zondag 16 augustus 2015

Veelzijdig kunstenaar

Op de kunstmarkt in Gemert wilde ik vanmiddag eigenlijk een mevrouw fotograferen die met een paraplu het doek van haar marktkraam omhoog duwde. Daarmee probeerde ze het regenwater van het tentdoek te schudden. De foto had een icoon moeten worden van een verregende kunstmarkt na weken van warme tot hete zomerdagen. 
Een meneer die tussen mij en de dame met paraplu in stond zou eigenlijk als figurant in beeld komen, maar hij nodigde me gebarend uit dat ik een foto van hem moest maken. Hij trok een man die naast hem stond tegen zich aan en samen namen ze een poseerhouding aan. Ik hou niet van geposeerde foto’s, maar ik drukte toch af. Weggooien kan altijd nog en stiekem hoopte ik dat de mevrouw met paraplu nog klaterend water in beeld zou brengen. Maar dat gebeurde niet. 
Toen ik de foto op de display van mijn camera bekeek, viel die me niet tegen. Ondanks de geforceerde pose had de foto elementen die het de moeite waard maken om ernaar te kijken. Hij oversteeg naar mijn gevoel het gemiddelde social-media-snapshot. Dat komt denk ik door het excentrieke uiterlijk van de man met hoed en door de entourage. Schuin achter de man is de vrouw met paraplu nog te zien, waar het me oorspronkelijk om begonnen was. 
Ik raakte in gesprek met de man met hoed. Hij vertelde dat hij ook fotograaf was en in heel Europa beroemde muzikanten had gefotografeerd. In zijn kunstmarktkraam had hij een aantal foto’s uitgestald, zwart-wit en nog uit het analoge tijdperk. Op zijn visitekaartje las ik dat ik hier te maken had met Hans Budding uit Vianen, beeldend kunstenaar, vormgever en dichter. Hij had zich bekwaamd in ruimtelijke/autonome vormgeving, grafisch vormgeving, fotografische vormgeving en poëzie podiumkunst. 
Een veelzijdig kunstenaar, stel ik vast. Niet zomaar een fotograaf, maar een fotografisch vormgever. Hij mag dan wel niet zo beroemd zijn als Anton Corbijn met zijn foto’s van wereldberoemde muzikanten, maar met zijn grafische vormgeving en gedichten had Hans het meer in de breedte van het kunstenaarspalet gezocht, constateer ik. 
Ik lift een beetje mee op de kwaliteiten van Hans Budding. Want links op mijn foto heb ik van Hans' negatief 9A naar ik heb begrepen een beroemde saxofonist meegefotografeerd. Ik vergat te vragen wie het was.

Rechts Hans Budding met uiterst links een foto van een beroemde muzikant.

maandag 20 juli 2015

Ceaușescu was here

Heel even dacht ik: Ceaușescu was here. Maar toen besefte ik dat Ceaușescu zijn plan nooit heeft uitgevoerd.
De Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu lanceerde dertig jaar geleden het idee om de oude plattelandsdorpen te vernietigen. Hij wilde een nieuw soort agrarische centra. Boeren zouden daar agrarische arbeiders worden. Nicolae Ceaușescu werd in 1989 na de revolutie in zijn land geëxecuteerd en zijn plan is nooit uitgevoerd. 
Het was dan ook niet in Roemenië waar ik deze foto maakte. Dit fotografeerde ik vanmorgen tijdens een fietstocht op amper twaalf kilometer rijden van mijn woning. Waar ooit gewassen groeiden woekert onkruid. Waar ooit het vee op stal stond, hebben regen en wind nu vrij spel. Waar ooit een boerengezin woonde, is nu een zwijnenstal. Zonder varkens wel te verstaan. Gewoon in Nederland. 
Het landbouwweggetje waar ik dit aantrof voert van niks naar nergens. Het doorgaand verkeer raast enkele honderden meters verderop over een brede baan. Zelfs op de fiets kwam ik hier nooit, want parallel kun je hier vlakbij langs een mooie bosrand rijden. Vanmorgen zocht ik echter voor mij onbekende paden. En toen ontdekte ik deze verlaten boerderij en honderd meter verderop nog eentje. 
De plattelandseconomie verandert en hier werd ik nog indringender met mijn neus op de feiten gedrukt dan een poosje geleden toen ik voor Hein en Dorine hun nieuwe Bed & Breakfast fotografeerde. Ze wilden de foto’s gebruiken op een website om gasten te werven. 
Nu hoop ik maar dat ik hun foto’s niet verwar met de vervallen opstallen die ik vanmorgen fotografeerde. Al heeft ook dit wel iets sprookjesachtig. Ik dacht aan Doornroosje.

