De temperatuur was gedaald tot nul graden. Het was al de hele dag mistig en donker in de bossen rond Saint Hubert. Ik had mijn zinnen gezet op wildfotografie. Het weer was ideaal, leek me.
Langs een bosweg zag ik omgewoelde bermen. De onderkanten van de kluiten waren nog nat. Verse sporen. Hier waren vandaag, in elk geval nog niet zo lang geleden, wilde zwijnen geweest. Die zaten er veel in dit bosgebied.
Ik klom in de uitkijktoren die een mooi uitzicht bood over een open plek in dit uitgestrekte bos. Her en der lagen vennetjes. Omdat ik hier vaker kom, wist ik dat dit open gebied eindigt tegen een bosrand in de verte. Maar die kon ik door de nevel niet zien. Wild ook niet. Er blies een ijskoude wind door de ramen van de toren, waarvan ik de plexieglazen ruiten had opengeklapt. Ik maakte een paar foto's van dit spooklandschap, tot mijn vingers tintelden van de kou.
Ik verliet de toren en ging beneden nog een eind wandelen. Ik had mijn Canon 5D omhangen met een groothoekobjectief voor het wijdse landschap en mijn 7D met een 100-400 milimeter telelens voor eventueel wild.
Uiteindelijk moest ik me tevreden stellen met een paar landschapsfoto's waarin behalve de nevel een hoofdrol was weggelegd voor dode bomen, stammen, knoesten en een decor van in de mist gehulde bossen op de achtergrond. Ik maakte ook nog een paar foto's van een eenzame wandelaar die mijn pad kruiste. Maar geen wilde zwijnen of edelherten. Zelfs geen vosjes of konijnen.
Ik had er alle begrip voor dat de dieren zich verstopten. In dit bos liepen hier vlakbij ook jagers met geweren. En ik kon elk moment over grote afstand raakschieten met mijn Kanon 7D.
Fotograferen is mijn passie. Ik ben er dagelijks mee bezig. Laat ik het even scherp stellen: ik fotografeer niet alleen in opdracht, maar maak ook vrij werk. Gewoon voor mijn plezier. Ik bekijk foto's van anderen, lees over fotografie, praat erover, schrijf erover, doe inspiratie op en deel mijn passie met de leden van de Foto Expressie Groep Gemert. En ook met U, bezoeker van dit blog. Welkom!
dinsdag 23 november 2010
zondag 14 november 2010
Rust
We waren al lang niet meer in het kasteel van Radhadesh in Petit-Somme geweest. Dit weekend hadden we vrienden op visite en het regende. Veel slecht-weer-uitstapjes kun je in de streek van ons weekendhuisje niet maken. Maar bij de Radhadesh ben je een poosje zoet met een rondleiding en je kunt er lekker vegetarisch eten.
Zondagmorgen was het droog, dus wandelden we in drie kwartier naar het kasteel in Petit-Somme. De Hare Krishna-monnik (of heet dat bij de Hare Krishna een broeder?) die ons een rondleiding gaf, kwam uit Maastricht. Hij gaf voor het vertrek een korte inleiding die hij besloot met '...en je mag hier gerust foto's maken'.
Ik had mijn Canon EOS 7D om mijn nek hangen. Die had ik dus niet tevergeefs meegesjouwd. In veel kastelen, musea en privédomeinen mag je niet fotograferen. Maar ik besefte al snel dat met het toestaan van fotografie een doel gediend is. De Hare Krishna-gemeenschap verkondigt zijn geloof over de hele wereld. Hoe meer foto's er vanuit dit kasteel verspreid worden, hoe meer hun missie hiermee ondersteund wordt.
Bij mij werkt zoiets dan weer averechts. In plaats van goed te luisteren tijdens de rondleiding, lette ik op mooie fotomomenten. Van de Hare Krishna heb ik niet veel opgestoken. Ze hebben mij niet bekeerd. Waarom de broeder op de foto dat scherm uitvouwde, weet ik dus ook niet. Maar het kwam me wel goed uit: ik vond het beeld onderin de foto nogal druk. Zo is het beter. Bedankt broeder-monnik.
Krishna strafte trouwens onmiddellijk voor mijn oneerbiedige fotogedrag: op de terugwandeling naar huis regende het dat het goot.
