zondag 16 mei 2010

Overdekt

Het is mei, 7 graden en druilerig. We brengen een paar vrije dagen door in de Ardennen. Ik zeg tegen mijn vrouw: "Kom, we gaan naar de kerstmarkt in Luik."
Ik hoefde het niet uit te leggen. Toen we in december hier waren was het zelfs nog iets beter weer dan nu. We gingen naar de kerstmarkt, maar zochten al snel een beter heenkomen in een nieuw overdekt winkelcentrum in Luik.
Daar waren we deze week dus weer. Lekker gegeten, door kledingrekken gebladerd en veel mensen gezien. Het was er druk. Toch slaagde ik er in om een man te fotograferen die zichzelf totaal heeft geïsoleerd van zijn omgeving. Ik moest direct denken aan een eerder blog, waarop ik de Estlandse fotograaf Alexander Gronsky feliciteerde met zijn Foam Paul Huf Award 2010. De man fotografeert landschappen en zet daar soms mensen nietig klein in weg.
Dit overdekte winkelcentrum is mijn landschap en ik heb een kwartier moeten wachten tot de man in de drukte van langslopende mensen echt even nietig klein alleen was. Ik vond het niet erg. Dit landschap was droog en warm.


Droog en warm landschap.

zondag 2 mei 2010

Sprookje

Ooit heb ik Ötzi in levende lijve gezien. Nou ja, Ötzi is al 5300 jaar dood, maar ik heb de gletsjermummie met eigen ogen gezien. Ik was degene in levende lijve. Ook heb ik 'Het meisje van Yde' gezien, een Drenths veenlijk. Het is fascinerend en macaber tegelijkertijd. Mooi om te zien, hoe stoffelijke resten door gletsjerijs of verstikkend veen geconserveerd worden.
Sinds gisteren geloof ik ook weer in sprookjes; iets wat ik na mijn jonge jeugd al had afgezworen. Maar reuzen hebben echt bestaan. Ik heb er eentje gezien. Zijn hoofd werd gemummificeerd prijsgegeven door de bodem van de Ardense heuvelen. Het was in het uitgestrekte bosgebied bij Mochamp. Ik heb er een foto van gemaakt, maar ik besef dat dit in het tijdperk van Photoshop geen bewijs is van wat ik heus waar gezien heb.
Nou vooruit dan. Mijn waarneming is ernstig beïnvloed door Ötzi en het veenlijk, maar de foto is niet bewerkt. Een omgewaaide boom geeft de onderkant van zijn stronk prijs. Tussen de verweven wortels klit aarde en eroverheen groeit aan één kant helmgras. En daaruit boetseerde de natuur een hoofd waar je opzij tegenaan kijkt. Links het achterhoofd met een weelderige bos haar en de resten van een mutsje, rechts een neus met een daarboven een uitgesleten oogkas - zoals het een mummie betaamt.
Ik voelde me even Klein Duimpje en eenmaal thuis ontdekte ik zowaar een kiezelsteentje in de groef van mijn schoenzool.


Boomstronk of gemummificeerd reuzenhoofd?



zondag 25 april 2010

Niet goed

Het gaat niet goed met de wielerploeg van Rabobank. Ze hebben weliswaar met Oscar Freire hun voorjaarsklassieker binnen, maar de Nederlandse renners hebben zich amper met hun neus aan het venster gedrukt. In de uitslagen van de grote voorjaarsklassiekers zie je ze niet vooraan.
Tussen de vele foto's die ik vandaag maakte van de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik zat er eentje die de malaise bij de Rabobank aardig symboliseert. Helemaal achteraan het peleton bungelt een Raborenner die het hoofd al heeft gebogen als er op de top van de eerste helling, de Côte de La Roche, nog maar 69 van de 258 kilometer zijn gereden. En de verzorger van de Raboploeg moet bukken om een gevallen jasje op te rapen. Nee, het gaat niet soepel. Wat een ellende.
Oké, zoals zo vaak op foto's, gebeuren er andere dingen dan er lijken te gebeuren. De renner buigt niet het hoofd van ellende, maar kijkt naar beneden om een zojuist aangenomen drinkbus in de houder te steken. Hij rijdt trouwens niet helemaal achteraan, ook al lijkt dat in dit kader zo. En de renner heeft gewoon zijn jasje uitgedaan op deze warme dag en het voor de voeten gegooid van de verzorger. Dat gaat vaak zo in het voorbijgaan. Niks bijzonders.
Het laat onverlet dat ze vandaag weer geen uitslag reden; dat ze het hoofd moesten buigen en er ongetwijfeld onder gebukt gaan. Zie mijn foto.


Gebogen en gebukt.