Sprookjesachtig, ik dacht aan Doornroosje.

maandag 6 juli 2015

Blondines

Naar een grote wielerkoers moet je niet gaan om een wedstrijd te zien. Je gaat voor de ambiance, want als het om de koers te doen is kun je beter voor de tv gaan zitten. Dat heb ik in het verleden al ervaren met klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl en met etappes in de Giro d’Italia of de Tour de France. 
Maar ik heb toen ook ervaren dat je er mooie foto’s kunt maken en dus stonden we vandaag niet ver van ons vakantiehuis in de Ardennen langs het parcours van de derde etappe van de Tour de France. Voor ons geen Muur van Hoei of een van de vierde categorie colletjes, want daar staan veel te veel toeschouwers. We kozen een lichtjes klimmend, lang stuk weg met een mooi uitzicht. Ideaal om foto’s te maken. Bovendien was er schaduw tussen de bossen en dat was wel lekker tijdens het urenlang wachten onder die hete zon. 
We konden de karavaan al van ver zien komen en als je niet komt voor wedstrijdfoto’s dan is er in de uren voor de renners komen ook al veel te zien. Ik had mijn Canon EOS 6D met 24-105 mm objectief en mijn Canon EOS 7D met 100-400 mm vooraf al globaal ingesteld. Het scherpstelsysteem stond op Al Focus, zodat de lenzen actie en beweging scherp blijven volgen. De ISO-waarde stond ondanks de felle zon op 400, zodat ik zowel een korte sluitertijd als een klein diafragma kon kiezen. 
Laat ze maar komen! En daar kwamen ze. Ik maakte een mooie serie foto’s van de reclamekaravaan, waarvan de hier getoonde mij nog het beste bevalt. Alles zit er in. Een mooie dame; naar het publiek geworpen reclamespul, graaiende handen van toeschouwers; publiek, wagens van de karavaan. 
Daarna duurde het langer dan bedoeld voor de renners kwamen. Een Waal naast me meldde een ‘chute’ en dat de wedstrijd was ‘neutraliser’. Op zijn schermpje mocht ik de televisiebeelden van de valpartij zien en wat me direct opviel was dat er geen graaiende armen van toeschouwers waren om al die renners op te vangen. 
Drie kwartier later fotografeerde ik alsnog de kleerscheuren en bebloede lijven van de renners. Dan fotografeer ik toch liever die mooie blondines van McCain.

Liever een blondine dan bebloede lijven.

donderdag 11 juni 2015

Maas I

In mijn bloggeschiedenis verwees ik al eerder naar de Duitse fotograaf Andreas Gursky. Dat was in augustus 2011, toen ik een foto maakte van een flatgebouw dat boven het Groot Begijnhof in Leuven uittorende. En in januari 2014 nog eens, toen ik een door de avondzon goudgekleurde Ameideflat in Helmond had gefotografeerd. Ik vergeleek mijn flatgebouwen met Gursky’s Paris Montparnasse, omdat zijn foto op een veiling ooit werd verkocht voor 2.383.000 dollar. 
Gursky grossiert in het grote geld. Zijn foto 99 cents kan beter 3,3 miljoen dollar heten. Een maal, ander maal, voor dat geld verkocht op een veiling. En dan hebben we nog zijn foto Rhein II die voor 4.338.500 dollar onder de hamer ging. Wie voor dat bedrag de 360 bij 190 centimeter grote afdruk kocht is nooit bekend gemaakt, anders zou ik hem bellen. 
Vandaag maakte ik op een fietstochtje langs de Maas deze foto. Natuurlijk moest ik meteen aan Gursky denken. Want mijn foto vind ik veel mooier. Er is meer op te zien. Gursky’s foto van de Rijn die meer dan vier miljoen dollar opbracht toont alleen stroken land, rivier en lucht en een smal baantje asfalt. Verder niks. Die sukkel van een Gursky verwijderde digitaal wandelende mensen met honden en een fabriek die hij ook had gefotografeerd. Nou is het een saaie foto geworden en als die al zoveel geld opbrengt, wat is mijn foto Maas I dan wel niet waard. 
Gursky noemt zijn foto Rhein II omdat hij zes foto’s maakte van de Rijn voor er een beetje een fatsoenlijke bij zat. Van de Maas maakte ik er maar eentje: Maas I. Ik kan mijn foto op maximaal A2 formaat printen, maar ik ben dan ook met de helft van de opbrengst van Rhein II tevreden. Wie biedt?

