zondag 20 oktober 2013

Svolvaer

Onze Finnmarken vaart alweer ruim een etmaal boven de Poolcirkel. Als ik op deze zondagmorgen naar buiten kijk, zie ik zeewater dat via een onzichtbare grens heel diffuus overgaat in een grijze mistwal. Ik kijk naar een 18%-grijskaart waarmee je een neutrale lichtmeting kunt uitvoeren. Nou, vooruit dan. Als opwindende afleiding zie ik sneeuwvlokken voor het raam langs waaien. 
Saaie reis? Allerminst. Gisteravond maakte ik foto's van Svolvaer, de hoofdstad van de Lofoten. Ik maakte er foto's van de haven, want veel tijd om de stad in te gaan hadden we niet. De eerste foto's waren voor de hand liggende opnamen van een haven die baadde in het kunstlicht. Het waren foto's van spiegelingen in het water en neonreclames aan loodsen en hotels in de stad. 
Het oogde allemaal wat gewoontjes, maar het werd al leuker toen ik het leven in het havengebied ging fotograferen. Mensen die aan boord van ons schip gingen en zich op de loopplank al glibberend en glijdend vastgrepen aan de railing. Een bemanningslid van onze boot die in het donker een sigaret rookte op het dek. En deze foto, die nog het meest lijkt op een plaatje uit een bewakingscamera. 
Toch is het een onschuldig tafereeltje. Deze foto toont niet een groepje opgeschoten lummels dat de stad onveilig maakt en ook geen man die alleen beschermd door een hond over straat durfde. Eigenlijk toont deze foto het hele gewone avondleven van Svolvaer. Immers, is het niet doodnormaal dat een man waar ook ter wereld rond negen uur in de avond zijn hond uitlaat? En waar ter wereld kleden mensen zich niet warm aan met capuchons over het hoofd als het vriest en sneeuwt. 
Het zou er bij daglicht wat minder spookachtig hebben uitgezien, maar ik maakte hier dus een foto van het gewone leven op een Noors eiland. Het is hooguit het hoge standpunt dat iets ongewoons aan de foto toevoegt. 
Ik was wel toe aan een raar plaatje, na al die bijzondere landschapsfoto's die ik gisteren maakte. Inmiddels klaart het hier op en zie ik de eerste contouren van besneeuwde rotsen. De camera ligt klaar voor weer een dag met fraaie landschappen.


Voor de afwisseling eens geen landschapsfoto.

donderdag 17 oktober 2013

Regenbogen

Het is niet per se erg om op een vakantiedag regen te hebben. Vooral niet als tegelijkertijd de zon schijnt. Bij ons in Nederland kan het dan gebeuren dat je een regenboog ziet. In de Noorse fjorden, waar we nu zijn, regent het dan regenbogen. 
Vanmorgen stonden er tijdens een fikse hagel- en regenbui maar liefst drie tegelijkertijd. Het kunnen er vier geweest zijn, want ik wist niet waar ik overal kijken moest. Ik werd zo ongeveer van de voorsteven van onze Finnmarken geblazen. Maar twee camera's en een statief gaven genoeg gewicht, om me stevig op het dek te drukken. 
Dat mijn camera's maar matig geseald zijn tegen binnensijpelend water, verontrustte me niet echt. Ik was bezig met het maken van hele bijzondere foto's. Want zoveel regenbogen tegelijkertijd zag ik niet eerder. De wateroverlast had een zorg voor later kunnen zijn, maar inmiddels weet ik dat mijn apparatuur onbeschadigd uit dit natuurverschijnsel is gekomen. 
Ik heb een poosje zitten dubben welke foto ik zou kiezen voor deze blog. Want na een strenge selectie oogstte ik vandaag 146 fraaie platen. Dat het er eentje moest worden van de regenbogen, maakte de keuze een stuk eenvoudiger. Alles bij elkaar schoot ik daarvan een stuk of vijftien opnamen, maar ik hield er vier over die het bijzondere weerfenomeen van multiple-regenboog toonden in een mooi landschap. 
Ik verwacht dat mijn foto-apparatuur en ikzelf het de komende dagen in de kou en de nattigheid nog flink te verduren krijgen. Maar als het blijft regenen met gelijktijdige zonneschijn, en die regenbogen blijven in veelvoud komen, dan vind ik die pot met goud ook wel een keertje. En dan kan ik me wel een nieuwe fotouitrusting veroorloven.