Momenten voorbij

Voor een expositie ben ik op zoek naar 'emotie' op straat. Lachende mensen, huilende mensen, boze mensen, bange mensen. Lichaamshouding en mimiek moeten verraden hoe mensen zich voelen. Ik kan u verzekeren: dat valt niet mee. Want emoties zijn vaak heel persoonlijk en lang niet iedereen wil ze openlijk prijsgeven. Vooral als er een camera in de buurt is, worden veel mensen schuw. Desondanks heb ik al een mooie serie. Ik probeer die serie nog steeds te verbeteren met mooiere foto's.
In Durbuy zag ik tijdens dit zomers lenteweekend deze kinderen verrukt uitkijken naar de ijsjes die moeder hen bracht. De blik van verlangen in de ogen was sprekend. Maar helaas had ik mijn camera niet in de aanslag en was het moment voorbij toen ik klaar was om te schieten.
Terwijl de kinderen al van hun ijsjes genoten bleef ik ze nog even observeren. Opeens viel me deze scène op. Alledrie worden de kinderen door iets in beslag genomen. Ze kijken aandachtig, maar wel alledrie naar iets anders. Hun geboeide blik geeft de foto naar mijn gevoel iets fascinerends. Het feit dat ze alledrie naar iets anders kijken – wat de beschouwer van deze foto zelf niet ziet – maakt deze opname extra interessant, vind ik. Toen ik op zoek ging naar de onderwerpen die hun aandacht trokken, waren ook die momenten alweer voorbij. Alledrie.


Kijk ze kijken.

zondag 11 april 2010

Knol

De moderne westerse landbouw kan niet meer zonder tractoren. Ze heten Steyr, Eicher of John Deere – spreek uit dier, al heeft die power met dieren niks meer te maken. De zwaardere exemplaren leveren een paar honderd paardenkrachten. Maar ook die verwijzing naar de oorspronkelijke dierkracht verdwijnt. Tegenwoordig wordt het vermogen steeds vaker uitgedrukt in kilowatt.
Uit mijn jeugd in de jaren zestig herinner ik me nog de eggende en ploegende 'Belse knollen', zoals we die trekpaarden noemden. Een tractor was toen voor veel boeren nog te duur. Op de boerderij van mijn vriendje heb ik de eerste trekker zien komen en die werd dan nog gedeeld met de buurman die ook een boerderij had.
Vandaag wandelden we door de velden buiten ons dorp. Daar dacht ik een moment dat ik een déjà vu had. Ik zag een vertrouwd beeld uit mijn jeugd. Maar het ging niet als een flits voorbij. Wat ik zag was echt. Een boer liep achter paard en ploeg een akker te bewerken. Hij deed de nostalgie geweld aan door op laarzen te lopen. De boeren uit mijn jeugd droegen klompen. Maar verder: net echt. Snel even een foto gemaakt van die paardenpower, want wanneer krijg je nou de kans om een jeugdherinnering te fotograferen?
De knol was van het Boerenbondsmuseum in ons dorp. En de boer was een vrijwilliger die zijn paardenhobby niet voor zichzelf houdt, maar zijn diensten aanbiedt voor het toerisme in het dorp. Hij is koetsier op de huifkar of hij demonstreert hoe de boer vroeger op de akker ploegde. Leuk voor het museum, die knollen, maar niet meer voor de moderne akkerbouw. Want zo'n paard levert toch niet veel meer dan 0,74 kW, heb ik snel even uitgerekend.


Watt een paardenkracht.

zaterdag 10 april 2010

Mijn Doel

Desolate fabriekspanden of oude, verlaten sloopwijken zijn erg in trek als onderwerp bij fotografen. In hordes reizen ze af naar het verlaten stationscomplex van Montzen in de ene uithoek van België of naar het bijna opgedoekte dorpje Doel in een andere uithoek. De emotie van de vergankelijkheid is op die plekken kennelijk het meest indrukwekkend in beeld te brengen.
Ik heb die plaatsen nooit nagejaagd. Waar iedereen al foto's maakt, ga ik niet nog eens meer van hetzelfde fotograferen. Het is er ook bijna niet mogelijk om nog een originele aanpak te bedenken die er al niet is toegepast. Bovendien: waarom zou ik de leegte en verlatenheid ver weg gaan zoeken, als die in mijn eigen huis te vinden is.
We gaan ons huis verbouwen en daarvoor moet de hele benedenverdieping leeggeruimd worden. Er komt een nieuwe vloer in; er moeten muren doorgebroken worden. Dus werkelijk alles moet eruit. Toen we vandaag al veel naar buiten hadden gesjouwd – naar de milieustraat of tijdelijk bij vrienden en familie opgeslagen – liep ik even door een vrijwel lege huiskamer. Opeens waande ik me in zo'n oude, verlaten fabriekshal.
Het binnenvallend zonlicht tekende een patroon op de grond dat in de lege ruimte extra opviel, grillige donkere vlekken op de muur markeerden plekken waar elektrische apparatuur zijn warmte had afgegeven. Oja, die foto's moeten nog van de muur en die rotanstoelen gaan er ook nog uit. Dit was opeens een andere ruimte dan die waarin we al vele jaren gewoond hebben. Zielloos.
Ik pakte mijn camera en fotografeerde de leegte in mijn huis. Ik hoef niet naar Montzen of Doel om de verlatenheid te fotograferen. Dit is Mijn Doel. Met dit verschil, dat ik hier terug ga komen, want een mooi verbouwd huis is mijn echte doel.


