zondag 26 april 2015

Voigtländer

Vraag me niet hoe die luxe paarden heten die de koetsen trokken, want ik weet het niet. Die zware paarden noem ik altijd Belze knollen, maar daarmee doe ik ze waarschijnlijk tekort. Die ganzen die ik voorbij zag marcheren zullen ook wel een soortnaam hebben, maar ik heb geen idee welke. Ha, die hond die daaromheen cirkelde is een border collie. Dat weet ik dan weer wel, omdat mijn zwager er eentje had. 
Als je naar de historische optocht in Gemert kijkt, zie je veel boerderijdieren voorbij komen. Hoewel ik temidden van de boerderijen ben opgegroeid, kan ik de beestjes geen naam geven. Desondanks is wat hier in optocht voorbij trekt voor mij pure nostalgie. Hoewel de optocht vooral het landleven van een eeuw geleden wil uitbeelden, herken ik veel nog uit mijn jeugd van nog maar een halve eeuw geleden. 
Als er dan opeens een dame voor me opduikt die een fotolens op me richt, kijk ik met extra aandacht. Luxe paarden, knollen, ganzen, dan ben ik tevreden met de verzamelnaam van die diersoorten. Maar fotocamera’s, daar wil ik het fijne van weten. Ik kan de merknaam niet lezen, maar ik meen er een Voigtländer in te herkennen. 
Johann Christoph Voigtländer stichtte in 1756 een fabriek voor optische instrumenten. Voigtländer wordt beschouwd als oudste naam van de camerafabrikanten. Van 1938 tot 1941 en van 1945 tot 1950 bouwde Voigtländer de Bessa 66 voor 120 rolfilm. En dat is de camera die ik herken in de handen van de mevrouw die mij fotografeerde terwijl ik haar fotografeerde. 
Als ik geen gelijk heb dan heeft zij een rund gefotografeerd met een Canon EOS 6D.

Haar camera is een Bessa 66 of ik ben een rund.

zondag 12 april 2015

Rennen

Waarom rent die vrouw? Ik hou van foto’s die wat te raden over laten. Als straatfotograaf maak ik vooral foto’s waarop iets gebeurt. De ene keer zie je direct waar het om draait. Naar een andere foto moet je langer kijken en soms slaat je fantasie op hol. Dat vind ik persoonlijk de meest interessante. 
Neem nou deze foto. De weg is afgesloten met hekken. Dat verkeersbord geeft de afzetting een officieel tintje. Maar waarom die hekken daar staan zien we niet. Er rent een vrouw door de afzetting, kennelijk de vrije ruimte in. Maar waarom? 
Het is tijd om onze fantasie de vrije loop te laten. Was hier een gijzeling? Heeft de politie het terrein afgesloten en een pand omsingeld. Is die vrouw zojuist aan de gijzelnemers ontsnapt en rent ze nu de vrijheid tegemoet? 
Of nee. Zij was de bankovervaller. En terwijl de politie het terrein heeft afgesloten en de bank belegert, weet zij door de omsingeling te breken en rent ze naar de vluchtauto die aan de overkant klaar staat. 
Nee, nog leuker. Deze vrouw heeft zojuist de zelfontsnapper van haar fotocamera ingesteld en rent nu naar de overkant om daar tussen de vriendengroep mee op de foto te gaan. Ja, ja, dat zal wel. Maar waar is dan die camera? Dat zal ik u zeggen. De camera is met een gorillastatief aan het hek bevestigd. Op de foto is dat nauwelijks te zien, maar de camera zit boven de linker oranje waarschuwingslamp. 
We waren dit weekend met de vriendengroep in Herentals, waar we voor we naar huis terugkeerden nog wat toeristisch rondgezworven hebben. De rennende vrouw is Yvonne die een paar keer opnieuw moest aanzetten, omdat ze niet op tijd in onze vriendengroep stond om mee op de foto te gaan. 
Als ik Japanners ontmoet die een rondreis over de wereld maken, dan zie ik ze overal met hun gezelschap op de foto gaan. Die zullen toch wel een uitstekende conditie hebben als ze naar huis terugkeren…

Einde gijzeling? Vluchtende overvaller? Fotograaf...

