk dat ik zelf ook in beeld kwam. Ik vond het niet eens erg. Mijn schaduw vulde precies op de goede plek onder de kerk een lege ruimte. Ik sta dus niet, zoals zoveel vakantiefotografen, zonder erg op de foto.

Mijn schaduw zit daar niet zonder erg.

zondag 8 juni 2008

VT Wonen

"Doe je dit wel eens vaker?" vroeg mijn collega Roelof. Hij had me gevraagd om foto's te maken van zijn woning, want die wil hij gaan verkopen. De foto's zijn bedoeld om kopers naar zijn fraaie huis te lokken. Via funda.nl en zo nog wat promotiemateriaal.
"Och," zeg ik, "ik fotografeer wel eens in kastelen." Want interieurs omwille van de interieurs fotografeer ik inderdaad niet veel. Niet in woningen. En zeker niet om die te verkopen. Maar mijn antwoord benaderde het dichtst mijn bedoeling om aan te geven dat ik wel wat kaas heb gegeten van het uitzoeken van sfeervolle plekjes met een sfeervolle belichting. Vooral oude kastelen kunnen me zeer bekoren. Zo'n ruwe stenen muur met een houten vloer waarop een bundel binnenvallend zonlicht schijnt. Het is dan de kunst om alles goed in balans te houden, zodat de sfeer niet verloren gaat. Dus geen uitgebleekte witte plekken waar veel zon valt en geen dichtgelopen zwarten in de schaduwen.
Ik heb daar zo mijn truukjes voor ontwikkeld, waarbij het er op aan komt dat vooral de hoge lichten binnen het contrastbereik van de sensor blijven. De donkere partijen vallen dan vaak in een fotobewerkingsprogramma nog wel te redden. Ik verkies dan opnames in RAW-bestanden boven door de camera berekende JPEG'jes.
Helaas had mijn collega Roelof haast met het inleveren van de foto's dus heb ik mijn over het algemeen te donkere opnames snel op de laptop opgekrikt en bij hem achtergelaten.
Hij was tevreden. Het lijken wel foto's voor het woonblad VT Wonen, stelde hij opgetogen vast. Toen ik ze later thuis nog eens op mijn gemak door een fotobewerkingsprogramma haalde, zag ik dat het allemaal nog veel beter kon. Hopelijk vindt Roelof toch kopers voor zijn huis.

Het lijken wel foto's voor VT Wonen.

zondag 1 juni 2008

Eigenzinnig

Vorige week schreef ik hier, dat ik een beetje uitgekeken ben op Durbuy. Toch was ik er zaterdag weer, omdat ik de leden van onze fotoclub had uitgenodigd om er een middagje te komen fotograferen. Het kleinste stadje ter wereld heeft immers heel veel mooie plekjes die fotografen kunnen inspireren tot fraaie, creatieve opnamen. Vooral als je er voor de eerste keer, of althans niet al te vaak, komt.
In de afgelopen jaren heb ik me aan Durbuy een beetje overeten. Het biedt me geen uitdaging meer, dacht ik tot afgelopen zaterdag. Ik heb op mijn computer digitale mappen vol kasteel_van_Durbuy, Ourthe_in_Durbuy, straatjes_van_Durbuy en tuinen_van_Durbuy, om maar wat te noemen. Er is geen overzicht of geen detail, dat ik al niet ooit voor de lens heb gehad. Ik fotografeerde er ook wel mensen en evenementen. Maar zaterdag besefte ik dat dat alles feitelijk alleen maar decor is voor het bijzondere straatleven van Durbuy.
Het dorp of zo je wilt 'stadje' trekt dagelijks hordes toeristen. Op zondagen komen de motorrijders, de autotoertochtrijders en de gezinnen die er even op uit willen met een vastomlijnde bestemming. Op werkdagen zijn het vooral busladingen vol toeristen en op zaterdagen hangt dat er ergens tussenin. Het zijn vaak rare snuiters. De naar mijn smaak leukste foto die ik zaterdag maakte geeft daar een indruk van. Het oma-Duck-wagentje in het midden staat altijd voor het hotel. Dat valt me al niet meer op. Die artistieke kale man met zijn wollige grijze baardje en zijn hondje past goed in het straatbeeld van het eigenzinnige Durbuy. Die Rolls Royce ook. Rechts loopt een groepje toeristen, zoals er hier massa's voorbijkomen. En het meest opmerkelijke van deze foto is nog wel, dat er geen fotografen op staan. Want daar struikel je over in Durbuy.


