zondag 5 juni 2011

Regen

We hebben dit warme weekend loom rondgelummeld in en om ons weekendhuisje in de Ardennen. Ik zal u hier niet lastigvallen met nog meer foto's van mussen en merels die ik heb gefotografeerd. Een paar exemplaren toon ik op mijn Flickr-pagina's. Ik doe niet zoveel met die Flickr-account, maar soms heb ik een serietje dat ik daar achter laat. Er zit niet echt beleid achter de invulling van fotosite http://www.flickr.com/photos/paulverhees.
Ik had hier graag een foto getoond van de modeprocessie in Maastricht. Maar vandaag faalde ik als straatfotograaf. We reden even Maastricht in om er te lunchen. In Somme-Leuze hadden we de eerste bui van deze dag al over ons heen gehad. Ik had weinig zin om mijn camera's bloot te stellen aan een hoosbui, dus liet ik ze in mijn auto achter.
We liepen door de stad en opeens doemde voor ons een bonte stoet zwijgende mensen op. Hun kleding was niet alledaags en hun opmaak was te overdreven voor een middagje stappen in het uitgaanscentrum van Maastricht. Op pamfletten die ze uitdeelden las ik dat dit een 'modeprocessie' was.
Hier had ik leuke foto's kunnen maken. Maar ja, geen camera bij de hand. Ik heb er geen traan om gelaten. Toch heb ik een foto die me aan een tranenwaas doet denken. Net na ons avondeten op het terrasje achter ons vakantiehuis brak gisteravond een zwaar onweer uit. Ik was net mijn fotospullen aan het opruimen en had mijn Canon 7D nog stand-by. Snel even een fotootje gemaakt en zo stond mijn fotohobby dit weekend sterk onder invloed van regenbuien. Geen tranendal maar regenval.

Geen tranendal maar regenval.

zondag 29 mei 2011

Artihond

Even het Helmondse kunstfestival Artimond bezocht, vanmiddag. Het is een paradijs voor fotografen, vooral als je controle weet te houden over de harde slagschaduwen ten gevolge van overvloedige zonneschijn.
Ik zag veel mensen met camera's lopen en de meesten leken zich niet te bekommeren om uitgevreten beeldpartijen en dichtgelopen schaduwen. De kwaliteit van de camera zegt lang niet altijd iets over de kwaliteit van de fotograaf. Ik heb bijvoorbeeld niemand gezien die net als ik een flitser op de camera had gestoken om slagschaduwen weg te flitsen. Met de moderne technieken van de digitale beeldbewerking kun je donkere beeldpartijen ophelderen, maar inflitsen is soms net iets fraaier.
Ik vond het lastig om de leukste foto van vanmiddag uit te kiezen voor dit blog. Maar uiteindelijk bleef ik hangen aan deze foto van een hond tussen mensenbenen. Je hebt maar een hondenleven als Artihond. Je blikveld is klein; waar het om draait zie je niet. Ik kan maar één voordeel bedenken: in die felle zon zit je lekker in de schaduw. En ik als fotograaf had daar beneden geen last van harde slagschaduwen.

Een hondenleven.

zondag 22 mei 2011

Merel

Er zijn periodes in een jaar dat ik weinig aan fotograferen toe kom. Mei is zo'n maand, zie ik als eens door de blogjes van de afgelopen jaren blader. Gisteravond zat ik op het terras van ons weekendhuisje in de Ardennen te genieten van de rust en van het gekwetter en getjilp van vogels in de boomkruinen om ons heen.
Ik schroefde mijn 100-400 mm objectief op mijn Canon 7D en begon te fotograferen. Het leverde me een paar mooie platen op van vinkjes en meesjes in het warme licht van de ondergaande zon. Encyclopedieplaatsjes, dat wel. En ik ben meestal niet tevreden met foto's die je in encyclopedieën, determinatieboekjes, natuurtijdschriften en websites over vogelfotografie aantreft.
Het moet bij mij net even anders zijn. Op de eerste plaats was mijn werkwijze onorthodox. Ik fotografeerde met een telebereik van 400 mm met een sluitertijd van 1/60 seconde uit de hand. Dat is vragen om moeilijkheden en ik had er dus ook veel missers vol bewegingsonscherpte bij zitten.
Het bracht me echter ook deze foto, waar ik zelf wel tevreden over ben. Door de lange sluitertijd is de snavel van deze zingende merel bewogen. Je ziet hem daardoor zingen. De rest van de vogel en de draad waarop dit beestje zit is gestoken scherp. De merel is trouwens al net zo tegendraads als ik. Overal waren bomen en takken in overvloed, maar deze vogel koos een staaldraad als hoge uitkijkpost.
Het maakt de foto net even anders dan die van de meeste vogelfotografen. Zij zullen dit wel helemaal niks vinden: geen oogjes te zien, in het laatste daglicht om tien voor half tien is er onvoldoende contrast voor een scherpe doortekening van de veertjes, je ziet geen natuurlijke omgeving. Ik luister dit keer eens niet naar hun kritiek. Ik hoor liever het vogelgezang.

