zaterdag 21 februari 2015

Zonneschijn

We zaten in lunchroom Botterweck op de hoek van de Bogaardlaan en de Grotestraat in Valkenburg. De zon scheen, maar in de verte pakten zich donkere wolken samen. Toen het na onze lunch begon te regenen, bestelden we nog maar een kop koffie. Ik zag hoe de wolken een mooi reflectiescherm vormden dat het zonlicht weerkaatste tegen de mergelgele wanden van de gebouwen op de oevers van de Geul. We dronken snel onze koffie op en liepen de regen in. 
Ik vertrouw nooit zo erg op de fabrieksopgaves over de weerbestendigheid van camera’s. Mijn Canon EOS 6D is geseald, maar minder goed dan de 5D mark III die weer minder goed beschermd is dan de EOS 1. Mijn 6D zou tegen een stootje moeten kunnen, maar ik hield hem zoveel mogelijk droog onder mijn jas. Toch moest het apparaat echt wel aan het werk, toen ik het zonlicht mooi diffuus op de natte straat zag schijnen. Het licht bracht diepte in de straat, omdat gevels in de verte in het zonlicht lagen en gebouwen op de voorgrond in de donkere schaduw. 
Als straatfotograaf let ik op leuke, verrassende gebeurtenissen op straat. Maar nu lette ik vooral op het mooie licht. Ik fotografeerde deze straat eerst helemaal leeg. Maar toen zich twee dames door de regen waagden, had ik het plaatje waar ik naar zocht. De regen schijnt de ene vrouw niet te deren. De andere verschuilt haar hoofd in haar capuchon; tegen de regen en misschien ook wel tegen herkenning op de foto. In de schaduw worstelt op de achtergrond nog een vrouw met een paraplu. Ik had niks om te schuilen, maar mijn kletsnatte 6D werkte dapper door. 
Nu heb ik een bijzondere foto, want deze liggende foto wordt in twee aparte staande foto’s gespleten. Of schijnt dat maar, met die zonneschijn?

Twee staande foto's naast elkaar? Dat is zonne-schijn.

maandag 16 februari 2015

Achter de optocht

Het was een moeilijke keuze. Uit de 257 foto’s die ik maakte van de carnavalsoptocht in ons dorp, mag ik er hier volgens de door mij zelf opgestelde spelregels maar eentje tonen. Eén foto per gebeurtenis. Een andere spelregel is dat die foto actueel moet zijn. Liefst binnen een paar uur na de opname. Nou, die regel gaat bij deze foto overboord. De foto maakte ik meer dan een etmaal geleden, maar carnaval is zo’n leuk en spontaan feest, dat ik er nog niet eerder aan toe kwam om mijn optochtfoto’s te selecteren. 
Er zitten hele mooie, esthetische foto’s in de reeks. Een kind dat gehurkt snoepjes uit de confetti raapt. Of de pracht en praal van de kleding of van de grote wagens. Er zitten minder esthetische foto’s tussen, die toch sterk zijn door wat er getoond wordt. Zoals het kind dat in een slaapzak op trottoir ligt te wachten tot de optocht komt. 
Of deze foto waarop uiteindelijk mijn keuze viel. Ik liep langs het zorgcentrum en zag hoe de ouderen voor het raam naar de optocht zaten te kijken. Het was een foto waard, maar ik had af te rekenen met de reflectie in het glas, het lastige licht, de weerspiegeling van mezelf en de reacties van de mensen die zagen dat ik hen fotografeerde. Gelukkig zwaaiden ze lachend en dat was voor mij het signaal dat ik vrij was om ze te vereeuwigen. 
In deze foto zit veel informatie over het randgebeuren van de optocht. De mensen in het zorgcentrum die op de volgende wagen in de optocht wachten, de mensen op straat die kijken naar wat er aan komt, de geparkeerde auto’s. Van toeschouwers of van bezoekers van het zorgcentrum? 
Dit is een foto met een optochtverhaal, waarop de optocht niet te zien is. Maar er zullen links en rechts genoeg optochtfoto’s verschijnen waarop u kunt zien wat deze mensen zagen. Want ik zag veel mensen met camera’s. Dus ik voel me niet schuldig dat ik u hier iets anders voorschotel.