Zondagmorgen was het droog, dus wandelden we in drie kwartier naar het kasteel in Petit-Somme. De Hare Krishna-monnik (of heet dat bij de Hare Krishna een broeder?) die ons een rondleiding gaf, kwam uit Maastricht. Hij gaf voor het vertrek een korte inleiding die hij besloot met '...en je mag hier gerust foto's maken'.
Ik had mijn Canon EOS 7D om mijn nek hangen. Die had ik dus niet tevergeefs meegesjouwd. In veel kastelen, musea en privédomeinen mag je niet fotograferen. Maar ik besefte al snel dat met het toestaan van fotografie een doel gediend is. De Hare Krishna-gemeenschap verkondigt zijn geloof over de hele wereld. Hoe meer foto's er vanuit dit kasteel verspreid worden, hoe meer hun missie hiermee ondersteund wordt.
Bij mij werkt zoiets dan weer averechts. In plaats van goed te luisteren tijdens de rondleiding, lette ik op mooie fotomomenten. Van de Hare Krishna heb ik niet veel opgestoken. Ze hebben mij niet bekeerd. Waarom de broeder op de foto dat scherm uitvouwde, weet ik dus ook niet. Maar het kwam me wel goed uit: ik vond het beeld onderin de foto nogal druk. Zo is het beter. Bedankt broeder-monnik.
Krishna strafte trouwens onmiddellijk voor mijn oneerbiedige fotogedrag: op de terugwandeling naar huis regende het dat het goot.
zaterdag 6 november 2010
Karl Blossfeldt
Nee, nee, nee, dit is geen egeltje op deze foto. Wel grappig als u dat denkt, want dat is precies mijn bedoeling.
We waren vandaag met de fotoclub op stap in natuureducatiecentrum De Specht. De plaats van handeling had eigenlijk overal in de natuur kunnen zijn, maar De Specht biedt zoveel variëteit dat we hier allemaal aan ons trekken kwamen. We hadden onszelf een opdracht gegeven en geen gemakkelijke ook. We fotografeerden 'natuur, maar dan anders'.
Onze grote inspirator was de Duitse fotograaf Karl Blossfeldt. Deze Duitse amateurfotograaf (1865-1932) maakte naam en faam met zijn foto's van zeer gedetailleerde vormen die hij in de natuur vond. Hij maakte zesduizend zwart-witfoto's die stuk voor stuk imponeren door hun geordende en soms vervreemdende structuren en vormen.
Wij bestudeerden zijn werk en gingen vandaag op pad om foto's te maken naar zijn voorbeeld. Ik ging mee, hoewel natuurfotografie, dichtbij-opnamen en macro-fotografie niet mijn voorkeur hebben. Ik hou meer van mensen en actie. Maar verandering van spijs doet eten, zo wil een Nederlands gezegde. Misschien zou ik dit nog leuk gaan vinden. Dus wisselde ik naar hartelust een macro- en een sterke telelens. Met allebei kon ik dicht op het onderwerp kruipen.
Karl Blossfeldt steeg al snel in mijn achting, want ik slaagde er deze ochtend niet in om iets te maken wat ook maar een beetje lijkt op zijn werk. Ik vond het niet erg ook. Want waarom zou ik foto's maken van iets waar er al zesduizend van zijn.
Gelukkig liet het thema van onze excursie 'natuur, maar dan anders' voldoende ruimte om toch wat leuke dingen uit te proberen. Ik zag een grappig stekelig bolletje in het tegenlicht en richtte er vanaf twee meter mijn 400 mm-objectief op. Ik heb geen verstand van planten, maar medeclubleden wisten dat dit een kaardebol was. Ik schroefde mijn macro-lens voor en dook er wat dichter op.
In de nabewerking op mijn computer maakte ik een uitsnede, keerde die om en nu vertoont mijn kaardebol egeltjesgedrag.
We waren vandaag met de fotoclub op stap in natuureducatiecentrum De Specht. De plaats van handeling had eigenlijk overal in de natuur kunnen zijn, maar De Specht biedt zoveel variëteit dat we hier allemaal aan ons trekken kwamen. We hadden onszelf een opdracht gegeven en geen gemakkelijke ook. We fotografeerden 'natuur, maar dan anders'.