En nog geen pot met goud gevonden.


maandag 14 oktober 2013

Laplanduil

Hoewel we diverse keren in Lapland waren, hebben ik daar nog nooit een Laplanduil voor de lens gekregen. We wandelden in Sarek, het oudste nationaal park van Zweden, en in Muddus, beduidend kleiner maar ook zeer de moeite waard. Alleen, geen uil gezien. 
De enige uil die ik in het wild heb gezien, was een Oehoe in het Duitse Ith gebergte. Hij scheerde op een vroege ochtend geruisloos, laag over me heen. Ik zou hem niet hebben opgemerkt, als ik niet een kort moment volledig bedolven werd onder zijn enorme schaduw. Ik was te verbouwereerd om een foto te maken. 
Vandaag waren we in dierenpark Gaia Zoo in Kerkrade. Ik maakte er foto's van dieren in gevangenschap. De meeste waren een makkelijke prooi voor een fotograaf, al was het even oppassen met het licht dat er niet in overvloed was. Voor een beetje een bruikbare sluitertijd met een redelijke scherptediepte moest ik de ISO-waarde al naar 800 brengen. Maar voor mijn Canon 6D is dat geen probleem. 
Ik was vandaag lui uitgevallen en liet mijn statief en telelens in de auto achter. De fotomogelijkheden waren daarmee beperkt. Maar de dieren waren ook lui, dus spannende foto's waren er toch al niet te maken. 
De Laplanduil zat op een tak in een tamelijk natuurlijk biotoop. Hij zat in een kooi van kippengaas. Maar met de lens dicht tegen het gaas en een diafragma bijna helemaal open, kon ik uit de hand deze foto maken. Het gaas valt buiten de scherptediepte van mijn 24-105 mm-objectief in de maxiamale telestand bij een diafragma van f/4.5 op een afstand van twee meter. Ik koos voor een sluitertijd van 1/250 ste seconde, want ik nam de foto uit de hand. De ISO-waarde moest voor een goede belichting naar 1600. 
Ik heb nu verklapt dat dit een dierentuinfoto is. Maar, vraag ik de pure natuurfotograaf, is dat erg? 
Een Laplanduil in Limburg blijft een Laplanduil. Bovendien worden veel portretfoto's van mensen met flitslicht in studio's gemaakt. Dat is ook niet bepaald in het wild, maar wel volledig geaccepteerd.

Een Laplanduil in Limburg blijft een Laplanduil.