Veel te zien, maar geen optocht.

zondag 1 februari 2015

Prins

Over twee weken is het carnaval. In Maastricht dweilen zo kort voor carnaval vaak al orkestjes door de stad. Maar gisteren was de enige live-muziek die we er aantroffen een straatmuzikant met een viool die een mandje voor zich had staan om wat fooien op te strijken. Van carnaval was nergens iets te merken. Elders in de stad of later op de dag zullen er ongetwijfeld joekskapellen op de been zijn geweest, want Maastrichtenaren hebben aan vier dagen carnaval niet genoeg. 
Nou, dat er nergens iets van carnaval te bekennen was klopt niet helemaal. We gaan regelmatig bij brasserie Amadeus aan de Dominikanerkerkstraat lunchen en daarna lopen we dan nog vaak bij de naastgelegen Boekhandel Dominicanen binnen. Ik ben altijd benieuwd of er nog goede fotoboeken liggen en Martha snuffelt graag in de literaire werken. Ik bladerde in een boek van Martin Parr, maar het moest tachtig euro kosten. Over een paar jaar zijn de foto’s nog net zo goed en prijs een stuk lager. Er stonden interessante werken van Magnum, een fotoboek van Koos Breukel en nog wat kwaliteitswerken. Ik kon niet kiezen en heb ze uiteindelijk allemaal laten staan. 
In die fantastische kerk-boekwinkel kun je prachtige foto’s maken. Ik val er niet op met mijn Canon EOS 6D, want er lopen veel mensen met een fototoestel rond. En opeens stond ie voor me: prins carnaval in vol ornaat. Wat me direct opviel was hoe mooi de veer op zijn steek werd verlicht door een paar spotjes die schuin boven hem hingen. Ik heb net zo lang gemanoeuvreerd tot ik niet de spotjes maar wel de veer in het tegenlicht zag. Deze mooi opgetuigde pop verroerde geen vin en dat was wel handig voor een wat langere sluitertijd. Ik hoop voor carnavalvierend Maastricht wel dat er in hun stadsprins meer leven zit.

Hij verroerde geen vin, eh, veer.

zondag 18 januari 2015

Rare vogel

Jaren geleden al heb ik Photoshop verbannen van mijn computer. Ik geloof dat CS3 de laatste versie was waarin ik gewerkt heb. Het was niet omdat ik niet met Photoshop overweg kon. Ik bedacht in het begin van dit millenium al mogelijkheden om in Photoshop de uitersten van de high dynamic range in foto’s te overbruggen, nog voor er in de vakliteratuur over werd geschreven en nog voor overal de softwaretooltjes voor HDR opdoken. Het was een hels karwei, maar het eerste bevredigende resultaat van mijn huisvlijt werd al in een boek gepubliceerd toen niemand nog ooit van HDR-software had gehoord. 
Maar ik had het dure Photoshop niet nodig om te bereiken wat ik uit mijn foto’s wil halen. Eerst Aperture en nu Lightroom bieden me voldoende mogelijkheden om van mijn RAW-bestanden echte digitale foto’s te maken. En om ze op papier af te drukken. Ik kom nu ook niet in de verleiding om van mijn oorspronkelijke foto’s kunstmatig gecreëerde beelden te maken. Ruud van Empel is daar een meester in en ik gun hem zijn succes. Maar ik blijf zo dicht mogelijk bij het origineel. 
Dit gezegd hebbende kom ik op de uitzondering die de regel bevestigt. Gisteren maakte ik in het Waalse stadje Marche en Famenne een foto van iets kunstachtigs in de tuin van het plaatselijke museum. Het plaatje was niet erg bijzonder. Ik fotografeerde een soort vogel in het decor van bladloze struiken en planten tegen de achtergrond van een grauwe muur. Een druk en rommelig tafereeltje. Ik zou het thuis wel deleten. 
Eenmaal thuis vond ik het toch een fascinerend motief. Ik trok het door Lightroom en voerde enkele weinig subtiele bewerkingen uit. Zo voerde ik de kleurverzadiging op tot het uiterste, ik bracht zware vignettering aan, speelde wat met de schuifjes van contrast en helderheid en opeens had ik een spookachtig beeld dat beter de werkelijkheid weergaf dan de werkelijkheid zelf. Ik heb op internet nog even gezocht naar wat het beeld eigenlijk voorstelt. Het enige wat ik vond was een foto van de rare vogel op een Franstalige site met daaronder de tekst “Voorouder van de dodo of de ontbrekende schakel tussen dinosaurus en vogel?” 
Ik heb een mysterieus beeld in de nabewerking nog mysterieuzer gemaakt. Maar wel zonder Photoshop.