Onze grote inspirator was de Duitse fotograaf Karl Blossfeldt. Deze Duitse amateurfotograaf (1865-1932) maakte naam en faam met zijn foto's van zeer gedetailleerde vormen die hij in de natuur vond. Hij maakte zesduizend zwart-witfoto's die stuk voor stuk imponeren door hun geordende en soms vervreemdende structuren en vormen.
Wij bestudeerden zijn werk en gingen vandaag op pad om foto's te maken naar zijn voorbeeld. Ik ging mee, hoewel natuurfotografie, dichtbij-opnamen en macro-fotografie niet mijn voorkeur hebben. Ik hou meer van mensen en actie. Maar verandering van spijs doet eten, zo wil een Nederlands gezegde. Misschien zou ik dit nog leuk gaan vinden. Dus wisselde ik naar hartelust een macro- en een sterke telelens. Met allebei kon ik dicht op het onderwerp kruipen.
Karl Blossfeldt steeg al snel in mijn achting, want ik slaagde er deze ochtend niet in om iets te maken wat ook maar een beetje lijkt op zijn werk. Ik vond het niet erg ook. Want waarom zou ik foto's maken van iets waar er al zesduizend van zijn.
Gelukkig liet het thema van onze excursie 'natuur, maar dan anders' voldoende ruimte om toch wat leuke dingen uit te proberen. Ik zag een grappig stekelig bolletje in het tegenlicht en richtte er vanaf twee meter mijn 400 mm-objectief op. Ik heb geen verstand van planten, maar medeclubleden wisten dat dit een kaardebol was. Ik schroefde mijn macro-lens voor en dook er wat dichter op.
In de nabewerking op mijn computer maakte ik een uitsnede, keerde die om en nu vertoont mijn kaardebol egeltjesgedrag.
zondag 31 oktober 2010
Wegspoelen
Het was mooi weer voor een herfstwandeling. De klok is vannacht in de winterstand gezet, dus de duisternis valt in één klap een uur eerder in. Het mooie licht vlak voor de zonsondergang was er dus vroeg. Ik maakte foto's van de kerktoren in de gloed van het laatste daglicht van vandaag. Ik fotografeerde laantjes en paden, bezaaid met rode en bruine dorre bladeren; net als zoveel mensen die vandaag met een camera op stap waren.
Hoewel ik zocht naar plaatjes die afwijken van wat voor de hand ligt, maakte ik toch vooral meer van hetzelfde. Evenals elk jaar, evenals al die anderen. Jammer, niks onderscheidends. Of het zou deze foto moeten zijn van bladeren die drijven op het water in een gracht. Op het eerste gezicht een vervreemdend plaatje. Het heeft iets surrealistisch. De herfstkleuren zijn overdadig aanwezig. Elke referentie met de omgeving ontbreekt.
Of vertelt deze foto toch een verhaal? Er ligt een frisdrankblikje in het water. Het verstoort het idyllische herfstsfeertje. Het hoort er niet. Dom weggegooid? Uit balorigheid. Te laks om het netjes in een afvalbak te gooien? Foei. Maar ik kan me vergissen. Wellicht spoelen de eendjes op deze gracht de hun toegeworpen broodkorstjes weg met een Euroshoppertje fris. In dat geval: jammer dat ik te laat ben om daar een foto van te maken. Want Photoshoppen om een eend te laten Euroshoppen, daar begin ik niet aan.
Hoewel ik zocht naar plaatjes die afwijken van wat voor de hand ligt, maakte ik toch vooral meer van hetzelfde. Evenals elk jaar, evenals al die anderen. Jammer, niks onderscheidends. Of het zou deze foto moeten zijn van bladeren die drijven op het water in een gracht. Op het eerste gezicht een vervreemdend plaatje. Het heeft iets surrealistisch. De herfstkleuren zijn overdadig aanwezig. Elke referentie met de omgeving ontbreekt.