Durbuy heeft rare kostgangers.

zondag 25 mei 2008

Voorwaarts Marche

Het is al weer een aantal jaren geleden. We liepen de deur niet plat in de Ardennen, maar af en toe mochten we er wel eens een korte vakantie doorbrengen. Tot we op het idee kwamen om er een huisje te kopen en er voortaan met grote regelmaat te recreëren.
We zitten niet ver van het toeristenplaatsje Durbuy. Leuk dorpje dat zichzelf liever ziet als 'kleinste stadje ter wereld'. Natuurlijk streken we daar vaak neer op een terrasje. Een ander plaatsje, niet ver bij ons vandaan, is Marche-en-Famenne. We gingen er aanvankelijk vooral naartoe, omdat je daar de grote winkels had waar je inkopen kon doen. Verder vonden we het vooral een lelijk eendje wat toeristen niet veel te bieden had.
In de loop der jaren hebben we er kennelijk genoeg geld naartoe gebracht om er de welvaart te verhogen. Het plaatsje begon zienderogen op te knappen. Wij vonden er de voortreffelijke ijssalon van Mario Alonzi en het stijlvolle restaurant Quartier Latin. Durbuy raakte wat meer op de achtergrond en we bezoeken nu vaker Marche-en-Famenne. Vanmiddag maakten we er na het consumeren van een ijscoupe bij Mario nog even een wandelingetje. Martha zette zich op een bankje en ik maakte een foto. Het plaatje bevalt me zeker zo goed als de vele Mb's aan foto's die in mijn archief zitten van het kasteel van Durbuy.
Het is als met muziek: een leuk deuntje of een lied dat direct lekker in het gehoor ligt, is na een paar keer luisteren saai en vlak. Een nummer dat aanvankelijk wat zwaar overkomt daarentegen, kan je na enkele keren beluisteren mateloos gaan boeien. Datzelfde geldt voor foto's of schilderijen. Maar dus ook voor Ardennenplaatsjes. Ik zou zeggen: voorwaarts Marche!

Zeker zo mooi als Durbuy.

zondag 18 mei 2008

Jong geleerd

Mijn muzikale nichtje Helle speelde vanmiddag met haar orkestje De Dweilers uit Erp in Overloon. Daar was het blaaskapellenfestival 'Gein op het Plein'. Wij erheen. Wie mij kent weet dat het me niet om de muziek te doen was. Ik heb daar helemaal niks mee.
In de vierde klas van de lagere school boog de meester zich tijdens het klassikaal zingen naar me toe, luisterde even, en zei: 'Hou jij maar stil!' Een paar jaar geleden nog maar, stapte tijdens carnaval een meisje uit de hossende en wiegende menigte naar me toe en zei: 'Je klapt uit de maat!' Mijn nichtje had zich voor mij dan ook helemaal niet hoeven te verontschuldigen dat ze een bepaald nummer nog niet goed onder de knie had. Ik hoor dat niet.
Dus ik ga niet voor de muziek. Ik ga voor de foto's, want waar mensen samenkomen zijn altijd leuke portretjes, spontane acties of gekke situaties vast te leggen. Ik fotografeerde het vanmiddag allemaal. Leuk snoetje van mijn nichtje, ingekaderd door muziekinstrumenten. En springende muzikanten tussen auto's op straat. Maar het best beviel me toch een foto, waarop ik direct herkende wat ik bij muziek altijd heb gemist: aangeboren talent.
Terwijl een mama met haar dweilorkestje Gèn Gezeiver het publiek vermaakte, sloeg een meisje met een sambabal de maat in het ritme van de muziek. Pal boven een kinderwagen. Die baby krijgt de muziek dus met de 'rammelaar' ingegeven. Jong geleerd, oud gedaan. Dat was voor mij niet weggelegd.

De muziek wordt erin gerammeld.