dinsdag 27 oktober 2015

Brandenburger Tor

De Brandenburger Tor is één van de toeristische highlights van Berlijn. Het bouwwerk staat op een van de eerste pagina’s in onze reisgids en niet alleen omdat Brandenburg met een B begint en daardoor tamelijk vooraan in het alfabet staat. Ik citeer uit onze gids: ‘Als er in Berlijn überhaupt een plaats bestaat waar de geschiedenis van Pruisen en Duitsland wordt gebundeld, dat is dit hier, rond de Brandenburger Tor’. 
Gisteren heb ik het bouwwerk van voor en van achter en van onder naar boven gefotografeerd. Maar echt tevreden ben ik niet over deze foto’s. De omgeving was druk en rommelig vanwege wegwerkzaamheden en vanwege de vele toeristen die nu eens niet een boeiende hoofdrol speelden tegen een prachtig decor. Ik heb er wat plichtmatige vakantiekiekjes gemaakt, maar geen creatieve hoogstandjes. Dat de zon harde schaduwen in mijn foto’s tekende maakte het resultaat er niet beter op. 
Dat ik toch foto’s heb van de Brandenburger Tor waarover ik wel tevreden ben, is niet te danken aan Berlijn, maar aan Potsdam. Deze ruim 165.000 inwoners tellende ‘voorstad’ van Berlijn heeft ook een Brandenburger Tor. Niet zo imposant, van minder historische betekenis, maar zeker zo fotogeniek. Ik maakte er vanavond enkele foto’s. Hier had ik geen last van toeristen die overal in de weg liepen. 
Deze foto verdringt in dit blog dan ook de foto’s die ik vandaag maakte op historische plekken als Cecilienhof (waar de geallieerden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog besloten de atoombom in de strijd te werpen) en de paleizen Sanssouci en Neues Palais. Van mijn lessen Duits - meer dan veertig jaar geleden - heb ik onthouden dat das Tor 'de poort' betekent en der Tor 'de gek'. Nu snap ik waarom. In vind deze Tor zo gek nog niet.

Het is das Tor en niet der Tor.

zondag 11 oktober 2015

Op jacht

Wie in het najaar door de bossen in de Ardennen wandelt, moet zich er van vergewissen dat er in dat bosgebied op dat moment niet gejaagd wordt. Bij de toegang tot de boscomplexen hangen bordjes of zijn a-4-tjes aan bomen bevestigd. Daarop kun je lezen wanneer er gejaagd wordt en wanneer je dan vanwege het gevaar het bos niet in mag. Meestal is de spertijd laat in de middag en aan het begin van de avond, zo rond zonsondergang. Dan komen de herten en zwijnen uit hun beschutting. 
We wandelden gistermiddag door een groot boscomplex bij Mochamps ten noorden van Saint Hubert in de Waalse provincie Luxemburg. Daar zit veel groot wild. Ik fotografeerde er al eens grote edelherten en langs paden zie je op veel plaatsen woelsporen van wilde zwijnen. Ook vossen kunnen er je pad kruisen. In dat boscomplex bij Mochamps staat een uitkijktoren met uitzicht op een open terrein met vennetjes waar veel wild foerageert. Ook is er verderop een schuilhut van waaruit je wild kunt bespieden. 
We wandelen meestal ’s middags in dit gebied, met weinig kans om dieren te zien. Toch neem ik op die wandelingen altijd een camera met een telezoomobjectief 100-400 mm en een statief mee. Zo ook gistermiddag. Onderweg namen we een kijkje in de schuilhut. Er zat één man met verrekijker en camera met telelens. Ik stelde geruisloos mijn statief op en monteerde er mijn camera met telezoom op. En nu maar hopen dat er iets te zien zou zijn. Tegen beter weten in eigenlijk, want tussen drie en vier uur ’s middags hadden we hier nog nooit wild gezien.
Na een kwartiertje kwam er een groep luidruchtige Vlamingen met kinderen binnen. Ondanks een voortdurend ge-ssst werd het niet rustig. De man naast me schudde geïrriteerd zijn hoofd en beet op zijn onderlip. Ik troostte me met de gedachte dat ik op dit uur toch al weinig kans zou maken op wildwaarnemingen. 
Na een poosje vertrok het luidruchtige gezelschap en bleef alleen een groepje echte wildspotters achter. En opeens hadden we beet: in de verte rende een rotte wilde zwijnen over open terrein naar de bosrand. Mijn apparatuur stond schietklaar dus ik maakte mijn foto’s. 
Bijzonder móóie foto’s vind ik het niet, bijzondere foto’s wel. Want een wildwaarneming op dit tijdstip in vol daglicht is meer geluk dan wijsheid. Ik denk dan ook dat ik hier meer mijn jachtinstinct bevredigd heb dan mijn drang om creatieve foto’s te maken. Gelukkig voor die zwijnen schiet ik met een camera en niet met een jachtgeweer.


