zondag 28 september 2008

Mechelen

We maakten gisteren een daguitstapje met de heemkundekring naar Mechelen. Het was mooi weer, het was gezellig en het was leerzaam. Want de gidsen brachten ons op plekken waar toeristen doorgaans niet kunnen komen. Mechelen is een interessante historische Belgische stad, die slechts op het nippertje nooit de hoofdstad is geworden, zo heb ik begrepen. Verder bevatten de schilderijen in het Zotte Kunstkabinet een heleboel dubbelzinnige symboliek, waarover gidsen smakelijk en onsmakelijk kunnen vertellen. De Mechelse koekoek smaakt heerlijk en is evenmin een koekoek als een Mechelse herder een herder is. Het is gewoon kip.
Verder heb ik van alle wetenswaardigheden die de gidsen te vertellen hadden, weinig opgestoken. Want ik had mijn fotocamera meegenomen. Mechelen heeft niet alleen veel wetenswaardigheden, maar ook bezienswaardigheden. En zo heb ik vooral door de camerazoeker naar dit stadje gekeken. Ik heb het hier al vaker uitgelegd: als ik fotografeer vergeet ik alles om me heen. Zelfs dat de excursie van de fotoclub vorige week was en dat dit de excursie van de heemkundekring was. Het leverde me wel een reeks fraaie plaatjes op, waarvan ik er binnen de discipline van dit blog maar eentje kan tonen.
We maakten een rondvaart over De Beh... Binnendinges...; een kanaaltje waarvan ik de naam alweer vergeten ben, omdat ik foto's maakte. Zoals deze.

Een kanaaltje waarvan ik de naam vergeten ben.

zaterdag 20 september 2008

Martien Coppens

Op de dag dat in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam een overzichtstentoonstelling werd geopend van werken van Martien Coppens (1908-1986) was ik in Oirschot. In de Sint Pieterskerk in dit dorp fotografeerde de in Lieshout geboren Coppens ooit de eiken koorbanken, die later in 1944 bij een bombardement verloren zijn gegaan. Wie nog wil zien hoe de banken er uit zagen, is aangewezen op het boek 'De Koorbanken van Oirschot', één van de vele tientallen fotoboeken die Coppens heeft gepubliceerd.
De eerste excursie van onze Foto Expressie Groep Gemert in het nieuwe clubseizoen voerde ons naar Oirschot. Als bewonderaar van Martien Coppens kon ik het niet laten om even de kerk binnen te glippen, toen om tien uur de deuren van het voorportaal open gingen. Het interieur van de kerk was alleen te aanschouwen door gesloten glazen deuren. Maar dat deerde me niet. De koorbanken waren er toch niet meer. Bovendien wilde ik het werk van Coppens niet over doen. Wel had ik me voorgenomen om vandaag foto's te maken die geïnspireerd waren op zijn werk.
In het voorportaal stonden heiligenbeelden. Ze waren uit steen gehouwen en sommige waren aangetast door het weer en de tand des tijds. Ze deden me denken aan de beelden op de Sint Jan van Den Bosch, die Coppens ook fotografeerde. In de Oirschotse kerk waar Martien Coppens de eiken koorbanken fotografeerde, ging ik fotografisch de strijd aan met stenen beelden zoals Coppens die in Den Bosch vereeuwigde. Geen plagiaat, geen imitatie, maar inspiratie dus. Op mijn digitale Canon EOS 5D zocht ik naar instellingen waarmee ik het dichtst de donkere tonen kon benaderen, die Coppens in dit soort werk zo vaak wist te treffen.
Naast een aantal geslaagde foto's die ik in het dorp maakte, bevalt deze foto me nog het best. Het is een onderdeel van een beeld van Sint Vincentius, patroonheilige van onder anderen de weeskinderen. Vincentius zelf en een kind op zijn arm staan niet op de foto. Wel zijn hand op de schouder van een meisje dat voor hem staat.