Tegendraads.

vrijdag 29 april 2011

Kwetsbaar

Na een paar rare foto's kan er nog wel een gekke bij. Bij de afdeling Noord-Brabant-Oost van de Fotobond nemen enkele leden van onze fotoclub deel aan een project met het thema 'De Kwetsbare Mens'. Ik had me niet aangemeld, omdat het project langere tijd loopt en verschillende bijeenkomsten vergt. Daarvoor kon ik mijn agenda niet voldoende tijd vrijmaken.
Niet getreurd. Ik leen het thema en trek mijn eigen plan. Vanmiddag wandelde ik met mijn camera langs de Abdij van Postel. Ik was hier al vaker en trof op een vroege zondagmorgen al eens beter licht dan nu. Dus ik maakte er vanmiddag niet mijn beste foto's van de omgeving.
In het pesthuisje zag een mevrouw in een elektrische rolstoel. Ze was volledig overgeleverd aan de techniek. Ik stond met mijn rug naar haar toe, maar zag haar vertrekken in de weerspiegeling van een plexiglas plaat. Het pesthuisje, de vergankelijkheid van de stenen muren, het bekraste plexiglas, de dame in de rolstoel. Ik fotografeerde al dat kwetsbare in één beeld.
De vrouw in de rolstoel is op mijn foto verworden tot een abstracte schim. Hoe kwetsbaar kun je zijn?

Abstracte kwetsbaarheid.

donderdag 28 april 2011

Ruimte

In het Museum Kurhaus in Kleve bezochten we vandaag de expositie van Carl Andre. Deze Amerikaanse kunstenaar uit Quincy, Massachusetts werkt met sculpturen. Die bewerkt hij niet; zijn werken behoren tot de minimal art. Andres kunstwerken doorklieven de ruimte, zo beschrijven kunstkenners zijn werk.
Mooi zo. Laat ik me niet tot de kunstminnaars rekenen en me even plat uitdrukken. Als we de overgebleven bouwmaterialen van onze verbouwing vorig jaar niet hadden opgeruimd en ze een beetje netjes hadden gestapeld en geordend, dan hadden we nu thuis entree kunnen heffen. Minimal art.
In het museum mocht ik niet fotografen, dus wilde ik na het museumbezoek mijn camera nog even uitlaten in het mooie park aan de overkant van de weg. Ik zag er nog een rijtje niet opgeruimde gasbetonblokken liggen waar een plaatje bij stond met de naam van mister Andre. Ik vond het een hele kunst om daar omheen te fotograferen.
Opeens zag ik in een gracht een plas van bijeengedreven stuifmeel of iets van dien aard. Ik hou niet zo van trucjes met spiegelingen en het omkeren van foto's. Maar Carl Andre had mijn blik verruimd. Nu doorklieft die vlek op mijn foto de ruimte en ontstaat er een vreemd landschap dat er in werkelijkheid helemaal niet is. Geen minimal art, wel een simpel kunstje.

Geen minimal art, wel een simpel kunstje.

zondag 17 april 2011

Gestalte

Opeens zag ik die gestalte. Het was een vrouw. Ze trok een kind overeind. Of loopt ze achter een rollator? Dat kon ik niet zien. Eerlijk gezegd zag ik de gestalte pas op het schermpje van mijn Canon PowerShot G10 en niet op het moment dat ik deze foto maakte. Want eigenlijk was ik een fontein aan het fotograferen.
Dat vind ik nou een leuk verschijnsel in de fotografie. Je bevriest een beweging waarin je dan vormen herkent die je in de snelle actie niet ziet. Het water rijst op uit de spuitmond van de fontein en valt in allerlei onvoorspelbare vormen naar beneden. Het is vooral de wind die de vrije val van het water vormt. Telkens anders, net als de vlagerige wind zelf.
Ik maakte tijdens een weekendje Ardennen een serietje foto's van de fonteintjes op het plein in Marche-en-Famenne. Om die fonteintjes staan ook slanke bronzen beeldenfiguren. Ik heb ook die beelden gefotografeerd, maar ik slaagde er niet in om er met water en licht een fascinerende opname van te maken.
Die waterdame is wel bijzonder, want die keert misschien nooit meer terug. De oude Grieken hadden nog niet de beschikking over fotocamera's, maar toch wisten zij al dat er nimfen in de wateren leefden. Uit de Griekse mythologie kennen we zelfs de Crinaeae, de beschermvrouwen van de fonteinen. De bekendste van die Crinaeae is Aganippe.
Ik heb in dit Ardennenweekend weer allerlei mensen gefotografeerd in Marche en in Durbuy. Maar mijn waternimf vind ik toch wel heel bijzonder. Ik koester mijn eigen Aganipje uit de Ardense mythologie.