maandag 6 april 2015

Mislukt

Mijn carnavalsplunje ligt al weer weken gewassen en gestreken op zolder te wachten op het volgende carnaval. Ik was alweer bijna vergeten dat de carnavalsoptocht door ‘ons dorp’ in de Belgische Ardennen altijd veel later in het voorjaar trok. Vorig jaar heb ik er niks van gehoord en gezien en ook dit jaar had ik geen aankondigingen gezien. Een stille dood gestorven misschien? 
Rond drie uur keerden we terug in ons dorp van een uitstapje, want ik wilde in ons weekendhuisje de Ronde van Vlaanderen op tv zien. Voor we onze straat in draaiden zag ik in de verte zwaailichten en een oploopje. Ongeval of zo? In onze straat had ik eerst de oranje omleidingsborden nog niet in de gaten, maar toen ik op de hoek allerlei geschminkte en raar geklede mensen rond een vrolijk opgeschilderde kar zag lopen wist ik: carnavalsoptocht! 
We hadden nog even tijd, dus ik keek eerst naar de Ronde van Vlaanderen. Mijn vrouw liep al vast het dorp in om de optocht te gaan bekijken. Hoewel ik tien kilometer voor de aankomst de uitslag al goed voorspelde, wilde ik toch de eindsprint zien. Zodoende viel ik pas ergens midden in de optocht. 
Desondanks maakte ik nog een mooie reportage. Een foto heb ik op mijn Facebook geplaatst. Om die te zien klik hier. Een andere toon ik hier. Deze foto is eigenlijk mislukt. Op de diafragmavoorkeuze hapert mijn camera vaker en ook nu weer. De sluitertijd was veel te lang, terwijl die met zoveel tegenlicht eerder te kort zou moeten zijn. Zelfs de donkerste partij in beeld was overbelicht. Het gevolg van de lange sluitertijd was bovendien dat er bewegingsscherpte in het beeld zat. Ik maakte de foto opnieuw en nu was ie wel scherp en goed belicht. 
Maar toen ik de foto’s in Lightroom bekeek vond ik in die eerste onscherpe overbelichte foto die trompettiste op de achtergrond zo leuk. Die stond op de andere foto’s niet zo grappig te klungelen. En dat overbelichte onscherpe beeld gaf me een licht gevoel in mijn hoofd, alsof ik dronken was. Ik heb de foto een beetje extra in de benevelde sfeer getrokken, waardoor ik hem hier toch durf te tonen. 
Is dit nou de toverkracht van een zatte heks?

Een zatte heks met toverkracht.

zondag 22 maart 2015

Piraat

Er klonk geen 'ahoy' of 'jo ho' door de straatjes van Durbuy. Ik liep met mijn vrouw en mijn nog onafscheidelijkere Canon EOS 6D door het kleinste stadje ter wereld in de Belgische Ardennen. Daar komen we vaak. Je kunt er goed lunchen en leuk wandelen en er wordt op zondagen vaak iets georganiseerd.
Deze zondag was het naar de maatstaven van dit stadje rustig. De parkeerplaatsen waren nog lang niet vol en de restaurantjes waren binnen alleen maar druk omdat het buiten op de terrasjes nog te fris was. Zodra het mooi weer is, is de grootste publiekstrekker de kanoafvaart op de Ourthe, maar die was ook nog niet open. Dat scheelt veel toeristen. 
Toen we gegeten hadden wandelden we zoals zo vaak door de smalle straatjes. Ik lette weer op leuke, spontane momenten, die ik als straatfotograaf probeer vast te leggen. Dat heeft me al heel veel mooie foto’s opgeleverd. 
Bij de plaatselijke slager staat een nepvarken op ware grootte op zijn achterpoten naar binnen te gluren. Ik heb er al diverse foto’s van, vooral omdat mensen er gekke fratsen bij uithalen. Vandaag stopte een jongetje zijn vinger in de kont van het beest. Knip, ik heb je. Alweer een foto voor mijn archief. 
Ik bleef gluren naar leuke momenten en zag in het voorbijgaan een pijprokende piraat aan een hangtafel op het terras voor een barretje staan. Er was geen theater in de stad, geen concert van een hardrockband, niks bijzonders in de omgeving. Meestal maak ik snel een foto om het unieke moment niet voorbij te laten gaan. Maar in dit geval koos ik niet voor de stiekeme weg. Ik stapte naar de man toe en sprak hem aan in het Frans. Of ik een foto van hem mocht maken, vroeg ik. Het bleek een ongevaarlijk exemplaar. Bien sûr, lachte hij vriendelijk en poseerde gewillig. 
Voor mij is het een bijzondere foto. Niet omdat ik een piraat op tweehonderd meter boven de zeespiegel fotografeerde, maar wel omdat ik zelden vooraf toestemming vraag om een straatfoto te maken. Maar ik wilde niet riskeren dat ik na een stiekeme foto een zware pijp zou roken. Dat deed hij zelf al.