Niet geïmiteerd, wel geïnspireerd.

zondag 14 september 2008

Nevelsluiers

De zondagochtenden in ons Belgische buitenhuis starten we meestal kalm. Niet al te vroeg uit de veren, de tijd nemen voor een ontbijtje, wat luieren of wat lezen. Dat alles, of liever dat weinige, doen we bij mooi weer op het terras en bij slecht weer lekker knus binnen met een panoramisch uitzicht over de heuvels tussen Durbuy en Hotton.
Vanmorgen was de meeste nevel al vroeg opgelost en de lucht strak blauw, maar hingen er nog enkele mistbanken boven het dal van de Ourthe. Ik heb op de luie zondagochtenden al veel kansen voorbij laten gaan om er met mijn fototoestel op uit te trekken. Vanaf ons terras heb ik die mistbanken al vaak gefotografeerd, maar nog nooit nam ik de moeite om dat sprookjesachtige landschap in te trekken. Dat werd dus hoog tijd.
Ik pakte mijn fotospullen bij elkaar en reed naar de Ourthe. Maar daar was het inmiddels opgeklaard. Alleen in bossen en onder solitaire bomen in weilanden hingen nog nevelsluiers. Een prachtig gezicht. Ik was al gauw vergeten dat ik gegaan was voor de mistbanken boven de Ourthe en maakte een reeks foto's van nevelsluiers in bossen en weilanden.
Deze foto maakte ik rond half tien, met mijn 100-400 mm zoom-objectief op een zoomstand van ongeveer 320 mm. In dit geval bleek een telelens meer geschikt dan een voor landschapsfotografie vaak gebruikt groothoekobjectief. De strakke inkadering en de geringe scherptediepte van de tele dragen bij aan de sfeer van een kleine, maar zonnige nevelwereld. Ik deelde dit sfeertje met een trimmer, een paar boeren en enkele kerkgangers. Wat mis je veel als je uitslaapt, lang ontbijt en nog wat luiert.

Wat mis je veel als je uitslaapt.

zondag 7 september 2008

Everzwijn

Om met een camera wild te vangen in zijn natuurlijke omgeving moet je er in de regel vroeg bij zijn. We hebben tijdens een middagwandeling in de Ardense bossen al eens evenzwijnen gezien. Maar voor ik er toen mijn lens op kon richten waren ze al in het kreupelhout verdwenen. Om wilde dieren te fotograferen moet je niet alleen vroeg opstaan, maar ook enige kennis hebben van hun leefgewoonten. Waar verblijven ze? Waar fourageren ze? Hoe voorkom je dat ze je in de gaten hebben? Zoiets.
Dit weekend had ik geluk. Het was druilerig, regenachtig weer. In de dichte bossen bij het Ardennenstadje La Roche, waar toch al nauwelijks daglicht doordringt, was nu helemaal weinig licht. Ik had mijn EF 100-400 mm zoomobjectief met lichtsterkte van 1:4-5,6 op mijn Canon 5D gestoken. De ISO-waarde stond op 800. Ik heb een vaste hand, dus waagde ik het er op om dit met beeldstabilisator uitgeruste objectief met een sluitertijd van 1/30 seconde te gebruiken. En nu maar hopen dat de beestjes mooi stil zouden blijven staan.
Deze ever nam gelukkig even de tijd om mij te monsteren en stond keurig stil. De opname viel wat donker uit, maar in het door Canon geleverde fotobewerkingsprogramma Digital Photo Professional kon ik het in RAW geschoten plaatje nog twee stoppen opkrikken. De meeste foto's van de everzwijnen bij La Roche kon ik weggooien, omdat de dravende beesten als strepen over mijn sensor veegden. Maar met deze ben ik zeer tevreden.
Laat ik eerlijk met U zijn. Ik ben niet vroeg opgestaan, ik heb geen verstand van wilde zwijnen en hoe ik moet voorkomen dat ze me zien weet ik ook niet, getuige deze foto. Ik heb gewoon viereneenhalve euro betaald om een uurtje door de regen te lopen in het wildparkje van La Roche. Daar lopen de dieren binnen een royale omheining in hun eigen leefomgeving. Om deze foto te maken had ik daarom niet veel kennis van diergewoonten nodig, maar van fotografie des te meer.