zondag 6 oktober 2013

CrossFit

Ieder z'n hobby. Ik fotografeer voor mijn liefhebberij. Vanmiddag verkeerde ik tussen lieden die de ultieme inspanning als best denkbare ontspanning verkiezen. Ze tillen halters met gewichten boven hun hoofd, die meer wegen dan hun eigen lichaam. En dat tot ze er bij neervallen. Letterlijk. 
Ik til een Canon 6D met een bodygewicht van 755 gram of de 7D met een pittige 820 gram tot ooghoogte. Ik een watje? Ho even, daar komt de lens nog bij en in de regel sjouw ik nog wat accessoires mee. En eh, zij maken geen foto's. 
Ik was vanmiddag in een gezelschap van CrossFit, waar afgetrainde lijven bezig waren met hun Lowlands Thowdown 2013 qualifier workouts. Ik maakte foto's van bezwete lijven en gezichten met grimassen. Tussen al die krachtpatserij zag ik een kereltje dat alleen maar aandacht had voor gewichten die hij met zijn peuterpostuur met geen mogelijkheid van zijn plaats kreeg. 
Ik maakte een foto van het manneke dat Cas heet en sprak even met zijn moeder. Zij was bij CrossFit terecht gekomen omdat artsen haar een toekomst in het vooruitzicht stelden van rolstoel en ernstige lichamelijke beperkingen. Op pure wilskracht stortte ze zich op de zware fysieke trainingen van CrossFit en nu heeft ze het lichaam van een afgetrainde atlete en is de rolstoel ver weg. Niet voor iedereen is hier de zware inspanning dus uitsluitend voor de ontspanning. 
Ik bekeek op de display van mijn camera de foto die ik zojuist had gemaakt van Cas. Als die de wilskracht van zijn moeder heeft, gaat hij deze gewichten nog eens boven zijn hoofd brengen. En mocht dat niet lukken Cas, dan is fotografie ook een hele leuke ontspanning.

Wacht maar tot ik groot ben.

zondag 29 september 2013

Karel de Grote

Hoewel het Duitse Aken al werd bevolkt door de oude Romeinen, hebben die geen steen bijdragen aan het stadstheater met zijn statige zuilen die we kennen uit de Romeinse bouwkunst. Het eerste ontwerp voor het theater was van Johan Peter Cremer. Voor het theater in 1825 gebouwd werd, is het ontwerp nog aangepast door Karl Friedrich Schinkel. De bouwstijl is neoclassicistisch, dus geïnspireerd op de klassieke bouwstijl uit de Griekse en Romeinse tijd. Vandaar die zuilen. 
Ik heb niet veel verstand van architectuur, dus deze inleiding is ohne Gewähr. Maar ik moest het toch even aan U kwijt, omdat mijn foto vooral erg veel zuil toont. Een uitstapje van onze heemkundekring bracht me gisteren naar Aken, waar gidsen ons vertelden over de interessante historie van de stad. Keizer Karel de Grote is er in 814 overleden en alles wat naar deze heerser verwijst is in deze stad opgepoetst en uitvergroot. 
De gidsen vertelden feitjes en wetenswaardigheden en verwezen naar de bewijzen om hun kennis te onderbouwen. Pech voor die gidsen, als er dan in je gezelschap een historica is die je bewijzen onbetwistbaar uit handen slaat, zodat je hele verhaal in duigen valt. 
Opeens besefte ik dat de fotograaf en de historicus iets gemeen hebben. Ze laten in een klein kader de werkelijkheid van een grote wereld zien. En binnen dat kleine kader kun je de werkelijkheid manipuleren. Een historicus baseert zich op bewaard gebleven bewijzen, analyseert, interpreteert en schetst een beeld van wat geweest zou kunnen zijn. Het is maar een klein deeltje uit een tijd waarvan niemand nog kan getuigen. 
Een fotograaf doet iets dergelijks. Hij toont een stukje werkelijkheid in het kader van zijn beeld, maar selecteert zijn uitsnede zodanig dat die een andere indruk kan wekken van de grote wereld waarin de foto gemaakt is. Ik toon hier een foto van een eenzame man tussen oude Romeinse zuilen. Die zuilen zijn niet Romeins. Dat vertelde ik al. Maar is die man eenzaam? Waarschijnlijk niet. Maar dat zal de beschouwer van mijn foto nooit zeker weten. Als ik U vertel dat hij op een terrasje met Karel de Grote zit te kletsen, dan hoeft U me net zo min te geloven als een stadsgids die enthousiast vertelt over de geschiedenis van zijn stad.