Mijn eigen Aganipje.

zaterdag 9 april 2011

Respect

"Kijk, badmutsen." Mijn collega kijkt naar buiten, naar de overkant van de weg. Ik volg zijn blik en zie twee Arabische mannen met een kind. De mannen praten met elkaar, het kind drentelt om hen heen. Alledrie dragen ze een muts.
Mijn collega ken ik als iemand die zich verbaal vrij radicaal en ongenuanceerd kan uiten. Hij provoceert graag. Het zet aan tot scherp denken. "Badmutsen", dat klinkt tamelijk respectloos voor de mannen met hoofddeksels die we in dit land van klompen, poffers en Jan met de Pet van huis uit niet gewend zijn.
Gelukkig zit het echte respect meer in gedrag dan in woord. Mijn collega bedoelt het niet kwaad. Die 'badmutsen', dat is meer een grapje dan een belediging. Mijn collega heeft veel respect voor andere culturen. Hij is nota bene getrouwd met een Aziatische vrouw. Hij is tolerant en komt op voor minderheden.
Zo onder ons accepteren we van elkaar grapjes die grof, schunnig en bepaald niet altijd even subtiel zijn. Het is meer zoals cabaretiers onze samenleving op de hak nemen.
Inderdaad, die hoofddeksels van deze Arabische mannen hebben wel enige gelijkenis met badmutsen. Waarom die mannen deze hoofddeksels dragen en of ze in hun geloof of cultuur een betekenis hebben, dat weet ik niet.
In zo'n situatie ben ik wel blij dat ik altijd een camera bij de hand heb. Mijn Canon Powershot G10 levert meer dan voldoende pixels voor een flinke uitsnede, zodat ik een heleboel niet ter zake doende omgeving weg kan snijden. Wat overblijft is een foto van een vriendschappelijke ontmoeting op straat. Als straatfotograaf maak ik graag een foto van dit soort spontane taferelen en dan maakt het me niet uit wie ik voor de lens krijg, want ik wil niet discrimineren.

Goed gemutst.

zondag 3 april 2011

Ardennerstrand

In het weekend was ik in Ardennen-aan-de-zee. Wat bazel ik nou? Is mijn geografisch kennis van slag? Ik denk van niet. Ik liep over een Ardennerstrand. Het was er 22 graden en ik zag een kindje pootjebaden op 380 meter boven de zeespiegel.
Ik geef het toe. Alle zeeën die ik tot nu toe kende waren groter dan deze. Maar een kind heeft geen oceaan nodig om zich te amuseren. Of het nu door de golven aan de kustlijn loopt, of door een modderplas op een landweggetje bij Wéris, dat is alleen voor de ouders belangrijk. Want hier dreigt geen verdrinkingsgevaar. Hier verlies je je dochter niet uit het oog. Hier kun je vanaf het droge de hand reiken als het nodig is. Na de waterpret snel de modder van de voetjes vegen en hup, terug naar huis. Geen files, hooguit van een paar quads of tractoren.
Ik zag het allemaal gebeuren tijdens een lentewandeling door de Ardense heuvelen. Natuurlijk had ik een camera bij me. Ik fotografeerde het landschap en leuke details in dat landschap. Zoals een menhir, misschien ooit achtergelaten door Obelix op weg van Barvaux naar Érézee (aha, zo heet dus die zee). Die menhir, die staat er echt. Dat-ie door Obelix is achtergelaten daarvan was ik minder zeker, dan dat ik hier in Ardennen-aan-de-zee was.
Want ik heb zelf gezien hoe een gezinnetje zich vermaakte aan de waterkant. Ik maakte een paar foto's. Meisje aan de hand van papa, broertje kijkt toe hoe meisje met papa aan de hand door water waadt, meisje alleen in het water. Die laatste vind ik het mooiste. Die enorme ruimte waar ze zich helemaal in zichzelf gekeerd alleen in de zee waant. Waar vind je nog een strand voor jezelf? Wel, in Ardennen-aan-de-Zee. Met een zee van ruimte.

