zondag 19 september 2010

Kunstenaar

In het Eindhovense Dagblad las ik deze week een bespreking van het werk van Phoebe Maas door kunstredacteur Rob Schoonen (Onder de kop: Gedichten maken met de camera). Maas is kunstenares en gebruikt de camera als gereedschap. Veiliger dan met hamer en beitel gemeen hard op je duim slaan, denk ik dan maar.
Haar werk lijkt toevallig tot stand gekomen, schrijft Schoonen. Het oogt niet af: scherptediepte kon beter, nonchalant ingekaderd. Maar haar foto's zijn als gedichten, ze vertelt in haar foto's met veel gevoel over haar persoonlijke impressies. Ze doet dat niet met ingehuurde modellen, maar met mensen uit de omgeving die haar dierbaar zijn.
Schoonen stelt vragen bij wat hij ziet, als hij de foto's nauwkeurig bekijkt. Maakt die man dat knoopje van zijn overhemd vast, of maakt hij het juist los? Heeft zij die schoenen al uitgetrokken, of moet ze die nog aantrekken?
Ik was tot nu toe een gepassioneerd amateurfotograaf. Maar sinds vandaag ben ik een kunstenaar. Ik heb mijn vrouw – pas op: niet zomaar een model – wat slordig ingekaderd en de scherptediepte is ook niet optimaal. Dat koekje, gaat ze daar een hap van nemen, of heeft ze dat juist gedaan? Die onscherpe trap op de achtergrond, loopt die naar boven of juist naar beneden?
Hoera, ik ben een kunstenaar die zijn camera gebruikt als gereedschap. Bedankt voor je inspirerende artikel Rob. Bedankt voor je verhalende foto's Phoebe. De foto hieronder is toevallig tot stand gekomen toen we in een restaurantje zaten te eten. Het verhaaltje heb ik er later bij gemaakt. Is dit nou kunst of kitsch?


'Martha 1'  600 x 450 pixels, 2010.

vrijdag 10 september 2010

Weversoproer

In 1825 maakte de Fransman Joseph Nicéphore Niécpe de eerste bewaard gebleven foto. Toen in 1849 in Gemert de weversopstand uitbrak, was de fotografie dus bijna een kwart eeuw jong. Foto's werden nog gemaakt met platencamera's, lange sluitertijden en ingewikkelde ontwikkelprocessen. Van het weversoproer heb ik nooit foto's gezien. Ik denk ook niet dat die er zijn. Fotografie was voor de welgestelden en die hadden geen belangstelling voor foto's, die zouden herinneren aan een opstand van het gepeupel.
Gemert was in de negentiende eeuw een dorp van thuiswevers. Ze waren straatarm en moesten hard werken voor een paar centen. Niet vreemd dat ze in opstand kwamen tegen de onrechtvaardige rijke textielfabrikanten die hen uitbuitten. Er kwamen militairen en marechaussee aan te pas om de rust in het dorp terug te brengen.
In het kader van het nationele monumentenweekend werd vanavond onder aanvoering van enkele heemkundigen uit het dorp het oproep nagespeeld. Het leek me een uitgelezen kans om alsnog foto's te gaan maken van een historische plaatselijke gebeurtenis waar geen authentiek beeldmateriaal van is. Met een digitale camera en de modernste fototechnieken heb ik geprobeerd de grimmige sfeer te pakken van 1849.
Ik maakte een aantal mooie kleurenfoto's, goed scherp, fraai beeld. Maar dat was te gelikt. Een door een lange sluitertijd bewogen opname, met alleen scherpte van het flitslicht, teruggezet naar rauw zwart-wit en daar een sepiatint overheen. Dat benadert volgens mij beter de dynamiek van het oproer van toen. Wevers heffen knuppels en pollepels naar het gezag op het bordes van het gemeentehuis, dat de gevangengenomen leider van de opstand aan de menigte toont. Boeoeh!... Eh, o ja. Dit is niet echt.