Niet gephotoshopt.

vrijdag 16 januari 2015

De ruit

Voor mijn werk stond ik vaak vooraan bij branden. Ooit beschreef een brandweercommandant me tijdens een grote brand in een school, hoe hulpverleners ‘in de voegen van de muren kropen’ na een explosie. Die had alle ramen uit het gebouw geblazen. Het was midden in de nacht en er was gelukkig niemand in het schoolgebouw. Maar de enorme klap van een gasfles in het natuurkundelokaal en de glasregen die volgde, bracht heel wat brandweerlieden en politiemensen van hun stuk. 
De brandweerofficier stond het doodgemoedereerd en met kennelijk leedvermaak te vertellen, kalm alsof ie aan de toog onder het genot van een glas bier een sterk verhaal stond te vertellen. Al die tijd kon ik mijn ogen niet afhouden van de grote glasscherven die rechtop in schouderpartij van zijn veiligheidsjas stonden. 
Ik moest er het afgelopen jaar vaak aan denken als ik de Cacaofabriek in Helmond binnenliep. Wat zou het voor een regen van glasscherven geven, als die grote ruit boven de ingang brak? In de zomer was de ruit gebarsten. Waarschijnlijk zat ie te strak in de sponning die door de warmte was uitgezet. Er trokken scheuren in het glas en de omgeving van de ingang onder de ruit werd met veiligheidslinten afgezet. Je moest de Cacaofabriek door een naastgelegen deur binnen. 
Omdat het nogal lang duurde voor een nieuwe ruit geleverd kon worden, werden de scheuren in het glas met tape afgeplakt. Zo kon de ingang onder de ruit weer normaal gebruikt worden. Zonder dat je bang moest zijn dat er glasscherven in je lijf kliefden. Sinds vandaag kun je de Cacaofabriek weer normaal binnen. De kapotte ruit is vervangen.
Dat was nog een heel spektakel. Ik heb het op een afstandje bekeken. En natuurlijk heb ik het gefotografeerd. Ik heb die PowerShot G 10 van Canon niet voor niks de hele dag binnen handbereik.

Kwestie van het glas heffen 

zondag 11 januari 2015

Wildernis

In de film De Nieuwe Wildernis kun je zien hoe een jong konikpaard de winter niet overleeft, omdat het te weinig eet. Een ander konikpaard sterft, omdat een van zijn benen bevriest. Het filmteam van Mark Verkerk en Ruben Smit was erbij, filmde het en liet het gebeuren. Hier in Nederland. Binnen een straal van twintig kilometer rond de Oostvaardersplassen is er beslist een dierenarts te vinden, die de paarden had kunnen redden. Is het dan wreed van zo’n filmteam om de dieren aan hun lot over te laten? 
Ik vind van niet. Als zich in Nederland spontaan een nieuwe wildernis ontwikkelt, zoals aan de Oostvaardersplassen, dan moeten we daar blij mee zijn. Laat de natuur zijn gang gaan. En natuur is survival of the fittest. Daarbij past dat de zwakste sneuvelen en daarmee in de voedselketen van andere dieren terecht komen. 
Toen ik vanmiddag door de bossen van de Ullingse Bergen bij Sint Antonis wandelde, moest ik aan deze natuurlijke keten denken. Om me heen zag ik geknakte takken en omgevallen bomen. Waren ze bezweken onder de last van het pak sneeuw dat op zaterdag na Kerstmis viel? Of zijn ze neergehaald door windkracht zes van de afgelopen dagen? Het blanke hout aan de afgescheurde takken verraadde, dat de wonden nog vers waren. Oudere gevallen takken en afgeknakte boomstammen waren al verkleurd en aangevreten door insecten. De wildernis dicht bij huis. De natuurlijke cyclus. En ik vond daarin mijn plaats.
Door de zoeker van de camera zag ik hoe het bos zijn eigen creativiteit ontplooit. Lijnen die parallel lopen of elkaar kruisen, bruine of groene vlakken die bij nadere beschouwing oneindig veel kleurschakeringen herbergen, structuren en lichtval die diepte geven aan het bos. Die vers afgeknakte takken en omgevallen bomen hadden zich daarin al geschikt. 
Omdat het bos al creatief was van zichzelf, hoefde ik dat vanmiddag als fotograaf niet te zijn. Ik heb het gezien en dankbaar gefotografeerd. Voor de omgevallen bomen was het toch al te laat om hulp te halen.