Verbouwen is mijn Doel.

zondag 4 april 2010

Harley als hobby

Mijn naam is Paul, fotografie is mijn hobby en ik heb ook een achternaam. Vandaag ontdekte ik dat er hobby's zijn waarbij je geen achternaam dient te hebben. "Hij heet Bert, hij is al zes jaar lid van de club, maar zijn achternaam ken ik niet", zegt Albert die zelf ook zijn achternaam niet prijs geeft. Albert is voorzitter van de Harley-Davidsonclub in Helmond. Hij wijst me Hans aan, die ze Het Boerke noemen omdat hij uit de Peel komt. En hij stelt me voor aan Lange Toon. Die is twee koppen groter dan ik, maar zijn achternaam? Geen idee.
De onderdelen van hun Harley's zijn origineel. Ze zijn puntje-precies als ze hun motoren poetsen en als ze er aan sleutelen. Dat kun je zien. Harley's onderhoud je niet, die koester je. Ik kan er niet over mee praten, want ik heb er geen verstand van. Ik kan er alleen maar naar kijken. Liefst door de lens van mijn camera.
Wat zijn het mooie foto-objecten, die glimmende machientjes. Ik beleefde vanmiddag net zoveel plezier aan mijn hobby als zij aan de hunne. Als je die motoren krap inkadert en wat ruw afsnijdt, dan zijn ze nog veel ruiger en indrukwekkender dan in het echt. Maar dat durf ik niet hardop te zeggen waar zij bij staan. Ze moesten eens denken dat ik hun Harley's wilde beschadigen.


Aansnijden maar niet beschadigen.

zondag 21 maart 2010

Schaapachtig

Al vaker heb ik op dit blog laten merken, dat ik niet gecharmeerd ben van alle mogelijkheden die de nieuwe fototechnieken bieden. Photoshop en andere fotobewerkingsprogramma's zijn in handen van kundige vaklieden prima gereedschappen. Maar te vaak ontaardt fotobewerking naar mijn smaak in spielerei, waarbij het spelen belangrijker is dan het eindresultaat van de foto. Onder de noemer kunst wordt er dan een heleboel goedgepraat wat eigenlijk geen functie heeft.
Met de dokatechnieken in de analoge fotografie kon je ook knutselen, maar je had veel minder mogelijkheden dan met de computertechnieken in de digitale fotografie. Bovendien waren de dokatechnieken voor veel minder mensen weggelegd. Je moest er een ruimte voor inrichten en chemicaliën voor aanschaffen. Je moest de techniek leren beheersen. En een foutje kostte onmiddellijk geld, of erger nog: je was je unieke opnames kwijt.
Photoshop en andere fotoapplicaties worden nu gebruikt om naar harte te lust te knippen en te plakken in laagjes en kleuren te vervreemden, zonder dat het direct een functie heeft. Ik heb er ook nog ooit mee geëxperimenteerd, want je moet wel weten waar al die nieuwigheden voor dienen. Het ging me niet eens slecht af, maar ik hou toch meer van de authentieke fotografie. Vooral als daar nog iets van 'het beslissende moment' in zit.
Gisteren maakte ik tijdens een avondwandeling een foto van een paar schapen die nieuwsgiering aan de afrasting kwamen kijken. Ik was niet echt tevreden; er was geen beslissend moment of een ander boeiend element in deze foto. Ik trok in Aperture 3 aan een paar schuifjes om het beeld wat interessanter te maken. De draad heb ik niet weggeretoucheerd, hoewel dat gemakkelijk had gekund. Juist die vind ik belangrijk. Schapen zijn geen vrije heidedieren meer, ze leven in een omheinde wereld.
Ik vind de foto na enig geknutsel nogal gekunsteld. Dit is toch niet zo mijn ding, stel ik schaapachtig vast.