Ongevaarlijk exemplaar.

zondag 1 maart 2015

God zij dank

Als je het ene doet, hoef je het andere nog niet te laten. Dat dacht ik vanmorgen toen ik had deelgenomen aan een excursie van onze fotoclub en spontaan inhaakte op een ander onderwerp. In ons dorp werd vandaag een nieuwe pastoor geïnstalleerd en toen ik naar huis wandelde zag ik in de verte hoe de plaatselijke gilden hem een vendelgroet brachten. 
Bepakt met fotoapparatuur voor onze excursie sloeg ik niet rechtsaf naar huis, maar liep ik rechtdoor naar de kerk. Rugzak en statief waren nu ballast, maar ik maakte nog een serie fraaie foto’s van het welkom aan de pastoor. 
Die excursie vanmorgen stond in het teken van een jubileumproject van onze fotoclub. We maken al het hele seizoen foto’s van de voor ons dorp zo typische gangetjes en steegjes die al eeuwenlang ons buitengebied ontsluiten. Inmiddels worden ze overal doorsneden door woonstraten en bebouwing. Maar ze zijn nog steeds te herkennen. Onze club fotografeert de markante plekken van die gangetjes en dat moet uitmonden in een expositie in april ter gelegenheid van het vijfentwintig bestaan van onze club. 
Om te voorkomen dat we allemaal dezelfde foto’s maakten, zocht ik naar mogelijkheden om me van andere clubleden te onderscheiden. Ik koos voor een techniek waarmee je bijzonder licht in de foto’s kunt brengen. In mijn rugzak zaten een flitser met radiotriggers en flitslichtmeter. Aan de rugzak hing mijn statief en verder had ik een paar lenzen met verschillende brandpuntsafstanden ingepakt. Onderweg heb ik al dat materiaal gebruikt om mijn foto’s een aparte dimensie te geven. 
Na een kop koffie in een plaatselijk staminee met de andere clubleden wandelde ik naar huis. Ik was tevreden met de lichtaccenten die ik in mijn foto’s had aangebracht. Maar toen zag ik in de verte dat de gilden zich opmaakten voor hun vendelgroet. En hoewel ik het niet had gepland, besloot ik spontaan door te lopen en ook bij de kerk nog wat foto’s te maken.
De zon zorgde voor harde contrasten en dat is niet handig bij dit soort reportagewerk. Een collegafotograaf die er aan het werk was, beklaagde zich over het licht. Ik kon hem alleen maar gelijk geven. Toch maakte ik ook hier nog wat geslaagde foto’s. 
De foto die ik hier toon is van alles wat ik vandaag maakte misschien nog wel het minst spectaculair. Maar hier heeft het harde zonlicht me juist geholpen. Mijn flitser zat in mijn rugzak, maar de zon werkt hier als een schijnwerper waardoor de pastoor, die vrijwel helemaal schuil gaat achter de bisschop, toch de belangrijkste persoon op de foto wordt. God zij dank.

Pastoor in de schijnwerper.

zaterdag 21 februari 2015

Zonneschijn

We zaten in lunchroom Botterweck op de hoek van de Bogaardlaan en de Grotestraat in Valkenburg. De zon scheen, maar in de verte pakten zich donkere wolken samen. Toen het na onze lunch begon te regenen, bestelden we nog maar een kop koffie. Ik zag hoe de wolken een mooi reflectiescherm vormden dat het zonlicht weerkaatste tegen de mergelgele wanden van de gebouwen op de oevers van de Geul. We dronken snel onze koffie op en liepen de regen in. 
Ik vertrouw nooit zo erg op de fabrieksopgaves over de weerbestendigheid van camera’s. Mijn Canon EOS 6D is geseald, maar minder goed dan de 5D mark III die weer minder goed beschermd is dan de EOS 1. Mijn 6D zou tegen een stootje moeten kunnen, maar ik hield hem zoveel mogelijk droog onder mijn jas. Toch moest het apparaat echt wel aan het werk, toen ik het zonlicht mooi diffuus op de natte straat zag schijnen. Het licht bracht diepte in de straat, omdat gevels in de verte in het zonlicht lagen en gebouwen op de voorgrond in de donkere schaduw. 
Als straatfotograaf let ik op leuke, verrassende gebeurtenissen op straat. Maar nu lette ik vooral op het mooie licht. Ik fotografeerde deze straat eerst helemaal leeg. Maar toen zich twee dames door de regen waagden, had ik het plaatje waar ik naar zocht. De regen schijnt de ene vrouw niet te deren. De andere verschuilt haar hoofd in haar capuchon; tegen de regen en misschien ook wel tegen herkenning op de foto. In de schaduw worstelt op de achtergrond nog een vrouw met een paraplu. Ik had niks om te schuilen, maar mijn kletsnatte 6D werkte dapper door. 
Nu heb ik een bijzondere foto, want deze liggende foto wordt in twee aparte staande foto’s gespleten. Of schijnt dat maar, met die zonneschijn?