Niet echt echt, maar net echt.

vrijdag 3 september 2010

Pet

De innovatieve straatmuzikant zet een luidspreker op een karretje, koppelt er een cd-speler met versterker aan, en draait plaatjes. Hij doet alsof hij met een trekharmonica zijn deuntje bijdraagt, maar als hij per ongeluk echt een toets aanraakt, dan klinkt het gruwelijk vals.
Vroeger ging de straatmuzikant na zijn optreden met de pet rond; zo'n degelijk geweven werkmanspet. De moderne straatmuzikant draagt een baseballpet en houdt die tijdens het collecteren op zijn hoofd. Hij houdt zijn toehoorders een bekertje voor.
Ik zat het vanmiddag tijdens de lunch op een terrasje in Durbuy te bekijken. Ik pakte verveeld mijn camera, keek door de zoeker en zag twee petjes. Ontspanknop ingedrukt. Geen wereldplaat. Maar toen ik de foto bij het archiveren nog eens bekeek, viel me op hoeveel informatie er in deze foto van de twee petmansen zit. De staande man is een muzikant, dat verraadt zijn harmonica. De manier waarop hij het bekertje ophoudt vertelt me dat hij collecteert, ook al is het geen traditionele pet waarmee hij rondgaat. Van de andere petmans zie je net voldoende om te begrijpen dat die naar zijn portemonnee tast voor wat muntjes.
Wat de foto niet vertelt, is dat ik de man afscheepte met paar dubbeltjes en hem met een vriendelijke glimlach verzocht om het komende half uur niet in mijn nabijheid te spelen. Dat leek me lang genoeg. Meer geld had ik niet in de parkeermeter geworpen.


Beker of pet?

zondag 22 augustus 2010

Erfbewakers

Hun erf is zeventig meter lang,
en nauw acht meter breed,
maar als ik hier gebeten word,
dan heb ik daarvan weet.

Sorry, Jan Campert. Jouw gedicht 'Het lied der Achttien Dooden' is ongeëvenaard en alleen al uit respect voor zijn historische context zou ik het niet moeten persifleren. Maar de regel schoot me te binnen toen ik in het Belgische Andenne deze 'erfbewakers' op een binnenvaartschip aantrof. Want hoe klein kan een erf zijn? dacht ik toen ik die waakhonden zag.
Ik had van een afstand de schipper en zijn vrouw weg zien rijden. De honden waren dus alleen thuis. Ze duldden geen ongenood bezoek, maakten ze luidkeels en met ontblote tanden duidelijk.
Lading viel er niet te jatten, want de boot was leeg. Eén compartiment was tot op de roestige bodem leeggeschraapt, in het andere stond een bodempje water.
De vormen en structuren van roestige plekken en de wapperende vlag op het achterdek in het tegenlicht van de zon waren dankbare objecten om te fotograferen. Die trokken eerder mijn aandacht dan de honden. Maar ik heb graag dat er iets gebeurt voor mijn lens en dus werden de honden de hoofdrolspelers in mijn foto's.
Ze zaten stevig aangelijnd aan kettingen en goede erfbewakers blijven op hun erf. Hoopte ik. Wat kon me dus gebeuren.
Het beruchte onvoorzichtige stapje achteruit tijdens het fotograferen was hier op de Maaskade een groter gevaar dan een paar blaffende honden. En die reddingsboeien houden die honden liever voor zichzelf, denk ik, zelfs als ik in het water kukel.


Van ieder twee.

dinsdag 10 augustus 2010

Aan de lijn

Vrouwtjespaskamers zijn taboe voor mannetjes. Behalve wanneer jij een reu bent en je vrouwtje in een druk winkelcentrum in Luik even een rokje past. Terwijl vrouwtje in de spiegel kijkt en denkt: deed ik maar aan de lijn, kijkt de hond naar vrouwtje en denkt: zat ik maar niet aan de lijn.
Ik prijs me op zulke momenten gelukkig dat ik dan mijn handzame Canon PowerShot G10 bij de hand heb. Want in gezelschap van vrouwtjes die op kledingjacht zijn, valt er voor mannetjes net als ik dan niet veel te beleven. Mijn 5D en 7D heb ik niet meegezeuld naar een winkelcentrum waar het telkens winkel-in winkel-uit is. Toch ben ik doorlopend op zoek naar fotogenieke scènes. Terwijl de dames binnen in kledingrekken snuffelen, zit ik voor de winkel op een bankje een moeder met een klein kind te observeren. Het schatje gehoorzaamt maar matig en de vermanende moeder met haar uk leveren een paar leuke foto's op. Maar het is niet opwindend, alles bij elkaar.
Als vrouwlief advies en geld nodig heeft, ontkom ik er niet aan om toch de zaak binnen te gaan. Dan zie ik die vrouw met hond. Vrouw verdwijnt met rok in een pashokje en trekt hond aan de lijn deels mee naar binnen. Ik zie het, ga door de knieën en richt mijn G10. Knip. Ik vraag me niet eens af of dit gepast of ongepast is.


