zondag 6 juni 2010

Fotomomenten

In snikheet Afrika houden ze elkaar koel met water uit een tuinslang. Hun lemen hutten zijn vervangen door riante evenementententen. En vlak bij dit tentenkamp hupt een kangoeroe rond.
Het was heet, de afgelopen dagen, maar ik heb geen zonnesteek. Ik ben ook niet dronken, of in de war van de vele indrukken van de afgelopen dagen. Ik hou alleen maar van foto's die je fantasie prikkelen en waar je je eigen verhaal bij kunt verzinnen. Dit vind ik zo'n foto.
De afgelopen dagen was ik ceremoniemeester op de bruiloft van een vriend in Herentals. Het feest duurde twee avonden. Op de eerste avond kwam bij het invallen van de duisternis een politiewagen voorrijden. Het was niet omdat de band in de feesttent teveel overlast veroorzaakte. De flikken waren op zoek naar een ontsnapte kangoeroe, vertelden ze.
Ik heb er geen foto's van, want ik had weinig tijd om foto's te maken en bovendien moet je zo'n beest eerst te zien krijgen voor je het kunt fotograferen. De volgende dag had ik voor de tweede feestavond begon wel even tijd om foto's te maken. De jeugd amuseerde zich op deze warme dag met een zeepglijbaan die nat gehouden werd met water uit een tuinslang. De jongedame en het kind op de foto komen niet uit Afrika, maar zijn gasten uit Parijs.
De tent op de achtergrond is de feesttent, die met zwoele zomeravondtemperaturen eigenlijk overbodig was. Want het was een prachtig feest dat zich tot diep in de nacht hoofdzakelijk buiten afspeelde. Er zullen veel mooie foto's van zijn, want veel gasten liepen met camera's rond. Ik zag althans veel mooie fotomomenten, terwijl mijn 5D en 7D in mijn fototas zaten.


Snikheet maar niet in Afrika.

dinsdag 1 juni 2010

Interessant

Een paar vrouwen keken aandachtig naar de foto's van Stephan Vanfleteren en vroegen zich af waarom het hoofd van Eddy Merckx niet in zijn geheel was weergegeven. Vanfleteren heeft hem als het ware gescalpeerd, door een deel van zijn voorhoofd en haardos buiten het kader te laten. De dames vroegen zich ook af waarom de foto's niet helemaal scherp waren. En of Eddy Merckx niet veel dikker was, maar dat had al een stuk minder met fotografie te maken.
Ik bewonder de Vlaamse fotograaf Vanfleteren al jaren. Hij portretteert Bekende Belgen en Bekende Nederlands op een zeer indringende manier. Regelmatig is maar één oog scherp, of is de scherptediepte in het gezicht slechts enkele millimeters. Zijn portretten zijn rauw, zijn figuren ogen vaak verlopen. Op veel foto's hebben de geportetteerden hun ogen gesloten. Het is zijn manier om de vergankelijkheid te tonen.
Als geen ander beseft Vanfleteren dat zijn portretten niet allemaal even flateus zijn. "Het klopt dat ik soms een iets nadrukkelijke stijl gebruik die voor mij evident is maar misschien niet voor de mens in kwestie of voor de modale kijker", zei hij in een interview ter gelegenheid van zijn expositie 'Portret 1989-2009'. Die was eind vorig jaar in Gent te zien en nu tot 27 juni in Centre Céramique in Maastricht.
"Mijn streven is niet om de mens of de realiteit te fotograferen. Ik heb die strijd eigenlijk al een beetje opgegeven, omdat het toch een verloren strijd is. Dan kan je beter iets doen waarvan ik denk: kijk, ik wil iets interessants doen met fotografie", verklaart Vanfleteren zijn werk.
Ik bezocht vanmiddag zijn tentoonstelling in Maastricht, domweg omdat ik eerder geen tijd had. En ik prijs me gelukkig dat ik er rond kon lopen met een groep vrouwen die keek als 'de modale kijker' waar Vanfleteren van sprak. Want als je hoort welke vragen er bij de doorsnee kijker leven, dan vraag je je af waar een fotograaf als Vanfleteren zijn succes aan ontleend. Misschien vinden deze dames mijn foto's wel veel mooier. Daarom ben ik niet beroemd.