En ik schoot raak.

maandag 21 september 2015

Muziek

Als ik op straat foto’s maak hoor ik vaak de vraag: is dat voor de krant? Dat zou zo maar kunnen, maar meestal is dat toch niet het geval. Vandaag liep ik in mijn dorp over straat met mijn Canon EOS 6D. Ik maakte foto’s van cultureel erfgoed in ons dorp voor een boek dat volgend jaar verschijnt. 
“Kun je van ons ook een foto maken?” vragen twee mannen die gezellig staan te kletsen; de ene leunend op een bezem, de ander ontspannen de handen in de zakken. “Dat weet ik alleen maar zeker als ik het ook werkelijk doe”, antwoord ik en richt mijn camera. Klik. Ja dus, ik kan het. Ik toon ze de foto op de display van mijn camera. Ze vinden hem mooi. 
Of ik voor de krant foto’s aan het maken ben, vragen ze. Nee dus. Ik ben op pad voor een boek. Hier om de hoek ga ik een stukje erfgoed op de foto zetten. En twee deuren verder in een café ga ik meteen een afspraak maken voor een andere fotoshoot. 
Ik wil de heren de foto best opsturen, als ze dat op prijs stellen. En ze willen hem wel. 
Nou ken ik deze mannen allebei van gezicht en ik weet er zelfs een etiketje op te plakken: die ene heeft iets met fluiten en de andere met allerlei andere muziekinstrumenten. Maar ik ben niet zo goed in het onthouden van namen. Gelukkig krijg ik hun e-mailadressen om de foto naartoe te sturen en dan weet ik ook meteen hoe ze heten. De meeste e-mailnamen bevatten immers de naam van de eigenaar. 
O ja, nou weet ik het weer. De ene heeft iets met scheidsrechteren bij het zaalvoetbal en die andere heeft al een eeuwigheid een reputatie als muzikant. En nu betrap ik ze hier zomaar in een ontspannen onderonsje. Ik beloof dat ik de foto zal toezenden. Een foto waar muziek in zit. Fluitend loop ik verder.

V.l.n.r. fluiten en andere muziekinstrumenten.

dinsdag 8 september 2015

Parkeerverbod

Het is hoog tijd dat ik weer eens een foto plaats op mijn weblog. Vorige maand publiceerde ik hier maar één foto en ik moest terugzoeken tot mei 2009 om nog eens een maand te vinden waarin ik niet meer dan een enkele foto plaatste onder scherpstellen.blogspot.com. Ik ben bezig met enkele tijdrovende fotoprojecten en dat is leuk, maar daardoor blijft er weinig inspiratie voor mijn weblog. 
Vorige week bezocht ik de tweejaarlijkse fototentoonstelling Noorderlicht die weer gehouden wordt in de voormalige suikerfabriek in Groningen. Nog altijd een prachtig decor. Dit jaar vormde de virtuele wereld van het internet een belangrijk onderwerp voor de foto-expositie. Zo zag ik een foto van een gezin aan de ontbijttafel dat volledig langs elkaar heen leefde via de display van de mobiele telefoon. Moeder stak een lepel uit naar haar peuter (vroeger was dat ‘hapje van mama’) maar zij was ondertussen met haar volle aandacht bij haar mobieltje. 
Een andere fotograaf bracht de computers en kabels van de hardware achter het internet in beeld en weer een andere fotograaf toonde een reeks portretten van invloedrijke Londenaren op de manier waarop de politie foto’s van verdachten op internet en tv toont. Zelf had ik ook weer eens tijd om vrijetijdsfoto’s te maken. Ik was gespitst op vreemde waarnemingen. 
Hans Aarsman fotografeerde in 1989 in Kinderdijk molens en tekstborden waarmee hij in één beeld ordening en regulering van de Nederlandse cultuur blootlegde. Hij noemde de foto Hollandse Taferelen. 
Ik moest aan die foto denken, toen ik aan het Lauwersmeer een foto maakte van slechts één verkeersbord. Ik heb zelf wat gespeeld met de 'ordening' door dat bord een beetje raar in beeld te zetten. Daarvoor koos ik een zodanig standpunt dat het lijkt alsof je op het water je auto niet mag parkeren. 
Mijn auto stond op een plek waar ik wel mocht parkeren. Dat hij toch kletsnat werd kwam omdat de regen die dag bij vlagen met bakken uit de hemel kwam. 