In gesprek met Karel de Grote?

zondag 22 september 2013

Stiekem-spontaan

Het was nota bene in Helmond, vlak bij mijn woonplaats, dat de beroemde Britse fotograaf Martin Parr een probleem aansneed waar straatfotografen vandaag de dag mee te kampen hebben. In februari 2012, tijdens carnaval, beschreef hij wat hij noemde 'the facebook problem'. Ik citeer hem: 'Je loopt een drukke bar binnen, tilt je camera op en iedereen voor je begint te poseren en te lachen, wat een foto oplevert van de soort die je vroeger op de society pagina's van tijdschriften zag, maar waar tegenwoordig Facebook mee gevuld wordt.'
Ik gebruik het verhaal van Parr hier als opstapje naar de foto die ik vanmiddag maakte in het toeristenstadje Durbuy in Wallonië. Het viel me er op hoe zelden mensen in hun gewone doen op een foto gezet worden. Zodra er een camera in de buurt is, gaan mensen een onnatuurlijke houding aannemen. Ik zag Japanners. Er werd een hele bus gelost en zodra ze op straat stonden begon het al: stram in de houding voor het kasteel, stram in de houding voor de grote rots, stram in de houding op een brug. Ik denk dat er geen object op de wereld is, wat niet is gefotografeerd met stramme Japanners erop.
En dan is er de jeugd. De jongeren lopen wat te slenteren en te lamballen. Maar zodra iemand een iPhone omhoog tilt, vliegen ze elkaar om de hals, buigen voorover naar de lens en trekken gekke bekken. Alleen voor de camera.
Natuurlijk heb je de beroeps-gekke houdingen. Ik ken niemand in het dagelijks leven die over straat wandelt, zoals de fotomodellen die worden gefotografeerd voor modebladen. En dan heb je nog de wegduikers. Die een hand voor het gezicht houden of de blik afwenden, maar stiekem eigenlijk best wel op de foto willen. 'Ik plak niet op papier', is allang geen excuus meer in de digitale Facebook-tijd. Gelukkig zijn er nog onze oudere medemensen. Die zijn doorgaans niet vertrouwd met Facebook-jpeg's. Zij hebben hun eigen fotocultuur. Ze gaan gewillig op de foto als dochter daar om vraagt.
Als straatfotograaf ben ik ertoe veroordeeld om mijn foto's vaak stiekem te nemen. Vanwege het spontante moment dat in het echte leven voor mijn lens komt. De foto die ik vanmiddag maakte houdt het midden tussen Japans-stram en Facebook-uitbundig, maar hij is wel hartstikke stiekem-spontaan.

Japans-stram en het Facebook-probleem vormen een goed huwelijk.

zondag 15 september 2013

Landcommandeur

Het zal inmiddels meer dan tien jaar geleden zijn, dat ik in het Duitse Essen de kans kreeg om een omvangrijke verzameling fotoattributen te bekijken van historisch belang. Het was de privécollectie van een baron – het kan ook een andere adellijke heer geweest zijn – die hij had uitgestald in vitrines in zijn voor publiek gesloten privékasteel. 
In zijn verzameling bewaarde hij een fotocamera ter grootte van een balpen, die ooit gebruikt was door Mata Hari in de negentiende eeuw. Toen werd er voornamelijk nog gefotografeerd met omvangrijke platencamera's, maar ja, deze was voor haar spionagewerk. De baron had ook een camera uit de jaren twintig van de twintigste eeuw met een sluitertijd van een twaalfduizendste seconde. Er was bij mijn weten geen film die zo gevoelig was dat je er iets mee kon vastleggen. Volgens mijn gastheer was de camera speciaal ontwikkeld om de draf van renpaarden te kunnen registreren en vage contouren waren daarvoor voldoende. 
Hij legde me ook graag uit waarvoor die camera uit de achttiende eeuw was. Die was al in gebruik een halve eeuw voor Louis Daguerre en Joseph Nicéphore Niépce de basis legden voor de fotografie. De camera werd gebruikt om een landschap of persoon haarscherp op een vel papier te projecteren. Vervolgens werd de projectie overgetrokken met kroontjespen of potlood en had je een perfecte weergave van iets wat pas later met chemicaliën kon worden vastgelegd. 
Ik moest er gisteren aan denken, toen ik met twee digitale camera's en twee speedlite flitsers door het jaar des heren anno 1715 reisde. Ik maakte namelijk een fotoreportage van de inhuldiging van landcommandeur Damian Hugo Philipp Anton Reichsgraf von Schönborn-Buchheim in zijn commanderij Gemert. 
De landcommandeur – in wie ik vaag een oud-klasgenoot van de lagere school herkende – was zelfs graag bereid om voor mij te poseren. Ik maakte een staatsieportret van hem in mooi 'Rembrandtlicht'. Op de foto die ik hier toon van zijn intocht, verraadt hooguit een blauwe spijkerbroek dat we niet werkelijk in de achttiende eeuw zijn.
Inmiddels ben ik weer terug in de 21ste eeuw en kan ik ervan getuigen dat je met een sluitertijd van 1/125 seconde drie eeuwen kunt overbruggen.