Of vertelt deze foto toch een verhaal? Er ligt een frisdrankblikje in het water. Het verstoort het idyllische herfstsfeertje. Het hoort er niet. Dom weggegooid? Uit balorigheid. Te laks om het netjes in een afvalbak te gooien? Foei. Maar ik kan me vergissen. Wellicht spoelen de eendjes op deze gracht de hun toegeworpen broodkorstjes weg met een Euroshoppertje fris. In dat geval: jammer dat ik te laat ben om daar een foto van te maken. Want Photoshoppen om een eend te laten Euroshoppen, daar begin ik niet aan.
dinsdag 12 oktober 2010
List
Het licht was prachtig vandaag. De hele dag prikte een zacht zonnetje door een lichte nevel. We reden meer dan negentig kilometer langs de frontlijnen van de Eerste Wereldoorlog rondom Ieper. We bezochten veel begraafplaatsen waar ik veel foto's maakte. Mooie zachte contouren met heiige achtergronden waar mooi licht in zat. Een kleine sfeervolle intieme wereld. Maar ik liet hier gisteren al een foto zien van een begraafplaats, dus nu maar eens iets anders.
Vanavond om acht uur gingen we bij de Menenpoort in Ieper naar de Last Post luisteren. Bij ons hoor je die alleen op 4 mei, maar hier wordt die elke dag gespeeld. Ik verwachtte daarom weinig publiek en ik stelde me voor dat ik een trompetblazer in zijn eentje zou kunnen fotograferen in die stadspoort waarin de namen van 54.896 soldaten in de wandplaten zijn gebeiteld.
Het was er echter veel drukker dan ik verwacht had. Om tien voor acht was de eerste linie waar ik foto's wilde maken allang bezet. Gelukkig heb ik hier inmiddels veel geleerd over oorlogsstrategieën en soms moet een fotograaf het meer hebben van een list dan van zijn techniek. Ik bedacht een omtrekkende beweging, want naar voren dringen en door de afzettingslinten breken zou me niet lukken, had ik al bedacht.
Gisteren waren we ook hier, dus ik wist dat je bovenlangs ook in de poort kon komen. Niemand hield me op die weg tegen en voor ik het zelf wist stond in ongemerkt tussen genodigden die hier een krans kwamen leggen. Ik maakte me onzichtbaar, ging uit de flank onder een lint door en stond even later in een stukje niemandsland tussen een politieafzetting en de trompetblazers onder de poort. Ik had een prachtig uitzicht, liep de lege ruimte in alsof ik bij het ceremonieel hoorde en maakte een paar foto's. Met list kun je een oorlog winnen. En foto's maken.
Vanavond om acht uur gingen we bij de Menenpoort in Ieper naar de Last Post luisteren. Bij ons hoor je die alleen op 4 mei, maar hier wordt die elke dag gespeeld. Ik verwachtte daarom weinig publiek en ik stelde me voor dat ik een trompetblazer in zijn eentje zou kunnen fotograferen in die stadspoort waarin de namen van 54.896 soldaten in de wandplaten zijn gebeiteld.
Het was er echter veel drukker dan ik verwacht had. Om tien voor acht was de eerste linie waar ik foto's wilde maken allang bezet. Gelukkig heb ik hier inmiddels veel geleerd over oorlogsstrategieën en soms moet een fotograaf het meer hebben van een list dan van zijn techniek. Ik bedacht een omtrekkende beweging, want naar voren dringen en door de afzettingslinten breken zou me niet lukken, had ik al bedacht.
Gisteren waren we ook hier, dus ik wist dat je bovenlangs ook in de poort kon komen. Niemand hield me op die weg tegen en voor ik het zelf wist stond in ongemerkt tussen genodigden die hier een krans kwamen leggen. Ik maakte me onzichtbaar, ging uit de flank onder een lint door en stond even later in een stukje niemandsland tussen een politieafzetting en de trompetblazers onder de poort. Ik had een prachtig uitzicht, liep de lege ruimte in alsof ik bij het ceremonieel hoorde en maakte een paar foto's. Met list kun je een oorlog winnen. En foto's maken.
maandag 11 oktober 2010
Eerste Wereldoorlog
Ik liep door Ieper en dacht aan Brandevoort. De gebouwen in Ieper moeten ouder lijken dan ze zijn, net als in de Helmondse wijk Brandevoort. Maar er is een belangrijk verschil: de gebouwen in Ieper waren echt oud, toen ze in de Eerste Wereldoorlog aan puin werden geschoten. Daarna zijn ze grotendeels in de oorspronkelijke stijl herbouwd. In Brandevoort zijn de panden slechts nagebouwd in de stijl van echte, andere vestingstadjes.