Parkeren mag niet, maar kàn het wel?

zondag 16 augustus 2015

Veelzijdig kunstenaar

Op de kunstmarkt in Gemert wilde ik vanmiddag eigenlijk een mevrouw fotograferen die met een paraplu het doek van haar marktkraam omhoog duwde. Daarmee probeerde ze het regenwater van het tentdoek te schudden. De foto had een icoon moeten worden van een verregende kunstmarkt na weken van warme tot hete zomerdagen. 
Een meneer die tussen mij en de dame met paraplu in stond zou eigenlijk als figurant in beeld komen, maar hij nodigde me gebarend uit dat ik een foto van hem moest maken. Hij trok een man die naast hem stond tegen zich aan en samen namen ze een poseerhouding aan. Ik hou niet van geposeerde foto’s, maar ik drukte toch af. Weggooien kan altijd nog en stiekem hoopte ik dat de mevrouw met paraplu nog klaterend water in beeld zou brengen. Maar dat gebeurde niet. 
Toen ik de foto op de display van mijn camera bekeek, viel die me niet tegen. Ondanks de geforceerde pose had de foto elementen die het de moeite waard maken om ernaar te kijken. Hij oversteeg naar mijn gevoel het gemiddelde social-media-snapshot. Dat komt denk ik door het excentrieke uiterlijk van de man met hoed en door de entourage. Schuin achter de man is de vrouw met paraplu nog te zien, waar het me oorspronkelijk om begonnen was. 
Ik raakte in gesprek met de man met hoed. Hij vertelde dat hij ook fotograaf was en in heel Europa beroemde muzikanten had gefotografeerd. In zijn kunstmarktkraam had hij een aantal foto’s uitgestald, zwart-wit en nog uit het analoge tijdperk. Op zijn visitekaartje las ik dat ik hier te maken had met Hans Budding uit Vianen, beeldend kunstenaar, vormgever en dichter. Hij had zich bekwaamd in ruimtelijke/autonome vormgeving, grafisch vormgeving, fotografische vormgeving en poëzie podiumkunst. 
Een veelzijdig kunstenaar, stel ik vast. Niet zomaar een fotograaf, maar een fotografisch vormgever. Hij mag dan wel niet zo beroemd zijn als Anton Corbijn met zijn foto’s van wereldberoemde muzikanten, maar met zijn grafische vormgeving en gedichten had Hans het meer in de breedte van het kunstenaarspalet gezocht, constateer ik. 
Ik lift een beetje mee op de kwaliteiten van Hans Budding. Want links op mijn foto heb ik van Hans' negatief 9A naar ik heb begrepen een beroemde saxofonist meegefotografeerd. Ik vergat te vragen wie het was.

Rechts Hans Budding met uiterst links een foto van een beroemde muzikant.

maandag 20 juli 2015

Ceaușescu was here

Heel even dacht ik: Ceaușescu was here. Maar toen besefte ik dat Ceaușescu zijn plan nooit heeft uitgevoerd.
De Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu lanceerde dertig jaar geleden het idee om de oude plattelandsdorpen te vernietigen. Hij wilde een nieuw soort agrarische centra. Boeren zouden daar agrarische arbeiders worden. Nicolae Ceaușescu werd in 1989 na de revolutie in zijn land geëxecuteerd en zijn plan is nooit uitgevoerd. 
Het was dan ook niet in Roemenië waar ik deze foto maakte. Dit fotografeerde ik vanmorgen tijdens een fietstocht op amper twaalf kilometer rijden van mijn woning. Waar ooit gewassen groeiden woekert onkruid. Waar ooit het vee op stal stond, hebben regen en wind nu vrij spel. Waar ooit een boerengezin woonde, is nu een zwijnenstal. Zonder varkens wel te verstaan. Gewoon in Nederland. 
Het landbouwweggetje waar ik dit aantrof voert van niks naar nergens. Het doorgaand verkeer raast enkele honderden meters verderop over een brede baan. Zelfs op de fiets kwam ik hier nooit, want parallel kun je hier vlakbij langs een mooie bosrand rijden. Vanmorgen zocht ik echter voor mij onbekende paden. En toen ontdekte ik deze verlaten boerderij en honderd meter verderop nog eentje. 
De plattelandseconomie verandert en hier werd ik nog indringender met mijn neus op de feiten gedrukt dan een poosje geleden toen ik voor Hein en Dorine hun nieuwe Bed & Breakfast fotografeerde. Ze wilden de foto’s gebruiken op een website om gasten te werven. 
Nu hoop ik maar dat ik hun foto’s niet verwar met de vervallen opstallen die ik vanmorgen fotografeerde. Al heeft ook dit wel iets sprookjesachtig. Ik dacht aan Doornroosje.