Met een sluitertijd van 1/125ste seconde drie eeuwen overbruggen.

donderdag 5 september 2013

Noorderlicht

Een oude suikerfabriek en 74 fotografen van over de hele wereld vormen een heerlijk recept voor de twintigste fotomanifestatie Noorderlicht. Het was de moeite waard om er enkele reis 235 kilometer voor te rijden. Dat vind ik in elk geval. Als fotoliefhebber. 
Waar in de vlak bij onze woonplaats gelegen stad Helmond de opstallen van een gasbedrijf zijn gesloopt en een voormalige cacaofabriek voor veel geld wordt verbouwd tot cultuurcentrum, daar kun je in Groningen zien hoe een afgedankte fabriek ook gebruikt kan worden. Ik weet dat de tentoonstelling voorbijgaand is en dat ook Groningen zoekt naar een meer blijvende bestemming voor een 100 hectare groot terrein met daarop de leegstaande gebouwen van de suikerfabriek. 
Maar zoals Stephan Vanfleteren in 2009 zijn werk exposeerde in een lekkend pand van het voormalig Wintercircus in Gent, zo leent de desolate suikerfabriek in Groningen zich uitstekend voor zes exposities met verschillende thema's van diverse fotografen. Voor Helmond – toch kandidaat-Culturele Hoofdstad van Europa – is die kans verkeken.
De foto's in de suikerfabriek hangen nonchalant op hekwerken, zoals je die ook wel op bouwplaatsen ziet. Of op houten wanden die daar speciaal voor deze gelegenheid zijn neergezet. Of op kubussen. De foto's komen er uitstekend tot hun recht. 
Ik deed er veel inspiratie op voor het onorthodox inrichten van fototentoonstellingen en ook voor mijn eigen fotowerk. Ik maakte er weer een leuke fotoserie. 
Eentje wil ik er hier weer tonen. Eentje waarmee ik worstel met de rechten. De dames die ik onder de fotopanelen door begluur, zullen geen aanspraak kunnen maken op portretrecht. Maar of ik hier niet het copyright schendt van de fotograaf, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Ik beroep me in elk geval op de stelling, dat de gefotografeerde foto's niet het hoofdmotief zijn in dit beeld. Ik maakte de foto niet omwille van de foto's die erop staan, maar om U een kijkje te gunnen 'achter de schermen' van Noorderlicht.