Ik zag de modale kijker.

maandag 24 mei 2010

Emotie

Pinksteren betekent voor onze fotoclub al jaren: deelnemen aan de Open Atelier Route in ons dorp. Kunstenaars stellen hun ateliers open voor publiek dat wandelend of fietsend van het ene naar het andere adres gaat. Het tweedaagse evenement brengt elk jaren honderden kunstliefhebbers op de been.
In de Wintertuin van het gemeentehuis midden in ons dorp waren gisteren en vandaag twintig foto's van onze clubleden te zien. We toonden dit jaar werk rond het thema emotie.
Ik vind de reacties van het publiek altijd heel interessant. Wat me opviel was dat de zwart-witfoto's het best gewaardeerd werden. Ook tijdens de Bondsfotowedstrijd van dit jaar was er opvallend veel zwart-wit werk dat hoog scoorde.
Ik durf de conclusie te trekken dat zwart-wit weer 'in' is. In het analoge dokatijdperk was zwart-wit voor amateurfotografen een goedkope en betrekkelijk eenvoudige techniek om zonder tussenkomst van een printcentrale foto's zelf af te drukken. Met de opkomst van de digitale fotografie konden hobbyfotografen hun foto's op een inktjetprinter voortaan ook in kleur afdukken. Kleur veroverde de markt en zwart-wit raakte uit de gratie. Maar nu is zwart-wit herontdekt als artistieke vorm van fotografie die kennelijk meer dan kleurenfotografie emoties oproept.
De Open Atelier Route wordt elk jaar geopend met een paar toespraken en met live-muziek. Dit jaar mocht Guus van Lankveld muzikaal aftrappen en ik zag hem helemaal opgaan in zijn muziek. Een mooi moment van ingetogen emotie. Vloekende en schreeuwende kleuren zouden hier maar afleiden dus haalde ik de kleur uit de foto. Maar misschien zie ik het wel te zwart-wit.


Gevoelig in zwart-wit.

zondag 16 mei 2010

Overdekt

Het is mei, 7 graden en druilerig. We brengen een paar vrije dagen door in de Ardennen. Ik zeg tegen mijn vrouw: "Kom, we gaan naar de kerstmarkt in Luik."
Ik hoefde het niet uit te leggen. Toen we in december hier waren was het zelfs nog iets beter weer dan nu. We gingen naar de kerstmarkt, maar zochten al snel een beter heenkomen in een nieuw overdekt winkelcentrum in Luik.
Daar waren we deze week dus weer. Lekker gegeten, door kledingrekken gebladerd en veel mensen gezien. Het was er druk. Toch slaagde ik er in om een man te fotograferen die zichzelf totaal heeft geïsoleerd van zijn omgeving. Ik moest direct denken aan een eerder blog, waarop ik de Estlandse fotograaf Alexander Gronsky feliciteerde met zijn Foam Paul Huf Award 2010. De man fotografeert landschappen en zet daar soms mensen nietig klein in weg.
Dit overdekte winkelcentrum is mijn landschap en ik heb een kwartier moeten wachten tot de man in de drukte van langslopende mensen echt even nietig klein alleen was. Ik vond het niet erg. Dit landschap was droog en warm.


Droog en warm landschap.

zondag 2 mei 2010

Sprookje

Ooit heb ik Ötzi in levende lijve gezien. Nou ja, Ötzi is al 5300 jaar dood, maar ik heb de gletsjermummie met eigen ogen gezien. Ik was degene in levende lijve. Ook heb ik 'Het meisje van Yde' gezien, een Drenths veenlijk. Het is fascinerend en macaber tegelijkertijd. Mooi om te zien, hoe stoffelijke resten door gletsjerijs of verstikkend veen geconserveerd worden.
Sinds gisteren geloof ik ook weer in sprookjes; iets wat ik na mijn jonge jeugd al had afgezworen. Maar reuzen hebben echt bestaan. Ik heb er eentje gezien. Zijn hoofd werd gemummificeerd prijsgegeven door de bodem van de Ardense heuvelen. Het was in het uitgestrekte bosgebied bij Mochamp. Ik heb er een foto van gemaakt, maar ik besef dat dit in het tijdperk van Photoshop geen bewijs is van wat ik heus waar gezien heb.
Nou vooruit dan. Mijn waarneming is ernstig beïnvloed door Ötzi en het veenlijk, maar de foto is niet bewerkt. Een omgewaaide boom geeft de onderkant van zijn stronk prijs. Tussen de verweven wortels klit aarde en eroverheen groeit aan één kant helmgras. En daaruit boetseerde de natuur een hoofd waar je opzij tegenaan kijkt. Links het achterhoofd met een weelderige bos haar en de resten van een mutsje, rechts een neus met een daarboven een uitgesleten oogkas - zoals het een mummie betaamt.
Ik voelde me even Klein Duimpje en eenmaal thuis ontdekte ik zowaar een kiezelsteentje in de groef van mijn schoenzool.