Met de helft ben ik tevreden.

zondag 7 juni 2015

Zwart-wit

Sinds ik op 25 februari 2007 met Scherpstellen.blogspot begon, is dit de 347ste foto die ik hier plaats. Het is pas de zevende foto die niet in kleur is. Vier eerdere waren in zwart-wit, twee andere in sepia. 
De digitalisering bracht een rare omwenteling in de fotografie. Als je vroeger thuis je foto’s wilde afwerken, deed je dat in zwart-wit. In kleur ontwikkelen en afdrukken was dusdanig ingewikkeld, dat weinigen er aan begonnen. Tegenwoordig is het eerder omgekeerd. De foto’s in kleur op je computer zetten is veel eenvoudiger dan er een goede zwart-witprent van maken. 
Aan zwart-witfoto’s wordt over het algemeen nog altijd een hogere artistieke waarde toegekend dan aan kleurenfoto’s. Ze lijken authentieker, omdat de fotografie van oorsprong nou eenmaal zwart-wit is. Ze lijken ook indringender, want de boodschap is letterlijk zwart-wit. Geen nuances van kleuren die het beeld ingewikkelder maken of afleiden, bijvoorbeeld omdat onze herinnering aan de echte kleur net iets anders kan zijn dan de getoonde kleuren op de foto. 
Deze foto leende zich naar mijn smaak heel goed voor zwart-wit. Vier strakke vlakken van deuren en poster bepalen de compositie. Twee voorbijgangers staan precies op de goede plek in twee van die vlakken en de dame op het affiche doet in zwart-wit goed mee als derde persoon, ook in een vlak. Het open kader brengt spanning in het beeld. Aan alle randen is het tafereeltje aangesneden waardoor de beschouwer moet raden wat er buiten beeld plaatsvindt. 
Daar zag ik – hier in Maastricht – veel mensen op bankjes aan de Maas en op terrasjes, zonnen met een inmiddels roodverbrande huid. En daarvoor is dan weer de kleurfotografie uitgevonden.

Geen roodverbrande huid te zien.

dinsdag 2 juni 2015

Geen gezicht

Als straatfotograaf vraag ik nooit of mensen het goed vinden dat ik ze fotografeer. Dat doe ik hooguit als de foto al gemaakt is. Ik heb hier al eerder uitgelegd dat het leuke moment weg is, als je eerst toestemming vraagt. En als mensen echt niet op de foto willen, dan delete ik de foto waar ze bij staan. 
Vandaag bezocht ik het Fotofestival Naarden. Het was een welbestede dag met prachtige foto’s in een even zo prachtig decor van de vestingwallen van het stadje. Ik maakte er ook zelf foto’s, waarvan ik er inmiddels eentje heb gepubliceerd in een besloten Facebook groep voor fotografen die elke week een foto aanleveren die gemaakt is met dezelfde camera en het zelfde objectief. 
Met mijn Canon EOS 6D en 50mm-objectief met lichtsterkte f/1.4 maakte ik een foto van het VVV-kantoor dat is ondergebracht in de vestingwallen. Voor dat kantoor wapperden de vlaggen van het fotofestival. En ik fotografeerde het geheel door een spetterende fontein, want het thema van het fotofestival is ‘Water, water’. Ik plaatste ook een foto op mijn openbare Facebookpagina. (Klik hier)
Verder fotografeerde ik bezoekers die naar foto’s keken. Op de openbare weg, maar ook in de gangen van de vestingwallen. Daar richtte ik mijn camera op deze dame, die schielijk uit beeld probeerde te vluchten. Maar ja, waar blijf je in die smalle gangen? Ik vertelde haar dat ik mensen nooit om toestemming vraag als ik ze op straat fotografeer. Hier, in de beslotenheid van de schaars verlichte gangen, wilde ik haar goedkeuring toch expliciet hebben. 
Ze vertelde dat ze zelf ook fotografeert en altijd terughoudend is met het fotograferen van mensen. Ik dacht: als elke fotograaf er zo over denkt, zouden die mooie festivalfoto’s hier niet hangen. Ze keek op de display van mijn camera en vond de foto oké. “Als mijn gezicht er maar niet goed op te zien is.” En ik dacht: een foto zonder gezicht is geen gezicht.
Vluchten kan niet meer.