Het contrast tussen Brandevoort en het Belgische Ieper is dus oneindig groot. Waar Brandevoort buiten een opvallende bouwstijl niet meer dan tien jaar weinig aansprekende geschiedenis te bieden heeft, is in Ieper wereldhistorie geschreven. Ieper was tussen 1914 en 1918 met vier loopgraafveldslagen het centrum van de Eerste Wereldoorlog. Daar voor was het eeuwenlang een belangrijke Vlaamse stad waarin de lakenhal het grootste niet-kerkelijke en niet-adelijke gebouw ter wereld was.
Vandaag zochten we naar sporen van de Eerste Wereldoorlog. In het zeer beeldende museum 'In Flanders Fields' hoefden we die sporen niet te zoeken. Ze werden ons op zeer indringende wijze gepresenteerd in woord en beeld. Bij ons hotel, even buiten Ieper, liggen nog resten van loopgraven en een krater die veroorzaakt is door de grootste explosie uit de Eerste Wereldoorlog.
Indrukwekkend vind ik altijd de oorlogsbegraafplaatsen. Naast foto's van nieuwe oude gebouwen in Ieper en aangrijpende beelden in het museum, maakte ik ook foto's tussen oorlogsgraven. Alles viel op zijn plaats, toen een bejaard Brits stel tussen de graven liep, terwijl ik juist had ingekaderd op een graf met een Australische vlag. Er wordt hier veel Engels gesproken in Ieper, want de Engelsen zijn hun Great War nog altijd niet vergeten.
Duits hoorde ik ook. Een ouder stel liep te zoeken naar iets wat ze hier verloren: de Eerste Wereldoorlog.
Het contrast tussen Brandevoort en het Belgische Ieper is dus oneindig groot. Waar Brandevoort buiten een opvallende bouwstijl niet meer dan tien jaar weinig aansprekende geschiedenis te bieden heeft, is in Ieper wereldhistorie geschreven. Ieper was tussen 1914 en 1918 met vier loopgraafveldslagen het centrum van de Eerste Wereldoorlog. Daar voor was het eeuwenlang een belangrijke Vlaamse stad waarin de lakenhal het grootste niet-kerkelijke en niet-adelijke gebouw ter wereld was.
Vandaag zochten we naar sporen van de Eerste Wereldoorlog. In het zeer beeldende museum 'In Flanders Fields' hoefden we die sporen niet te zoeken. Ze werden ons op zeer indringende wijze gepresenteerd in woord en beeld. Bij ons hotel, even buiten Ieper, liggen nog resten van loopgraven en een krater die veroorzaakt is door de grootste explosie uit de Eerste Wereldoorlog.
Indrukwekkend vind ik altijd de oorlogsbegraafplaatsen. Naast foto's van nieuwe oude gebouwen in Ieper en aangrijpende beelden in het museum, maakte ik ook foto's tussen oorlogsgraven. Alles viel op zijn plaats, toen een bejaard Brits stel tussen de graven liep, terwijl ik juist had ingekaderd op een graf met een Australische vlag. Er wordt hier veel Engels gesproken in Ieper, want de Engelsen zijn hun Great War nog altijd niet vergeten.
Duits hoorde ik ook. Een ouder stel liep te zoeken naar iets wat ze hier verloren: de Eerste Wereldoorlog.
zondag 3 oktober 2010
Donjon
Jaren geleden ontdekten mijn vrouw ik in een museum op IJsland tekeningen van het kasteel in ons dorp, die we nooit eerder gezien hadden. Een IJslandse tekenaar had ze in 1883 gemaakt toen hij als priesterstudent op het kasteel woonde. Het waren bijzondere tekeningen, want ze toonden het kasteel na de brand van 1883 en daar waren tot dan toe geen afbeeldingen van bekend.
Ik heb er ter plaatse dia's van gemaakt waarvan ik thuis reproducties heb laten maken. De tekeningen staan - met toestemming van het IJslandse museum - inmiddels in een boek over het kasteel. Ook zijn ze bij rondleidingen te zien in de kelder van de donjon. Ik had ze voor de verbouwing van mijn huis aan de muur hangen in de woonkamer. Daar wil ik ze terughangen, maar wel tussen een fotocollage van de kasteeltoren, zoals die er tegenwoordig bij staat.