Boomstronk of gemummificeerd reuzenhoofd?



zondag 25 april 2010

Niet goed

Het gaat niet goed met de wielerploeg van Rabobank. Ze hebben weliswaar met Oscar Freire hun voorjaarsklassieker binnen, maar de Nederlandse renners hebben zich amper met hun neus aan het venster gedrukt. In de uitslagen van de grote voorjaarsklassiekers zie je ze niet vooraan.
Tussen de vele foto's die ik vandaag maakte van de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik zat er eentje die de malaise bij de Rabobank aardig symboliseert. Helemaal achteraan het peleton bungelt een Raborenner die het hoofd al heeft gebogen als er op de top van de eerste helling, de Côte de La Roche, nog maar 69 van de 258 kilometer zijn gereden. En de verzorger van de Raboploeg moet bukken om een gevallen jasje op te rapen. Nee, het gaat niet soepel. Wat een ellende.
Oké, zoals zo vaak op foto's, gebeuren er andere dingen dan er lijken te gebeuren. De renner buigt niet het hoofd van ellende, maar kijkt naar beneden om een zojuist aangenomen drinkbus in de houder te steken. Hij rijdt trouwens niet helemaal achteraan, ook al lijkt dat in dit kader zo. En de renner heeft gewoon zijn jasje uitgedaan op deze warme dag en het voor de voeten gegooid van de verzorger. Dat gaat vaak zo in het voorbijgaan. Niks bijzonders.
Het laat onverlet dat ze vandaag weer geen uitslag reden; dat ze het hoofd moesten buigen en er ongetwijfeld onder gebukt gaan. Zie mijn foto.


Gebogen en gebukt.

Momenten voorbij

Voor een expositie ben ik op zoek naar 'emotie' op straat. Lachende mensen, huilende mensen, boze mensen, bange mensen. Lichaamshouding en mimiek moeten verraden hoe mensen zich voelen. Ik kan u verzekeren: dat valt niet mee. Want emoties zijn vaak heel persoonlijk en lang niet iedereen wil ze openlijk prijsgeven. Vooral als er een camera in de buurt is, worden veel mensen schuw. Desondanks heb ik al een mooie serie. Ik probeer die serie nog steeds te verbeteren met mooiere foto's.
In Durbuy zag ik tijdens dit zomers lenteweekend deze kinderen verrukt uitkijken naar de ijsjes die moeder hen bracht. De blik van verlangen in de ogen was sprekend. Maar helaas had ik mijn camera niet in de aanslag en was het moment voorbij toen ik klaar was om te schieten.
Terwijl de kinderen al van hun ijsjes genoten bleef ik ze nog even observeren. Opeens viel me deze scène op. Alledrie worden de kinderen door iets in beslag genomen. Ze kijken aandachtig, maar wel alledrie naar iets anders. Hun geboeide blik geeft de foto naar mijn gevoel iets fascinerends. Het feit dat ze alledrie naar iets anders kijken – wat de beschouwer van deze foto zelf niet ziet – maakt deze opname extra interessant, vind ik. Toen ik op zoek ging naar de onderwerpen die hun aandacht trokken, waren ook die momenten alweer voorbij. Alledrie.


Kijk ze kijken.

zondag 11 april 2010

Knol

De moderne westerse landbouw kan niet meer zonder tractoren. Ze heten Steyr, Eicher of John Deere – spreek uit dier, al heeft die power met dieren niks meer te maken. De zwaardere exemplaren leveren een paar honderd paardenkrachten. Maar ook die verwijzing naar de oorspronkelijke dierkracht verdwijnt. Tegenwoordig wordt het vermogen steeds vaker uitgedrukt in kilowatt.
Uit mijn jeugd in de jaren zestig herinner ik me nog de eggende en ploegende 'Belse knollen', zoals we die trekpaarden noemden. Een tractor was toen voor veel boeren nog te duur. Op de boerderij van mijn vriendje heb ik de eerste trekker zien komen en die werd dan nog gedeeld met de buurman die ook een boerderij had.
Vandaag wandelden we door de velden buiten ons dorp. Daar dacht ik een moment dat ik een déjà vu had. Ik zag een vertrouwd beeld uit mijn jeugd. Maar het ging niet als een flits voorbij. Wat ik zag was echt. Een boer liep achter paard en ploeg een akker te bewerken. Hij deed de nostalgie geweld aan door op laarzen te lopen. De boeren uit mijn jeugd droegen klompen. Maar verder: net echt. Snel even een foto gemaakt van die paardenpower, want wanneer krijg je nou de kans om een jeugdherinnering te fotograferen?
De knol was van het Boerenbondsmuseum in ons dorp. En de boer was een vrijwilliger die zijn paardenhobby niet voor zichzelf houdt, maar zijn diensten aanbiedt voor het toerisme in het dorp. Hij is koetsier op de huifkar of hij demonstreert hoe de boer vroeger op de akker ploegde. Leuk voor het museum, die knollen, maar niet meer voor de moderne akkerbouw. Want zo'n paard levert toch niet veel meer dan 0,74 kW, heb ik snel even uitgerekend.