Creatief bezig, dat bos.

zondag 28 december 2014

Niet kiezen

Ben ik een landschapsfotograaf met belangstelling voor straatfotografie? Of ben ik een straatfotograaf met belangstelling voor landschapsfotografie? In het afgelopen jaar hopte ik nogal eens op en neer tussen de twee genres. Gelukkig hoefde ik vanmiddag niet te kiezen. Ik verenigde beide thema’s in één foto. 
Na het daverend succes van de eerste editie vorig jaar, had de plaatselijke afdeling van de ZLTO dit jaar een tweede aflevering van de Kapellekeswandeling op touw gezet. Vanaf het Boerenbondsmuseum konden de deelnemers door een sneeuwlandschap via De Kampen naar het kasteel wandelen en vandaaruit dwars door het dorp naar het kapelletje aan de Deel. Daar konden de wandelaars kiezen: via de molen aan De Elding terug naar het Boerenbondsmuseum of door de velden naar het Esdonks kapelleke en dan terug. De kortste route was zes kilometer lang, over Esdonk was het negen kilometer. 
Vorig jaar liepen we de lange route. Dit jaar kozen we voor de kortere. Ik wilde nog even bij molen De Bijenkorf binnenlopen om te zien of de A3+ print van de foto die ik gisteren van de molen had gemaakt, de drukte had overleefd. Dat was zo. Molenaar Jeroen was er zuinig op. Bovendien had ik op de korte route al een aantal mooie foto’s gemaakt. Zoals die van de schim op de muur van het kapelleke aan de Deel, die ik op mijn Facebook plaatste
Onderweg maakte ik ook deze foto. Ik had al een serie van kaarsjes in weckflessen die langs de route stonden, gecombineerd met een ondergaande zon aan de einder. Ik had avondrood in een sneeuwlandschap, maar dat is nogal standaard voor mensen die tegen de avond met een camera onderweg zijn. 
Ik heb uiteraard ook veel mensen gefotografeerd. Mensen op straat vind ik fascinerend als ze spontaan rare dingen doen. Bijvoorbeeld een kind dat zijn handen warmt aan een vuurtje terwijl het zijn handschoenen nog aan heeft. Gezien met de ogen van een straatfotograaf, gefotografeerd met de techniek van een landschapsfotograaf. Ik ga denk ik ook in 2015 maar niet kiezen tussen die twee genres.

Is dit nou een straatlandschapsfoto?.

zondag 21 december 2014

Oude doos

De kortste dag van het jaar heb ik benut om eens in een oude doos te duiken. Ik stuitte op dia’s die ik maakte in IJsland. We waren daar in 1981, in 1999 en in 2002 nog eens. Het was nog in het analoge fototijdperk. 
Tijdens die reizen maakte ik dia’s. Als landschapsfotograaf was ik vooral geïnteresseerd in de prachtige kleuren en grillige vormen van het IJslandse landschap. De foto’s die ik er maakte waren zo mooi, dat ik daarna geen uitdaging meer vond in het fotograferen van landschappen. Zo af en toe maak ik nog wel landschapsfoto’s, maar ik vond een nieuwe passie in wat wel wordt genoemd straatfotografie. 
Ik besloot vanmiddag een paar van die teruggevonden IJslandse landschapsdia’s te digitaliseren. Ik heb geen diascanner, maar koos voor een andere reproductietechniek. Ik zette een macro-objectief op mijn Canon 7D die door zijn cropsensor extra uitvergroot. Ik zette een speedlightflitser op statief en trok een diffusorkapje over zijn kop. Op dat kapje plakte ik een ingeraamde dia. De flitskracht van de speedlight zette ik op 1/128 en het diafragma van de camera op f/ 22. Dat leverde de perfecte belichting op voor reproductie van een dia die een centimeter of twintig voor de lens van mijn camera hing. 
Ik toon hier niet het mooiste landschapje, maar wel een bijzonder. We reden op dinsdag 23 juli 2002 een paar honderd kilometer door dit lavalandschap met als enige houvast voor richting een uitgesleten spoor. Eén keer zagen we op deze weg andere mensen. Een groep ruiters die net als wij urenlang niemand anders had gezien kwam ons tegemoet. Uitwijken was niet nodig. Ruimte zat. 
In dit door god en alle mensen verlaten landschap trainden Neil Armstrong en Buzz Aldrin in de jaren zestig voor hun maanlanding. Het schijnt hier erg veel op de maan te lijken. Armstrong fotografeerde later op de maan met een Hasselblad. Ik weet niet of hij er hier in dit IJslandse veld mee oefende, maar ik had in elk geval geen Hasselblad. Ik moest het toen doen met een analoge Canon 5D waarin een Kodak diafilm lag. 
Zonder tussenkomst van de NASA heb ik die dia’s nu ook digitaal beschikbaar gemaakt.