Vanmiddag toog ik met mijn camera naar het kasteel, maar tot mijn teleurstelling kan ik niet meer gaan staan op de plek waar de tekenaar stond. Daar groeit nu een boom en de overhangende takken ontnemen het zicht aan de donjon. Ik heb me voorgenomen om in de winter nog eens terug te gaan, als de bladeren van de bomen zijn.
Voor ik vertrok maakte ik nog een rondwandeling door de kasteeltuin. Rond een grote boom ontdekte ik een verzameling kolossale paddenstoelen. Vraag me niet hoe ze heten, want daar heb ik geen verstand van. Voor je het weet zit ik maar wat te zwammen. Ik maakte er een serie foto's van: zo dicht erop dat het een spel werd van abstracte lijnen en kleurtonen, maar ook met een iets ruimere uitsnede waarop je in het water nog een stukje van het kasteel ziet weerspiegeld.
Ik vind de combinatie wel mooi. Ik kwam voor het kasteel en ging met paddenstoelen. Voor het kasteel dat er al eeuwen staat, kan ik nog wel eens terugkomen. Het zal er nog wel een poosje staan. Die paddenstoelen verdwijnen weer. En dan heb ik de foto's nog.
Ik heb er ter plaatse dia's van gemaakt waarvan ik thuis reproducties heb laten maken. De tekeningen staan - met toestemming van het IJslandse museum - inmiddels in een boek over het kasteel. Ook zijn ze bij rondleidingen te zien in de kelder van de donjon. Ik had ze voor de verbouwing van mijn huis aan de muur hangen in de woonkamer. Daar wil ik ze terughangen, maar wel tussen een fotocollage van de kasteeltoren, zoals die er tegenwoordig bij staat.
Vanmiddag toog ik met mijn camera naar het kasteel, maar tot mijn teleurstelling kan ik niet meer gaan staan op de plek waar de tekenaar stond. Daar groeit nu een boom en de overhangende takken ontnemen het zicht aan de donjon. Ik heb me voorgenomen om in de winter nog eens terug te gaan, als de bladeren van de bomen zijn.
Voor ik vertrok maakte ik nog een rondwandeling door de kasteeltuin. Rond een grote boom ontdekte ik een verzameling kolossale paddenstoelen. Vraag me niet hoe ze heten, want daar heb ik geen verstand van. Voor je het weet zit ik maar wat te zwammen. Ik maakte er een serie foto's van: zo dicht erop dat het een spel werd van abstracte lijnen en kleurtonen, maar ook met een iets ruimere uitsnede waarop je in het water nog een stukje van het kasteel ziet weerspiegeld.
Ik vind de combinatie wel mooi. Ik kwam voor het kasteel en ging met paddenstoelen. Voor het kasteel dat er al eeuwen staat, kan ik nog wel eens terugkomen. Het zal er nog wel een poosje staan. Die paddenstoelen verdwijnen weer. En dan heb ik de foto's nog.
Wiek
Bij onze jaarlijkse excursie van de heemkundekring heb ik altijd een fotocamera bij me. Vroeger was dat vaak een kleinbeeldcamera, de laatste jaren is dat mijn Powershot G10 van Canon. Die kan gemakkelijk mee in de jaszak en valt zo weinig op, dat mensen me komen vragen of ik geen fototoestel bij me heb. Want veel mensen herkennen eerst mijn camera en dan pas mijn gezicht.
We gingen dit jaar niet zo ver van huis. Geen busreis naar een bezienswaardig stadje in België dit keer, maar met auto's naar een naburig dorp. Leuke begeleide wandeling door Gebbel, bezoek aan het voormalige woonhuis van schrijver Toon Kortooms en een bezoek aan een molen stonden op het programma. We hebben veel opgestoken van de geschiedenis uit een streek niet ver van huis.
Zo leerde ik op de molen dat de uitdrukking 'in het honderd lopen' uit de molenaarswereld komt. Een prettig draaitempo vindt de molenaar, als er elke minuut zestig wieken voorbij komen. Dat mag iets sneller, maar bij honderd wieken per minuut raakt het hele mechanisme in de molen in de war. De boel 'loopt in het honderd'.