Sprookjesachtig, ik dacht aan Doornroosje.

maandag 6 juli 2015

Blondines

Naar een grote wielerkoers moet je niet gaan om een wedstrijd te zien. Je gaat voor de ambiance, want als het om de koers te doen is kun je beter voor de tv gaan zitten. Dat heb ik in het verleden al ervaren met klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl en met etappes in de Giro d’Italia of de Tour de France. 
Maar ik heb toen ook ervaren dat je er mooie foto’s kunt maken en dus stonden we vandaag niet ver van ons vakantiehuis in de Ardennen langs het parcours van de derde etappe van de Tour de France. Voor ons geen Muur van Hoei of een van de vierde categorie colletjes, want daar staan veel te veel toeschouwers. We kozen een lichtjes klimmend, lang stuk weg met een mooi uitzicht. Ideaal om foto’s te maken. Bovendien was er schaduw tussen de bossen en dat was wel lekker tijdens het urenlang wachten onder die hete zon. 
We konden de karavaan al van ver zien komen en als je niet komt voor wedstrijdfoto’s dan is er in de uren voor de renners komen ook al veel te zien. Ik had mijn Canon EOS 6D met 24-105 mm objectief en mijn Canon EOS 7D met 100-400 mm vooraf al globaal ingesteld. Het scherpstelsysteem stond op Al Focus, zodat de lenzen actie en beweging scherp blijven volgen. De ISO-waarde stond ondanks de felle zon op 400, zodat ik zowel een korte sluitertijd als een klein diafragma kon kiezen. 
Laat ze maar komen! En daar kwamen ze. Ik maakte een mooie serie foto’s van de reclamekaravaan, waarvan de hier getoonde mij nog het beste bevalt. Alles zit er in. Een mooie dame; naar het publiek geworpen reclamespul, graaiende handen van toeschouwers; publiek, wagens van de karavaan. 
Daarna duurde het langer dan bedoeld voor de renners kwamen. Een Waal naast me meldde een ‘chute’ en dat de wedstrijd was ‘neutraliser’. Op zijn schermpje mocht ik de televisiebeelden van de valpartij zien en wat me direct opviel was dat er geen graaiende armen van toeschouwers waren om al die renners op te vangen. 
Drie kwartier later fotografeerde ik alsnog de kleerscheuren en bebloede lijven van de renners. Dan fotografeer ik toch liever die mooie blondines van McCain.

Liever een blondine dan bebloede lijven.

donderdag 11 juni 2015

Maas I

In mijn bloggeschiedenis verwees ik al eerder naar de Duitse fotograaf Andreas Gursky. Dat was in augustus 2011, toen ik een foto maakte van een flatgebouw dat boven het Groot Begijnhof in Leuven uittorende. En in januari 2014 nog eens, toen ik een door de avondzon goudgekleurde Ameideflat in Helmond had gefotografeerd. Ik vergeleek mijn flatgebouwen met Gursky’s Paris Montparnasse, omdat zijn foto op een veiling ooit werd verkocht voor 2.383.000 dollar. 
Gursky grossiert in het grote geld. Zijn foto 99 cents kan beter 3,3 miljoen dollar heten. Een maal, ander maal, voor dat geld verkocht op een veiling. En dan hebben we nog zijn foto Rhein II die voor 4.338.500 dollar onder de hamer ging. Wie voor dat bedrag de 360 bij 190 centimeter grote afdruk kocht is nooit bekend gemaakt, anders zou ik hem bellen. 
Vandaag maakte ik op een fietstochtje langs de Maas deze foto. Natuurlijk moest ik meteen aan Gursky denken. Want mijn foto vind ik veel mooier. Er is meer op te zien. Gursky’s foto van de Rijn die meer dan vier miljoen dollar opbracht toont alleen stroken land, rivier en lucht en een smal baantje asfalt. Verder niks. Die sukkel van een Gursky verwijderde digitaal wandelende mensen met honden en een fabriek die hij ook had gefotografeerd. Nou is het een saaie foto geworden en als die al zoveel geld opbrengt, wat is mijn foto Maas I dan wel niet waard. 
Gursky noemt zijn foto Rhein II omdat hij zes foto’s maakte van de Rijn voor er een beetje een fatsoenlijke bij zat. Van de Maas maakte ik er maar eentje: Maas I. Ik kan mijn foto op maximaal A2 formaat printen, maar ik ben dan ook met de helft van de opbrengst van Rhein II tevreden. Wie biedt?