Digitaal zonder tussenkomst van de NASA.



zondag 14 december 2014

Social medium

Wat ben jij aan het doen?, vroeg een mevrouw die in gezelschap van een andere dame op me toe kwam lopen. Het was niet op de vermanende toon van ‘dit wil ik niet’, zoals me wel eens overkomt als ik ergens op de openbare weg fotografeer. Ze was gewoon nieuwsgierig en de vraag leek me vooral retorisch. Als iemand met een oog door de zoeker van een camera kijkt, is die kennelijk aan het fotograferen. En dat was wat ik deed. 
Maar ze leek me eerder te willen vragen, waarom ik hier aan het fotograferen was. En ook daarop hoefde ik geen antwoord te geven. De dame in haar gezelschap vertelde: “Deze meneer is van een fotoclub en maakt hier foto’s van de gangetjes en paadjes. Gisteren waren ze hier ook al aan het fotograferen.” 
Dat ik ook van die fotoclub was kon ze alleen maar raden, maar ik kon haar uitleg slechts bevestigen. Onze fotoclub had zaterdagmorgen in het kader van ons seizoenthema een excursie gehouden naar de paadjes, steegjes en gangetjes aan deze rand van ons dorp. We willen er aan het einde van het seizoen een clubexpositie van samenstellen. Ik was gisteren verhinderd om aan die excursie deel te nemen, maar was nu op eigen gelegenheid op pad. 
Op mijn pad ontmoette ik een vrouw die haar paardje uitliet. Het dier was niet veel groter dan een Sint Bernardhond en liep aangelijnd, zoals je met een grote hond doet. Ik vroeg of ik haar met haar paardje mocht fotograferen en dat vond ze prima. We raakten aan de praat en ze vertelde dat het paardje van een ras was dat door de Indianen werd gefokt en door de Spanjaarden naar Europa is gebracht. 
Ze vertelde verder dat ze zelf ook fotografeert en daarvoor een digitale Polaroid had gekocht. Ze nodigde me uit in haar atelier dat aan het einde van een paadje annex steegje of gangetje ligt en liet me daar al haar gereedschappen zien die ze als zzp’er gebruikt voor haar spirituele sessies, annex voetmassages annex cursussen paardenverzorging. “Ze zeggen wel eens dat ik me moet specialiseren, maar ik kan niet kiezen”, vertelt ze. 
Toen ik even later wat verderop aan het fotograferen was, kwam een vrouw naar buiten die me vroeg of ik de buurt aan het filmen was. Ik vertelde van onze fotoclub en het thema van gangetjes en steegjes en paadjes. Al kletsend kwamen we er achter dat we ver weg nog ergens familie waren. 
Dankzij mijn fotohobby heb ik vandaag weer enkele leuke mensen ontmoet. Facebook is een handig social medium, maar een fotocamera dus ook.

Zij kwamen vandaag op mijn pad.

zondag 7 december 2014

Barolo

Ze wilde een pop met Sinterklaas. Denk ik. Met een flesje en een speen. Dan kun je tenminste spelen met je pop. Zo zal het wel geweest zijn. Maar nou is Sinterklaas weer naar huis en is Kerstmis in aantocht. En dus moet je met mama en papa naar de kerstmarkt. Pop moet mee. Met flesje en speen. Maar toch niet zo leuk als thuis. Saai, stom, vervelend. Of hier in Durbuy, ennuyeux. 
Ik kon het wel eens zijn met dit meisje. Saai, stom, vervelend. Ik loerde op leuke motieven voor op onze kerstkaart, die ik al jarenlang zelf maak. Maar ik vond ze niet. Op de overdekte schaatsbaan lummelden wat kinderen rond. Echt geschaatst werd er niet. In vorige jaren maakte ik hier al mooiere foto’s. 
Tussen de kerstmarktkraampjes was het ook al niet druk. En dat was nog voor het begon te regenen. Het was koud genoeg voor sneeuw en dan had ik nog kans op een mooi kerstsfeertje. Maar toen de nattigheid begon te vallen was het alleen maar koude regen onder een grauwe lucht met weinig licht. Om twee uur in de middag moest ik opschalen naar ISO 800 om met een diafragma van f/ 5.6 nog uit de hand te kunnen fotograferen. Nee, dit was helemaal niks. Gelukkig leverde dit meisje me nog een aardige foto op. 
En toen ik haar zo naar dat flesje zag kijken herinnerde ik me dat er thuis ook nog een fles stond. Ook van Sinterklaas gekregen. Het werd een mooie Italiaanse wijn, Barolo 2010, in plaats van een kerstkaartfoto.

't Is geen Barolo 2010, hè?