Deze foto maakte ik, toen de molenaar ons buiten tekst en uitleg gaf over de stand van de wieken. Onder in de wiek zie je nog een figuur die een houding aanneemt waarvan je tien jaar geleden nog zou denken dat ze een shaggie draait. Nu denken we meteen dat ze een digitale compactcamera voor het hoofd houdt. Ik heb de foto van deze vrouw geschoten dwars door de wiek van de molen. Ha, weer een nieuwe uitdrukking: in de wiek geschoten.
We gingen dit jaar niet zo ver van huis. Geen busreis naar een bezienswaardig stadje in België dit keer, maar met auto's naar een naburig dorp. Leuke begeleide wandeling door Gebbel, bezoek aan het voormalige woonhuis van schrijver Toon Kortooms en een bezoek aan een molen stonden op het programma. We hebben veel opgestoken van de geschiedenis uit een streek niet ver van huis.
Zo leerde ik op de molen dat de uitdrukking 'in het honderd lopen' uit de molenaarswereld komt. Een prettig draaitempo vindt de molenaar, als er elke minuut zestig wieken voorbij komen. Dat mag iets sneller, maar bij honderd wieken per minuut raakt het hele mechanisme in de molen in de war. De boel 'loopt in het honderd'.
Deze foto maakte ik, toen de molenaar ons buiten tekst en uitleg gaf over de stand van de wieken. Onder in de wiek zie je nog een figuur die een houding aanneemt waarvan je tien jaar geleden nog zou denken dat ze een shaggie draait. Nu denken we meteen dat ze een digitale compactcamera voor het hoofd houdt. Ik heb de foto van deze vrouw geschoten dwars door de wiek van de molen. Ha, weer een nieuwe uitdrukking: in de wiek geschoten.
zaterdag 25 september 2010
Dansen
Er was een fotograaf op het feest en ik prees me gelukkig dat ik dat niet was. Het plafond en de wanden van de zaal waren donker. Er brandde sfeerverlichting, maar die oversteeg niet de lichtopbrengt van kaarslicht. De fotograaf moest voluit frontaal flitsen en dat levert vrijwel nooit mooie foto's op. Ik zat het vanachter onze tafel aan te zien en weldra was ik volledig geboeid door de beweging en de expressie op de dansvloer. Het begon te kriebelen, want ik had een tas met camera's en randapparatuur in de auto staan.
Ik schatte de lichtopbrengst in de zaal, rekende snel uit dat rond 1000 iso bij een diafragma van f/1.6 en een sluitertijd van 1/40 seconde voldoende moest zijn. Ik zat aan de grens van het haalbare, maar wel aan de goede kant van die grens. En een beetje bijflitsen moest de rest doen. Ik haalde mijn spullen uit de auto en waagde het er op. Mijn 50 mm-objectief was met f/1.4 voldoende lichtsterk, maar dan was ik wel beperkt in mijn mogelijkheden om in te kaderen. Vooruit, ook een uitdaging.
Ik manoevreerde tussen de dansende mensen, observeerde hun geswing, gedraai en mimiek. Dicht erop. Soms weigerde de autofocus door de lage contrasten of omdat ik te dichtbij was. Maar toen ik het resultaat bekeek was ik tevreden. Deze rare foto viel me nog het meeste op. Want het dansende stel als hoofdmotief staat scherp aan de randen en het in een foto zo belangrijke centrum is leeg en onscherp.
Ook bijzonder: ik stond op de dansvloer, wat zelden voorkomt. Ik heb hier al vaker geschreven dat ik geen gevoel voor ritme heb en bovendien ben ik zo stijf als een hark. Het enige aan mij dat echt soepel beweegt is de wijsvinger waarmee ik de ontspanknop van een camera indruk.
Ik schatte de lichtopbrengst in de zaal, rekende snel uit dat rond 1000 iso bij een diafragma van f/1.6 en een sluitertijd van 1/40 seconde voldoende moest zijn. Ik zat aan de grens van het haalbare, maar wel aan de goede kant van die grens. En een beetje bijflitsen moest de rest doen. Ik haalde mijn spullen uit de auto en waagde het er op. Mijn 50 mm-objectief was met f/1.4 voldoende lichtsterk, maar dan was ik wel beperkt in mijn mogelijkheden om in te kaderen. Vooruit, ook een uitdaging.