Gepast of ongepast?

woensdag 14 juli 2010

Architectuur

Als regel zet ik op dit blog alleen actuele foto's; eentje van vandaag of hooguit van gisteren. Niet meer dan één per keer, want overdaad schaadt, zo wil het gezegde. Vandaag maak ik een uitzondering: omdat ik al een poosje geen foto's meer geplaatst had en omdat ik in de vakantie niets kon uploaden maar wel materiaal had. Zoals deze.
We waren een dagje in Aken. Mooie stad voor architectuurfotografie. Ik zag veel mensen met camera's lopen en gevels van imposante gebouwen fotograferen. Ook binnen, in de gebouwen, valt er genoeg in pixels te vangen. In de gratis toegankelijke dom moet je zelfs twee euro betalen om er te mogen fotograferen. Dat heb ik dus niet gedaan. Want alleen maar glas-in-loodramen of heiligenbeelden of mooi houtsnijwerk op een foto kunnen me niet bekoren.
Neem de voorgevel van het raadhuis van Aken. Mooi. Maar er worden honderden foto's per dag van gemaakt. Liefst zonder mensen die in de weg lopen. En dus worden het allemaal dezelfde foto's. Want die gevel staat er geduldig te wachten op de volgende camera.
Ik ben dan meer tevreden als er precies in het midden tussen de zuiltjes van het bordes een gezicht te zien is. Je hebt dan niet alleen vorm, maar ook inhoud.


Vorm en inhoud.

Le Tour

Ooit was ik blij als ik voor dit blog één goede foto per maand zou kunnen leveren. Inmiddels zijn de lezers van mijn verhaaltjes-met-foto's kennelijk verwend, want een trouwe lezer vindt dat de volgende foto erg lang op zich laat wachten. Sorry. Een verbouwing van mijn huis maakt dat ik niet erg efficiënt het internet op kan en bovendien was ik even een royale week op vakantie.
Maar dat levert wel foto's op. Dus trouwe bezoeker, hier is er weer eentje. Vorige week bezocht ik de Tour de France tijdens een etappe door de Ardennen. Ergens halverwege Brussel en Spa fotografeerde ik renners. Maar waar ik zelf meer plezier aan beleef is het observeren van mensen die op de renners wachten.
Een stel meiden vermaakte zich opperbest en liet dansend en wuivend de reclamekaravaan aan zich voorbijtrekken. Die spontaniteit, dat vind ik leuk. Leuker dan een peleton laffe renners dat in Spa besluit om er de brui aan te geven en zonder inspanning op één lijn over de streep te sukkelen. Ze vonden het parcours te gevaarlijk, omdat het door regen glad was geworden. Onzin. Wielrennen is meer dan hard een berg oprijden of een groepje vluchters vlak voor de finish tot de orde roepen om in een sprint uit te maken wie er die dag de bloemen mag gaan ophalen. Met een beetje lef en stuurmanskunst kun je in een Ardennenrit meer winst pakken dan in de Alpen. Maar neen, de heren staakten. Voor mij mogen die meiden elke dan een regendansje doen. Dan zullen de heren leren dat ze ook in de regen aan hun sport verplicht zijn om tot het uiterste te gaan.


Regendans of stuurmanskunst?

zondag 27 juni 2010

Hét moment

Met tegenlicht kun je mooie sfeerfoto's maken. Tegenwind kun je niet fotograferen. Toch kun je er mee te maken krijgen als fotograaf. Bij mij kwamen tegenlicht en tegenwind samen toen ik een beslissend moment pakte bij het fotograferen van uitbuikende koeien. Of heet dat herkauwen, bij deze viermagige dieren?
Ik had net een interessant artikel gelezen over het The Decisive Moment - Het Beslissende Moment, het boek van de Franse fotojournalist Henri Cartier-Bresson. Hij was een meester in het vangen van hét moment waarop alles klopte: precies op het moment van afdrukken gebeurde wat gebeuren moest om de foto interessant te maken en zaten alle elementen in de compositie van de foto op de goede plek.
Ik probeer het ook wel eens om zo'n moment te vangen. In het tijdperk van de digitale fotografie is het een stuk eenvoudiger dan in de tijd van Cartier-Bresson. Je kunt de ontspanknop indrukken zonder je te bekommeren over kosten. Wat niet goed is gooi je weg, en misschien zit het moment er wel tussen. Bovendien zijn de camera's van tegenwoordig in alle opzichten veel beter. Je hebt als fotograaf meer controle over wat je doet.
Toch valt het niet mee. Ik maakte vandaag een paar foto's van koeien die fraai in het tegenlicht lagen. Opeens stond er eentje op, strekte zijn staart en liet een paar drollen vallen. Ik had hét moment te pakken. Niet alleen in het tegenlicht, maar ook in de tegenwind. Lieve help, wat een stank. Daar had Henri Cartier-Bresson het nooit over.