Niet-in-het-wild zwijn.

maandag 1 september 2008

Gezichtsbedrog

Met Photoshop is het een koud kunstje om op een foto dingen te tonen die er in werkelijkheid niet zijn. Kwestie van digitaal knippen en plakken. Maar ook zonder Photoshop kun je beschouwers van een foto op het verkeerde been zetten. Neem nou dit straatje in Durbuy met in het midden van de weg een gootje.
Nou, dat gootje is er niet. In het begin van het straatje staat wel een zuiltje van een halve meter hoog. Ik ben even door de knieën gegaan om het zodanig in beeld te zetten, dat het leek alsof het zuiltje een gootje was. Puur gezichtsbedrog. Ik verdenk er de ontwerper zelfs van, dat hij het bedoeld heeft zoals ik het gefotografeerd heb. Want het perspectief klopt heel aardig. Bijna te toevallig.
In het straatbeeld valt dat effect trouwens niet op. Als je niet oppast zie je het hele zuiltje niet en stoot je je schenen aan het ding midden op straat. De aandacht in het rustieke straatbeeld wordt veel meer opgeëist door de foeilelijke metalen wenteltrap aan het einde van het straatje, die is aangebracht tegen de achterkant van een museumpandje. Die trap is helaas geen gezichtsbedrog maar zit er echt. Je zou dat ding zo weg willen spoelen door een goot, maar ja, die is er niet.

Zuil of goot?

maandag 11 augustus 2008

Dagelijks leven

Wat staat er weinig van ons dagelijks leven op mijn blog, realiseerde ik me opeens. Raar is dat trouwens niet, want mijn vertellinkjes-met-foto's gaan vooral over mijn hobby. Twee dingen komen daar niet in voor: het werk en de dagelijkse sleur der dingen. Hobby is voor de tijd die overblijft. Dan maak ik de foto's. Daarvoor let ik op fotogenieke plekjes of mensen. Soms zoek ik ze op, soms komen ze spontaan op mijn weg.
In mijn dagelijks leven heb ik de camera zelden binnen handbereik. Ons privéleven leent zich ook niet zo voor snapshots. Het is de routine van te weinig slapen, opstaan, douchen, ontbijten en naar het werk. Op de vroege avond samen warm eten en dan vaak weer van huis tot het tijd is voor weer te weinig slaap en de wekker. Wat kun je dan nog vastleggen van het huiselijk leven en waar zou je het voor doen? Mijn moeder maakte vroeger wel eens foto's van ons gezinnetje. Ik heb er schoendozen vol van op zolder staan. Ze komen nog maar zelden tevoorschijn.
Vandaag maakte ik wat proeffotootjes met mijn nieuwe objectief, een 50 mm f/1.4 van Canon. Ik heb hem aangeschaft omdat ik wel eens foto's maak bij weinig bestaand licht. Tegenwoordig kun je dan in een digitale camera de ISO-waarde nog flink opschroeven en met mijn Canon 5D gaat het lang goed, voor er storende ruis in het beeld komt. Maar ik loop wel eens tegen grenzen aan. Bovendien is een groot diafragma wel eens nuttig om met onscherpte je hoofdonderwerp los te maken van de achtergrond. Bij een 50 mm-objectief heb je dan een flink groot gat nodig, zoals een f/1.4.
Ik maakte dus vanavond wat testfoto's in huis. Mijn vrouw was aan het strijken en daarbij heeft ze altijd de televisie aanstaan. Het is een vertrouwd beeld in onze huiskamer. En dankzij mijn f/1.4 is de achtergrond zodanig onscherp, dat ik hier maar weinig weggeef van ons privéleven.