Een zee van ruimte.

zondag 27 maart 2011

Bondswedstrijd

Fotograferen is geen sport en dus vind ik fotowedstrijden altijd van een betrekkelijk belang. Toch stimuleer ik elk jaar de deelname van onze fotoclub aan de Bondsfotowedstrijd van de Nederlandse Fotobond.
In onze fotoclub bespreken we samen foto's om ervan te leren. Elk oordeel is subjectief, want bij fotografie draait het vooral om gevoel. Wat spreekt je aan? En hoe komt het dan dat de ene foto je wel raakt en de andere niet? We doen dat in ons eigen clubkringetje, maar we hebben niet de wijsheid in pacht. Daarom is het goed om eens te kijken wat andere clubs maken. De Bondsfotowedstrijd is daarvoor een goed platform.
Onze club scoort er elk jaar bovengemiddeld goed. Vandaag werd de uitslag van de Bondsfotowedstrijd 2011 bekend gemaakt en we bleken in een veld van 182 deelnemende clubs op een 27ste plaats te zijn geëindigd. Dat is onze beste prestatie ooit, want in vorige jaren waren we 90ste (in 2010), 44ste (2009) en 33ste (2008).
We lopen dus bij het beoordelen van onze foto's niet uit de pas met de landelijke trend.
Bij de tien door onze club ingezonden foto's zat er eentje van mij. Op een schaal van nul tot dertig scoorde deze foto 21 punten. De landelijke winnaars behaalden 25 punten. Bij onze club werden nog twee foto's met 21 punten gewaardeerd, de laagste score was 18 punten en dat is nog altijd maar een fractie onder het landelijk gemiddelde van 18,5 punt.
De foto die ik instuurde voor deze wedstrijd maakte ik in oktober vorig jaar op een begraafplaats van gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog in het Belgische Ieper. Je ziet een kruis. Op de achtergrond zie je graven. Die vrouw, is dat dan een treurende weduwe? Ik weet wel beter. Deze dame is te jong om te rouwen bij een overleden echtgenoot uit WO I. Het is mijn vrouw en ze verrekt van de kou in een kil najaarsbriesje.

Geen oorlogsweduwe.

zaterdag 26 maart 2011

Bizar

Het overkomt me niet vaak dat ik niet goed raad weet met een foto. Zeker niet als ik die zelf gemaakt heb. Maar nu heb ik er eentje. Ik had even geen flauw idee wat er op deze foto gebeurt, terwijl ik het met eigen ogen gezien moet hebben. Bij nader inzien zag ik pas het gezichtsbedrog dat veroorzaakt wordt door de geringe doortekening in de broekspijpen. Het standbeen gaat schuil achter het licht gebogen been. Dit is dus een toevalstreffer, maar wel een fraaie, vind ik zelf.
We waren vandaag met onze fotoclub op excursie in de Helmondse nieuwbouwwijk Brandevoort. Een poosje geleden besteedden we op een clubavond aandacht aan architectuur en nog voor het licht van de beamer uit was kwam van diverse kanten de vraag of we daar eens niet een uitstapje aan konden wagen. We hadden nog een excursie tegoed volgens onze jaarplanning en dus zocht onze excursiecommissie een bestemming.
Het werd Brandevoort, ooit door de Britse prins Charles geprezen om zijn knappe staaltje van architectuur. Alles ademt er de sfeer van een vestingstadje, terwijl de wijk nog maar net tien jaar oud is. Niks historie. Alles nep. Maar wel mooi nep. Voor fotografen is het om van te smullen.
Zoals zo vaak ben ik dan weer dwars en eigenwijs. Die architectuur die iedereen voor zijn lens haalt, vind ik maar heel even interessant. Ik ken al die foto’s van Brandevoort intussen wel en ik had geen inspiratie om er origineel mee aan de slag te gaan. Ik keek eens rond en zag in het station een rare spat op de traptegels van de brug die de voetgangers over het spoor leidde.
Ik richtte mijn lens op die rare vlek en maakte er een paar foto’s van.
Als mensenfotograaf ben ik pas tevreden als er ook iets van mensen op de foto staat. Dus wachtte ik telkens tot er iemand in beeld stapte en drukte dan af. Deze foto viel me op in de serie die ik maakte. Ik zag maar één been. En dat ene been stapt precies zo op de donkere spat, dat het lijkt alsof het op een landmijn trapt. Boem. Weg been. Bizar.

Op het verkeerde been gezet.