Geknutseld en kunsteld.

zondag 14 maart 2010

Rijp voor delete

Soms kieper ik alle kwaliteitseisen overboord en ga ik voor een gekke foto. Gisteravond wandelde ik door een donker buitengebied naar een naburig dorp. De enige camera die ik bij me had, was mijn Canon Powershot G10. Dat is een prachtig ding voor kwalitatief hoogwaardige snapshots. Maar het blijft een compact, dus de kleine sensor genereert veel ruis bij hoge ISO-waarden.
Ik wandelde langs een enorm, gloednieuw tuinbouwkassencomplex. De groeilampen in de kassen creeëren een surrealistisch avondlandschap. Sinds de kassen in bedrijf zijn, wilde ik er al een foto van maken. Nu had ik mijn kans. Ik besefte dat mijn G10 het in het donker niet zou trekken, maar ik heb toch wat geprobeerd. Over de grenzen van het maakbare heen fotograferen is zou oud als de fotogafie. In het analoge tijdperk waren er fotografen die het Schwarzschildeffect – geeft kleurverschuiving bij lange sluitertijd – tot kunst verheven hadden, terwijl het eigenlijk gewoon een verkeerde reactie was van het filmpje op het extreme gebruik ervan. Ik herinner me prachtige nachtfoto's van purperen stranden waar golven als lange witte strepen overheen rolden.
Ik stelde de sluitertijd van mijn G10 in op een volle seconde en zocht met mijn arm steun tegen een boom. Het diafragma zette ik op de maximale opening van f/2.8 en de ISO-waarde draaide ik op 800. Ik had nog kunnen kiezen voor 1600, maar ik wilde de G10 niet tarten tot al zijn uitersten. De foto die ik maakte was nog danig onderbelicht, maar door later achter de computer in mijn fotobewerkingsprogramma aan de niveaupijltjes te trekken, kreeg ik toch nog een beetje helderheid in het beeld. Het werd een onscherp full-ruisplaatje dat eigenlijk rijp is voor de deletetoets. Maar in het besef dat er mensen zijn die een goede foto met een fotobewerkingsprogramma zitten te verminken tot een zogenaamde kunstzinnige afbeelding, durf ik hem hier toch te laten zien. Van Gogh wordt ook gewaardeerd om zijn schildertechniek met puntjesruis.


Full-ruis of kunst?

donderdag 11 maart 2010

Nietig

De Estlandse fotograaf Alexander Gronsky heeft vandaag de Foam Paul Huf Award 2010 gewonnen. Hij fotografeert voornamelijk landschappen en als er mensen in staan, dan staan die op grote afstand; nietig, klein in beeld gezet. 'Door de grote afstand die hij creëert tussen zijn camera en de personen die hij fotografeert, komt de eenzaamheid van de mens in het gemengde landschap treffend naar voren', lees ik in NRC Handelsblad.
Ik heb foto's van Gronsky gezien en ik gun hem de prijs van harte. Meesterlijk, een unieke stijl. Nou ja, uniek. Uit pure nijd heb ik een oude ingescande dia voor de dag gehaald. Ik plaats op dit blog doorgaans alleen maar actuele foto's. Maar nu maak ik even een uitzondering.
De dia maakte ik in 1999 tijdens een reis op IJsland. Ik raakte onder de indruk van het overweldigende landschap en begon op mijn dia's mensen heel nietig in beeld te zetten. Hoe klein is een mens in dit indrukwekkende landschap? Met dit verhaal keerde ik terug naar Nederland, waar ik trots mijn foto's liet zien op de fotoclub.
'Je had er dichter op moeten kruipen, de mensen groter in beeld', was het commentaar. 'Ja maar', probeerde ik te verduidelijken, 'het gaat me juist om de kleinheid van de mens in dit grootse landschap.' Ik vond geen gehoor. Ook de jury van een grote landelijke fotowedstrijd kon mijn dia's niet waarderen.
Nu lees ik, dat je daar toch prijzen mee kunt winnen. Mijn idee, gejat door een Est. Ik heb gewoon de verkeerde jury op mijn pad getroffen. Uit de serie nietige mensen heb ik deze gekozen om op mijn blog te zetten. Gemaakt in 1999 in de vulkaankrater Leirhnjúkur van de berg Krafla op IJsland. In die walm van dampende warmwaterbronnen stonk het naar zwavelwaterstof, de lucht van rotte eieren. Dat kan ik me er nog van herinneren. De foto vind ik nog altijd mooi, ook al werd hij toen niet gewaardeerd. Gelukkig is de gedachte die er achter zat nu wel bekroond. Ik ben bij lange na geen Alexander Gronsky en ik gun hem de prijs van harte. Proficiat Alex. Maar kom eens op de koffie, ik heb nog een heleboel goede ideeën.


Stank voor dank.