Strijken en kijken.

zondag 27 juli 2008

Bootjes

Als ik in deze vakantieweken 's morgens naar mijn werk rijd, is het rustig op de weg. Ik neem zelfs de route langs de Zuid-Willemsvaart. Die is weliswaar altijd korter, maar geeft op normale werkdagen veel meer oponthoud dan een kleine omweg. Al is het alleen maar door de bruggen die om de haverklap open staan. (Ik ga bij de geopende of gesloten brug altijd uit van het doosdeksel-model en niet van de slagbomen die voor mij gesloten zijn.)
Met een hele werkdag voor de boeg, zag ik deze week al dat vakantievolk op het water dobberen. Ik reken ze niet tot mijn vrienden, want daarvoor hebben ze in het verleden te vaak mijn weg gestremd terwijl zij lekker lui door de geopende bruggen voeren. Tegenwoordig kan ik mijn werk bereiken zonder voor geopende bruggen te moeten wachten, dus als het vakantievolk me nu voor de voeten vaart, dan leg ik de schuld bij mezelf.
Omdat ik royaal op tijd was, ben ik even gestopt om een rij afgemeerde pleziervaartbootjes te fotograferen. Ze liggen vlak voor de brug in Aarle-Rixtel, die niet meer open kan. Daarom is dat stukje Zuid-Willemsvaart een doodlopend kanaaltje geworden dat in de vakantiemaanden dienst doet als jachthaventje. Tussen de bomen in het groene landschap heb je niet het idee dat de stad Helmond hier maar op een steenworp afstand ligt.
Om het rijtjeseffect van de bootjes te versterken heb ik er in Photoshop een panoramafoto van gemaakt. Iets dergelijks deed ik op dit blog al eerder met een wielerfoto. Uit mijn EOS 5D camera komen de foto's met een beeldverhouding van 2:3. Deze is versneden tot een verhouding van 1:4. Wel een beetje symbolisch ook: ik als werkmens in mijn eentje tegen vier vakantiebootjes.

Eén staat tot vier.

zondag 13 juli 2008

Ritme

We zaten aan de lunch op een terrasje in het Belgische stadje Bouillon aan de grens met Frankrijk. Het plaatsje is bekend vanwege zijn roemruchte kruisvaarder Godfried, wiens kasteel buiten ons blikveld op een rots aan het riviertje de Semois lag. Godfried verkocht zijn burcht eind elfde eeuw, driehonderd jaar nadat die gebouwd was, om er zijn eerste kruistocht mee te bekostigen.
In dit bezienswaardige stadje had ik uiteraard mijn fototoestel bij me. Wat heet: ik had mijn hele rugzak gevuld met fotospullen. Ik had mijn telelens bij me gestoken, omdat er op de burcht een roofvogelshow werd gegeven. Ik had een groothoeklens bij me voor de nauwe doorgangen in het kasteel. En natuurlijk zat mijn standaardzoom op de camera gemonteerd, want die komt overal van pas. Verder nog wat extra batterijen, want het stel dat in mijn camera zat was bijna leeg. Ik had ook een schoonmaakdoekje voor de lenzen bij me en wat lenskapjes en ander klein spul. Je sjouwt wat mee voor een middagje fotograferen.
Eigenlijk was de lunch niet het moment om foto's te maken, maar achteroverleunend in mijn terrasstoeltje viel mijn oog op een hotel aan de overkant van de Semois. Ik werd geboeid door het ritme van de ramen in de gevel. Het effect van dat ritme werd versterkt door het feit dat het werd gebroken door een vrouw die in één van de ramen de ruiten stond te lappen. Ik veegde de kruimels van mijn vingers, pakte de camera en maakte een foto. Later heb ik op de computer de lijntjes rechtgezet en een zodanige uitsnede gemaakt dat het ritme het beeld beheerste. Ik heb die middag in Godfrieds voetsporen nog veel foto's gemaakt, maar deze foto brak het ritme van kasteel, kasteel en nog eens kasteel.