Twee staande foto's naast elkaar? Dat is zonne-schijn.

maandag 16 februari 2015

Achter de optocht

Het was een moeilijke keuze. Uit de 257 foto’s die ik maakte van de carnavalsoptocht in ons dorp, mag ik er hier volgens de door mij zelf opgestelde spelregels maar eentje tonen. Eén foto per gebeurtenis. Een andere spelregel is dat die foto actueel moet zijn. Liefst binnen een paar uur na de opname. Nou, die regel gaat bij deze foto overboord. De foto maakte ik meer dan een etmaal geleden, maar carnaval is zo’n leuk en spontaan feest, dat ik er nog niet eerder aan toe kwam om mijn optochtfoto’s te selecteren. 
Er zitten hele mooie, esthetische foto’s in de reeks. Een kind dat gehurkt snoepjes uit de confetti raapt. Of de pracht en praal van de kleding of van de grote wagens. Er zitten minder esthetische foto’s tussen, die toch sterk zijn door wat er getoond wordt. Zoals het kind dat in een slaapzak op trottoir ligt te wachten tot de optocht komt. 
Of deze foto waarop uiteindelijk mijn keuze viel. Ik liep langs het zorgcentrum en zag hoe de ouderen voor het raam naar de optocht zaten te kijken. Het was een foto waard, maar ik had af te rekenen met de reflectie in het glas, het lastige licht, de weerspiegeling van mezelf en de reacties van de mensen die zagen dat ik hen fotografeerde. Gelukkig zwaaiden ze lachend en dat was voor mij het signaal dat ik vrij was om ze te vereeuwigen. 
In deze foto zit veel informatie over het randgebeuren van de optocht. De mensen in het zorgcentrum die op de volgende wagen in de optocht wachten, de mensen op straat die kijken naar wat er aan komt, de geparkeerde auto’s. Van toeschouwers of van bezoekers van het zorgcentrum? 
Dit is een foto met een optochtverhaal, waarop de optocht niet te zien is. Maar er zullen links en rechts genoeg optochtfoto’s verschijnen waarop u kunt zien wat deze mensen zagen. Want ik zag veel mensen met camera’s. Dus ik voel me niet schuldig dat ik u hier iets anders voorschotel.

Veel te zien, maar geen optocht.

zondag 1 februari 2015

Prins

Over twee weken is het carnaval. In Maastricht dweilen zo kort voor carnaval vaak al orkestjes door de stad. Maar gisteren was de enige live-muziek die we er aantroffen een straatmuzikant met een viool die een mandje voor zich had staan om wat fooien op te strijken. Van carnaval was nergens iets te merken. Elders in de stad of later op de dag zullen er ongetwijfeld joekskapellen op de been zijn geweest, want Maastrichtenaren hebben aan vier dagen carnaval niet genoeg. 
Nou, dat er nergens iets van carnaval te bekennen was klopt niet helemaal. We gaan regelmatig bij brasserie Amadeus aan de Dominikanerkerkstraat lunchen en daarna lopen we dan nog vaak bij de naastgelegen Boekhandel Dominicanen binnen. Ik ben altijd benieuwd of er nog goede fotoboeken liggen en Martha snuffelt graag in de literaire werken. Ik bladerde in een boek van Martin Parr, maar het moest tachtig euro kosten. Over een paar jaar zijn de foto’s nog net zo goed en prijs een stuk lager. Er stonden interessante werken van Magnum, een fotoboek van Koos Breukel en nog wat kwaliteitswerken. Ik kon niet kiezen en heb ze uiteindelijk allemaal laten staan. 
In die fantastische kerk-boekwinkel kun je prachtige foto’s maken. Ik val er niet op met mijn Canon EOS 6D, want er lopen veel mensen met een fototoestel rond. En opeens stond ie voor me: prins carnaval in vol ornaat. Wat me direct opviel was hoe mooi de veer op zijn steek werd verlicht door een paar spotjes die schuin boven hem hingen. Ik heb net zo lang gemanoeuvreerd tot ik niet de spotjes maar wel de veer in het tegenlicht zag. Deze mooi opgetuigde pop verroerde geen vin en dat was wel handig voor een wat langere sluitertijd. Ik hoop voor carnavalvierend Maastricht wel dat er in hun stadsprins meer leven zit.