maandag 25 mei 2015

Cruydenryck

Cruydenryck Pruujverééj. In Algemeen Beschaafd Nederlands: Kruidenrijk Proeverij. Op het terrein van het Boerenbondsmuseum in Gemert werd vandaag een markt gehouden waarop kruiden centraal stonden. Ik fotografeerde er proevende en kijkende mensen en tussen de bedrijven door ook andere leuke fotomomenten. 
Zo fotografeerde ik een vlechtende mandenmaker die werd beschenen door het schaarse licht dat via een openstaande staldeur binnenviel. Ik vind het een sfeervol plaatje dat ik inmiddels plaatste in een besloten facebookgroep voor fotografen die elke week een foto maken met hetzelfde objectief en dezelfde camera. Ik gebruik daarvoor mijn 50 mm f/1.4 objectief. Dat is een prachtig lensje maar ik gebruik het weinig omdat het bij reportagewerk te veel beperkingen geeft. Maar voor portretten en als uitdaging in deze besloten groep is het een mooi dingetje. 
Op de kruidenmarkt konden ze je uitleggen welke kruiden goed bij welke maaltijd pasten en welke kruiden geneeskrachtige werking hadden. Want niet alle geneeskracht moet van chemisch vervaardigde tabletten uit het medicijnkastje komen. En er viel veel meer te leren.
Zo zag ik een klein manneke met een verwonderde blik kijken naar de druppels water die uit een oude dorpspomp spetterden, terwijl hij de zwengel van de pomp heen en weer trok. Thuis stelt hij waarschijnlijk zonder nadenken de gewenste temperatuur in van de bad- of douchekraan, maar hier ontdekt hij iets nieuws. 
Kun je ook water uit een kraan zwengelen? Dat hadden ze honderd jaar geleden moeten weten! 
Ik sluit niet uit dat dit manneke nog gaat uitvinden dat je foto’s ook met chemicaliën kunt ontwikkelen.

...en foto's kon je met chemicaliën ontwikkelen.

vrijdag 15 mei 2015

Zonder statief

Tien jaar geleden maakte ik met toen nog de Canon EOS 10D een serie foto’s van de opgegraven Romeinse nederzetting bij Xanten in Duitsland. Xanten met zijn ruim 21.000 inwoners wordt beschouwd als opvolger van de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana die van de aardbodem – of beter in de aardbodem – is verdwenen. 
Deze stad telde mee in de Romeinse tijd. Het was na Keulen en Trier de derde Romeinse stad ten noorden van de Alpen en was één van de 150 Romeinse steden met stadsrechten. De stad was gevestigd op de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondde en was een belangrijke havenstad voor de Romeinen. Maar toen de Rijn ter plaatse dichtslibde en zijn stroom kilometers verderop voortzette, was het gedaan met Colonia Ulpia Traiana. In de afgelopen decennia zijn de fundamenten van de stad opgegraven. De Romeinse arena is zelfs grotendeels gerestaureerd en nu in gebruik voor onder meer operavoorstellingen. 
De serie foto’s die ik tien jaar geleden maakte siert nu de wanden van ons tweede huis in de Ardennen. Vandaag waren we weer in Xanten en ik had me voorgenomen om er een sterke serie te maken die die van tien jaar geleden moest doen vergeten. Maar aan de kassa kreeg ik te verstaan dat ik geen statief en flitsers mee naar binnen mocht nemen. Ik vroeg om uitleg en de dame aan de kassa wist ook niet waarom dat niet mocht. Maar een toezichthouder die erbij stond vertelde dat ze geen concurrentie wilden van goede fotografen die hun commerciële belangen zouden schaden. 
Ha! Dan zou ik ze wel eens laten zien dat ik alleen met mijn Canon EOS 6D al heel ver kom. Want niet de apparatuur maar de fotograaf is van doorslaggevend belang bij de kwaliteit van de foto’s. De harde contrasten van het felle zonlicht beperkten me in mijn mogelijkheden, maar ik heb er hier en daar ook mooi gebruik van gemaakt door de schaduwen in de compositie in te passen. 
Uiteindelijk hield ik best veel mooi materiaal over van die Romeinse bebouwing. Maar ik keek vandaag ook weer rond als straatfotograaf en liet me de verrassende tafereeltjes niet ontgaan. Zo kwam deze foto tot stand. De gehurkte vrouw links fotografeerde haar kinderen in Romeinse uitdossing. 
Ik ben er alleen nog niet uit of ik onder haar rug nou een centraal sluiter of een spleetsluiter zie.