Watt een paardenkracht.

zaterdag 10 april 2010

Mijn Doel

Desolate fabriekspanden of oude, verlaten sloopwijken zijn erg in trek als onderwerp bij fotografen. In hordes reizen ze af naar het verlaten stationscomplex van Montzen in de ene uithoek van België of naar het bijna opgedoekte dorpje Doel in een andere uithoek. De emotie van de vergankelijkheid is op die plekken kennelijk het meest indrukwekkend in beeld te brengen.
Ik heb die plaatsen nooit nagejaagd. Waar iedereen al foto's maakt, ga ik niet nog eens meer van hetzelfde fotograferen. Het is er ook bijna niet mogelijk om nog een originele aanpak te bedenken die er al niet is toegepast. Bovendien: waarom zou ik de leegte en verlatenheid ver weg gaan zoeken, als die in mijn eigen huis te vinden is.
We gaan ons huis verbouwen en daarvoor moet de hele benedenverdieping leeggeruimd worden. Er komt een nieuwe vloer in; er moeten muren doorgebroken worden. Dus werkelijk alles moet eruit. Toen we vandaag al veel naar buiten hadden gesjouwd – naar de milieustraat of tijdelijk bij vrienden en familie opgeslagen – liep ik even door een vrijwel lege huiskamer. Opeens waande ik me in zo'n oude, verlaten fabriekshal.
Het binnenvallend zonlicht tekende een patroon op de grond dat in de lege ruimte extra opviel, grillige donkere vlekken op de muur markeerden plekken waar elektrische apparatuur zijn warmte had afgegeven. Oja, die foto's moeten nog van de muur en die rotanstoelen gaan er ook nog uit. Dit was opeens een andere ruimte dan die waarin we al vele jaren gewoond hebben. Zielloos.
Ik pakte mijn camera en fotografeerde de leegte in mijn huis. Ik hoef niet naar Montzen of Doel om de verlatenheid te fotograferen. Dit is Mijn Doel. Met dit verschil, dat ik hier terug ga komen, want een mooi verbouwd huis is mijn echte doel.


Verbouwen is mijn Doel.

zondag 4 april 2010

Harley als hobby

Mijn naam is Paul, fotografie is mijn hobby en ik heb ook een achternaam. Vandaag ontdekte ik dat er hobby's zijn waarbij je geen achternaam dient te hebben. "Hij heet Bert, hij is al zes jaar lid van de club, maar zijn achternaam ken ik niet", zegt Albert die zelf ook zijn achternaam niet prijs geeft. Albert is voorzitter van de Harley-Davidsonclub in Helmond. Hij wijst me Hans aan, die ze Het Boerke noemen omdat hij uit de Peel komt. En hij stelt me voor aan Lange Toon. Die is twee koppen groter dan ik, maar zijn achternaam? Geen idee.
De onderdelen van hun Harley's zijn origineel. Ze zijn puntje-precies als ze hun motoren poetsen en als ze er aan sleutelen. Dat kun je zien. Harley's onderhoud je niet, die koester je. Ik kan er niet over mee praten, want ik heb er geen verstand van. Ik kan er alleen maar naar kijken. Liefst door de lens van mijn camera.
Wat zijn het mooie foto-objecten, die glimmende machientjes. Ik beleefde vanmiddag net zoveel plezier aan mijn hobby als zij aan de hunne. Als je die motoren krap inkadert en wat ruw afsnijdt, dan zijn ze nog veel ruiger en indrukwekkender dan in het echt. Maar dat durf ik niet hardop te zeggen waar zij bij staan. Ze moesten eens denken dat ik hun Harley's wilde beschadigen.


Aansnijden maar niet beschadigen.