Kijkje achter de schermen.

dinsdag 3 september 2013

Van oude menschen

In de Sint-Janskathedraal in Den Bossch waren de camera's van toeristen vanmiddag weer hoofdzakelijk naar boven gericht. Mensen fotografeerden de glas-in-lood-ramen, de beelden aan de pilaren, de plafondgewelven, het orgel. En ik spiedde daartussen naar leuke voorvallen, met het kerkinterieur als decor. Want mijn voorkeur gaat toch telkens weer uit naar foto's met mensen erop. 
Op de foto waarover ik het meest tevreden ben staan gek genoeg geen mensen. Maar de foto gaat wel óver mensen. Ze zijn niet in beeld, maar je voelt wel hun aanwezigheid. Ik dacht aan oude mensen en aan dingen die voorbij gaan. Mijn foto heeft niks te maken met de roman die Louis Couperus in 1906 publiceerde. Maar ik leen graag even de titel van zijn boek: 'Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...'. 
De biechtstoel associeerde ik met 'dingen die voorbijgaan'. Wie gaat er nog biechten tegenwoordig? Dat is hooguit een handjevol oude katholieken, die van kindsbeen af met de roomsch katholieke kerk is opgegroeid. De biechtstoel, dat is voorbij. En de rolstoel, die associeerde ik door de nabijheid van de biechtstoel eerder met 'oude mensen' dan met 'mindervaliden' die immers ook jong kunnen zijn. 
Een kerkgebouw van katholieken is doorgaans rijkelijk gevuld met symbolen. De St. Jan in Den Bosch is daar geen uitzondering op. Ik vind deze foto daarom zo geslaagd, omdat ik in één beeld de symbolen toon van oude mensen en dingen die voorbij gaan. Er staan geen mensen op, maar de rolstoel staat in mijn visie symbool voor de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam en in de biechtstoel zie ik het symbool voor de kwetsbaarheid van de menselijke ziel. 
Is dit te diepzinnig? Voor mij mag U er ook een vrolijke aardse stoelendans in zien. Een rolstoel die danst met een biechtstoel.

Rolstoel en biechtstoel. Een stoelendans?

zondag 1 september 2013

Oogcontact

Minstens één keer per jaar ga ik al jaren fotograferen bij de watervallen van Coo in de Belgische Ardennen. Daar is altijd wel iets te beleven en dat levert dan vaak weer leuke foto's op. Ik ga meestal op een mooie zomerdag als er veel waterpret is en soms ook op een ijskoude winterdag als de watervallen bevroren zijn en er sneeuw op de rotsen ligt. 
De warmste zomerdagen liggen inmiddels achter ons. Vandaag begon zelfs de weerkundige herfst. Maar toch was het nog druk in Coo en vooral kinderen deerde het niet dat het maar zestien graden was. 
Het vermaak liet zich in allerlei vormen fotograferen: de achtbaan van Plopsa – pal achter de watervallen – ging ik met mijn 100-400 mm-objectief op mijn 7D te lijf. Leuke details in de voorbijrazende bakjes. Kinderen en zelfs volwassenen die over een pleintje tussen fonteinen doorsprinten. Nat pak gegarandeerd. Kinderen die bij de watervallen steentjes over het water keilden. 
Een man fotografeerde zijn bevallige vriendin, die gewillig als een professioneel model in verschillende houdingen poseerde. Haar ene hand op haar heup, met de andere hand haar lange blonde haar omhooggeduwd. Hoofd een beetje schuin, haar lichaam een beetje weggedraaid van de camera. Perfect. 
Daar stond ik met mijn 6D en 7D en verschillende lenzen. Maar hij had met zijn eenvoudige compactcamera het beste model. 
Dat dacht ik althans. Tot ik een jongetje fotografeerde dat over stepping stones rende. Op zeker moment gleed hij eraf, zonder te vallen. Toen hij weer op een steen stapte, zag hij dat ik hem fotografeerde. Hij keek recht in de lens. Het gebeurt zelden dat je als fotograaf oogcontact kunt maken met een kind dat helemaal in zijn spel opgaat. Daarom vind ik deze foto zo bijzonder. 
En voor dat bevallige fotomodel ga ik nog wel eens terug. Ik zei al dat ik hier minstens één keer per jaar kom.


En voor die mooie meid kom ik nog wel eens terug.