Met de helft ben ik tevreden.

zondag 7 juni 2015

Zwart-wit

Sinds ik op 25 februari 2007 met Scherpstellen.blogspot begon, is dit de 347ste foto die ik hier plaats. Het is pas de zevende foto die niet in kleur is. Vier eerdere waren in zwart-wit, twee andere in sepia. 
De digitalisering bracht een rare omwenteling in de fotografie. Als je vroeger thuis je foto’s wilde afwerken, deed je dat in zwart-wit. In kleur ontwikkelen en afdrukken was dusdanig ingewikkeld, dat weinigen er aan begonnen. Tegenwoordig is het eerder omgekeerd. De foto’s in kleur op je computer zetten is veel eenvoudiger dan er een goede zwart-witprent van maken. 
Aan zwart-witfoto’s wordt over het algemeen nog altijd een hogere artistieke waarde toegekend dan aan kleurenfoto’s. Ze lijken authentieker, omdat de fotografie van oorsprong nou eenmaal zwart-wit is. Ze lijken ook indringender, want de boodschap is letterlijk zwart-wit. Geen nuances van kleuren die het beeld ingewikkelder maken of afleiden, bijvoorbeeld omdat onze herinnering aan de echte kleur net iets anders kan zijn dan de getoonde kleuren op de foto. 
Deze foto leende zich naar mijn smaak heel goed voor zwart-wit. Vier strakke vlakken van deuren en poster bepalen de compositie. Twee voorbijgangers staan precies op de goede plek in twee van die vlakken en de dame op het affiche doet in zwart-wit goed mee als derde persoon, ook in een vlak. Het open kader brengt spanning in het beeld. Aan alle randen is het tafereeltje aangesneden waardoor de beschouwer moet raden wat er buiten beeld plaatsvindt. 
Daar zag ik – hier in Maastricht – veel mensen op bankjes aan de Maas en op terrasjes, zonnen met een inmiddels roodverbrande huid. En daarvoor is dan weer de kleurfotografie uitgevonden.

Geen roodverbrande huid te zien.

dinsdag 2 juni 2015

Geen gezicht

Als straatfotograaf vraag ik nooit of mensen het goed vinden dat ik ze fotografeer. Dat doe ik hooguit als de foto al gemaakt is. Ik heb hier al eerder uitgelegd dat het leuke moment weg is, als je eerst toestemming vraagt. En als mensen echt niet op de foto willen, dan delete ik de foto waar ze bij staan. 
Vandaag bezocht ik het Fotofestival Naarden. Het was een welbestede dag met prachtige foto’s in een even zo prachtig decor van de vestingwallen van het stadje. Ik maakte er ook zelf foto’s, waarvan ik er inmiddels eentje heb gepubliceerd in een besloten Facebook groep voor fotografen die elke week een foto aanleveren die gemaakt is met dezelfde camera en het zelfde objectief. 
Met mijn Canon EOS 6D en 50mm-objectief met lichtsterkte f/1.4 maakte ik een foto van het VVV-kantoor dat is ondergebracht in de vestingwallen. Voor dat kantoor wapperden de vlaggen van het fotofestival. En ik fotografeerde het geheel door een spetterende fontein, want het thema van het fotofestival is ‘Water, water’. Ik plaatste ook een foto op mijn openbare Facebookpagina. (Klik hier)
Verder fotografeerde ik bezoekers die naar foto’s keken. Op de openbare weg, maar ook in de gangen van de vestingwallen. Daar richtte ik mijn camera op deze dame, die schielijk uit beeld probeerde te vluchten. Maar ja, waar blijf je in die smalle gangen? Ik vertelde haar dat ik mensen nooit om toestemming vraag als ik ze op straat fotografeer. Hier, in de beslotenheid van de schaars verlichte gangen, wilde ik haar goedkeuring toch expliciet hebben. 
Ze vertelde dat ze zelf ook fotografeert en altijd terughoudend is met het fotograferen van mensen. Ik dacht: als elke fotograaf er zo over denkt, zouden die mooie festivalfoto’s hier niet hangen. Ze keek op de display van mijn camera en vond de foto oké. “Als mijn gezicht er maar niet goed op te zien is.” En ik dacht: een foto zonder gezicht is geen gezicht.
Vluchten kan niet meer.