Is dat links onder een centraal sluiter of een spleetsluiter?

zondag 10 mei 2015

Het recept

Een paar dagen geleden plaatste ik op Facebook een foto van een meesje (klik hier) dat in de opening van een nestkastje verscheen, klaar om weg te vliegen. Het is de tweede keer dat er koolmeesjes nestelen in het vogelhuisje in onze tuin. Vader en moeder mees vliegen af en aan om de jongen te voeren en het nestvuil weg te brengen. In het houten kastje piepen de jongen alsof hun leven er vanaf hangt. En misschien is dat ook wel zo.
Bezoekers van mijn Facebookaccount die reageerden op de foto, vroegen zich af of het wel een echt meesje was. Ik had er immers een namaakmeesje of een opgezet ding in kunnen zetten. En met Photoshop weet je ook nooit zeker wat er nog authentiek is aan een foto. Maar in dit geval was het dus een echt vogeltje. 
Vandaag was het lekker weer om in de tuin te zitten en dus herhaalde ik de fotoshoot met onze meesjes, maar nu met beter licht dan vrijdagavond. Ik wilde ze dit keer ‘vangen’ in volle vlucht en bovendien wilde ik bewegend beeld middels een video-opname. Dat is niet direct mijn ding, maar de camera’s van tegenwoordig maken het je wel erg gemakkelijk. Mijn documentaire van een wegvliegend meesje op Facebook (klik hier) duurt 2,5 seconden. Ik maakte al eens foto’s met een langere sluitertijd. 
Het filmen valt nog niet mee, als je daar geen ervaring mee hebt. Fotograferen gaat me beter af. Het recept van mijn meesjesfoto is als volgt: men neme een Canon EOS 7D en plaatse daarvoor een 100/400 mm zoomobjectief. Zet de boel op een stevig statief. Men neme plaats in een tuinhuisje op hemelsbreed vijf meter van het vogelkastje. Vervolgens is het een kwestie van inkaderen met een brandpuntafstand van 220 mm, zodat er royaal voldoende ruimte is rond het gat in het vogelkastje. Als het meesje wegvliegt heb je immers wat ruimte nodig, want het vogeltje is in een fractie van een seconde uit beeld. 
Op manueel kies ik een sluitertijd van 1/2000 seconde om de beweging te bevriezen. Sneller was wenselijk, maar daarvoor zou ik de ISO-waarde te hoog moeten zetten wat door toenemende ruis ten koste gaat van de scherpte. De ISO-waarde staat op 2000 en het diafragma op f/ 5.0. Groter kan deze lens niet aan. 
Zo en nu maar wachten. De meesjes vliegen af en aan. Gelukkig zitten ze even op een tak in de buurt op de uitkijk voor ze naar binnen gaan en wachten ze een tel in het gat van het vogelkastje voor ze wegvliegen. Er is dus even tijd om te reageren. 
En de moraal van dit verhaal: ik ben een slecht vogelverschikker.

Ik ben een slecht vogelverschrikker.

zondag 26 april 2015

Voigtländer

Vraag me niet hoe die luxe paarden heten die de koetsen trokken, want ik weet het niet. Die zware paarden noem ik altijd Belze knollen, maar daarmee doe ik ze waarschijnlijk tekort. Die ganzen die ik voorbij zag marcheren zullen ook wel een soortnaam hebben, maar ik heb geen idee welke. Ha, die hond die daaromheen cirkelde is een border collie. Dat weet ik dan weer wel, omdat mijn zwager er eentje had. 
Als je naar de historische optocht in Gemert kijkt, zie je veel boerderijdieren voorbij komen. Hoewel ik temidden van de boerderijen ben opgegroeid, kan ik de beestjes geen naam geven. Desondanks is wat hier in optocht voorbij trekt voor mij pure nostalgie. Hoewel de optocht vooral het landleven van een eeuw geleden wil uitbeelden, herken ik veel nog uit mijn jeugd van nog maar een halve eeuw geleden. 
Als er dan opeens een dame voor me opduikt die een fotolens op me richt, kijk ik met extra aandacht. Luxe paarden, knollen, ganzen, dan ben ik tevreden met de verzamelnaam van die diersoorten. Maar fotocamera’s, daar wil ik het fijne van weten. Ik kan de merknaam niet lezen, maar ik meen er een Voigtländer in te herkennen. 
Johann Christoph Voigtländer stichtte in 1756 een fabriek voor optische instrumenten. Voigtländer wordt beschouwd als oudste naam van de camerafabrikanten. Van 1938 tot 1941 en van 1945 tot 1950 bouwde Voigtländer de Bessa 66 voor 120 rolfilm. En dat is de camera die ik herken in de handen van de mevrouw die mij fotografeerde terwijl ik haar fotografeerde. 
Als ik geen gelijk heb dan heeft zij een rund gefotografeerd met een Canon EOS 6D.

Haar camera is een Bessa 66 of ik ben een rund.