Deze brak het ritme.

zaterdag 12 juli 2008

Herhaling

L’histoire se répète, zeggen de Fransen. Maar de geschiedenis herhaalt zich in alle talen en ook in de beeldtaal van de fotografie. Dat bedacht ik toen ik deze foto maakte. De geschiedenis herhaalt zich nooit precies hetzelfde, maar dat gebeurtenissen in gelijkaardige vorm regelmatig terugkeren, kan iedere historicus bevestigen. Fotografen laten zich inspireren door eerder gemaakte foto's en bedenken er een variant op. Of de gebeurtenis voor hun lens deed zich al eerder voor. Of de overeenkomst met eerder gemaakte foto's is louter toeval.
Zelf heb ik het ook al vaker aan de hand gehad. Op dit weblog plaatste ik eerder dit jaar een foto van een landschapje dat ik onder een koe door had gefotografeerd. Onlangs zag ik in het boek Dutch Eyes over de Nederlandse fotogeschiedenis een foto van Aart Klein uit 1966. Als je een uitsnede maakt van het linker deel van die foto, komt die aardig overeen met mijn koeienfoto. Toch heb ik me niet door de foto van Klein laten inspireren, domweg omdat ik die niet kende.
In een ver verleden toen er nog geen digitale foto's en geen internet bestonden, maakte ik een reeks dia's van een dansgezelschap. De mooiste uit die serie vond ik die met de gekleurde schaduwen van een danseres op een achtergronddoek, waarbij links in beeld nog net haar hand zichtbaar is. In een nog niet zo ver verleden maakte ik op mijn eerste digitale kleinbeeldcamera, de Canon 10D, een serie foto's van spelende kinderen bij de watervallen van Coo in de Belgische Ardennen.
Tijdens mijn vakantie was ik twee weken geleden weer in Coo en weer maakte ik een serietje foto's van spelende kinderen. Ik vond het tafereeltje wel leuk van een moeder die haar hand reikte naar haar dochtertje in het water. Op het moment dat ik afdrukte, herinnerde ik me de foto van de danseres waarbij de hand min of meer gespiegeld aan de andere kant in beeld komt. L’histoire se répète.

zaterdag 21 juni 2008

Ster Elektrotoer

Fotograferen is mijn hobby nummer één. Wielrennen is op enige afstand een goede tweede. Vanmiddag finishte de Ster Elektrotoer in ons dorp. Nu moest ik kiezen, want uit ervaring weet ik dat het volgen van een wielerwedstrijd niet samengaat met het fotograferen van de renners.
Ik zal het uitleggen. Als ik een wielerwedstrijd volg, probeer ik de onderlinge krachtsverhoudingen van de renners, hun specialismen en tactiek te doorgronden. Ik let erop wie zijn knechten vooruit stuurt, wie er handig is om in een bochtige finale weg te rijden en weg te blijven, of ik let op de sprinter die in de smalle straten van ons dorp een eindsprint goed kan organiseren. Dat soort dingen.
Als ik fotografeer let ik op het mooiste plaatje. Dan ontgaat me verder alles. De wereld is niet groter dan wat ik zie door de zoeker van de camera. Ik herken de renners pas thuis op het beeldscherm, als ik de foto's ga bewerken. En dan nog moet ik soms raden wie het zijn, als zonnebrillen en valhelmen hun identiteit verbergen.
Vandaag koos ik voor de foto. Mijn vrouw ging naar de finish, waar het halve dorp samenstroomde. Ikzelf stond alleen op een landbouwweggetje amper vier kilometer voor de eindstreep. Ik ken die hoek van het dorp goed, omdat het mijn geboortegrond is. Terwijl ik op de renners stond te wachten, kwamen de herinneringen boven aan de spelletjes die we hier vroeger in dit afgelegen gebiedje speelden. De weg waar ik nou stond te wachten was in mijn jeugd nog een karrenspoor. Hier hield de wereld op. En zie, ik slaagde erin om de renners zo te fotograferen alsof ze het einde van de wereld naderden. Ze rijden recht op een door gras overwoekerd karrenspoor aan. Mooier dan een witte finishlijn.

Mooier dan een witte finishlijn.