Tegenlicht en tegenwind?

zondag 6 juni 2010

Fotomomenten

In snikheet Afrika houden ze elkaar koel met water uit een tuinslang. Hun lemen hutten zijn vervangen door riante evenementententen. En vlak bij dit tentenkamp hupt een kangoeroe rond.
Het was heet, de afgelopen dagen, maar ik heb geen zonnesteek. Ik ben ook niet dronken, of in de war van de vele indrukken van de afgelopen dagen. Ik hou alleen maar van foto's die je fantasie prikkelen en waar je je eigen verhaal bij kunt verzinnen. Dit vind ik zo'n foto.
De afgelopen dagen was ik ceremoniemeester op de bruiloft van een vriend in Herentals. Het feest duurde twee avonden. Op de eerste avond kwam bij het invallen van de duisternis een politiewagen voorrijden. Het was niet omdat de band in de feesttent teveel overlast veroorzaakte. De flikken waren op zoek naar een ontsnapte kangoeroe, vertelden ze.
Ik heb er geen foto's van, want ik had weinig tijd om foto's te maken en bovendien moet je zo'n beest eerst te zien krijgen voor je het kunt fotograferen. De volgende dag had ik voor de tweede feestavond begon wel even tijd om foto's te maken. De jeugd amuseerde zich op deze warme dag met een zeepglijbaan die nat gehouden werd met water uit een tuinslang. De jongedame en het kind op de foto komen niet uit Afrika, maar zijn gasten uit Parijs.
De tent op de achtergrond is de feesttent, die met zwoele zomeravondtemperaturen eigenlijk overbodig was. Want het was een prachtig feest dat zich tot diep in de nacht hoofdzakelijk buiten afspeelde. Er zullen veel mooie foto's van zijn, want veel gasten liepen met camera's rond. Ik zag althans veel mooie fotomomenten, terwijl mijn 5D en 7D in mijn fototas zaten.


Snikheet maar niet in Afrika.

dinsdag 1 juni 2010

Interessant

Een paar vrouwen keken aandachtig naar de foto's van Stephan Vanfleteren en vroegen zich af waarom het hoofd van Eddy Merckx niet in zijn geheel was weergegeven. Vanfleteren heeft hem als het ware gescalpeerd, door een deel van zijn voorhoofd en haardos buiten het kader te laten. De dames vroegen zich ook af waarom de foto's niet helemaal scherp waren. En of Eddy Merckx niet veel dikker was, maar dat had al een stuk minder met fotografie te maken.
Ik bewonder de Vlaamse fotograaf Vanfleteren al jaren. Hij portretteert Bekende Belgen en Bekende Nederlands op een zeer indringende manier. Regelmatig is maar één oog scherp, of is de scherptediepte in het gezicht slechts enkele millimeters. Zijn portretten zijn rauw, zijn figuren ogen vaak verlopen. Op veel foto's hebben de geportetteerden hun ogen gesloten. Het is zijn manier om de vergankelijkheid te tonen.
Als geen ander beseft Vanfleteren dat zijn portretten niet allemaal even flateus zijn. "Het klopt dat ik soms een iets nadrukkelijke stijl gebruik die voor mij evident is maar misschien niet voor de mens in kwestie of voor de modale kijker", zei hij in een interview ter gelegenheid van zijn expositie 'Portret 1989-2009'. Die was eind vorig jaar in Gent te zien en nu tot 27 juni in Centre Céramique in Maastricht.
"Mijn streven is niet om de mens of de realiteit te fotograferen. Ik heb die strijd eigenlijk al een beetje opgegeven, omdat het toch een verloren strijd is. Dan kan je beter iets doen waarvan ik denk: kijk, ik wil iets interessants doen met fotografie", verklaart Vanfleteren zijn werk.
Ik bezocht vanmiddag zijn tentoonstelling in Maastricht, domweg omdat ik eerder geen tijd had. En ik prijs me gelukkig dat ik er rond kon lopen met een groep vrouwen die keek als 'de modale kijker' waar Vanfleteren van sprak. Want als je hoort welke vragen er bij de doorsnee kijker leven, dan vraag je je af waar een fotograaf als Vanfleteren zijn succes aan ontleend. Misschien vinden deze dames mijn foto's wel veel mooier. Daarom ben ik niet beroemd.


Ik zag de modale kijker.