Hij verroerde geen vin, eh, veer.

zondag 18 januari 2015

Rare vogel

Jaren geleden al heb ik Photoshop verbannen van mijn computer. Ik geloof dat CS3 de laatste versie was waarin ik gewerkt heb. Het was niet omdat ik niet met Photoshop overweg kon. Ik bedacht in het begin van dit millenium al mogelijkheden om in Photoshop de uitersten van de high dynamic range in foto’s te overbruggen, nog voor er in de vakliteratuur over werd geschreven en nog voor overal de softwaretooltjes voor HDR opdoken. Het was een hels karwei, maar het eerste bevredigende resultaat van mijn huisvlijt werd al in een boek gepubliceerd toen niemand nog ooit van HDR-software had gehoord. 
Maar ik had het dure Photoshop niet nodig om te bereiken wat ik uit mijn foto’s wil halen. Eerst Aperture en nu Lightroom bieden me voldoende mogelijkheden om van mijn RAW-bestanden echte digitale foto’s te maken. En om ze op papier af te drukken. Ik kom nu ook niet in de verleiding om van mijn oorspronkelijke foto’s kunstmatig gecreëerde beelden te maken. Ruud van Empel is daar een meester in en ik gun hem zijn succes. Maar ik blijf zo dicht mogelijk bij het origineel. 
Dit gezegd hebbende kom ik op de uitzondering die de regel bevestigt. Gisteren maakte ik in het Waalse stadje Marche en Famenne een foto van iets kunstachtigs in de tuin van het plaatselijke museum. Het plaatje was niet erg bijzonder. Ik fotografeerde een soort vogel in het decor van bladloze struiken en planten tegen de achtergrond van een grauwe muur. Een druk en rommelig tafereeltje. Ik zou het thuis wel deleten. 
Eenmaal thuis vond ik het toch een fascinerend motief. Ik trok het door Lightroom en voerde enkele weinig subtiele bewerkingen uit. Zo voerde ik de kleurverzadiging op tot het uiterste, ik bracht zware vignettering aan, speelde wat met de schuifjes van contrast en helderheid en opeens had ik een spookachtig beeld dat beter de werkelijkheid weergaf dan de werkelijkheid zelf. Ik heb op internet nog even gezocht naar wat het beeld eigenlijk voorstelt. Het enige wat ik vond was een foto van de rare vogel op een Franstalige site met daaronder de tekst “Voorouder van de dodo of de ontbrekende schakel tussen dinosaurus en vogel?” 
Ik heb een mysterieus beeld in de nabewerking nog mysterieuzer gemaakt. Maar wel zonder Photoshop.

Niet gephotoshopt.

vrijdag 16 januari 2015

De ruit

Voor mijn werk stond ik vaak vooraan bij branden. Ooit beschreef een brandweercommandant me tijdens een grote brand in een school, hoe hulpverleners ‘in de voegen van de muren kropen’ na een explosie. Die had alle ramen uit het gebouw geblazen. Het was midden in de nacht en er was gelukkig niemand in het schoolgebouw. Maar de enorme klap van een gasfles in het natuurkundelokaal en de glasregen die volgde, bracht heel wat brandweerlieden en politiemensen van hun stuk. 
De brandweerofficier stond het doodgemoedereerd en met kennelijk leedvermaak te vertellen, kalm alsof ie aan de toog onder het genot van een glas bier een sterk verhaal stond te vertellen. Al die tijd kon ik mijn ogen niet afhouden van de grote glasscherven die rechtop in schouderpartij van zijn veiligheidsjas stonden. 
Ik moest er het afgelopen jaar vaak aan denken als ik de Cacaofabriek in Helmond binnenliep. Wat zou het voor een regen van glasscherven geven, als die grote ruit boven de ingang brak? In de zomer was de ruit gebarsten. Waarschijnlijk zat ie te strak in de sponning die door de warmte was uitgezet. Er trokken scheuren in het glas en de omgeving van de ingang onder de ruit werd met veiligheidslinten afgezet. Je moest de Cacaofabriek door een naastgelegen deur binnen. 
Omdat het nogal lang duurde voor een nieuwe ruit geleverd kon worden, werden de scheuren in het glas met tape afgeplakt. Zo kon de ingang onder de ruit weer normaal gebruikt worden. Zonder dat je bang moest zijn dat er glasscherven in je lijf kliefden. Sinds vandaag kun je de Cacaofabriek weer normaal binnen. De kapotte ruit is vervangen.
Dat was nog een heel spektakel. Ik heb het op een afstandje bekeken. En natuurlijk heb ik het gefotografeerd. Ik heb die PowerShot G 10 van Canon niet voor niks de hele dag binnen handbereik.

Kwestie van het glas heffen