Ik manoevreerde tussen de dansende mensen, observeerde hun geswing, gedraai en mimiek. Dicht erop. Soms weigerde de autofocus door de lage contrasten of omdat ik te dichtbij was. Maar toen ik het resultaat bekeek was ik tevreden. Deze rare foto viel me nog het meeste op. Want het dansende stel als hoofdmotief staat scherp aan de randen en het in een foto zo belangrijke centrum is leeg en onscherp.
Ook bijzonder: ik stond op de dansvloer, wat zelden voorkomt. Ik heb hier al vaker geschreven dat ik geen gevoel voor ritme heb en bovendien ben ik zo stijf als een hark. Het enige aan mij dat echt soepel beweegt is de wijsvinger waarmee ik de ontspanknop van een camera indruk.
dinsdag 21 september 2010
Plantage
In Helmond planten ze vanalles. De een zit achter geraniums, de ander heeft hennep op zolder. Of in de schuur. Of in andermans schuur. Die hennepteelt is trouwens niet voorbehouden aan Helmond. Er zijn boeren in plattelandsdorpen die er velden mee volpoten in de veronderstelling dat niemand daar achter komt.
Maar ik blijf even in Helmond, want daar trof ik vandaag een bijzondere plantage aan. Temidden van de nieuwbouw in de oude binnenstad zag ik een kluitje lantaarnpalen in volle wasdom. Ik weet niet of het meer opbrengt dan hennep, maar met energiezuinige lampen moet je toch een heel eind komen. Die kraan op de achtergrond is duidelijk geen waterkraan. Want watergeven is eerder slecht dan goed voor deze planten. Ruiken doe je deze groeilampen alleen bij kortsluiting. Ideale teelt, lijkt me.
Ik ken mensen die hier elke dag achteloos aan voorbijgaan. Mwah, werk aan de weg, zeggen die. Die lantaarnpalen moesten even plaats maken voor stratenmakers. Straks zullen ze wel teruggezet worden. Niks bijzonders dus.
Het mooie van een foto is, dat je je onderwerp kunt isoleren van zijn omgeving. Op de foto zie je geen stratenmakers. Wel veel gras en onkruid. Dan mag je je fantasie de vrije loop laten. Waarom staan die palen daar zo op een kluitje? Wie heeft ze daar neergeplant? Kluitje, geplant... En zo veronderstel ik een nieuwe bron van inkomsten voor d'n Helmonder: een plant die niet alleen de geest verlicht. Nog een tip voor het energiebedrijf: ook hier hebben ze vroeg of laat elektriciteit nodig.
Maar ik blijf even in Helmond, want daar trof ik vandaag een bijzondere plantage aan. Temidden van de nieuwbouw in de oude binnenstad zag ik een kluitje lantaarnpalen in volle wasdom. Ik weet niet of het meer opbrengt dan hennep, maar met energiezuinige lampen moet je toch een heel eind komen. Die kraan op de achtergrond is duidelijk geen waterkraan. Want watergeven is eerder slecht dan goed voor deze planten. Ruiken doe je deze groeilampen alleen bij kortsluiting. Ideale teelt, lijkt me.
Ik ken mensen die hier elke dag achteloos aan voorbijgaan. Mwah, werk aan de weg, zeggen die. Die lantaarnpalen moesten even plaats maken voor stratenmakers. Straks zullen ze wel teruggezet worden. Niks bijzonders dus.
Het mooie van een foto is, dat je je onderwerp kunt isoleren van zijn omgeving. Op de foto zie je geen stratenmakers. Wel veel gras en onkruid. Dan mag je je fantasie de vrije loop laten. Waarom staan die palen daar zo op een kluitje? Wie heeft ze daar neergeplant? Kluitje, geplant... En zo veronderstel ik een nieuwe bron van inkomsten voor d'n Helmonder: een plant die niet alleen de geest verlicht. Nog een tip voor het energiebedrijf: ook hier hebben ze vroeg of laat elektriciteit nodig.
Abonneren op:
Posts (Atom)









